Frederiksborg Slot


Evelien Verkerk is net terug van een mooie vakantie in Denemarken. Zij bezocht in Hillerød het Frederiksborg Slot. ‘Ik was er nog nooit geweest, maar het stond al jaren op de verlanglijst’, schrijft Evelien. ‘Heel speciaal, alle zalen zonder extra kunstlicht, alleen daglicht (wel met UV-folie op de ramen zag ik). Veel prachtige wandtapijten en beklede stoelen met wat soms leek op delen uit wandtapijten, maar ook helemaal in wol geborduurd. De kleding op de schilderijen was adembenemend, staan de Denen bekend voor hun sobere stijl, dan gold dit niet voor het koningshuis! En men ging zeker met de mode mee! Ik werd soms bijna duizelig van alle tentoongestelde rijkdom aan prachtige handgemaakte objecten. Kortom, zeer de moeite waard!’

De textielkaart laat een detail van het borduurwerk van Anne Staverskovs zien.

Lindebloesem en de Arlésiennes


Tineke: ‘Zaterdag zijn we verhuisd naar ons 2e adres. Hier hebben we uitzicht op de Mont Ventoux. De oogst van de lindebloesem kennen we van eerdere jaren. De lindes zijn hier al verder in bloem dan in Nederland. Lindebloesem uit Buis les Baronnies (onder de “rook” van de Mont Ventoux) is beroemd. Over het algemeen wordt na half juni geoogst. Overal zie je ladders en plukkers dan linnen doeken onder de bomen. De lindebomen blijven door de pluk prachtig in model.’


Tineke: ‘Jammer hè, de Arlésiennes met hun prachtige kostuums kun je alleen tijdens de speciale feestdagen bewonderen. En het is in Arles altijd zo druk. Misschien zien we ze ooit nog eens. Bijzonder op deze kaart vind ik dat de namen van de dames worden genoemd (de 19e Koningin van Arles met haar hofdames). Zó feestelijk! Onze tweede week verblijven we in een Provençaals ingerichte gîte vlakbij de Mont Ventoux. Wielrenners alom die de “windberg” willen bedwingen. Ons terras ligt tussen de wijngaarden en het zwembad is maar een paar meter verder. Geen floating pen te ontdekken trouwens.’

Van het Naadje en de Kous – handwerken op school


Voor de één was het ‘gedoe’ met naald en draad, brei- en haaknaalden voor de ander het begin van een levenslange liefde: de handwerkles op school. Op 24 juni 2017 opent in het Nationaal Onderwijsmuseum in Dordrecht Van het Naadje en de Kous, een tentoonstelling over handwerken, naaitechnieken en mode op school. Gedurende de looptijd van de tentoonstelling zijn er regelmatig speciale workshops in het museum, te beginnen op zaterdag 24 juni, de dag van de opening. Op 24 juni krijg je bovendien 50% korting op de entreeprijs!

Haken, breien, stoppen, mazen, borduren …
Voor het eerst stelt het museum nu een overzichtstentoonstelling samen en biedt een kijkje in de rijke collectie in bezit van het museum, vergezeld van een grote hoeveelheid foto- en beeldmateriaal. De tentoonstelling geeft een overzicht van de vele prachtige (en soms wat minder goed gelukte) voorbeelden van wat er zoal op school, in het beroepsonderwijs en op modevakscholen niet alleen gehaakt en gebreid, maar ook ontworpen, getekend en genaaid werd.

Sokjes en poppenjurkjes
Van het Naadje en de Kous toont een diversiteit aan mooie en sprekende voorbeelden van op school gemaakte ‘werkjes’. Van de eerste proeflapjes van een meisje van 6 jaar, sokjes en poppenjurkjes in het stijve witte breikatoen tot een grote variëteit aan stop-, maas- en merklappen. Met als hoogtepunt de ‘pronkrollen’: 11 meter lang schitterend borduurwerk met bijbehorende ontwerptekening. Daarnaast heel veel ontwerpen, schetsen en patronen van modevakschool ‘De Schans’.

Zelf aan de slag!
De tentoonstelling opent op zaterdag 24 juni. Op die dag vinden er in het museum gratis workshops plaats als voorproefje op de workshops die vanaf september op het programma staan. Tijdens de workshops ga je onder leiding van een ervaren docent zelf aan de slag. Meer informatie over data en onderwerpen op de website van het Nationaal Onderwijsmuseum.

Johanna Hendrika Scholtz in het Diaconie Weeshuis Amsterdam

Het bestaan van een oefenstoplap ter voorbereiding op de ‘mooie’ stoplap is niet erg bekend. In mijn boek Merk- en stoplappen uit het Burgerweeshuis Amsterdam toon ik er één, waarvan ik door de overgeleverde familieverhalen zeker weet dat deze als oefenstop is gemaakt. Toevallig kwam ik er nog één tegen die bewaard wordt in de collectie van het Rijksmuseum van Amsterdam. Hij komt uit het Diaconie Weeshuis van Amsterdam en is gemaakt door het weesmeisje Johanna Hendrika Scholtz.

De 21-jarige kleermaker Dirk Scholtz trouwde op 14 maart 1849 met de 18-jarige Antonetta Louisa van Leeuwen in hun geboorteplaats Amsterdam. Uit dit huwelijk werden vijf kinderen geboren: Dirk Andreas Scholtz (geboren 1851), George Lodewijk Karel Scholtz (geboren 1853), Antonetta Louisa Susanna Scholtz (geboren 1855 en overleden op 30 mei 1862), Louisa Antonetta Scholtz (geboren 1858) en Johanna Hendrika Scholtz (geboren 1861). Op 15 januari 1866 werd de echtscheiding uitgesproken. In 1859 kreeg Antonetta Louisa van Leeuwen steun van het Huiszittenhuis. Op dat moment had haar man haar al verlaten en stond zij als weduwe ingeschreven bij het Huiszittenhuis. In de zomer van 1859 en 1860 en in de winter van 1859 en 1861 kreeg zij steun, hierna werd zij ‘wegens ergelijk gedrag voor altijd afgeschreven’. Op dat moment was haar jongste kind Johanna Hendrika nog niet geboren. Zij kwam op 2 januari 1861 ter wereld. In de papieren van de Broederen Diaconen lezen we: ‘Bij het nazien der Stukken is er bij Uwe Commissie Zoo uit de Aanvrage tot Scheiding als uit de beëedige Verklaringen der Getuigen eenigen twijfel ontstaan omtrent de echtheid der geboorte van het jongste Kind, dan het geboorte bewijs welke het als bepaald echt Verklaart, weerhoudt haar dien twijfel Voedsel te geven.’ Op het geboortebewijs staat Dirk Scholtz als vader vermeld, maar hij had zijn vrouw al verlaten. ‘Wegens mishandelingen en daarop gevolgde Kwaadwillige Verlating van haren man, Verzocht en Verkreeg zij verlof tot Echtscheiding, welke Scheiding tusschen haar eischeres en Gedaagde haren man, wiens woon- en verblijfplaats toen even als nu was en is onbekend’, lezen we in de documenten van de broederen Diaconen. Hierop werd de echtscheiding uitgesproken op 15 januari 1866.

Op 3 december 1868 hertrouwde Antonetta Louisa Scholtz met Jan Peterr Rieken. Dit huwelijk bleef kinderloos. Op 17 augustus 1872 overleed Antonetta Louisa aan een leverziekte. De twee jongste kinderen Louisa Antonetta – oud 14,5 jaar – en Johanna Hendrika – oud 11,5 jaar – werden toen op 7 november 1872 opgenomen in het Diaconie Weeshuis. Louisa Antonetta kreeg huisnummer 86 en Johanna Hendrika huisnummer 119.

Verder lezen we in de documenten van de broederen Diaconen nog de volgende informatie over het gezin: het was een zeer ordelijk en rein gezin, vermoedelijk geen sprake van misbruik van sterke drank, de kinderen zijn naar school gegaan ‘bij een lid der familie Huisonderwijzeresje’, de kinderen zijn gezond, zacht van karakter en onderling goed gezind, het gezin had ‘eene moie wonende op de Bloemgracht, ordelijk gezin’, tot de opname van de kinderen in het weeshuis konden zij zonder gevaar in de woning blijven ‘Voornamelijk bij den Stiefvader, die een Zeer Godsdienstig man Schijnt te Zijn en het lot dezer Kinderen Zegt Zich Zeer aan te trekken, en alles tot hun Voordeel Schikken Zal’.

Johanna Hendrika Scholtz kwam op 7 november 1872 in het Diaconie Weeshuis en verliet het weeshuis in mei 1881 toen zij 20 jaar was. In het Diaconie Weeshuis maakte Johanna twee merklapjes en twee stoplapjes die zij zelf in 1935 aan het Rijksmuseum schonk.


Het eerste merklapje dat zij maakte was een blauw lapje in 1874. Ze oefende het alfabet vier keer in de kruissteek, kastjessteek en stersteek. Deze steken waren geschikt voor het merken van het linnengoed. Op de vijfde regel borduurde Johanna haar initialen IHS – Johanna Hendrika Scholtz – , haar huisnummer 119 en de initialen van haar overleden moeder ALS – Antonetta Louisa Scholtz. In het onderste gedeelte van het merklapje borduurde Johanna diverse initialen van bestuur, personeel en familieleden; zoals MG dat staat voor Moeder M.E. Gildemeester-de Clerq – diacones/pleegmoeder, AHZ staat voor Anna Hendrika Zwarts de breimatres, ALS staat voor haar moeder Antonetta Louisa Scholtz, KLS staat voor haar broer Karel Lodewijk Scholtz, DAS staat voor haar broer Dirk Andreas Scholtz, IHS is de borduurster en weeskind Johanna Hendrika Scholtz, ASS staat voor haar overleden zusje Antonetta Susanna Scholtz, IPR staat voor haar stiefvader Jan Peterr Rieken. Het merklapje wordt afgesloten met AN 1874 No. Hier tussenin borduurde Johanna nog twee vogeltjes, een naaikussen en een naaimand.


In hetzelfde jaar maakte Johanna ook nog een rood merklapje. Ze begint met haar naam IH Scholtz – Johanna Hendrika Scholtz – gevolgd door ALS, haar overleden moeder Antonetta Louisa Scholtz en afsluitend de initialen DAS, haar broer Dirk Andreas Scholtz. In de cartouche staan de initialen DAS en ALS geborduurd. De initialen van haar moeder Antonetta Louisa Scholtz en haar broer Dirk Andreas Scholtz. Wellicht fungeerde haar broer als vaderfiguur omdat ze haar vader nooit heeft gekend. Linksboven de cartouche staan de initialen IPR die verwijzen naar haar stiefvader Jan Peterr Rieken. In het midden van het merklapje staan drie rijen met initialen geborduurd, veel ervan zien we terug op het blauwe merklapje. KLGS staat voor haar broer Karel Lodewijk George Scholtz en ALSS staat voor haar overleden zusje Antonetta Louisa Susanna Scholtz. De merklap wordt afgesloten met bloemen, konijntjes en AN 1874 NO.


Nadat de merklapjes af waren, begon Johanna Hendrika aan de oefenstoplap, met wit katoenen garen op linnen. Linksboven borduurde Johanna haar huisnummer 119 in de kleur rood. Hiermee oefende Johanna voordat zij haar fraaie stoplap met zijden garens op linnen maakte. Ik heb altijd al het vermoeden gehad dat niet alleen in het Burgerweeshuis Amsterdam oefenstoplappen werden gemaakt. Hier zien we het bewijs dat men in het Diaconie Weeshuis Amsterdam op dezelfde wijze werkte als in het Burgerweeshuis Amsterdam. Een interessante ontdekking!


Na de oefenstoplap volgde de fraaie kleurrijke stoplap met zijden garens op linnen. Johanna maakte haar stoplap in 1875. In het midden boven het boeket borduurde Johanna de initialen DS en ALvL. Deze staan voor haar ouders Dirk Scholtz en Antonetta Louisa van Leeuwen. Onder het boeket staat de naam van de borduurster IH Scholtz, Johanna Hendrika Scholtz. Verder staan er veel initialen op de stoplap die we al eerder zagen op de merklapjes. HW zagen we niet eerder en dit staat voor de wollenmatrres Helena Westerdaal.

In een korte tijd maakte Johanna Hendrika Scholtz twee merklapjes en twee stoplappen. Aan het fraaie werk zie je dat zij een uitstekende handwerkster was. Ze heeft de handwerkjes altijd zorgvuldig bewaard en op 74-jarige leeftijd schonk Johanna Hendrika de Beer-Scholtz de merk- en stoplapjes aan het Rijksmuseum. Johanna trouwde op 16 augustus 1894 op 33-jarige leeftijd met de 35-jarige banketbakker Poppe Geert de Beer. Net als haar moeder ging ook Johanna scheiden. De echtscheiding werd op 17 juni 1910 uitgesproken. Blijkbaar hield ze de naam De Beer wel aan.

Conclusie van mijn onderzoek: niet alleen in het Burgerweeshuis Amsterdam werden oefenstoplapjes gemaakt, maar ook in het Diaconie Weeshuis Amsterdam.

© Berthi Smith-Sanders

Foto’s: Rijksmuseum

Hyperrealisme – 50 jaar schilderkunst

Op 2 april ging ik met het Boekenweekgeschenk op pad en bezocht ik de expositie Hyperrealisme – 50 jaar schilderkunst. Nu moet je rennen als je deze interessante tentoonstelling nog wilt zien!


Roberto Bernardi – L’Incontro – 2015 – olieverf op doek.

Roberto Bernardi is geboren in Italië (1974, Todi) en heeft als restaurateur gewerkt in de San Francesco a Ripa Kerk in Rome. Daar bestudeert hij de werken en schildertechniek van de Oude Meesters. Deze kennis, in combinatie met het gebruik van de modernste technieken, stelt hem in staat hyperrealistische stillevens te maken met buitengewoon heldere en intense kleuren. Hij fotografeert eerst een arrangement van glazen potten of fruitschalen en brengt deze dan, in doorschijnende lagen olieverf, met een kwast over op het doek. Op deze manier vertaalt Bernardi traditionele motieven voor stillevens naar onze tijd.


Tjalf Sparnaay – FoodScape – 2014 – oliewerf op linnen.

Tjalf Sparnaay is geboren in Nederland (1954, Haarlem). Hij is een van de belangrijkste Europese vertegenwoordigers van het hyperrealisme. Hij voegt zich in de late jaren tachtig bij de beweging toen hij zocht naar een nieuw, ongekend motief. Hij vindt zijn favoriete objecten in allerlei soorten snacks en frisdranken, zoals blikjes, sandwiches, patat en gebakken eieren. Met name gebakken eieren worden een van zijn favoriete onderwerpen; hij maakt er zelfs een serie van. Door alledaagse voorwerpen uitvergroot weer te geven en door terug te grijpen naar verftechnieken uit de zeventiende eeuw ontwikkelt Sparnaay zijn eigen, individuele stijl die hij megarealisme noemt.


Raphaella Spence – Canal Grande – 2007 – olieverf op doek.

Raphaella Spence personifieert de internationale verbreding van het hyperrealisme wat betreft haar afkomst en haar keuze van motieven. Ze is in 1978 geboren in Londen, maar groeit op in Frankrijk en Italië. Ze fotografeert steden over de hele wereld met behulp van een 66-megapixel camera. Haar werk opent nieuwe perspectieven op deze kunststijl. In plaats van steden te fotograferen vanuit het perspectief van de inwoners vliegt ze er overheen in een helikopter. Ze zet de beelden dan pixel voor pixel over op doek, hetgeen resulteert in een messcherp, hyperrealistisch schilderij.


Dimitri Desiron – Station – 2016 – olieverf op doek.

De Belgische kunstenaar Dimitri Desiron (geboren in 1971 in Antwerpen) schildert een stille, introspectieve wereld, grotendeels geïnspireerd door zijn directe, stedelijke omgeving. Zijn gevoel voor detail drijft hem tot een voortdurende zoektocht naar de onderliggende schoonheid in architecturale elementen en texturen. In zijn werken met verweerde stadsgevels, stalen constructies en kades tot banale spoor- en kasseiwegen is licht steeds zijn leidmotief. Veel van zijn werken zijn verlaten, maar zelfs de voorstellingen waarin mensen, vaak kinderen, figureren, doen desolaat aan.


Andreas Orosz – Brot und Gold – 2010 – acryl op doek.

Andreas Orosz (geboren in 1960 in Giessen in Duitsland) stelt vooral stadsgezichten centraal in zijn werk. Net als zijn Amerikaanse collega’s verrast hij de kijker met speciale perspectieven of landschappen zonder mensen. Verschillende texturen en oppervlaktestructuren, zoals weerspiegelingen van etalages, spelen een belangrijke rol net als ingewikkelde contouren van gebouwen. Er ontstaan meerlagige stadsgezichten en stads-stillevens, waarvan ieder onderdeel een harmonische dialoog aangaat met een ander onderdeel zonder zijn eigen, individuele belang te verliezen.

Dicht bij huis – Cornelis Jetses


MaaikeW: ‘Uit het boekje Dicht bij huis van de hand van Cornelis Jetses is deze afbeelding, het boekje werd door Lighart en Scheepstra geschreven en in 1902 en 1903 uitgegeven. De kleermaker in kleermakerszit op zijn naaitafel met de geranium in de vensterbank en de dame in klederdracht met haar zoon wachtend op het verstelwerk. Over Jetses zijn voldoende biografieën verschenen. Zijn werk spreekt aan als tijdsbeeld van vroeger, gelukkig heeft hij de klederdracht meerdere malen vastgelegd maar ook van de inhuldiging van koningin Wilhelmina heeft hij herinneringsprenten geïllustreerd, evenals van haar 25-jarig regeringsjubileum, er is zelfs een omslag voor een schoolcahier van koningin Wilhelmina door hem gemaakt ter herinnering aan haar 50-jarig regeringsjubileum. Ik zal je de rest van de memorabele koninklijke gebeurtenissen die hij heeft geïllustreerd besparen maar hij was ongetwijfeld Koninklijk Huis gezind.’

Afbeeldingen van het werk van Cornelis Jetses zijn te zien op deze website.

Merklapje Diaconie Weeshuis


Gisteren kon je al lezen over de merklappen- en stoplappencollectie van Felicia van Deth. Enkele hiervan staan afgebeeld in het boekje Merklappen uit de collectie van Felicia van Deth – Marianne Rehorst. Deze publicatie is nog te bestellen bij Comma Publishing. Op pagina 21 zien we bovenstaand merklapje afgebeeld met de volgende tekst: ‘Letterlap. 1825. Stramien met zijde. Marken.’ Dit is niet correct.

Helemaal onderaan op het merklapje is het volgende geborduurd:
AN x 18 x IHR x 254 x 84 NO

IHR zijn de initialen van de borduurster Anna Hendrika Rigter. Ze borduurde de I (J) die waarschijnlijk voor Johanna staat. Anna werd geboren op 30 maart 1870 in Amsterdam. Samen met haar broer Johannes Rigter – geboren op 31 maart 1867 in Amsterdam – werd zij op 24 december 1879 opgenomen in het Diaconie Weeshuis in Amsterdam. In het Grootboek lezen we: ‘Weinige familieleden zijn er en ook daarvan valt niet te erven. De kinderen zien er zwak, doch overigens gezond en fatsoenlijk uit, wij hopen en verwachten de verdere opleiding aan het doel zal beantwoorden.’ Verder lezen we in het Grootboek dat ze werd ingeschreven onder het huisnummer 254. Volgens het bevolkingsregister ging Anna op 11 januari 1883 naar Ede en in november 1883 kwam ze weer terug. Misschien ging zij bij een gezin wonen om aan te sterken?
Het merklapje maakte Anna in 1884 in het weeshuis, een jaar nadat zij terug was gekomen uit Ede. Op 1 mei 1890 verliet Anna op 20-jarige leeftijd het weeshuis.

Conclusie: dit merklapje is geborduurd door Anna Hendrika Rigter in 1884 – AN NO 1884 – en 254 is een verwijzing naar haar huisnummer.

Borduurpatroon van Verhildersum


MaaikeW: ‘Van de week kreeg ik twee prachtige handingekleurde borduurpatroon-ansichtkaarten uit de collectie Landwehr-Vogels van jou, eind 18e eeuw. Het is een tegenstelling met deze computertelpatronen, charme kent verschillende kanten. Ik herinner me van Anne van Damme ook patroonkaarten, begin van dit millennium die me konden bekoren. Deze kaart is er een uit de serie van 10 met diverse merklapmotieven in primaire tinten. De merklapmotieven zijn afkomstig van merklappen uit de collectie Verhildersum. Ik hoop nog op textielkaarten van de merklappen van Felicia van Deth, in beheer van Verhildersum te Leens.’

In 2003 werd een kleine publicatie uitgegeven over een aantal merklappen uit de collectie van Felicia van Deth. In dit boekje staat op pagina 21 een blauw merklapje waarvan de bijbehorende tekst niet juist is. Morgen zal ik dit merklapje laten zien en beschrijven.

De tekst in het merklappenboekje werd verzorgd door Marianne Rehorst. Zij werkt aan een biografie over Felicia van Deth die half januari 2018 zal verschijnen. Rond die tijd zal in het Museon Den Haag en in Galerie Rehorst aandacht aan haar besteed worden. 

Fries kostuum en schoenen van Russische tsarina’s


MaaikeW: ‘Wat een prachtige kaart van een Hindelooper getrouwde vrouw met baby in het pak stuurde je! Ik had je graag een kaart retour gestuurd van het kledingmuseum in Amsterdam, maar deze zijn nog in bewerking wat betekent dat er nog een bezoekje aan dit kleine vrolijke museum zal volgen, deze keer ben ik voorbereid op de smalle traptreden! Genoten heb ik wel van de moderne weergave van de folklore met fotobehang en geschilderde Hindelooper panelen. Ook hier Sits, het boek van Gieneke Arnolli was beschikbaar net als een rek met – prijzige! – textielkaarten, misschien komt daar nog verandering in.’


MaaikeW: ‘Een eeuw geleden droegen de Russische tsarina’s deze schoenen. Wist jij dat er ter gelegenheid van de op handen zijnde komst van kroonprinses Amalia babyslofjes verkrijgbaar waren bij potjes Olvarit van het merk Nutricia? Famke stamt net als Amalia uit 2003 en dus is er een paar oranje harlekijn slofjes met in elk slofje met antislipzool een belletje en aan weerszijden aan de buitenkant een oranje kroontje, bij ons thuis terechtgekomen en bewaard. Nu staan ze op Rixts kamer maar bewaard blijven ze.’

Leuk zeg die oranje babyslofjes met een kroontje. Ik wist niet dat deze slofjes in 2003 te koop werden aangeboden door Nutricia. Wees er zuinig op want dit is een mooie herinnering voor Famke!