Merk-/ borduurlapje van Jacoba de Koning

Josefien Sjoerds heeft een fraai borduurlapje in haar bezit waarvan zij zoveel mogelijk informatie probeerde te achterhalen over de borduurster.


Josefien Sjoerds: ‘Zou het écht een borduurster van 6 jaar zijn geweest die dit merklapje maakte? Dan was ze getalenteerd! Natuurlijk is het geen buitengewoon ingewikkeld handwerk, en er zitten vast wel foutjes in, maar voor een kind van 6 bijzonder knap. Of misschien was het toch haar moeder die dit borduurde ter gelegenheid van de 6e verjaardag van haar dochter om die dag speciaal te gedenken? Ze had er alle reden toe zou mij blijken. Het is in ieder geval generaties lang bewaard gebleven en zo te zien nooit ingelijst. De kleuren zijn nog intact en fris. Het is ongeveer 25 x 25 cm, er is met wol geborduurd op stramien.

Ik ben het volgende te weten gekomen over deze jongedame:
Jacoba werd geboren in Leiderdorp in 1861, op 2 juni. Het lapje dateert dan van 1867, op dit moment is het handwerkje dus meer dan 150 jaar oud. Haar vader stond bekend als een lokale “warmoezier”: hij teelde en verkocht groenten, een tuinder zou je nu zeggen. In deze familie teelden ze generaties lang groenten en fruit en handelden daarin, daar was de familie om bekend in hun omgeving. De vrolijke kleuren, de bloemen, kersen en het vogeltje op het lapje waren misschien wel geïnspireerd op de tuin van haar vader, wie weet. Er was verder in haar leven niet heel veel reden tot vrolijkheid namelijk. Jacoba was het tweede kind in het gezin, maar haar oudere zusje Elisabeth was overleden na 197 dagen, Jacoba heeft haar nooit gekend. Het derde kind was weer een meisje en kreeg ook de naam Elisabeth. Zij overleed na drie dagen. Daarna werden er in het gezin twee kinderen geboren die geen naam kregen. Waarschijnlijk dus dood geboren. Bij de geboorte van het zesde kind in 1870 probeerde moeder Batje het opnieuw: weer een Elisabeth. Dit kind leefde maar twee dagen. Het zevende kind was eveneens een meisje. Ze werd Cornelia genoemd en werd 34 jaar. Ze overleed in hetzelfde jaar als haar moeder, maar de dochter ging voor. De achtste en negende nakomeling was een jongen. De 8e (Jan Mourits) werd 76, maar de negende leefde maar vijf dagen. Jacoba had dus voor haar tiende levensjaar al vier keer een zus of broer verloren! Ze was derhalve toen nog steeds enig kind. Niet veel reden tot vrolijkheid.

Haar moeder werd 69 jaar, haar vader Gijsbertus overleed in het jaar na zijn vrouw en zijn dochter Cornelia, en werd 71 jaar. Moeder had zeven kinderen verloren tijdens haar leven en tussen de geboorte van het eerste kind en het laatste zitten 20 jaar. Ik probeer me dat voor te stellen: twintig jaar bezig zijn met zwangerschappen en bevallingen en dan slechts drie kinderen zien groot worden! Hartverscheurend.

Jacoba’s tien jaar jongere broer Jan Mourits werd natuurlijk tuinder en kreeg twee zoons. De ene zoon, later werkend als groenteboer, kreeg in Leiderdorp de bijnaam Gijs “de Kroot” en de andere stond bekend als Arie “de Zaadneus” omdat hij zaden verkocht en een nogal prominente neus had. Leiderdorp hield in die jaren veel van bijnamen, las ik in een artikel van het Leiderdorps museum. Dat had ook een praktische oorsprong: er waren veel mensen met dezelfde namen en zo was er enig onderscheid mogelijk.


Een beeld van de Dorpsstraat/Hoofdstraat. Het boerderijtje rechts was het woonhuis van Arie de Zaadhandelaar en dateert uit 1642. Het bestaat nog steeds en is nu een Rijksmonument. Uit het boek: Leiderdorp in oude ansichten.

Jacoba heeft zo’n beetje haar hele leven gewoond aan de Dorpsstraat in Leiderdorp, deze straat heet nu de Hoofdstraat. Haar ouders woonden er en zelf kreeg ze er ook een huis. De man met wie ze in 1890 trouwde heette ook de Koning (Arij) en was eveneens tuinder. Ze bleef dus haar hele leven op overbekend terrein. Jacoba kreeg twee kinderen, een dochter en een zoon, die beiden ook in de tuinderij gingen werken. Haar dochter Dirkje ging echter al vroeg dood, ze overleed toen ze 26 jaar was. Jacoba heeft dat niet meegemaakt want in het jaar daarvoor, in 1917, overleed ze zelf (op de leeftijd van 55 jaar). Haar zoon werd 60 jaar. Hij trouwde toen hij 35 was en kreeg geen kinderen. Maar zijn vrouw Anna was ook al 39 toen ze trouwden. De tak van Jacoba en Arij de Koning stierf daarmee uit. Door wie, waarom en hoe het borduurwerk van Jacoba werd bewaard weet ik niet. Ik kreeg het van iemand (een erfgenaam?) uit Leiderdorp die me net genoeg mededelingen kon doen om haar verhaal te kunnen reconstrueren. Een gezinsgeschiedenis waar je anno 2021 wel even stil van wordt.’

10 gedachten over “Merk-/ borduurlapje van Jacoba de Koning

  1. Ik werd er zeker heel stil van. Wat zo’n lapje allemaal kan vertellen..
    (wel uitgezocht dan. )
    Dankjewel dat we dit mochten lezen.

    Veel groeten van Jantje Delger.

  2. Wat leuk Berthi om dit allemaal te lezen
    Over onze oude dorpsgenoten.
    Groetjes
    Aty.

  3. Wat een indrukwekkend verhaal!
    Mooi, dat je dit hebt uitgezocht!

  4. Wat een mooi, maar droevig verhaal. Zo ging het wel in die tijd. Ik heb het lapje ( 1897) nog van mijn overgrootmoeder .

  5. Daar moet je inderdaad niet teveel bij stil staan–wat een verdriet moet daar in dit gezin zijn geweest.
    Een prachtig merklapje met een bijzonder verhaal al was dit waarschijnlijk ‘normaal’ in die tijd dat zoveel kinderen overleden vlak na of tijdens de geboorte en op jonge leeftijd.
    Een goede jaarwisseling Berthi en een voorspoedig 2022
    groetjes, Truus uit Drenthe

  6. Lieve Berthi, dank voor al jouw speurwerk, een ontroerend verhaal uit een periode dat er minder kennis was op medisch gebied. Het geborduurde werk is door het verhaal nog mooier en bijzonder geworden .

  7. Volgens mij zou het heel fijn zijn als je gewoon doorgaat met je mooie verhalen!

    Dank je voor dit bijzonder ontroerende verhaal.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *