Viktor & Rolf Herfst – Winter 2017


Viktor & Rolf komen altijd met een speciaal concept voor hun haute couture show. Voor de herfst- en wintershow 2017 kozen zij voor ‘action dolls’. Wat opvalt is het patchwork dat zij verwerkt hebben in hun ontwerpen. ‘We thought reality is so weird at the moment, why not show the surreal side of reality’, said Rolf Snoeren, with Viktor Horsting suggesting that ‘these [dolls] are fighting for a better world’ via the patchwork symbolizing unity.




Later kwamen de modellen terug op de catwalk maar dan zonder een poppenhoofd.



Viktor & Rolf geven met deze show een eerbetoon aan de bomberjack, de jeans, het T-shirt en patchwork!

Pinkas synagoge – borduurwerkje van Doris Weiserová


WijniS: ‘In Praag bezochten we de Pinkas synagoge. Dit is een gedenkplaats voor Tsjechische Joden, die in Theresienstadt en andere concentratiekampen zijn omgekomen. Ruim 80.000 namen staan op de muren van de synagoge. Er is ook een ontroerende tentoonstelling met kindertekeningen van de kinderen die in het kamp Theresienstadt zaten. Onder de vele tekeningen een paar die getekend en daarna geborduurd werden. Het meisje is maar 12 jaar oud geworden.’

Borduurwerkje is gemaakt door Doris Weiserová, 17.5.1932 – 4.10.1944.

Knit Factory


Foto: Marcel van den Bergh

Het mooiste is om eigen gebreide ontwerpen te dragen of eigen breiwerk in je interieur te zien. Mocht dit je niet lukken dan is er Knit Factory. Dit bedrijf is in 1981 opgericht in Beneden-Leeuwen door Huub Huisman. ‘We maakten toen vooral dameskleding: truitjes, pullovers. In die tijd was het heel erg in de mode. Zelfs op trouwerijen zag je mensen met een gebreid truitje’, vertelt Huub Huisman in een interview voor de Volkskrant. Vlak na de eeuwwisseling namen Maarten Huisman en zijn zus Astrid en zwager Pim Engelaer het bedrijf over. 2001 was het piekjaar. Twee jaar later ging het mis. Gebreide kleding raakte steeds meer uit de mode en het aanbod uit China en Oost-Europa nam flink toe. Van de achttien werknemers moest het bedrijf er zestien ontslaan. Toch zagen de zwagers hoe ze het bedrijf konden redden dat Huisman senior had opgebouwd. Ze moesten weg uit de modewereld. Men begon te experimenteren. Er kwamen gebreide iPod-sokken, handdoeken, meubelstof en babykleding. De helft bleek een mislukking, de andere helft de redding. In 2007 zette Huisman Tricot het merk Baby’s Only op. Een bedrijf dat zich specialiseert in gebreide babyproducten bestond nog niet. Het bleek een gouden greep. Hoewel het babymerk goed is voor 65 procent van de omzet is het niet de enige factor in de wedergeboorte van Huisman Tricot. In 2011 zetten de zwagers nog een ander succesvol merk op: Knit Factory. Onder dit label maakt de breifabriek woonartikelen als kussens, handdoeken en dekbedden me gebreide details. Het doet Huub Huisman een genoegen om te zien dat Pim en Maarten voor het bedrijf hebben geknokt.

Bron: de Volkskrant

Klederdracht in een modern jasje


Het is belangrijk dat er aandacht blijft voor de streekdrachten zoals nu te zien is op de expositie Moeders mooiste: bonte parade van streekdrachten en burgermode. Eveneens is het van belang om inspiratie te halen uit de streekdracht voor de huidige mode. Staphorst op de catwalk is daar al enkele jaren een mooi voorbeeld van. Coupeuses en ontwerpers worden uitgedaagd om hun eigen visie te geven op de traditionele klederdracht en bijzondere creaties neer te zetten. Anouk Hoogeveen heeft al voor meerdere jaren ontwerpen gemaakt voor Staphorst op de catwalk. Voor Klederdracht in een modern jasje heeft Anouk al haar ontwerpen verzameld die tijdens de afgelopen edities te bewonderen waren. Tot en met 27 september 2017 is de tentoonstelling Klederdracht in een modern jasje te zien in Museum Warsenhoeck in Nieuwegein.


Anouk haar werk wordt gekenmerkt door uitbundige kleuren en het gebruik van verschillende technieken zoals breien, borduren en haken. Ze besteedt daarnaast veel aandacht aan een vrouwelijke pasvorm en selecteert hiervoor altijd materialen van de hoogste kwaliteit. De ontwerpen moeten in haar optiek niet alleen beeldig staan, maar ook nog goed zitten.


Foto’s: Alja Admiraal

Marker jongens- en meisjesmutsjes


In het vorige bericht lees je over het mutsje van een Marker jongen dat samengesteld is uit een zestal segmenten die gebundeld worden door een rozet. Bovenstaande foto laat hiervan voorbeelden zien. Het mutsje rechtsboven op de foto met een zwarte ondergrond en zwart leget werd gedragen tijdens de rouw in de zomermaanden. Het is een zeer oud model uit circa 1900-1920. Links op de foto zie je drie mutsjes en het middelste met rood leget is ook een oud model; vóór 1940. Dit mutsje met een fraai oud stofje werd tijdens de zomer gedragen.


Dit zijn de meisjesmutsjes die uit drie delen zijn samengesteld. Het zijn mutsjes met fraaie stofjes. Het mutsje links vooraan op de foto met bloempotleget dateert van vóór 1940.

Na een poosje nagedacht te hebben, ben ik uiteindelijk tot het besluit gekomen dat deze mutsjes naar een nieuwe verzamelaar mogen. Ik ben langzaam aan het ontzamelen vandaar dat deze mutsjes nu ook te koop zijn. Verder heb ik van Marken nog: drie borsikkies, een baby orenkapje gemerkt met II, geruit meisjesboezel (schortje), gemerkt druivenboezel, twee maal boezelbanden en een wit gemerkt (met rood garen) meisjesboezel. Heb je belangstelling dan kun je me een berichtje sturen via het contactformulier dat rechtsboven op dit blog is te vinden.

Moeders mooiste: bonte parade van streekdrachten en burgermode


Nog geen eeuw geleden kon je aan de kleding van de kinderen en hun ouders zien uit welke regio zij afkomstig waren of in welke plaats zij woonden. Men ging zelfs zo ver dat je kon zien of de drager en draagster protestant of katholiek waren, of ze getrouwd ofwel ongetrouwd waren en of men in- of uit de rouw was. Soms was het zelfs te zien of men tot de bovenlaag van de bevolking hoorde dan wel tot de arbeidersklasse. Vandaag de dag bijna niet meer voor te stellen.


De streekdracht van Volendam is bij de meeste mensen bekend. De buitenlandse toeristen denken vaak dat de Volendamse dracht onze nationale klederdracht is. Ze willen daarom graag in deze dracht op de foto vastgelegd worden. Het meisje op de foto draagt de zondagse dracht en het jongetje de zomerdracht. Onderdeel van de meisjes- en vrouwendracht is een dasje met witte kwasten. Het dasje bestaat uit een drietal stroken die verschillende patronen hebben. De draagster bepaalt zelf welk patroon dat zij wil laten zien.


De dracht van Marken vindt zijn oorsprong in de 16e eeuw en geldt als één van de ingewikkeldste drachten van Nederland doordat de kleding hoofdzakelijk uit losse onderdelen bestaat. De protestantse bevolking had geen hoge pet op van de katholieke inwoners van Volendam, die door hen ‘langbroeken’ werden genoemd. De Markers kregen door de Volendammers de naam ‘kortbroeken’ van de overkant.

Jongetjes droegen op Marken een rokje als ze nog niet zindelijk waren. Het haar liet men groeien met op het voorhoofd een pony. Kenmerkend is het jongensmutsje dat is samengesteld uit een zestal segmenten die gebundeld worden door een rozet. Een belangrijk onderdeel van het jongenskostuum is de zogenaamde borsik. Het kledingstuk lijkt op een soort blouse met daarop twee bonte geruite voorpandjes gespeld, waartussen een strook van zogenaamd witsneewerk is gezet. Aan weerszijden daarvan staan zwarte geborduurde naamletters. Het schortje, de boezel genaamd, is voor jongens van gedessineerde, indigokleurige katoen gemaakt in de kleuren blauw en wit. Als supermooi in die categorie gold een druivenboezeltje van stof met een patroon van druiventrossen op een witte ondergrond.
De man op de foto draagt de winterdracht. Tijdens de zomermaanden droegen de jongens en mannen doordeweeks witte broeken waarvan de toeristen dachten dat het onderbroeken waren. Marker vrouwen hebben eeuwenlang een geborduurd rijglijf met nestelgaten gedragen, dat aan de voorzijde met een veter gesloten werd. Het meisje op de foto, draagt over haar rood/wit gestreepte mouwen een met de hand geborduurd rijglijf, dat op de rug gesloten wordt door middel van een veter. De op het rijglijf gespelde gedessineerde katoenen lappen worden baaf en de borstlap slaaw genoemd. Bij het dichtrijgen van het rijglijf was moeders hulp onontbeerlijk.


Op de foto zie je een kopie van een sitsen jak-en-rok van omstreeks 1815. Het is voor het eerst in 1814 dat gerimpelde schootjes in de mode kwamen. Het zou daarna nog enkele decennia duren voordat het dragen van schootjakken algemeen werd op het platteland van Overijssel. Dat gebeurde pas in de biedermeiertijd.
Een jakje met ballonmouwen van omstreeks 1840 voor een ongeveer zevenjarige.
Een katoenen schootjakje met biedermeierbelijning in het voorpand in combinatie met wijd uitlopende mouwen van circa 1870. Het lijfje en beide mouwen zijn gevoerd met ongebleekte katoen. Het kledingstuk is vermoedelijk in Zwolle of omgeving gedragen.
Bepaald modieus te noemen, is de zwarte vierdelige japon van omstreeks 1880.
Het meisjes japonnetje dateert uit de periode 1878-1881 en is mogelijk gemaakt van een oude japon van moeder. In de rugpartij zitten nestelgaten voor een lange rijgveter. In de rok zitten draperieën die passen in het modebeeld van die tijd. De zoom is rijkelijk versierd met stroken van geplooide stoffen. Het is de periode die bekend staat als de eerste tournure. Onder de rok een steunconstructie als die van een crinoline, maar dan met hoepels van gelijke grootte.

Dit is slechts een tipje van de sluier wat ik laat zien van de expositie Moeders mooiste: bonte parade van streekdrachten en burgermode in Museum Erve Hofman. In totaal zijn er vijftig kostuums opgesteld, waarvan vijfentwintig kinderkostuums. Het is bijzonder dat er zoveel aandacht is voor complete kinderkostuums! In feite gaat het om een dubbeltentoonstelling, want in een aparte ruimte zijn tal van prachtige poppen te zien. Het gaat dan veelal om poppen die gemaakt zijn om naar te kijken vanwege hun kunstzinnig karakter. Eind vorige eeuw werden poppen met streekdrachten een ware rage. Ze werden door deskundigen tot in detail nagemaakt met authentieke stoffen en van miniatuurstreeksieraden voorzien.

Beide bovengenoemde tentoonstellingen zijn te zien tot en met 4 november 2017 in Museum Erve Hofman in Hellendoorn.

Bron tekst en foto’s: catalogus bij de tentoonstellingen Moeders mooiste: bonte parade van streekdrachten en burgermode en Ik stond laatst voor een poppenkraam.

Het merendeel van de tentoongestelde kostuums, sieraden en streekdrachtaccessoires komen uit de collectie van Wielent Harms. Vijftig jaar heeft Wielent verzameld en nu schenkt hij de collectie in zijn geheel aan Museum Erve Hofman. In dit filmpje vertelt Wielent over de expositie.

Twee regenten en twee regentessen van het Spinhuis


Regenten én regentessen besturen het Spinhuis, waarbij de regentessen verantwoordelijk zijn voor het huishouden. Op de achtergrond krijgt een gestrafte ervan langs met een schoen. De mannen rechts van het hek hebben twee stuivers entreegeld betaald om te mogen kijken naar de opgesloten vrouwen. Het Spinhuis is een echte toeristische trekpleister.


Detail van het schilderij Twee regenten en twee regentessen van het Spinhuis, 1650 van Bartholomeus van der Helst (ca. 1613-1670).

Dit schilderij is net als De regentessen en binnenmoeders van het Spinhuis te zien op de expositie Hollanders van de Gouden Eeuw in de Hermitage in Amsterdam.

Documentaire Astrid Lindgren


Astrid Lindgren schreef vele kinderboeken waaronder Pippi Langkous. In de film draagt Pippi de visserstrui van het eiland Gotland. Hierdoor is deze visserstrui niet meer weg te denken in Zweden, ze zijn overal te koop.

Vanavond om 22.55 uur op NPO2 is de documentaire Astrid te zien:

‘Ik heb me nooit door tegenstand laten weerhouden.” Dit is een kenmerkende uitspraak van de Zweedse schrijfster Astrid Lindgren. Zij staat centraal in de documentaire Astrid die Het Uur van de Wolf (NTR) op 22 juni uitzendt. De film geeft een ontroerend beeld van een eigenzinnige en onafhankelijke vrouw met een groot geheim, dat zij verwerkte in haar verhalen over eenzame jongens en sterke meisjes. Ze verkocht wereldwijd meer dan 100 miljoen kinderboeken. Diverse titels, waaronder Pippi Langkous, Ronja de Roversdochter en De Gebroeders Leeuwenhart, werden verfilmd.
Lindgren, geboren in 1907 in het Zweedse Vimmerby, had een onbezorgde jeugd op een boerderij. Ze kon als kind al goed schrijven. Na de Tweede Wereldoorlog verscheen het eerste boek over haar beroemdste creatie Pippi Langkous. Daarmee kwam haar schrijverschap tot bloei. Het boek werd positief ontvangen in de pers, al waren er ook critici die in de rebellie van Pippi ‘de fantasie van een gestoord individu’ zagen.
Pippi mag dan een paard kunnen optillen; Lindgren zelf was ook een krachtige vrouw. Als 17-jarige werkte ze voor de lokale krant en stond ze in het dorp al bekend als vrijgevochten vrouw. Een jaar later was ze een ‘gevallen’ vrouw, zwanger van haar veel oudere baas. Dat betekende niet dat ze haar onafhankelijkheid op gaf. Integendeel. “Hij wilde met me trouwen, maar ik ging nog liever dood.” Ze ontvluchtte Vimmerby en vestigde zich in Stockholm. De prijs die ze voor haar vrijheid moest betalen was hoog: ze liet haar zoontje achter in een pleeggezin, wat haar diep raakte. Pas toen hij vier jaar was werden ze herenigd.

De documentaire geeft niet alleen een rijk beeld van Lindgrens leven dankzij diverse dagboekfragmenten en een grote hoeveelheid foto’s en films, maar biedt ook een prachtig tijdsbeeld van Zweden in de eerste helft van de twintigste eeuw.


Deze documentaire is eerder uitgezonden op 4 februari 2016.
Regie: Kristina Lindström
Producent: Ingemar Persson

De regentessen en binnenmoeders van het Spinhuis


De twee zittende dames zijn regentessen van het Spinhuis: een gevangenis en heropvoedingsgesticht voor dievegges, prostituees en ‘lediglopende meisjes’. De regentes links inspecteert een kantwerkje van een gestrafte, de regentes rechts rekent de boodschappen af. De twee ‘binnenmoeders’ houden toezicht op de gevangenen. Zij staan, want verschil moet er zijn.


Detail van het schilderij De regentessen en binnenmoeders van het Spinhuis, 1638 van Dirck Santvoort (1610-1680).

Dit schilderij is te zien op de expositie Hollanders van de Gouden Eeuw in de Hermitage in Amsterdam. Een aanrader, samen met de tentoonstelling 1917. Romanovs & Revolutie. Het einde van een monarchie.

Frederiksborg Slot


Evelien Verkerk is net terug van een mooie vakantie in Denemarken. Zij bezocht in Hillerød het Frederiksborg Slot. ‘Ik was er nog nooit geweest, maar het stond al jaren op de verlanglijst’, schrijft Evelien. ‘Heel speciaal, alle zalen zonder extra kunstlicht, alleen daglicht (wel met UV-folie op de ramen zag ik). Veel prachtige wandtapijten en beklede stoelen met wat soms leek op delen uit wandtapijten, maar ook helemaal in wol geborduurd. De kleding op de schilderijen was adembenemend, staan de Denen bekend voor hun sobere stijl, dan gold dit niet voor het koningshuis! En men ging zeker met de mode mee! Ik werd soms bijna duizelig van alle tentoongestelde rijkdom aan prachtige handgemaakte objecten. Kortom, zeer de moeite waard!’

De textielkaart laat een detail van het borduurwerk van Anne Staverskovs zien.