Handwerkpuzzel


Lilian vraagt zich af met wat voor handwerktechniek het afgebeelde werk is gemaakt. Het doet haar sterk denken aan de wagendekjes die je in de jaren zeventig wel op de kinderwagens zag, van die wollen ruiten, waarvan de helft van de draden was doorgeknipt en dan had je van die pompoenen. In de stijl van dit werk.

Mokkatanten


Ken je de Mokkatanten al? Nee, kijk dan eens op hun website. De naam Mokkatanten (Oudere tantes die graag taart eten bij een kopje koffie?) maakte mij al nieuwsgierig. Ik zal niet teveel verraden, maar ik wil je wel zeggen dat ik het tafelkleed Osterkaffeeklatsch helemaal te gek vind.

MaMaas poppenkast

Anderhalf jaar geleden richtte Margo Oehlen MaMaas poppenkast op omdat zij een bijdrage wil leveren aan een betere samenleving. Margo Oehlen: ‘Nederland is een land waarin steeds meer mensen met verschillende culturele achtergronden en religies wonen en werken. Het is in de loop der jaren een multiculturele samenleving geworden, al kan van “samenleven” niet altijd sprake zijn. Want diverse bevolkingsgroepen leven in veel opzichten naast elkaar. Veel Nederlanders van Turkse en Marokkaanse komaf missen aansluiting in de maatschappij. En veel autochtone Nederlanders maken zich bezorgd over de invloed van de islam op hun moderne en open, op christelijke waarden gebaseerde, democratie. Deze angst en isolement kunnen worden weggenomen door mensen bij elkaar te brengen. Door te werken aan integratie. Om integratie te bereiken kun je het best beginnen bij moeders. Moeders, waar ook ter wereld, hebben één ding gemeen: zij staan aan de basis van de samenleving.’

Op dinsdagmiddag (met uitzondering van de schoolvakanties) komen jonge en oudere moeders – Turkse, Marokkaanse, Chinese, Nederlandse etc. – samen in de Witte Kerk. Ze praten, lachen en drinken veel koffie en thee. Ondertussen creëren zij prachtige handpoppen, gebruikmakend van ballonnen, oude kranten, behangplak, stofjes, wol, naald en draad. De voertaal is Nederlands zodat de buitenlandse vrouwen hun Nederlands kunnen verbeteren. De groep bestaat op dit moment uit circa 18 vrouwen.

Samen werken de mama’s van MaMaas poppenkast aan het tot stand brengen van een poppenspel waarin normen en waarden een belangrijke rol spelen. In dit spel wordt speciaal aandacht besteed aan het herkennen, benoemen en hanteren van gevoelens zoals angst, boosheid, verdriet en gelukkig zijn. Regelmatig wordt het poppenspel op basisscholen gepresenteerd aan de kleuters van groep 1 en 2. De groep beschikt inmiddels over acht verhalen en de daarbij behorende poppen. Bij elk verhaal hoort een kleurplaat die de kinderen na afloop meekrijgen. Bedoeling is dat er nog veel meer verhalen, poppen en kleurplaten bijkomen. In die verhalen zullen ook verschillen in gebruiken een grotere rol gaan spelen. Voor het verhaal Puck gaat naar school is al een Nederlandse bewerking gemaakt van het bekende Marokkaanse schoolliedje Madrasti’l hilwa (Mijn zoete school). In de toekomst hoopt Margo Oehlen de verhalen ook te kunnen bespreken met de kinderen.

MaMaas poppenkast richt zich dus op de wortels van de samenleving – moeders – in haar streven op een prettige manier te komen tot integratie, emancipatie en betere – voor iedereen leefbare – samenleving.

Wil je meer informatie over MaMaas poppenkast stuur dan een e-mail naar mij via het mailformulier dat linksboven op mijn blog te vinden is.

Tilleke Schwarz in Galerie help u zelven

Vanmiddag vond de opening plaats van de expositie Een fraai gezicht in Galerie help u zelven. De galerie verenigt zes kunstenaars die tot en met 16 augustus 2009 exposeren. De menselijke figuur met in het bijzonder het gezicht en delen daarvan belichten zij in tekeningen, zeefdrukken, textiel en keramiek. De expositie vormt een tweeluik met ‘blinde wereld’ die tegelijkertijd te zien is in de nabij gelegen expositieruimte Tricot in Winterswijk.

Gijs Huigen verraste in 2008 bij zijn afstuderen met een zwarte gids: een boekwerkje van 144 pagina’s met daarin 100 portretten van beunhazen zoals hij ze liefdevol noemt. Het zijn bewoners uit een achterstandswijk die hij portretteerde en die zich aanbieden met hun specifieke diensten, zoals Annie voor het borduurwerk, Leijda voor het poetsen, Theo voor het stucwerk, Andries voor de legerdump. Een wonderlijke wereld, maar zo herkenbaar en door Gijs met veel bezieling en liefde getekend als ode aan de beunhazen. Op de expositie zijn grote zeefdrukken te zien van een aantal personen uit de zwarte gids.

Roel Endendijk maakt eveneens portretten van minutieus naast elkaar gelegde woldraden. Dik, dun, zelf gesponnen en in twee woltinten uitgevoerd. Een eigen ontwikkelde techniek die verwantschap vertoont met oude Mexicaanse technieken. Hij vormt van de wol korte en lange draden, maakt bochten, zodat structuur en diepte ontstaat. Voor zijn inspiratiebron gebruikt hij oude foto’s uit de twintiger en dertiger jaren van de vorige eeuw. Melancholieke en sobere portretten van personen die de wereld over zich heen laten komen. Zoals Roel zelf zegt: ‘Ze bespringen me en vragen om “gewold” te worden. Ik maak ze zacht en aaibaar.’

Helmie van de Riet is al jaren gefascineerd door het menselijk lichaam. In collages, installaties en objecten heeft ze al vele malen het grote wonder van het lichaam doorvorst. Gebruikmakend van textiel, hout, papier en kunststoffen, tovert ze monumentale werelden van tranen, eierstokken, bloed en zenuwbanen. Sterk vergrote werelden, waarin haar fascinaties voor lichaamsprocessen zichtbaar wordt en die ze met de nodige humor verbeeldt. Waren haar werken aanvankelijk bescheidener en specifieker op het vrouwelijke gericht, thans worden de processen algemener, al blijft ze zich bedienen van zeer vrouwelijke handwerktechnieken. Op de expositie zijn gigantische hersenen van papier te zien.

Tilleke Schwarz blijft borduren. Al 20 jaar maakt ze borduurtekeningen. Een ogenschijnlijke chaos van kleine onderdelen die intuïtief tot stand komt. Onderwerpen die dicht bij haar zelf staan, zijn haar beesten, huis, familie. De verwondering over de ‘gekke’ buitenwereld zet ze om in beelden waarvan zij uitsluitend de herkomst weet. De betekenissen staan los van elkaar en reageren op elkaar. Naast deze vrijheid neemt ze ook de vrijheid om andere materialen in haar borduurwerk te gebruiken waardoor het nog veel meer het traditionele borduurwerk ontstijgt. Haar eigen hersenscan gebruikt ze als uitgangspunt voor een nieuw borduurwerk (het werk Re do). Naast borduurwerk zijn er ook tekeningen te zien.

Van Tilleke Schwarz is het borduurwerk In memoriam, Rood en Re do te zien.

Rood 1988
Tilleke: ‘Een reis naar Egypte was de aanleiding voor deze rode lap uit 1988 met een onderstroom van traditionele motieven uit Centraal-Azië (pauwen en kamelen). Verder vetplanten, een kat en dagboeknotities. Het vele portrettekenen in die tijd heeft voor het eerst effect op een werkstuk.
Materiaal en techniek: Basismateriaal is geverfde neteldoek op geverfd linnen. Door met verschillende garens op niet aftelbare stof te werken ontstaan kleine verschillen tussen de geborduurde motieven. Belangrijkste borduurtechnieken zijn kruissteken en draad opnaaien met diverse soorten garen.’

Re do 2004
Tilleke: ‘Re do betekent iets opnieuw doen of gebruiken. Het verwijst naar het opnieuw gebruiken van oude dessins en restjes oud materiaal. Re do is een tamelijk persoonlijk werk en refereert aan een lichte beroerte die ik in juni 2004 kreeg. De tekst bovenin gaat over beroertes. Het hoofd is een geborduurde weergave van mijn hoofd op een CT-scan. Het werk herinnert ook aan de dood van onze oude kat. Je kunt de kat zien, die op weg is naar de hemel en wordt begeleid door engeltjes. De engeltjes, die de kat begeleiden zijn verschillend van grootte, één is geborduurd voor de beroerte en de andere kort erna. Ik ben gelukkig goed hersteld. Rechtsonder in het werk is een vijver te zien met twee kikkers. Rechts zijn teddyberen afgebeeld.’





Saskia Jetten. Wie ben ik, wie ben jij, wie zijn wij? Het vormt al jaren het thema in het werk van Saskia Jetten. Wanneer ben ik het zelf en wanneer draag ik mijn masker? Dit gegeven komt tot uitdrukking in haar grote portretten, haar zeefdrukken en litho’s. Het zijn vaak hoofden waarbij de ogen neus en mond uitgelicht worden. Clowneske figuren, sober maar met de nodige humor getekend. In deze licht surrealistische sfeer ontstaan er verfijnde en poëtische tekeningen. Sommige van haar portretten zijn uitgebeeld op grote schalen. Andere tekeningen zijn uitgevoerd als textielprint en door haar draagkunst genoemd.

Ines de Booij. Eveneens op schalen afgebeeld zijn de tekeningen van Ines de Booij. Aanvankelijk werkend als keramiste verlegde ze haar terrein naar schilderijtjes, tekeningen en sieraden. In een spel van vlakken, vormen en figuren ontstaan haar intuïtieve tekeningen die een zelfstandig leven leiden maar ook gebruikt worden op haar keramische werk. In de liefdevolle kleine portretjes zweven de figuren in de ruimte op de grens van realisme en abstractie. Naast de tekeningen brengt Ines een nieuwe collectie schalen met de voor haar bekende zwevers.

Renate Volleberg


De borduurwerken uit oma’s tijd zijn op dit moment zeer geliefd. Heel mooi want hierdoor belanden ze niet in de vuilnisbak. De borduurwerken worden in zijn geheel of gedeeltelijk verwerkt in nieuwe ontwerpen, zoals in tassen, stoelen en Happy Mealtasjes. Nu ontdekte ik op de site van Renate Volleberg dat zij deze oude borduurwerken verwerkt in laarsjes.

Renate Volleberg is ruim 20 jaar schoenenontwerper. In 1987 studeerde zij af aan de Academie voor Beeldende Kunst en Vormgeving Arnhem. Naast haar beroep van kunstenaar en freelance ontwerper, is zij als docent ruimtelijke vormgeving verbonden aan de academies in Utrecht en Arnhem. In 2007 verscheen een publicatie met haar mooiste ontwerpen.

Doorstart Oilily


Op 3 april 2009 las je in deze log verontrustende berichten over Oilily. Terecht. Op 6 april 2009 werd door de rechtbank van Amsterdam het faillissement uitgesproken over de Oilily winkels, net als over Oilily Holding B.V., Oilily Sourcing B.V. en Oilily B.V. Op 1 mei 2009 werd bekend dat de oprichters Willem en Marieke Olsthoorn het merk en de merkactiviteiten hebben gekocht. Drie van hun vier kinderen zijn druk bezig met de vorming van een nieuw bedrijf rond het merk Oilily. Geert Olsthoorn, krijgt de zakelijke leiding. De jongste zus Sophie zal de meer interne taken op zich gaan nemen. Haar echtgenoot Gijs de Kogel zal de marketing en communicatie van het merk voor zijn rekening nemen.
Dochter Brecht Olsthoorn is momenteel als oprichter/designer verbonden aan het kindermodemerk Room Seven. Mogelijk zal zij, naast haar werk bij Room Seven, ook als designer bij Oilily aantreden.

Bij dit heugelijke nieuws hoort een bloemetje, en wel van Oilily. Op de foto is een detail van een T-shirt te zien, gedragen door Eline toen ze maat 164 had.
Eline droeg dit T-shirt toen zij een bezoek bracht aan de oogarts (Italiaan). Hij vond het een prachtige afbeelding, het deed hem aan Italië denken.

Ik ben Nina, ik kom uit Java

Hilda plaatste op 10 april 2009 bij de log over de schaapherder een reactie waarin zij vroeg naar de tekst van het liedje Ik ben Nina, ik kom uit Java. Els kent het liedje en het dansje dat hierbij werd gedaan. Hier komt de tekst van Els:

Ik ben Nina, ik kom uit Java.

Mijn kleine Nonnie uit Soerabaja.

Mijn pappie woont daar in Kantjoe Kantjoe

en tegen moeder zeggen wij abajoe

ajoe, ajoe, ajoe

Wie gaat er mee naar Java toe

ajoe, ajoe, wie gaat er mee naar Java toe?

En dan vroeg je een meisje die met je mee wilde doen. Zo werd de rij naast elkaar steeds langer.

Met bovenstaande tekst is het liedje niet af. Greet Drenth kan ons uit de brand helpen.

Ik ben Nina, ik kom uit Java.

Mijn kleine Nonnie uit Soerabaja.

Mijn pappie woont daar in Kantjoe Kantjoe

en tegen moeder zeggen wij abajoe

ajoe, ajoe, ajoe

Wie gaat er mee naar Java toe?

ajoe, ajoe, wie gaat er mee naar Java toe?

ajoe

Daar komt al het leger door de straat marcheren.

En moeten de meisjes vele dingen leren.

Voorwaarts, zijwaarts, achterwaarts, hoog die benen.

Hoog die benen.

Knielen.

Ik ben een arme stakker.

Ik moet gehoorzaam zijn.

En als ik niet gehoorzaam.

Dan kies ik Jou erbij.

Herderstas

Wat kun je vertellen over een herderstas? Ik begon bij Van Dale. Herderstas: tas van een herder; dat had ik zelf ook kunnen bedenken. Vervolg: Herderstasje: een kruisbloemig plantengeslacht, inz. het gewone herderstasje met tasvormige bloempjes, tasjeskruid (Capsella bursa pastoris). Op naar het Hall’s Iconografisch handboek. Hier kwam ik het woord herderstas zelfs niet tegen. Blijkbaar geen belangrijk attribuut voor de herder. De herdersstaf neemt een belangrijke plaats in. Deze weg leverde niet veel op. Zou Google mij informatie kunnen bieden? Jazeker! Ik tikte het woord herderstas in en kwam terecht bij AnneTanne. Zij schrijft hoe het herderstasje aan haar naam komt: ‘De driehoekige hauwtjes van het plantje lijken heel erg op de tas waarin een herder zijn spulletjes met zich meedroeg. En die tas lijkt wel een heel erg universeel model te zijn geweest, want naast het Nederlandse herderstasje en het Engelse Shepherd’s purse, zijn er het Duitse Hirtentäschelkraut en het Franse capselle bourse-à-pasteur of gewoon bourse-à-pasteur. En inderdaad, ook het “bursa-pastoris” in de botanische naam is letterlijk “tas van de herder”. In “Capsella” herken je “capsule”, en inderdaad betekent het iets als omhulseltje, doosje.’
Dan vraagt AnneTanne zich af hoe zij zich de driehoekige tas moet voorstellen. Zij kreeg eens een reproductie van het schilderij De blauwe huik van Pieter Breughel onder ogen en daar zijn voorbeelden van de driehoekige herderstas op te zien.

Op dit detail zie je dat de man links en rechts een driehoekige tas om hun middel dragen. De spreekwoorden zijn op de site van literatuurgeschiedenis te vinden.

Je vraagt je misschien af waarom ik op zoek ging naar gegevens over de herderstas. De aanleiding was de prachtige geborduurde herderstas van Maria uit Sardinië.

De herders dragen deze tas gevuld met spulletjes over hun schouder.

De motieven op de tas zijn niet geborduurd op de stof, daarvoor is het te regelmatig, maar gebrocheerd; dat wil zeggen plaatselijk ingelegd tijdens het weven. Met een selectielatje wordt het patroon opgenomen, plaatselijk een bonte inslag ingelegd en dan wordt er weer een inslagdraad in de grondkleur – wit – geweven. Geen schapen, maar man en vrouw op hun paard, op weg naar hun kudde schapen!?

Een vergelijkbaar motief afkomstig uit Folk Art of Europe met de volgende verklaring: Section of a small rug, early 19th century. Pabillones, S. Sardinia.

Vandaag de dag heeft de schaapherder een eigentijdse tas bij zich. Kijk hier maar eens!

Beeld bij de hand


Zit je als docent tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving of CKV verlegen om inspiratie, dan biedt het digitale vakblad Beeld bij de hand uitkomst. Het blad is zijn 36e jaargang ingegaan, terwijl ik pas onlangs, op de Textiel Plus-dag, kennis maakte met dit veelzijdige blad. Het digitale vakblad verschijnt vier keer per jaar in themanummers. In elk nummer staan 30 tot 35 lessen en lesideeën. Wil je slechts enkele lessen uit een nummer dan is het mogelijk om deze los te bestellen.

Volendam

Aty, de moeder van Maria, is bezig met deze Volendammer merklap. Het is een familiemerklap. Zoals je ziet is de lap nog niet helemaal klaar, de hulpdraadjes zitten er nog in. Atie borduurt met DMC nummer 535, een mooie warme tint grijs.

De driemaster met volle zeilen, acht mannen, vijf vlaggen, scheepslantaarn en zes meeuwen komt van een merklap uit 1784. Het patroon is te vinden in het boek: Merklapmotieven van Albarta Meulenbelt-Nieuwburg. De patronen van de randen komen van Kunst en Vliegwerk.