The Pipers Society of Castle d’Aldenghoor

Vorige week zondag bezocht Miriam Tegels de Keltische dag rondom kasteel Aldenghoor in Haelen. Daar maakte zij foto’s van de The Pipers Society of Castle d’Aldenghoor.

Miriam: ‘Mijn oog viel op de prachtige handgebreide kousen die de mannen (en vrouwen!) onder hun kilt dragen. Na afloop van hun optreden sprak ik muzikaal leider Fried van Maasakker. Hij vertelde dat zijn sokken uit Schotland kwamen, gebreid door thuisbreisters in de techniek van de Aran Islands. De ingebreide distel in de boord is het symbool van Schotland.

Fried: “Het word steeds moeilijker om aan deze kousen te komen. Er zijn steeds minder thuisbreisters en de prijzen zijn erg hoog. Gelukkig kan de moeder van een van de leden deze kousen breien!”

Dat het hier om ware meesterwerkjes gaat kun je op de foto’s wel zien. De meerderingen, nodig voor de pasvorm van de kuit zijn keurig symmetrisch en in het patroon opgenomen.
Via deze link vind je achtergrondinformatie van de Aran Knitting, mooie verklaring van alle gebruikte patronen/symbolen.’

Young@Heart

Frederike en Marjon zagen de documentaire Young@Heart in het filmhuis. Frederike: ‘De film was hilarisch, maar ook van een grote ontroering.’ Marjon: ‘Ik zag ‘m in het filmhuis. Bekijk de trailer maar eens, echt een aanrader!’ Vanaf april 2009 is de dvd uit en ik kocht deze voor de 89e verjaardag van mijn schoonmoeder. Afgelopen maandagavond zat de hele familie voor de tv. Ontroering, humor en rockmuziek zijn de elementen van de documentaire. Young@Heart is een koor uit Northampton, Massachussets. Speciaal is dat de gemiddelde leeftijd van de koorleden 80 jaar is. Niets achter de geraniums zitten, maar hard werken om de teksten uit het hoofd te leren. Gedurende zeven weken volgt de Britse documentairemaker Stephen Walker de koorleden en hun koorleider. Zelfs tot in het ziekenhuis toe. Tijdens de opnames overlijden twee koorleden, maar ze gaan door met de repetities van hun nieuwe show, samengesteld uit liedjes van The Clash, James Brown en Sonic Youth om vervolgens voor een uitverkochte zaal in Northampton hun nieuwe show ten gehore te brengen.

Over de hele wereld verovert Young@Heart de harten van de mensen. Ze traden al op in delen van Europa en voor vorsten. Binnenkort komen ze naar Nederland. Drie voorstellingen staan gepland in de Rotterdamse Schouwburg, 18, 19 en 20 september 2009.

Accessoires Femmes, Paris 1940-1944

Foto: Rue de Rivoli, 1944. Mémorial Leclerc-Musée Jean Moulin, coll. Gandner. Was gisteren het onderwerp de Duitse vlag met hakenkruis, vandaag tref je deze vlag aan op bovenstaande foto. We blijven dus nog een dag bij de Tweede Wereldoorlog en komen aan bij Musée Jean Moulin in Parijs. In dit museum loopt tot en met 15 november 2009 de expositie Accessoires et object, témoignages de vies de femmes à Paris 1940-1944.

De vitrines in het Musée Jean Moulin, een klein museum ter nagedachtenis aan de oorlogsjaren in de Franse hoofdstad, zijn voornamelijk gevuld met hoeden, schoenen, sjaals en tassen. Meer dan 300 objecten zijn bijeengebracht door het Parijse modemuseum Galliéra.

De Parijse dames die in 1940 te maken kregen met rantsoeneringen en de avondklok, waren echter wat kleding betreft al behoorlijk verwend, lees ik in de Volkskrant. Hun gevoel voor stijl was het laatste dat ze wilden laten varen toen het dagelijks leven moeilijker werd. Is er weinig materiaal voorhanden dan wordt men creatief. Geen leer voor schoenen? Dan schoenen van raffia met sleehakken van hout. Geen echte textiel? Dan viscose. Zo waren er tassen van geperst krantenpapier of oude autobanden.

Foto: Duvelleroy,tas van kasjmier en leer, 1942. S. Piera / Galliera / Roger-Viollet.

De expositie kan niet beschuldigd worden van oppervlakkigheid, lees ik in de Volkskrant. Elke vitrine is voorzien van informatie over de Duitse bezetting en de algemene voortgang van de oorlog. En het gaat ook over de Jodenvervolging. Een film en documentaire laat het leven van de succesvolle ‘modiste’ Fanny Berger zien. Zij moest haar zaak sluiten, haar oude naam weer aannemen, alvorens ze uiteindelijk als Odette Bernstein in Auschwitz werd vermoord.
Een expositie die de moeite waard is om te bezoeken als je deze zomer of herfst in Parijs komt. Je hebt de tijd tot en met 15 november.

Bron: de Volkskrant

Dunand, paarse sandalen met houten zolen, 1941. E. Emo et S. Piera / Galliera / Roger-Viollet.

Jeanne Lanvin, tulband van stro genaaid op organza, 1942-1943.

Vlisco tijdens de oorlogsjaren

Over het Helmondse bedrijf Vlisco, dat stoffen bedrukt voor de Afrikaanse markt, is op mijn blog al diverse keren gesproken. In Handwerken zonder Grenzen nummer 130 (april-mei 2005), schrijf ik over de grote partijen rode zakdoeken die Van Vlissingen (Vlisco) stuurde naar kamp Vught. De rode zakdoek mag niet als hoofddoek dienen. Al snel hebben de vrouwen een ander doel voor de rode zakdoek: laat je vrienden en vriendinnen uit het kamp hun naam met potlood op de zakdoek schrijven en borduur zelf zorgvuldig over deze lijnen. De zakdoek dragen de vrouwen altijd bij zich. Het symboliseert een verbondenheid met elkaar.
Reden om vandaag opnieuw aandacht te besteden aan Vlisco is het artikel Oorlogsverleden van Vlisco door Peter van Vlerken dat ik las in het Eindhovens Dagblad.

Jan en Piet Fentener van Vlissingen doen er alles aan om hun bedrijf gaande te houden en zo veel mogelijk personeel in dienst te houden. Gedeeltelijk illegale voorraden textiel worden gebruikt voor wasdrukproeven om na de oorlog weer vooruit te kunnen. Kostbare koperen drukwalsen worden voor de zekerheid ingemetseld omdat zij dreigen ingeleverd te moeten worden bij de Duitsers. Arbeiders ontvangen in de eerste oorlogsjaren een extra kerstuitkering en meer kinderbijslag. Jan Slaats van de bedrijfskeuken verstrekt vis aan de hongerige mensen. Om in de winter thuis de kachel brandende te houden worden porties turf verstrekt.
In 1943 laat de gezondheidstoestand van de arbeiders te wensen over en Jan Fentener van Vlissingen besluit clandestien 35 vette varkens te slachten voor zijn mensen.

Het meest spectaculaire in de oorlogsgeschiedenis van Van Vlissingen is het turfstekersproject, lees ik in het Eindhovens Dagblad. Omdat steenkool schaars is, en de fabriek toch wil doordraaien, wordt besloten op grote schaal turf te winnen in Helenaveen. Daarvoor worden veel meer arbeiders ingezet dan nodig is. Zo blijft velen de Arbeitseinsatz in Duitsland bespaard.

Allemaal goede daden van Van Vlissingen tijdens de periode 1940-1945, maar sinds vorige week is er een minder fraaie kant van het bedrijf toegevoegd aan de geschiedenis van Vlisco: het bedrukken van oorlogsvlaggen en mouwbanden met het hakenkruis voor de Duitsers. Het bewijs van de vlaggen heeft Dirk Gruijters in zijn bezit. Hij heeft voor zeshonderd dollar via internet een exemplaar op de kop getikt.

Jan Herman Fentener van Vlissingen, zoon van Piet, zegt niet te weten dat er in oorlogstijd Duitse oorlogsvlaggen en mouwbanden zijn vervaardigd. Wel weet hij dat vlaggen indertijd deel uitmaakten van het assortiment.

Zeker is dat in het Vlisco-museum een hele stapel mouwbanden met hakenkruis aanwezig is geweest. ‘Ik heb ze in handen gehad’, zegt een van de (oud-) medewerkers. Waar de mouwbanden zijn gebleven is een raadsel.

Veel bedrijven werden in de oorlog gedwongen voor de Duitsers te werken. Anders wordt het wanneer Nederlandse bedrijven actief orders verwierven van de nazi’s. Dan was er sprake van collaboratie. In het standaardwerk Noodzakelijk kwaad van Jogli Meihuizen over collaboratie van het bedrijfsleven in oorlogstijd, wordt Van Vlissingen nergens genoemd.

Uitverkoop bij Jan Jansen

Bezoek je de expositie Jan Jansen en Swip Stolk – twee meesterontwerpers in Nijmegen, dan is het een kleine moeite om naar de Houtstraat te lopen waar de winkel van Jan Jansen te vinden is. Het zou toch zomaar kunnen gebeuren dat je tegen een prachtig paar schoenen aanloopt! En als het de tijd van de uitverkoop is, kan het extra leuk zijn!

Kleurrijke zomerschoenen sieren de etalage. Je ziet modellen die altijd terug blijven komen bij Jan Jansen. Koop je nu een paar schoenen van deze ontwerper, dan misstaan ze over tien jaar nog niet. Of dat ook opgaat voor de schoenen die ik kocht, zal de tijd uitwijzen.

Ik ging voor de meest eenvoudige schoen, tevens het laatste paar van dit model. Diverse keren heb ik ze al gedragen. Ze lopen goed, zitten goed aan de voet, en ik groei een paar centimeter! De volgende uitverkoop weer naar Nijmegen?

Pronkjournaal XIII

Vandaag komt de pronkkist van Gerrie aan bod. Elma geeft uitleg.

PRONKKIST VOOR ROL

Gerrie liet vol trots haar pronkrol in wording aan haar zuster en zwager zien. Prachtig, zei Jenny, hoe bewaar je die rol nu, zei Jan. Hennie heeft de rol in een kistje. (het rode kistje) Jan bood meteen aan om voor Gerrie ook een kistje te maken. Inmiddels ligt de rol al in het kistje. 5 meter zit er op geregen en de rest van de lapjes is in bewerking.

Jan is uitleg komen geven hoe het kistje ontworpen en gemaakt is. De 10 meter groene rol werd om een bezemsteel gerold om de maat te bepalen. De rol werd 16 cm dik, dat was de maat waar Jan mee aan de slag ging. Als rustend aannemer tekende hij een bestek om de maten te bepalen. Nadat de maten bekend waren werd de tekening van de motieven vergroot tot het juiste formaat. Voorkant, achterkant, zijkanten en deksel werden met houtsnijwerk versierd. De plankjes lindehout werden op de juiste maat gezaagd.

De tekeningen worden met een stevig behangerslijm op het hout geplakt. Dan kan het snijwerk beginnen. Er wordt gewerkt met een Stanleymes en zo worden alle delen volgens patroon uitgesneden.



De resten van het papier worden er afgeschuurd en de plankjes worden eenmaal gelakt. Alle delen worden in verstek gezaagd en het kistje wordt in elkaar gezet. Dan wordt het geheel doorgezaagd zodat de deksel precies past. Binnenin wordt groen fluweel geplakt en de rollen worden geplaatst waar de stof om zit en overheen loopt. De slinger kan in het kistje opgeborgen worden als hij gesloten is, een houten dopje dekt het gat dan weer af. Na steeds weer licht te schuren wordt het kistje in totaal zesmaal gelakt. Je raakt niet uitgekeken op dit kistje.





Als het kistje open gaat is er ook heel wat te pronken.

De rol komt uit het kistje. Het geborduurde hart is een patroon van Just Nan.

Een geklost kantje in combinatie met borduren. Dit patroon komt uit de map DE LINNENKAST. Eeuwenoude kanten uit Noord-Nederland uitgegeven door de OIDFA.

Een borduurpatroon van à mon ami Pierre JARDIN D‘AMAP wat Gerrie als souvenir meebracht van een vakantie. De lap was te lang voor de pronkrol en werd in twee delen geborduurd en samengevoegd met een Milanees geklost kantje.

Het kistje is gesloten. 5 meter zit al op de groene voering geregen. Tussen twee lapjes zit een 4 cm breed donkergroen satijnlint waar de gekloste kantjes op worden genaaid.

Jan heeft met zijn handwerk enorm bijgedragen aan de waarde van deze pronkrol. Ook de twee kleindochters krijgen een naaidoos, één werd er al getoond en van de tweede was een gedeelte van het snijwerk al klaar.

Van Staphorst naar Marken

Van Staphorst naar Marken. Het is een afstand van slechts enkele tientallen kilometers. Toch zien we qua levensstijl een groot verschil. Als voorbeeld neem ik de klederdracht. Staphorst: sober en donker. Marken: kleurrijk met veel borduurwerk. Het is tevens een ingewikkelde dracht doordat er zoveel verschillende onderdelen gemaakt zijn voor diverse gelegenheden. De kunstenaars/ontwerpers laten zich graag inspireren door tradities. In het themanummer Interieur van Elsevier (april 2009) komt de herboren folklore aan bod. Jonge mensen poseren in de Markerdracht met een design ontwerp in hun handen.

Jacqueline Zeeman (20) in daagse dracht. In haar handen heeft zij een vaas van keramiek en eikenhout van Dick van Hoff voor Koninklijke Tichelaar Makkum gebaseerd op de traditionele emmer. Op de achtergrond geborduurd linnen Samos van Vaughan.

Wessel Zwiers (16) in daagse dracht. In zijn handen heeft hij de lamp August, een variant op de olielamp, met een ledtechnologie (traploos dimbaar) van het Zweedse duo Broberg en Ridderstråle voor Littala, bij Mek. Op de achtergrond geborduurd linnen Milas van Vaughan.

Tinie Uithuisje (21) in daagse dracht. In haar handen heeft zij een vaas van Marcel Wanders voor Moooi. Op de achtergrond stof Benvarden van Osborne & Little.

Knitting in Nature 2009 II

Alle mini-toe-up sokjes die door de Knitters in Nature gebreid zijn op dinsdag.

Kantbreien: Cursiste Marrit is bezig met het aanrijgen van de eerste serie kralen.

Proeflapje. In deze proef zijn op vier verschillende manieren kralen ‘mee-gebreid’. Wanneer je eenmaal deze technieken onder de knie hebt kun je eindeloos variëren met kralen in bijvoorbeeld ‘lace shawls’.

Miriam Tegels: ‘En wat vliegt zo’n week snel voorbij! Nu is het alweer vrijdagmiddag, veertien breisters zijn uitgezwaaid, allemaal moe maar voldaan!
Tijdens de laatste workshop hebben we de puntjes op de i gezet. Letterlijk, want we sloten af met het I-cord breien en probeerden meteen een aantal toepassingen van het I-cord waarmee het Fair-Isle project (thema van de donderdag) werd afgewerkt. Aan het andere einde van de rondgebreide Fair-Isle werd een ‘muizetandje’ gebreid. Een afwerktechniek die veelal aan zomen van truien gebruikt word. Het ‘muizetandje’ werd vastgezet met de Kitchener Stitch wat weer een mooi elastisch resultaat geeft.
Tenslotte zie je ook alle ‘mini-toe-up sokjes’ nog een keer bij elkaar. Ook deze kregen een elastische afkanting. Een aantal sokjes zijn opgevuld met lavendel en gaan dienst doen als motten verjagers in de wolkast. En op de laatste foto zie je de groep op locatie: breien, lekker eten, kletsen. Het genieten van het buitenleven vanaf het ontbijt tot aan het doven van het kampvuur ‘s avonds laat… Volgend jaar weer, dames???’







Op de website van Miriam zijn nog meer foto’s te zien van de breireis. Hier en Hier moet je kijken.