Verpleegkundig uniform


de Volkskrant: ‘Eindelijk staat de verpleegkundige weer waar deze hoort: op een voetstuk. In de loop der tijd hebben zowel het imago en de status van verpleegkundigen als hun uniform verschillende gedaanten gekend. Een terugblik.’


Hygea “The First Nurse”, 1933 Produced by Ring Sanatorium and Hospital Inc., Arlington Heights, MA

Cécile Narinx schrijft voor de Volkskrant een artikel over de verpleegkundige en het uniform. Narinx neemt de collectie Pictures of Nursing van Michael Zwerdling als uitgangspunt. Het is een verzameling van 2588 ansichtkaarten die aangekocht is door U.S. National Library of Medicine in Bethesda. De eerste afgebeelde verpleegkundige is de Griekse godin Hygieia. Nu weet je ook meteen waar het woord hygiëne vandaan komt. De Grieken eerden Hygieia als een machtige godin, wier taak het was te waken over de gezondheid van mensen.


Voor de meeste mensen zal Florence Nightingale de bekendste verpleegkundige zijn. Ze werd ook de De vrouw met de lamp genoemd omdat ze in de Krimoorlog vaak ’s nachts met een lantaarn de ronde deed langs haar patiënten. Onder haar leiding wist zij orde in de hospitaalafdeling van de Selimiye-kazerne te scheppen en bereikte dat de verzorging van gewonden aanmerkelijk verbeterde. Toch stierven juist in haar ziekenhuis relatief de meeste soldaten. Ze drong aan op een onderzoek, waaruit bleek dat een defecte riolering de oorzaak was. Hier heeft ze haar leven lang een sterk besef van het belang van hygiëne aan overgehouden. Op 12 mei – de verjaardag van Florence Nightingale – wordt elk jaar de Dag van de Verpleging gehouden.


Postcard advertising the canteen service of the Cincinnati chapter of the American Red Cross. The postcard features a black and white illustration of a nurse in a long robe holding a stretcher that has an injured person on it. There is a large, red-printed Red Cross symbol beside her. Publisher not identified, between 1914 and 1919?.

Verder noemt Narinx in haar artikel de Nederlandse Rosa Vecht en de Belgische Marie Somers de allerstoerste frontengelen. In 1914 redde zij drie Britse mariniers uit een brandend Belgisch ziekenhuis en doorstonden zij gruwelijke martelingen van de Duitsers. Ook in de Tweede Wereldoorlog werden verpleegkundigen geëerd en aanbeden zoals een kaart uit 1943 laat zien met een Rode Kruis-verpleegkundige en de tekst The Greatest Mother in the World.


Oh, something about a pretty girl and a wounded soldier with a happy ending, ca. 1918. Created by Rez Maurice. Produced by The Regent Publishing Co. Ltd., London.

De romantiek in de Zwerdling-collectie ontbreekt niet. Vrouwen die vallen voor hun patiënt of verliefd worden op een dokter.


He’s taken a turn for the nurse, 1940s. Created Zoë Mozert (1907—1993). Produced by International Mutoscope Reel Co., New York.

Nog rijker geïllustreerd is de categorie saucy, wat uitdagend betekent.


Diaconessenkostuum (1890-1900). Foto: Inge Hondebrink.

In het Tijdschrift voor ziekenverpleging uit 1918 staat het artikel Onze uniformen en wat er mede in verband staat: ‘Het wit symboliseert de smetteloze reinheid van zeden en gedachten, na den tijd van groote zedeloosheid, waarin de ziekenverzorgsters leefden in de 16e, 17e en 18e eeuw, geen overbodige eisch.’ Volgens Dan Gentile stond in de VS het vak van verpleegkundige in de 19e eeuw dicht bij dat van prostituee, en werden beide beroepen vaak gecombineerd. Zelfs na de hervormingen van Florence Nightingale werden veroordeelde prostituees in New York voor de keuze gesteld: de gevangenis in of als verpleegster gaan werken. De kleding van de diaconessen die zich vanaf 1844 in Nederland vestigden hielden het midden tussen de tenues van nonnen en van nette, getrouwde burgervrouwen: alles om verwarring met ‘volksvrouwen’ te voorkomen. Ook in alle lekenuniformen die sindsdien werden ontworpen stond voorop dat de betreffende dames simpel en fatsoenlijk gekleed moesten, vaak met wite manchetten, schorten, kraagjes, kapjes, zwarte kousen en schoenen met lage, brede hakken. Alles was erop gericht om te tonen hoe keurig ze waren, zowel qua hygiëne als qua zeden. Dit laatste om de fantasie van de mannen met en voor wie ze werkten vooral niet te prikkelen.

Het artikel van Narinx wordt aangevuld met de tijdbalk Highlights in de geschiedenis van verpleegkundigen en hun werkkleding. De hierbij afgebeelde kostuumfoto’s en de uniformdetails komen uit de publicatie Handen uit de mouwen – 150 jaar verpleegkundige uniformen waar ik op 2 juni 2014 over schreef.

Ik heb een korte samenvatting gemaakt van het uitgebreide artikel Veelzijdig uniform van Cécile Narinx dat te lezen staat in de Volkskrant van woensdag 22 april 2020.

Juf breit 23 poppetjes


NH Nieuws: ‘Gijs heeft een zes op zijn buik, want hij was laatst jarig. En alle kapsels kloppen op de 23 gebreide figuurtjes van zo’n tien centimeter hoog. Juf Ingeborg van groep 1/2 van de Haarlemse Bavinckschool heeft in deze coronacrisis zonder les de hele klas in goed gelijkende poppetjes gebreid.

Opeens waren ze er niet meer. Ingeborg: “Het was allemaal op stel en sprong dat de school dichtging. Het overviel me allemaal zo. De kinderen waren niet meer op school. En ik mis ze zo.”

Op Pinterest had ze eerder een gebreid poppetje gezien en toen dacht ze: ik ga de klas breien. Meisjes die vestjes dragen hebben vestjes, jongens die van donkere kleding houden hebben een zwarte trui aan. Wie een bril heeft, draagt als poppetje ook een bril. Zelfs aan sproetjes is gedacht. Per poppetje was ze drie á vier uur bezig.

Vervolgens liet ze een foto van de poppetjes zien aan de ouders en kinderen. Eerst zonder namen, dan konden ze thuis raden wie wie was. Het kostte de kinderen weinig moeite zichzelf terug te vinden. Het duurde niet lang of de ouders appten de vragen van hun kinderen terug: En waar is de juf dan? Toen was juf Ingeborg weer een paar uur bezig met katoen om een replica van zichzelf te maken.’

Veenhuizen


MaaikeW: ‘Je schreef over vondelingen die naar Veenhuizen toegingen. Bij aankomst krijgen meisjes en jongens kleding aangereikt in de kolonie. Jongens kregen een linnen hemd, een pilo en linnen kleppenbroek, pilo buis, halsdoek, sokken en klompen, wollen pet. Meisjes kregen een linnen hemd, een wollen rode baaien onderrok, kraplap, wollen jakje, zwarte wollen overrok, sokken en klompen, linnen boezelaar, halsdoek, katoenen muts in zwart en wit. Tussen 1824 en 1869 worden 8916 wezen opgenomen in de kolonie Veenhuizen. de gemiddelde leeftijd is 15 jaar, 2118 wezen overlijden gedurende hun verblijf.’


MaaikeW: ‘In 1818 werd de Maatschappij van Weldadigheid gesticht en in 1823 werd gestart met een dwangkolonie voor bedelaars. De bedoeling was om hier duizenden wezen op te vangen, maar het aantal op gezonde wezen bleef achter. Hierdoor veranderde Veenhuizen geleidelijk naar een plaats waar voornamelijk bedelaars en landlopers naar toe werden gestuurd. Bij binnenkomst moest de gevangene alles afstaan. Werkzaamheden konden verricht worden in een stoomspinnerij omdat veel kolonisten ongeschikt zijn voor de zware landarbeid. In 1841 werd door Johannes van den Bosch een stoomspinnerij geopend waar elk jaar 20 en 170.000 pond garens werd geproduceerd.’

In dit bericht lees je over Collectie Veenhuizen. Suzanna Jansen schreef het mooie boek Het pauperparadijs, een zoektocht naar haar voorouders. Drie generaties verbleven in het gesticht Veenhuizen.

Nog een koto naaien


NRC Handelsblad: ‘In vijf grote koffers bewaart Siglien Wijntuin (62, horecamedewerker bij een NS-kiosk) de ruim honderd koto’s die ze de afgelopen jaren maakte. Stapels geperste en gevouwen bontgekleurde, Creools-Surinaamse kleding.

“De koto komt uit ons slavernijverleden. Hij werd beïnvloed door Afrikaanse klederdracht.” Oorspronkelijk bestaat hij uit een bigi koto, “een hele lange rok”, een jaki, “een soort hemdje” en een angisa, een hoofddoek. “Van een lap stof die om het lichaam werd gewikkeld, is de koto zich gaan ontwikkelen. Er zijn oneindig veel variaties.”

Wijntuin koestert de herinnering dat ze er voor het eerst een droeg. “In de Palmentuin in Paramaribo was een tentoonstelling van koto’s. Een vrouw vroeg of ik model wilde staan. 21 was ik. De foto heb ik altijd bewaard.”

Ze woonde al jaren in Nederland toen ze op haar vijfenveertigste zelf haar eerste koto maakte. “Ik ben niet opgevoed met de Surinaamse cultuur maar gaandeweg ga je je informeren. Je gaat vragen stellen.” Wijntuin: “De meeste Surinaamse vrouwen hebben er een of meer in huis, maar sommigen houden er helemaal niet van. Mijn moeder droeg nooit een koto, mijn grootmoeder van vaders kant altijd. Ze had een werkkoto voor in huis – blauwachtig, dan zie je het vuil niet zo –, een koto om in naar de markt te gaan, een voor feestjes.”

In de woonkamer naait ze een rood-wit exemplaar, met muziek van de Surinaamse zender Radio Apintie. “Deze is voor een Ingie pré, een feest waar de Indiaanse elementen van de Surinaamse cultuur voorop staan. Bijna iedereen komt in rood-wit, we drinken cassiri en eten cassavebrood.” De koto wordt gedragen met keti koti, de afschaffing van de slavernij, op 1 juli. “Of bij andere feesten, een koto dansi, of verjaardagen, op je veertigste vaak roze, vijftigste geel, enzovoort.”

Eerst kiest Wijntuin de stof, en dan komen de ideeën vanzelf, ook tijdens het knippen en naaien. “Nu ik niet kan werken door het coronavirus wil ik de hele tijd aan de slag. Maar dat wordt veel te duur.” Enige tijd geleden besloot ze om koto’s op bestelling te gaan maken, te verkopen en te verhuren. Op de Facebookpagina Juvannas Koto Wijntuin zie je haar Afghaanse, Antiliaanse, Marokkaanse en Nederlandse NS-collega’s als ‘kotomisi’s’ in Javaanse prints, waxstoffen, satijn en kant. Geen twee modellen zijn hetzelfde. “Ik wil laten zien dat je er alle kanten mee op kunt. En dat een koto door alle culturen gedragen kan worden.” Ze voelt zich trots als ze een vrouw in een van haar koto’s ziet. “Als je een koto draagt, voel je je waardig en deftig. En dat zie je.”‘

Foto: Folkert Koelewijn

In de maand december 2019 bezocht ik de tentoonstelling Kotomisi – de kracht van klederdracht. Foto’s van deze tentoonstelling kun je hier en hier bekijken. Voor foto’s en informatie over de angisa moet je naar dit bericht gaan en voor foto’s en informatie over de kotomisi ga je naar dit bericht. Op 1 juli vindt in Amsterdam traditiegetrouw het Keti Koti Festival plaats. Of het festival dit jaar doorgaat, is nog de vraag.

De Bevrijdingsrok in Groningen – Groninger Museum

Bij de expositie En tóch staat de Martini – 75 jaar bevrijding van Groningen verschijnt de publicatie De Bevrijdingsrok in Groningen. In het noorden van het land en zeker in en om Winschoten zijn veel kleurrijke rokken gemaakt die bekend staan onder de naam Nationale Feestrok en Bevrijdingsrok.


Bevrijdingsrok van Ans Heikens, Winschoten, niet geregistreerd. Foto: Heinz Aebi, Groninger Museum.

Het fraai vormgegeven boekje is onderverdeeld in acht hoofdstukken: De Bevrijdingsrok – Initiatiefneemster A.M. Boissevain-van Lennep – Rokkendefilé – De Nationale Feestrok – Groninger rokken – Oldambt & Winschoten – Vooral een feestelijk idee en Bevrijdingsrokken.


Bevrijdingsrok van Ettina Bos, Winschoten, geregistreerd 1946, nummer 220. Foto: Heinz Aebi, Groninger Museum.

Met de eerste Bevrijdingsdag in 1946 in het zicht kwam Mies Boissevain met het idee van de Nationale Feestrok. Vermoedelijk kwam zij op deze gedachte doordat zij in de gevangenis een lappendasje had ontvangen. Lapjes die Mies kende uit kinderjurkjes en japonnen, zorgvuldig gerangschikt en tot een geheel geworden onder de handen van iemand die van haar hield. Opeens was er kleur gekomen in haar cel-bestaan. De rok die Mies in haar hoofd had, moest uit lapjes bestaan en het geloof in de eenheid symboliseren. Zowel het dragen als het werken eraan, want ‘één dracht maakt eendracht’. Er werd een instructiestencil voor de Nationale Feestrok uitgegeven: ‘Neem een oud rokje, of een stuk stof, dat als ondergrond dienst kan doen. … Naai hierop in bonte kleurmengeling of in een vast patroon, … alle lapjes uit Uw lappenmand. … Op de zoom brengt U nu een rand aan die van effen punten is vervaardigd. Deze punten stellen voor de hoogtepunten van ons volksbestaan, die wij jaarlijks samen vieren, de dagen van bevrijding en saamhorigheid. Ieder jaar met het jaartal in de volgende punt, wanneer U de rok op die 5e Mei werkelijk heeft gedragen. In de rok zelf memoreert U persoonlijke herinneringen, die aanleiding waren tot persoonlijke feestvreugde. …’ Mies riep alle vrouwen op om hun rok te laten registreren. Ruim 4000 rokken kwamen in het Feestrokkenregister te staan.


Van links naar rechts: Roelie van de Velde, Lina Harms, Stien Bosman en Iepie Buitenkamp bij het station Nietap. Koninginnedag 1946. Foto: Groninger archieven.

Van de 69 beschreven Groninger rokken zijn er 30 geregistreerd en 34 niet, van vijf is de registratie niet bekend. In 1946, 1947 en 1948 werd de rok door vele vrouwen gedragen. Het hoogtepunt van de feestrok was 2 september 1948: het regeringsjubileum van koningin Wilhelmina. Hierna verdween de feestrok steeds meer uit het zicht.



Expositie bevrijdingsrokken in het Groninger Museum. Foto: Heinz Aebi, Groninger Museum.


Foto: Heinz Aebi, Groninger Museum.

Van de 69 feestrokken uit de provincie Groningen komen er 13 uit Winschoten en 12 uit de stad Groningen. De rok kwam in alle leeftijden voor, maar vooral bij vrouwen tussen 11 en 30 jaar. Een bijzondere rok komt uit Baflo. Mevrouw De Zee kreeg als geschenk een feestrok cadeau. De rok is gemaakt door 78 leden van de afdeling Baflo van de Nederlandse Bond van Plattelandsvrouwen waarvan mevrouw De Zee presidente was. De leden hebben aan de achterkant hun lapje gesigneerd met naam of initialen. De rokken van Frederika Mellema uit Beerta en van Klasien Nienhuis uit Ellerhuizen werden door hen gemaakt op de Groningsche Kook- en Huishoudschool. De hele klas maakte een bevrijdingsrok. De meeste feestrokken zijn door de draagsters zelf of door hun moeder gemaakt waardoor elke rok haar eigen verhaal vertelt. In het hoofdstuk Groninger rokken en Oldambt & Winschoten worden diverse feestrokken beschreven.

De idealen van Mies Boissevain kwamen in de gesprekken met nu bejaarde draagsters of hun kinderen niet naar voren. Wel waren ze trots op de rok die zorgvuldig werd bewaard. Het laatste deel van de publicatie De Bevrijdingsrok in Groningen laat de feestrokken uit Groningen zien. Op elke pagina staat een rok afgebeeld.


Expositie bevrijdingsrokken in het Groninger Museum. Foto: Heinz Aebi, Groninger Museum.

Een jaar geleden deed conservator Egge Knol van het Groninger Museum een oproep: Geef Bevrijdingrokken in bruikleen aan het Groninger Museum. Ruim 60 rokken werden bijeengebracht. Een goede reden om deze rokken aan het publiek te tonen en vast te leggen in de publicatie De Bevrijdingsrok in Groningen.

De uitgave De Bevrijdingsrok in Groningen is een mooi initiatief van het Groninger Museum dat iedere textielliefhebber zeer zal waarderen! Het boekje is fraai vormgegeven, rijk geïllustreerd en er wordt een goed beeld gegeven van de hoeveelheid feestrokken die er zijn gemaakt in de provincie Groningen. Egge Knol neemt diverse rokken onder de loep en de ontstaansgeschiedenis van de Nationale Feestrok mag uiteraard niet ontbreken. De publicatie is een mooie aanwinst voor zowel de textielliefhebber als de belangstellende voor de vaderlandse geschiedenis.


De publicatie De Bevrijdingsrok in Groningen – Egge Knol heeft 152 bladzijden, is rijk geïllustreerd (kleur en zwart-wit), de afmeting is: 12 x 17 cm, hardcover, ISBN: 9789071691850 en de prijs is € 15. De publicatie wordt uitgegeven door het Groninger Museum. Het museum is tot nader bericht gesloten zodat het boekje op dit moment te koop is bij drie boekhandels in Groningen die op de site van het Groninger Museum vermeld staan.

Rokjes


Marieke Staalsmid: ‘Sraks gaan we weer gezellig samen buiten flaneren in onze leuke rokjes! Stay save!’

Rokjesdag kreeg bekendheid door de columns van Martin Bril; hier kun je fragmenten uit een column van hem lezen. In 2010 werd de eerste Nationale Rokjesdag georganiseerd en op 2 september 2017 werd in Nijmegen rokjesdag voor mannen gehouden.

Vandaag is Marieke jarig en via deze weg wil ik haar van harte feliciteren en een fijne dag wensen. Het zal zeker een andere verjaardag worden dan andere jaren.

Christian Dior: Designer of Dreams op video


Dior deelt een unieke video waardoor je vanuit een comfortabele stoel thuis de tentoonstelling Christian Dior: Designer of Dreams kunt zien. Deze expositie was van 5 juli 2017 tot 7 januari 2018 te zien in Musée des Arts Décoratifs in Parijs en was een daverend succes. Zo geeft de film, van het maakproces tot de opbouw, een unieke kijk achter de schermen en komen allerlei belangrijke betrokkenen aan het woord. Klik hier om de video te bekijken.

In dit bericht zie je een Dior textielkaart van Tineke en hier nog eentje, en een textielkaart van Evelien uit Granville.

Van 26 september 2020 tot en met 28 februari 2021 is de expositie Dior te zien in het Kunstmuseum Den Haag. Update: Eind september 2020 zou Kunstmuseum Den Haag een grote modetentoonstelling presenteren over het zo tot de verbeelding sprekende modehuis Dior. Modeliefhebbers zullen iets langer geduld moeten hebben, maar in 2021 (exacte data volgen) zijn in het museum de sprookjesachtige ontwerpen van mode-icoon Christian Dior en zijn opvolgers te zien. Ook komt er ruime aandacht voor modetekeningen, modefoto’s en voor de Dior costume jewellery, veelal van Duitse makelij, die onlosmakelijk met de collecties zijn verbonden.

At Frida Kahlo’s


Frida Kahlo werd in 1907 in The Blue House (Casa Azul) geboren. Ze woonde en werkte er met schilder Diego Rivera en ontving er onder andere Leon Trotsky, André Breton, Sergei Eisenstein, Pablo Neruda, Waldo Frank, Pablo Picasso, Marcel Duchamp en Vassily Kandinsky. In 1954 is ze in haar geliefde Casa Azul gestorven. Het is nu als Museo Frida Kahlo een van de meest bezochte musea in Mexico City.

Viva la Frida! – Leven en werk van Frida Kahlo is te zien van 11 oktober 2020 tot en met 28 maart 2021 in het Drents Museum. Deze tentoonstelling bevat de fameuze collectie schilderijen en tekeningen van Museo Dolores Olmedo en daarnaast ook een collectie persoonlijke bezittingen van Museo Frida Kahlo met onder meer haar kleding, beschilderde korsetten en sieraden. Deze twee collecties zijn in Viva la Frida! voor het eerst samen te zien.

Vanuit je eigen huis kun je een kijkje nemen in Frida’s huis. Op NPO2 extra is op vrijdag om 08.20 uur en zaterdag om 00.15 uur de documentaire At Frida Kahlo’s te zien.