Schoenen van de Singh


Licia Huizer: ‘We kregen deze schoenen in Dubai toen we buitenaf in de woestijn woonden. Er was een speciaal dorp gemaakt voor de mensen uit Engeland en Nederland die er werkten aan de nieuwe haven. Er waren honderden Indiërs en Pakistani in een speciaal kamp naast ons dorp, die er waren komen werken om de kost voor thuis te verdienen. In Bombay bijvoorbeeld kwamen ze niet aan de bak. De voorman en zijn vriend kwamen zodoende wel eens bij ons over de vloer, ze kookten en wilden weer vertrekken maar we stonden er op dat ze mee bleven eten. Zodoende hebben we heel wat meegemaakt en gehoord over hun leven. We zijn ook nog in Sri lanka geweest – de kinderen gingen ook mee. Dit is wel 35 jaar geleden. Als je ‘s avonds in de schemering in de soek liep had je zo het idee dat je Abraham tegen zou komen… en dan al die luchtjes van de kruiden uit de winkeltjes en de goudsoek met honderden kleine winkeltjes waar de vrouwen elke week een sieraad kochten. Toentertijd was Dubai nog een vergeten gebied. Onze kinderen zaten op de lagere school die half Engels half Nederlands was. Mijn man Sjaak was eerst alleen, de kerels woonden toen in portacabins aan het strand, waar nu het hotel in de vorm van een zeilschip staat, maar toen hij een huis in Jebal Ali kon krijgen en de meeste Friezen en Zeeuwen hun gezin over lieten komen, belde hij of ik ook maar wilde komen. Gelijk ja of nee zeggen want anders was de kans op dat huis weg. Het werd dus JA, waar ik nooit spijt van heb gehad.
De schoenen werden door de Singh alleen maar bij bijzondere gelegenheden gedragen want op het werk waren het allemaal sportschoenen. Het viel ons ook op in Sri Lanka waar toen voor het eerst de televisie in opkomst was, dat de mannen de traditionele klederdracht afdeden en nylon overhemden en terlenka broeken aandeden – en maar zweten. We hebben een heel goede en leuke tijd gehad. Ook hebben we met onze Engelse buren een keer de kerstdagen door gebracht in Oman, dwars de woestijn gereden. Maar toen de kinderen naar de middelbare school gingen zijn we terug naar huis gegaan en dachten als ze later de deur uit zijn gaan we samen wel weer… maar doordat mijn man Sjaak problemen met zijn ogen kreeg, is het daar niet meer van gekomen. Hij is nog wel even alleen naar Nigeria geweest om voor iemand die ziek was in te vallen.’

Ik, Maria van Gelre


IneM: ‘Aan het einde van het jaar de losse eindjes nog even wegwerken. De kaart voor jou, goed bewaard in het boek… vergeten! Ik bezocht de tentoonstelling op 25 november, net na de wisseling van de bladen. De eerste 20 dus niet in het “echt” gezien maar alleen afbeeldingen op de wand in de laatste zaal. Maar ook de 2e serie is schitterend! Zulke mooie details – op de millimeter!! Net als de tekening in deze roze jurk van Radegundis.’

Wil je de bijzondere tentoonstelling Ik, Maria van Gelre in Museum Het Valkhof nog zien, wees dan snel want het kan alleen dit weekend nog.

Kerstavond met een traditie

Josefien heeft al meerdere keren een prachtig verhaal geschreven voor dit blog. Vandaag deelt Josefien met ons een heel bijzonder en mooi verhaal dat past bij kerstavond. Geniet ervan!

Josefien: ‘Na mijn verhaal over het zilveren klompje moest ik denken aan een ander klompje uit mijn collectie. Het heeft een heel aparte vorm. Het lijkt op een houten klompje zoals wij in Nederland kennen, maar de neus is heel lang en naar boven gebogen. De bovenkant is van rood leer en het is vastgezet met koperen bolle spijkertjes, zoals stoffeerders die gebruiken. Mijn mini-uitvoering is ongeveer 5 centimeter en er zit een naairingetje in. Het is vast een souvenir uit een of andere regio, dacht ik, maar waar vandaan? Een bijzonder exemplaar dat natuurlijk uitnodigde tot een onderzoekje.


Het duurde even voor ik het vond en ik zocht in verschillende taalgebieden omdat ik wel aannam dat ik niet in Nederland zou moeten zoeken. Maar toen ontdekte ik dan ook dat zulke klompen uitsluitend werden gedragen in een vallei van zo’n dertig vierkante kilometer in het zuiden van Frankrijk. Het gebiedje heet Bethmale en ligt tegen de Pyreneeën aan. Liefhebbers van wielrennen kunnen het kennen want de Tour de France gaat er regelmatig doorheen. Het is een dunbevolkt landelijk gebied: er wonen op dit moment 96 mensen.

De vreemde klompen met lange punten worden daar nog steeds gemaakt, gedragen als klederdracht bij bijvoorbeeld volksdansen en als aandachtstrekker voor toeristen. Een beetje zoals ónze klompen en klederdrachten nu worden gebruikt.


Leuk om te weten, natuurlijk, maar dan nog steeds de vraag: waar komt deze bijzondere vorm vandaan?

Het blijkt te zijn voortgekomen uit een legende:
In het dal was een prachtig meisje en zij was verloofd met een herder/jager uit de streek. Maar op een kwade dag was er in het gebied een inval van de Moren (daarmee worden doorgaans Noord-Afrikaanse krijgers bedoeld…). We hebben het dan over de periode rond het jaar 1000. Het meisje ontmoette bij toeval de aanvoerder van deze groep Moren en zij viel als een blok voor zijn charmes. Haar verloofde de jager hoorde van haar ontrouw en zon op wraak. Samen met de andere jagers uit de streek beraamde hij een plan om het op te nemen tegen zijn rivaal. Bij het snijden van pijlen en ander wapentuig stuitte hij op een omgevallen notenboom. De boom vormde samen met de wortels een bijna rechte hoek. Dat bracht hem op het idee om van het hout van de boom klompen voor zichzelf te snijden. De punten van zijn klompen waren wel dertig centimeter lang! Er volgde een bloedige strijd, die werd gewonnen door de jager en zijn maten. De legeraanvoerder werd gedood, evenals het meisje. De harten van beide geliefden werden op de punten van de klompen gespietst, niet echt een “happy end”.

Daarna werd het in dit dal de gewoonte voor de jongens om een geliefd meisje een paar van dit soort klompen te geven op kerstavond, als blijk van liefde. Het leer is dikwijls rood en met de bolle spijkers wordt vaak een hart gevormd op de bovenkant van de klomp.


Het meisje breide, op haar beurt, voor de jongen een vest/jasje van de lokale schapenwol en omzoomde die met fluwelen randen. Op de mouwen kwam rood borduurwerk. Jasjes zoals deze zijn nog altijd te zien op lokale feestelijke bijeenkomsten, maar vast niet meer handgemaakt.


Een bijzondere klomp, een opmerkelijke legende en een mooie traditie, maar ik hoop dat de liefdesgeschiedenissen van de latere generaties een betere afloop kenden!’

Maria van Gelre


Tot en met 6 januari 2019 is Ik, Maria van Gelre te zien in Museum Het Valkhof.
Maria van Gelre, geboren Marie d’Harcourt (La Saussaye, 24 februari 1380 – in of na 1428 maar voor 1434) was vanaf 1405 hertogin van Gelre. Maria is vooral bekend door het gebedenboek dat ze heeft laten maken en dat gezien wordt als een van de belangrijkste kunstschatten uit laatmiddeleeuws Gelre. Met ruim 1200 pagina’s is het omvangrijker en dikker dan alle vergelijkbare gebedenboeken die we kennen. Museum Het Valkhof toont 40 pagina’s uit het gebedenboek in twee reeksen wegens de kwetsbaarheid. De eerste reeks van 20 pagina’s was te zien tot en met 23 november 2018. Vanaf 24 november tot en met 6 januari 2019 is de tweede selectie van 20 pagina’s te bewonderen.


Maria van Gelre’s houppelande. Foto: Thijn van de Ven.

Waar Maria’s houppelande van gemaakt is kun je hier lezen. Op deze video zie hoe model Roseanne Trijsburg gekleed wordt in de replica houppelande van Maria van Gelre.


Foto: Thijn van de Ven.

Op 8 december vond in Museum Het Valkhof een kostuumpresentatie plaats. Op 24 en 31 december 2018 is het museum extra geopend om iedereen de kans te geven deze unieke tentoonstelling te gaan zien. Behalve 20 pagina’s uit het gebedenboek worden er ruim 100 (kunst)objecten getoond: miniaturen en handschriften, schilderkunst en sculpturen, textiel en sieraden.

Grootste boekenplank ter wereld


Tot voor kort was het een groot somber graansilocomplex, nu is het een van de kleurrijkste objecten in de Zuid-Koreaanse havenstad Incheon. 22 kunstenaars hebben het industriële bouwwerk voorzien van een enorme muurschildering, volgens Guinness World Records de grootste ter wereld. Het kunstwerk was besteld door het stadsbestuur, dat graag af wil van het grijze industriële imago van Incheon, een miljoenenstad ten westen van de hoofdstad Seoel. De muurschildering beeldt 16 boekomslagen uit die verschillende seizoenen laten zien, en vertelt over het volwassen worden van een jongen. De kunstenaars hadden er 850.000 liter verf voor nodig. De muurschildering is 23.699 vierkante meter groot.