Peter Lindbergh – A Different Vision on Fashion Photography


De expositie Peter Lindbergh – A Different Vision on Fashion Photography was te zien van 16 september 2016 tot en met 12 februari 2017 in de Kunsthal in Rotterdam. Na aanleiding van het bericht dat ik gisteren plaatste laat ik alsnog enkele foto’s van de tentoonstelling zien.


Eén van de aantekeningenboeken van Peter Lindbergh.


In 1988, tien jaar nadat hij uit Düsseldorf vertrok om zijn carrière als fotograaf in Parijs voor te zetten, oogstte Lindbergh internationaal succes met werk waarmee hij de carrières van een nieuwe generatie modellen lanceerde. Een van de foto’s, waarop de modellen allemaal een wit overhemd aanhebben, werd door opdrachtgever Vogue aanvankelijk afgewezen omdat het beeld niet aansloot bij de visie van het tijdschrift in die tijd. Lindbergh was echter niet geïnteresseerd in de overdreven gestylede vrouwen uit de Vogue van die jaren en gaf de voorkeur aan het portretteren van sterke, onafhankelijke vrouwen. Zijn verrassende foto’s veroorzaakten een schok en stonden in schril contrast met wat er op dat moment in de modefotografie gaande was. Een jaar later fotografeerde Lindbergh een groep jonge modellen voor het eerst samen – Linda Evangelista, Christy Turlington, Tatjana Patitz, Naomi Campbell en Cindy Crawford – voor de legendarische cover van het januarinummer van British Vogue in 1990.

De foto toont een nieuwe interpretatie van de vrouw ná de jaren 1980, en biedt amper aandacht aan de kleding vanuit de overtuiging: ‘Als je de mode en de trucjes weghaalt, kun je de werkelijke persoon zien. Het gebruik van zwart-wit fotografie is heel belangrijk geweest bij de creatie van de supermodellen, omdat het de persoonlijkheid duidelijker naar voren brengt. In kleur zou het er uiteindelijk hebben uitgezien als een cosmeticareclame.’



Paspoort van Peter Lindbergh.


Een overzicht van één van de zalen.

Modefotograaf Peter Lindbergh overleden


Modefotograaf Peter Lindbergh is 3 september 2019 op 74-jarige leeftijd overleden. Hij laat zijn vrouw Petra, eerste vrouw Astrid en vier kinderen Benjamin, Jérémy, Simon, Joseph en zeven kleinkinderen achter. Er is vooralsnog niets bekend over de doodsoorzaak.

Peter Lindbergh werd op 23 november 1944 geboren in Lissa (thans het Poolse Leszno) en bracht zijn jeugd door in Duisburg. Als tiener werkte hij als etaleur voor de warenhuizen Karstadt en Horten in Duisburg. Begin jaren zestig verhuisde hij naar Luzern en maanden later naar Berlijn waar hij zich inschreef aan de Academie voor Schone Kunsten. Hij ging naar Arles, ooit de woonplaats van zijn idool Vincent van Gogh. Na enkele maanden in Arles ging hij door naar Spanje en Marokko, een reis die hem twee jaar kostte. Terug in Duitsland studeerde hij abstracte kunst aan de Kunstacademie in Krefeld. Na zijn verhuizing naar Düsseldorf in 1971 richtte hij zijn aandacht op fotografie en assisteerde hij twee jaar lang de Duitse fotograaf Hans Lux, voordat hij in 1973 zijn eigen studio opende. Hij werd bekend en kwam bij het tijdschrift Stern waar hij een collega werd van Helmut Newton en Guy Bourdin. In 1978 verhuisde hij naar Parijs waar hij furore maakte als modefotograaf.

Peter Lindbergh maakte alleen zwart-wit foto’s. Hij wilde de modellen realistisch en niet geretoucheerd afbeelden. Hij was fel tegen het oppoetsen van foto’s: ‘Er zijn een heleboel zaken die vrouwen door de modefotografie wordt aangedaan waar ik het niet mee eens ben. Zo is er de vernietigende religie van absolute perfectie en jeugd, als de belangrijkste handvatten om vrouwen mee te definiëren. Ik denk dat het heden ten dage onacceptabel is dat schoonheid wordt bepaald door commerciële belangen of wordt gebaseerd op uitgebreide photoshopbewerkingen.’

In 2016-2017 was in de Kunsthal in Rotterdam de tentoonstelling Peter Lindbergh – A Different Vision on Fashion Photography. In het bericht van 22 februari 2017 schrijf ik: ‘De expositie over Peter Lindbergh in de Kunsthal in Rotterdam maakte veel meer indruk op mij. Overigens is Peter Lindbergh ook nog eens een ontzettend vriendelijke man. Misschien moet ik er nog eens een logje over maken want ik heb diverse foto’s gemaakt van deze tentoonstelling én de boekpresentatie.’ Tja, en daar is het tot vandaag niet van gekomen.



Peter Lindbergh was niet alleen naar de Kunsthal gekomen, hij had zijn kapper en een aantal modellen meegenomen die allemaal een handtekening hebben gezet in het boek.

Morgen zal ik eindelijk enkele foto’s laten zien van de expositie Peter Lindbergh – A Different Vision on Fashion Photography die in 2016-2017 in de Kunsthal in Rotterdam was.

Naai-attributen


MaaikeW: ‘Ik weet nog dat je schreef dat de privé-verzamelaar waar ik ben geweest een uitgebreide en mooie collectie moest hebben. Dat was geen woord teveel! Wat ik niet had verwacht was een mooie collectie met kleine naaldhoudertjes, naaldenboekjes en dergelijke, netjes achter glas bewaard, veilig voor stof en vuiligheid behoed. Ik heb echt heerlijk staan kijken naar al die oude kleine naai-attributen waar van sommige echt heel oud en ook heel erg klein waren. Zelfs een heel klein borduurwerkje voor in een poppenhuis was aanwezig. Haar zus was een meester in het vinden van de kleine naaldattributen, vertelde de verzamelaar en dat bleek. Zelfs een Whitman’s sampler blikje waar vroeger (slechte kwaliteit) chocolaatjes in werden verkocht was aanwezig.’

Schoolmerklapjes


MaaikeW: ‘Op deze textielpost louter schoolmerklapjes maar wat ik bij mijn bezoek aan de privé-verzamelaar gezien heb was van een heel andere rangorde al betrof het hetzelfde gebied: merklappen. Ik heb van Vierlanden merklap tot Bristol sampler gezien, van Italiaanse en Spaanse merklappen tot Zweedse, van mourning samplers tot een met ballpoint achterop de ingelijste merklap geschreven verhaal over het korte leven van het meisje wat een schoolmerklap had geborduurd, ik heb gehoord hoe de verzamelaar achter de originele maakplaats is gekomen van een bepaalde merklap maar ook geschiedenis verwerkt gezien in een merklap, mijn bijbelkennis kan ik ook ophalen aan de hand van bijbelfragmenten in merklappen. Een dag om nooit te vergeten.’

Cyanotype


Tineke: ‘Op de voorkant een echte handmade Cyanotype van een kantje (geklost?) uit oma’s oude doos. Mijn eerste stapjes op dit gebied. Al geleerd: kantjes moet je sneller weer uit de zon halen.’

Het is een zeer geslaagd experiment, Tineke. Er is een mooi patroon en ik houd van de kleur blauw! Met borduurwerk heb je de kaart afgemaakt! Top!

La corniche des chapeaux – Marseille


De laatste zomerdag – morgen begint de meteorologische herfst – van 2019 gaat een zeer warme tropische dag worden met veel zon. Voor mij een beetje té warm en té veel zon waardoor ik de schaduw zal opzoeken. In Marseille hebben ze een mooie oplossing bedacht voor een schaduwplek zonder het uitzicht verloren te laten gaan. Langs de boulevard staan banken die je uitnodigingen voor een pauze, maar waar het zeker erg warm zal zijn in de volle zon. Victor Vieillard had de oplossing. Hij bedacht fraaie kleurrijke hoeden en petten waar je onder kunt gaan zitten, zowel overdag als ‘s avonds.

Spellewerkend zie ‘k u geerne – Guido Gezelle


Kantklosster – Vila do Conde (Portugal).

Een gedeelte van het gedicht Spellewerkend zie ‘k u geerne – Guido Gezelle:

Spellewerkend zie ‘k u geerne,
vingervaste, oudvlaamsche deerne;
die daar zit aan ‘t spinnen, met
‘t vlugge allaam, uw kobbenet.

Vangen zult g’ … hoe menig centen
in die looze garenprenten,
die gij neerstig, heen en weêr,
krabbelt, op uw kussen neêr?


Schaars genoeg om licht en leven,
schamel dak en doek te geven
u, die kanten wijd en breed
werkt aan ‘t koninginnenkleed.

Het volledige gedicht kun je hier lezen.


Kantklosster – Peniche (Portugal).

Kantklosjes

Wikipedia: ‘Kloskant wordt gevlochten waarbij iedere draad op een klosje gewikkeld is. Het klosje dient als voorraad en heeft een soort steeltje waaraan het vastgepakt wordt. De klosjes worden altijd in paren gebruikt, die over het gehele werk bij elkaar blijven behoren. Een ervaren kantklosster kan werken met honderden klosjes tegelijk, die zeer snel om elkaar heen geslagen worden. Na het maken van een aantal slagen wordt een speld in het patroon gestoken, wat het vlechtwerk op zijn plaats houdt. Als een klosje leeg raakt, wordt er opnieuw draad omheen gewonden, dat aan het uiteinde van de oude draad wordt vastgeknoopt. Het knoopje wordt met een fijne schaar zo kort mogelijk afgeknipt.’

Kantklossen was onderdeel van de opleiding aan de Andrea Eneroths Högre Handarbetsseminarium die Eva Behrens volgde en deze handwerktechniek zal altijd geliefd blijven bij Eva. Misschien mede een reden om kantklosjes te verzamelen. Nu staat deze bescheiden collectie te pronken in een glazen vaas op een boekenplank in mijn werkkamer. Alhoewel ik geen kantklosster ben, maar deze klosjes erg charmant vind, was dit voor mij een reden om een zoektocht te starten naar enige achterliggende informatie over kantklosjes. Al snel kwam ik tot de conclusie dat er niet veel over kantklosjes is geschreven. Uiteindelijk heb ik het veelal moeten doen met afbeeldingen die ik op internet vond en daar zijn mijn bevindingen ook vaak op gebaseerd.


Rijk versierde Engelse kantklosjes die verzwaard zijn met kraaltjes; de ‘spangle’.

Als ik de kantklosjes bekijk, zijn het de Engelse klosjes met een ‘spangle’ die direct opvallen. Deze houten klosjes zijn veelal gemaakt van fruithout zoals kersen of pruimen die het populairst waren. Alle Engelse klosjes, behalve verschillende ‘South Buchs’ ook wel duimpje of Hugenoot genoemd, hebben een ring van kralen. De klosjes staan bekend onder de naam ‘spangle’. Soms worden ze ook wel ‘Jingle’ genoemd. In delen van Buckinghamshire en Oxfordshire is dit verbasterd tot ‘Jinkum’. (zie Pearls and Roses)

De ‘spangle’ is aan de klosjes gemaakt als versiering maar ook om ze extra gewicht te geven. De onderste kraal van de ‘spangle’ is meestal de grootste en dikwijls versierd. Van de overige kralen kunnen sommige vierkant zijn. De vierkante kralen zijn meestal rood, wit en soms donkerblauw. De kleuren turquoise, amber, bruin of groen komen veel minder voor. Sommige grote kralen die in een ‘spangle’ worden gebruikt, hebben een speciale naam. Deze naam hebben ze te danken aan hun kleur of vorm. Bekend zijn bijvoorbeeld de hartvormige of geslepen grote kralen, die ‘Valentines’ worden genoemd. De draad waarop de kralen geregen zijn, is meestal van koper. Ook wordt wel verkoperd draad en zelfs koord gebruikt. De ‘spangle’ wordt aan het klosje bevestigd door een gaatje in de onderkant van het klosje te boren. Af en toe wordt de ‘spangle’ door middel van een nietje aan het klosje bevestigd, maar dat laat bij intensief gebruik snel los.


Engels kantklosje van been met de tekst LOVE.

Binnen de groep Engelse klosjes nemen de klosjes van been een bijzondere plaats in. Been is te herkennen aan nerven met bruine verkleuringen; heel fijntjes. Ook hiervan zit een voorbeeld in de collectie van Eva. Dit klosje dateert uit het Victoriaans tijdperk en is door een pointillist voorzien van de tekst LOVE. De letters bestaan uit stippen die gegraveerd zijn in het been en gevuld met rode inkt. Meer informatie over Engelse klosjes kun je hier lezen.


Honiton kantklosjes zijn klein en slank met taps toelopende uiteinden.

Men zegt dat de kunst van het maken van kant door Vlaamse vluchtelingen in het midden van de late 16e eeuw naar Honiton in Engeland is gebracht. Op een oude grafsteen in de stad is de naam James Rodge gegraveerd; bone lace seller die in 1617 stierf. Het is niet bekend of hij uit Vlaanderen is geëmigreerd of niet. Honiton-kant is een kantsoort die veel gemeen heeft met de Brusselse Duchesse. De roos van Honiton-kant lijkt platter en is asymmetrisch in tegenstelling tot de bloemen van de Duchesse-kant.



Franse Cottier kantklosjes.

Cottier klosjes kunnen opengedraaid worden zodat er een mini-bolletje garen binnenin geplaatst kan worden. De draad wordt via een gaatje in de klos naar buiten gebracht en op die manier kan de draad afgerold worden. Door het rubber bandje staat spanning op de draad. Ze hebben de naam van de ontwerper, Jacques Cottier, die een facteur in kant was in Craponne vanaf 1880.


Een Frans kantklosje, waarschijnlijk uit de jaren ’20 van de vorige eeuw.

Frankrijk kent een lange en belangrijke kanttraditie. Het land is zowel om zijn kloskanten als naaldkanten bekend. Bekende kloskanten zijn: Valenciennes, Cluny en Dentelle du Puy, Lille en Point de Paris. De twee beroemdste naaldkanten zijn Argentan en Alençon.


Kantklosjes uit Denemarken. De steel van het klosje is fijn en onderaan bolvormig. Vaak is dit bolletje versierd met kleine kraaltjes.

Zuid-Jutland (Denemarken) schreef geschiedenis met zijn Tønder-kant. Lieve Lams schrijft het volgende hierover: ‘Oude handelsregisters getuigen dat Deense kant in grote hoeveelheid uitgevoerd werd. Zo was in het jaar 1767 de opbrengst van de handel in Tønder-kant groter dan het verkoopcijfer van koeien, ossen, paarden en alle andere landbouw producten samen. In die periode waren niet minder dan 20.000 mensen in Zuid-Jutland betrokken bij de kantproductie en -handel. Nog altijd wordt er in de streek veel kant geklost.’


Antiek model van een Deens kantklosje.

Tønder-kant werd traditioneel gemaakt met heel fijn linnen garen, tegenwoordig gebruikt men katoen 200 of Egyptisch katoen. In het Drøhses Hus in Tønder wordt de geschiedenis van Tønder-kant verteld. Om de drie jaar wordt er een kantfestival georganiseerd in deze plaats. Dit jaar was het Lace Festival van 31 mei tot en met 2 juni.


Traditionele Deense kantklosjes.


Kantklosjes uit Duitsland. De losse hulsels dienen om de draad schoon te houden.

Het kantklossen werd in 1561 in Annaberg geïntroduceerd door Barbara Uthmann (circa 1514-1575). In Annaberg is een prachtig standbeeld van deze ondernemende vrouw te vinden. Het kantklossen wordt tot de dag van vandaag in ere gehouden door diverse kantklosverenigingen. (zie Textielpost – Schneeberg (Duitsland))
Volgens de overlevering zou Barbara Uthmann het kantklossen geleerd hebben van een Brabantse vluchtelinge die om haar geloof gevlucht was naar het protestantse Ertsgebergte. Vervolgens gaf Barbara Uthmann haar kennis over aan arme mensen en richtte zij een school op.


Een kantklosje met daarop een naam en de plaats Borghamn (Zweden) geschreven.

Borghamn is een plaats in de gemeente Vadstena. Eva ging na haar opleiding kantkloslessen geven in het Birgitta klooster in Vadstena. Deze plaats was en is het kantcentrum in Zweden. Vermoedelijk leerde de bevolking kantklossen van de zusters Birgittinessen in Vadstena. In de 18e eeuw werd in Vadstena en omgeving in bijna elk huisgezin geklost. Het hoogtepunt was het einde van de 19e eeuw wanneer de echtgenote van Koning Karel XV, een Hollandse van geboorte, grote bestellingen plaatste in de kantwinkels van Vadstena.


Deze twee kantklosjes zijn nagenoeg hetzelfde als het klosje uit Borghamn waardoor ik sterk het vermoeden heb dat deze klosjes eveneens uit Vadstena komen.


Drie Zweedse kantklosjes uit Dalarna.

Sally Johanson (1915-1984) stond samen met Eva Behrens aan de wieg van de OIDFA. Sally streefde voor het behoud en het verder ontwikkelen van Zweedse kant en zij werd de eerste voorzitter van de OIDFA. Ze heeft lang geleden de Vadstenaknyppling nieuw leven ingeblazen. Het boek Knyppling van Sally werd door Eva vertaald in het Nederlands. Zij hebben veel samengewerkt.



Kantklosjes die mogelijk uit Scandinavië komen.


Vier kantklosjes van glas. In het klosje bovenaan op de foto zit een klein klosje vandaar de naam moeder en kind. Op het klosje is de volgende tekst gegraveerd: ‘EVA – en hij maakt alles nieuw – hieronder een paar bloempjes.’ De tekst ‘en hij maakt alles nieuw’ staat te lezen in de Openbaring 23:3-5. Het klosje onderaan op de foto is een sieraad dat je aan een kettinkje kunt bevestigen zodat je dit als hanger kunt dragen.

Kantklosjes van glas zijn sierklosjes, ze zijn te kwetsbaar om te gebruiken.



Vier Belgische kantklosjes.

In België heeft men vele soorten kant zoals bijvoorbeeld Mechelse-kant, Duchesse, Binche en Vlaanderse-kant. Maar Brugge is dé kantstad van België. Hoe dat zo is gekomen kun je hier lezen.


Een klein smal kantklosje voor Binche-kant, mogelijk voor Point de Fée.

De fijnste vorm van Binche-kant is Point de Fée of toveressewerk. Het is een Brugse specialiteit. De complexe tekeningen worden uitgewerkt tot een feeëriek en ragfijn kantwerk, met honderden klossen en een zeer fijne draad.

De Binche-kant is ontstaan in de Belgische stad Binche. In de 15e eeuw verhuisden kantwerksters uit Gent met Maria van Bourgondië naar Binche, maar er is geen bewijs voor deze legende. Wel is bekend dat vanaf eind 16e eeuw Binche-kant werd gemaakt.


Kantklosjes die gebruikt worden voor de Duchesse-Rosaline-kant.

Duchesse-kant wordt zo genoemd als eerbetoon aan Maria-Hendrika van Oostenrijk, hertogin van Brabant, en echtgenote van koning Leopold II. In de streek ten zuiden van Aalst werd sinds circa 1850 tot 1950 deze ‘Duchesse de Bruxelles’ geklost. Deze kantsoort was geïnspireerd op de 17e eeuwse Vlaanderse kanten. De motieven bestaan uit sterk gestileerde bloemen en bladeren. De Brugse Duchesse heeft geen bloemen in naaldkant. Rosaline is een fijne kant en wordt gekenmerkt door kleine reliëfs van naaldkant midden op de ronde bloempjes.

Zuster Judith de Kreijger heeft haar eigen Duchesse-kant ontwikkeld: Withof Duchesse.


Vermoedelijk Belgische kantklosjes. Op de website Europeana collections zag ik deze klosjes met een datering 1850-1920. Het zijn kleine smalle klosjes met een afmeting van 8,5 cm.


Kantklosje uit Malta.

Het handwerk van Malta is Bizzilla: kant. Josefien schreef er een uitgebreid artikel over op dit blog dat je hier kunt lezen.


Kantklosjes uit Spanje.

Blonde-kant heeft haar naam te danken aan de blonde kleur van de Nanking zijde. Deze kantsoort kende haar hoogtepunt rond 1825-1845. Blonde werd niet alleen in Spanje geklost, maar ook in Bayeux, Chantilly, Caen, Turnhout en Geraardsbergen. De zwarte Blonde was typisch voor Spanje waar hij erg populair was.



Drie kantklosjes uit Portugal.

Lieve Lams: ‘Uit documenten blijkt dat kant in Portugal zeer oud is; er was zeker kant vanaf het begin van de 16e eeuw. In de 16e eeuw werd er reeds Vlaamse kant ingevoerd in Portugal, wat de woede opwekte van de kantwerksters uit het noorden, Vila do Conde. Vooral de kuststreek in het noorden was belangrijk voor de kantproductie. Er werd kant geklost van het type ‘Honiton’ en Chantilly in zwarte draad.’

Er wordt nu nog geklost in Peniche en in Vila do Conde. Hier kun je een mooi filmpje zien over kant in Peniche.


Vijf mini-kantklosjes: de eerste twee klosjes links hebben een afmeting van 3,7 cm, het smalle klosje heeft een lengte van 4,8 cm en de laatste twee mini-klosjes zijn slechts 1,8 cm lang.



Helaas heb ik niet alle kantklosjes kunnen achterhalen waar ze vandaan komen of voor welk soort kant ze gebruikt worden/werden. Misschien herken jij een kantklosje? Zo ja, dan zou ik het graag horen.

Bronnen: Pearls and Roses, waar ook mooie kantklosjes te koop zijn.
Kleinhout, hier zijn eveneens kantklosjes te koop.
MijnPakkieAn, ook hier zijn kantklosjes te koop.
Kant wereldwijd van Lieve Lams.

Met dank aan Lia Smit voor de tips.