De zwaan

Deze magnifieke foto’s zijn gemaakt door Henk Hoogstraten. Je vindt hem vaak met zijn camera in de omgeving van Papendrecht. Henk is een echte dierenliefhebber en zet ze graag op de foto, en niet onverdienstelijk zoals je kunt zien.

Obie Oberholzer

Toeval zullen we maar zeggen. Gisterochtend zat ik in de kerk voor de uitvaartdienst van Fien die op 8 januari overleed op 98-jarige leeftijd en vanmiddag was ik aanwezig bij de opening van de expositie Met de neus omhoeëg in het Limburgs Museum.

Obie Oberholzer is geïnspireerd door begraafplaatsen. Waar hij ook komt voor zijn werk of voor zijn plezier, altijd neemt hij de tijd deze bijzondere plaatsen te bezoeken. In Limburg fotografeerde hij bijzondere graven en het resultaat is voor het eerst in een fototentoonstelling te zien in het Limburgs Museum. Medio maart verschijnt het fotoboek Met de neus omhoeëg – Limburgse begraafplaatsen gefotografeerd door Obie Oberholzer. De expositie is te zien tot en met 18 april 2010.

‘Als niet door de energie van mijn vader fabrieken in Maastricht waren opgericht, dan zou men eens zien wat een armzalig plaatsje Maastricht zou wezen’, aldus Eugène Regout, een van de zonen van Petrus Regout (1801-1878) in 1887.
Als Petrus Regout in 1878 op zijn landgoed Vaeshartelt overlijdt, laat hij Maastricht en zijn erfgenamen een groots imperium na. Liefst 70 gebouwen telt zijn industrieel complex waar meer dan 2500 arbeiders werken. Hij bezit 9,7 ha van de Maastrichtse binnenstad. Van zijn vermogen van bijna drie miljoen gulden is 2,5 miljoen geïnvesteerd in zijn bedrijven.

Foto: Nis waar Petrus Regout ligt begraven. Hierop staat te lezen dat hij stichter en eigenaar van de grafkelder is.

Door velen wordt Pierre Cuypers gezien als de aartsvader van de moderne Nederlandse architectuur. Zelden is een Nederlandse architect bepalender geweest voor het beeld van zijn tijd dan de Roermondse architect Pierre Cuypers (1827-1921). Hij realiseert het Rijksmuseum en het Centraal Station in Amsterdam. Daarnaast ook vele katholieke kerkgebouwen met hun neogotische torens. Pierre Cuypers ligt begraven op het Oude Kerkhof te Roermond.

Kunstwerk van Reinier Kurpershoek met als titel Op zijn plaats. Het betreft een collectief grafmonument. Hij vervaardigde honderd eenvoudige kruisen, beeld voor geloof en liefde. Het ‘hoofd’ van het kruis is geknakt en het bovendeel van het kruis blijft hangen aan betonijzer. Het betonijzer is duidelijk zichtbaar en staat symbool voor de levenskanalen die de mens vormt in zijn ‘zijn’. Aders die te open stonden, de mens kwetsbaar maakten, en de ziel verwarden. Patiënten die het hoofd niet meer konden heffen en, in trots gekrenkt, verslagen ten onder zijn gegaan.

Met deze installatie wil Reinier Kurpershoek een collectieve herinneringsplek scheppen waarin alle overleden, naamloze psychiatrische patiënten van het Vincent van Gogh Instituut hun identiteit terugkrijgen. De bewoners van het instituut werden toentertijd anoniem begraven op de begraafplaats, verscholen ver achteraan op het Annaterrein. Hij geeft ze een symbolische herbegrafenis.

Toon Hermans (1916-2000) werd begraven op de Algemene Begraafplaats te Sittard. Hij wilde in stilte in Sittard worden begraven, waar hij in 1916 werd geboren en waar zijn in 1990 overleden vrouw Rietje was begraven. Vrolijk zijn, op hem proosten, en vooral geen traan laten. Zo zou Toon willen dat we hem gedenken. Wit en rood waren de kleuren tijdens de begrafenis. Wit, de kleur van licht en hoop, en rood, de kleur van de liefde.

Toon Hermans schreef het volgende gedicht over de dood:

Dood

‘k Heb voor de dood al meer
dan eens
een lief gedicht geschreven
ik neem hem wel eens op m’n
schoot
hij hoort zo bij het leven

ik weet hoe bang ik was als kind
wat heb ik ‘m geknepen
hij was m’n vijand, nu mijn
vrind
nu heb ik hem begrepen

hij heeft mij zijn geheimen
verteld
en zo ben ik m’n angst
ontgroeid
voor mij is hij een open veld
waar hemelhoog het voorjaar
bloeit

Dit jaar organiseert Museum Het Domein in Sittard een expositie over Toon Hermans. Typisch Toon is te zien van 25 april tot en met 26 september 2010.

Holy stitch

Holy stitch krijgt een vervolg, en wel op 12 en 13 februari 2010. Het is een tweedaagse craftymarkt voor zowel professionals als beginners. De lokatie is uniek. In de Friese hoofdstad dient een van de cellenblokken van de voormalige gevangenis de Blokhuispoort als ludiek portaal voor de creatievelingen, en krijg je als bizar extraatje je eigen cel waarin je twee dagen lang je winkeltje neer mag zetten! Op dit moment zijn er nog plaatsen vrij voor deelnemers. Je kunt contact opnemen met Naomi Klees,
e-mail: chibi_noni@hotmail.com
Voor bezoekers is de toegang gratis. Op vrijdag 12 februari is de craftymarkt geopend van 11.00 tot 20.00 uur en op zaterdag 13 februari van 10.00 tot 18.00 uur.

Vakantie in eigen land

De vakantiebeurs is vandaag van start gegaan. De meest verre exotische oorden worden gepresenteerd. Flow zoekt het dichter bij huis en laat de charme van onze ‘durpen’ zien, alhoewel we de klederdracht nog slechts mondjesmaat aantreffen in Marken, Staphorst en Spakenburg. Marken en Spakenburg heb ik al meerdere keren bezocht, en Staphorst wil maar niet lukken.

Het magazine Flow won onlangs terecht de Mercur Lancering van het jaar. De jury noemde Flow absoluut vernieuwend en origineel! En terecht. Op dit filmpje kun je zien hoe het achter de schermen eraan toe gaat bij Flow. De prachtige knipsels zijn van Geertje Aalders.

Over vier weken dé Elfstedentocht…

Zolang het blijft vriezen wordt er elke dag gepraat over hoe groot de kans is dat we dit jaar een Elfstedentocht krijgen. Volgens de deskundigen zit dé tocht der tochten er voorlopig niet in. De sneeuw is de boosdoener. De weerman -vrouw geeft voor de komende dagen lichte dooi aan en daarna is de kans groot dat er een nieuwe vorstperiode aankomt. Wie niet naar de weersvoorspellingen hoeft te luisteren is Anny. Zij kan het weer beter voorspellen dan welke weerman -vrouw ook, lees ik in Dagblad De Limburger. De vraag is hoe? Gewoon, door in de koffie te kijken. ‘Ik kan in de koffie zien welk weer het wordt. Door gemalen koffie in een bus flink heen en weer te schudden, ontstaan spontaan klonters en aan de stevigheid van die klonters zie ik welke kant het met het weer opgaat. Dikke stevige klonters, dan houdt het huidige weertype aan, zachte, brokkelige klonters, dan krijgen we ander weer’, zegt Anny. Ze heeft het van oma geleerd. Haar voorspelling is niet voor morgen of overmorgen, maar ook voor de komende weken of maanden. ‘Daarom weet ik nu al zeker dat we over een week of vier een Elfstedentocht krijgen. De komende weken wordt het namelijk ijskoud en er komt veel sneeuw. Maar dat heeft ook een schaduwkant. Het weer is half februari zo slecht, dat er geen carnavalsoptochten kunnen trekken. Nee, daar ben ik heel zeker van’, vertelt Anny. ‘Ik ben er achter gekomen dat het altijd klopt wat zij zegt. Wát je er ook van vindt’, zegt haar partner Piet.

Haal de gebreide schaatsmuts maar alvast uit de kast, vergeet de sjaal, wanten en warme sokken niet en zorg dat je er helemaal klaar voor bent. Lezers van Dagblad de Limburger en Limburgs Dagblad kunnen zich nu alvast aanmelden voor een busretour naar het Hoge Noorden.

Foto: raambiljet van schaatsenfabriek E. Vonk te Oudesloot, 1950-1975. Collectie Fries Scheepvaartmuseum.

Handwerkende vrouw bij een wieg

De mannen kunnen er niet meer om heen. Vrouwen hebben echt meer gevoel voor het fijne werk zoals borduren. Vrouwen kunnen meer voelen met hun vingertoppen omdat ze kleinere handen hebben dan mannen. Canadese onderzoekers stellen dat kleine vingers relatief meer aanrakingsgevoelige receptoren op de vingertoppen hebben. Met zulke handen is iemand meer geschikt voor fijn werk.

Foto: Handwerkende vrouw bij een wieg van Gerard ter Borch (1617-1681). Het is niet warm in de kamer. De vrouw heeft haar muiltjes uitgedaan en warmt haar voeten wellicht op een stoof die zich onder haar rok bevindt. Ze draagt een ‘wollen’ rok met schort waar ze haar naaikussen op heeft gelegd. De cape met bontrand duidt er eveneens op dat het koud is. Haar hoofd heeft ze bedekt met een fraaie hoofddoek.

Gerard ter Borch schilderde de Handwerkende vrouw bij een wieg omstreeks 1656. In 2004 werd het schilderij door de heer J. Nienhuys aan het Mauritshuis gelegateerd. Na een uitvoerige restauratie is het nu voor het publiek te zien in zaal 14.

Marokko

Voor mijn eerste kennismaking met Thera ga ik terug naar de zomer van 1999. Ik organiseerde een open dag voor de vereniging Merkwaardig, en Thera was er bij. Stilletjes hoorde zij alle verhalen aan. Maar aan het einde van de zonnige middag raakte ik aan de praat met haar. Honderduit vertelde ze, het ene reisverhaal nog mooier dan het andere. We zijn tien jaar verder en Thera maakt elk jaar minstens één textielreis. Ondertussen heeft zij een schitterende collectie etnografisch textiel opgebouwd, die ik bij een open dag al eens mocht bewonderen. In het april-meinummer 2009 van Handwerken zonder Grenzen staat een interview met Thera.

In oktober 2009 was Thera in Marokko en ik vind het geweldig dat zij enig handwerk, dat zij daar zag met ons wil delen!

Thera: ‘Toen ik op jouw weblog het idee zag van Elma’s “pronkboek”, dacht ik meteen terug aan de reis die ik in oktober jongstleden met HZG maakte. We bezochten en overnachtten bij de familie Belghazi in Sale. Op een oppervlakte van 7000 vierkante meter laat deze familie zien, wat drie generaties lang is verzameld. Als borduurster kwam ik daar gigantisch aan mijn trekken. Ongelooflijk wat daar aanwezig was. Kostuums, oude merklappen, kussens, omslagdoeken, mantels, prachtige goudgeborduurde zadels, draagstoelen, enzovoort, enzovoort. Zalen vol!
Tussen al dat moois wordt gewoon geleefd door ouders en kinderen Belghazi. De grootvader van deze familie was borduurder van beroep en zijn eerste proeven van bekwaamheid worden bewaard in een soortgelijk boek waar Elma het over had.

In Marokko wordt al eeuwenlang geborduurd. Bij speciale gelegenheden beschilderden de vrouwen hun handen en voeten met henna. Deze patronen werden later overgebracht op potterie en borduurwerk. Jonge Marokkaanse meisjes leerden borduren in speciale “workshops”. De onderwijzeres mocht het gemaakte werk, als een soort loon voor de gratis lessen houden. Draagkrachtige klanten konden dan de borduurwerken van haar kopen. Aan het begin van de 20e eeuw waren er duizenden vrouwen die borduurlessen gaven. Verschillende steden, zoals Fes, Tetouan, Rabat, Sale en Meknes hadden hun eigen stijl, technieken en kleuren. Langzamerhand kwam deze borduurtraditie op een laag pitje te staan. Tegenwoordig echter begint de interesse in borduren terug te komen. Op de Ecole des Arts et Metiers Nationaux de Tetouan worden lessen gegeven in traditionele ambachten, waaronder borduren. Ook zijn er weer verschillende borduurateliers, waar veelal in opdracht wordt geborduurd.



We bezochten ook het plaatsje Midelt, aan de voet van de Midden-Atlas. Daar bevindt zich het atelier des Soeurs Franciscaines. In dit atelier worden borduur- en weeflessen gegeven aan Berbermeisjes en vrouwen. De school is gratis voor die meisjes, waarvan de ouders geen school kunnen betalen. De volwassen vrouwen zijn of gescheiden, of alleenstaand. Er wordt gewerkt met authentieke patronen en ik zag er onder andere prachtige geborduurde tafellakens, die meestal op bestelling worden gemaakt. Kortom, borduren leeft weer in Marokko. In mijn hoofd borrelt het nu van de ideeën voor een herinneringslap. Ik heb er een gewoonte van gemaakt om van de reizen die ik maak zo’n lap te maken. Alleen nu nog de tijd ervoor!!!’



Museums Vledder

Ga jij ook zo graag naar een streekmuseum of privé-museum? Bij dit soort kleinere musea krijg je van de medewerkers (vaak vrijwilligers) vaak boeiende verhalen te horen. En Nederland telt aardig wat musea die kleinschalig zijn en zichzelf kunnen bedruipen. Daarom sponsor ik deze musea graag door er een bezoek aan te brengen. Maar wat te doen als er geen opvolger is en je bent ernstig ziek? Plaats een oproep in de krant zoals Henk (73) en Erna (59) Plenter deden. Vorige week zaterdag besteedde de Volkskrant aandacht aan Museums Vledder, een museum vol valse kunst, grafiek en glas. Aangeboden: een museum waar jaarlijks 18 duizend bezoekers komen, 1,5 ton omzet per jaar, tientallen gemotiveerde vrijwilligers, een groep van zo’n honderd begunstigers, een stichting die betrokken toezicht houdt en een aanpalende woning met zicht op beeldentuin. Plenter: ‘Rijk word je er niet van. Van verkopen uit de museumwinkel kunnen we net het onderhoud bekostigen. Het mooiste zou zijn: een echtpaar net zoals wij, met eigen pensioeninkomsten.’
‘Als we niemand kunnen vinden en er zich vervolgens een koper meldt met veel geld die hier een meubelhuis wil beginnen, dan hebben we geen keus meer, vrees ik. Dan verdwijnt de boel naar de veiling. Maar wij zullen dan niet de enigen zijn die iets zullen kwijtraken’, vertelt Henk Plenter.

Foto: Harry Cock

Een ander probleem dat zich bij musea kan voordoen is diefstal. Je herinnert je vast de kunstroof in het Westfries Museum in 2005, 23 schilderijen verdwenen waaronder topstukken, en tientallen zilveren sier- en gebruiksvoorwerpen. Het is een pijnlijke wond voor het museum. Maar toch organiseren zij vanavond De nacht van de gestolen kunst. Vijf jaar na dato is er nog steeds geen spoor gevonden van de gestolen kunst. Om te voorkomen dat de geroofde museumschatten in de vergetelheid raken organiseert het Westfries Museum vanavond ‘De nacht van de gestolen kunst’.

Lekker breien, lekker zagen

Deze week heeft Intermediair een cover die ons allen zal aanspreken. Breien, mazen en borduren zijn de technieken die toegepast zijn. De titel Lekker breien, lekker zagen, het verlangen naar een ambacht nodigt uit om het tijdschrift open te slaan.

Als eerste komt Geert Verhaag (29) aan het woord: ‘De it, ik ben er handig in, ik doe het niet met tegenzin, maar de kantooromgeving geeft me een ingesloten gevoel, met die aircolucht. Om daar vijf dagen per week in door te brengen, achter een pc ook nog – daar is het menselijk lichaam niet voor bedoeld.’ Verhaag ging een jaar lang elke donderdag naar Langbroek voor een cursus ambachtelijk meubelmaken. ‘Het feit dat ik iets tastbaars had gemaakt, ongekend voor een it’er. Dat gaf zoveel voldoening.’
Marieke Voorsluijs (31) heeft de webwinkel Club Geluk van handgemaakte spullen. Als veertienjarige ging ze ‘voor de leuk’ op naailes, en maakte als vwo-leerling haar eigen kleren. Nu geeft ze workshops en runt ze haar webwinkel.

Ik lees verder: ‘De welvaart neem toe – maar helaas ook het gevoel van vervreemding. Juist de vérgaande arbeidsdeling maakt dat hoogopgeleide kenniswerkers gierend kunnen verlangen naar een bestaan als boswachter, postbode of ijsverkoper. Het is een verlangen naar een concrete taak met een begin en een eind, waar je zelf verantwoordelijk voor bent.’

De jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw worden in het artikel aangehaald als zijnde de populaire jaren van textiele werkvormen en doe-het-zelven. Men breide, haakte en macrameede dat het een lieve lust was, niet alleen thuis, maar ook onder vergaderingen en tijdens colleges. Het was in de mode, maar waarschijnlijk heeft er nog iets anders een rol gespeeld. Er was voor het eerst een grote groep studenten van wie de ouders het geld nog met hun handen verdienden. Kinderen die hun ouderlijk nest op die manier ontstijgen, worstelen vaak met een loyaliteitsprobleem tussen het praktische milieu van herkomst en het academische boekenleven. Hoofdarbeid, het was bijna een beetje verdacht om daar je brood mee te verdienen. Breien tijdens een college relativeerde de ernst van het academisch milieu alvast enorm. Kenniswerkers die anno nu een ambachtelijke hobby hebben, doen dat niet uit schaamte voor hun luizenlevenbroodwinning – we weten inmiddels dat je ook erg moe kunt worden van hoofarbeid. Het gaat om iets anders: de behoefte aan me-time, een soort praktische vorm van meditatie.

Eén ding weet SCP-onderzoeker Andries van den Broek zeker: ‘Hoe hoger opgeleid, hoe interessanter de vrijetijdsbesteding. Dat kun je als compensatie zien voor een gemis in het werk. Maar evengoed als een andere uiting van de vele competenties van hoogopgeleiden.’

Het volledige artikel kun je hier lezen.

Nothing Personal

De film Nothing Personal, het Engelstalige speelfilmdebuut van de Nederlandse Urszula Antoniak (scenario en regie), met in de hoofdrollen de Venlose Lotte Verbeek en de acteur Stephen Rea heeft al diverse prijzen in de wacht gesleept. Lotte Verbeek heeft op het Festival International du Film de Marrakech de prijs voor de beste actrice gekregen. Eerder ontving zij in Locarno al een prijs voor deze rol, bestaande uit de Zilveren Luipaard Award. Tijdens de uitreiking van de Gouden Kalveren werd Nothing Personal de grote winnaar. Van de zeven nominaties werden er vier verzilverd in Gouden Kalveren voor: de beste lange film, beste regie, beste camera en beste sound design.

Het camerawerk werd gedaan door de jonge Daniël Bouquet (28). Daniël: ‘Een film van Urszula Antoniak over een jonge vrouw die al haar bezittingen achter laat om te gaan zwerven. Het script was op Ierland geschreven. Daar zochten we een specifiek, vrijstaand huis, in the middle of nowhere. Uiteindelijk vonden we een heel bijzonder huis, ooit gebouwd door de vader van Oscar Wilde. Het stond op een schiereilandje in Connemara; een ruig en ongerept gebied. Aan het interieur mochten we niets veranderen. We hebben met weinig licht heel simpel gedraaid en veel vrijheid gegeven aan spel en sfeer. Het was fijn dat er ruimte was om lokale omstandigheden en gebruiken in de film te verwerken. Ze scheppen daar aan de kust bijvoorbeeld zeewier en gooien dat op groentetuinen om een snellere compostering te krijgen. Dat hebben we in de film opgenomen. Ook het weer mocht meedoen. Het was herfst, bijna winter. Het ene moment scheen de zon, even later kon het ineens enorm sneeuwen. Als de zon doorkwam in een shot, dan liet ik dat gaan. Als hij wegging, ook prima. De lengte van de shots gaf die ruimte. Normaal gesproken zoek je naar continuïteit, maar het is fijn als het weer mee mag spelen. Het zorgde voor bijzondere beelden: niet alleen het licht verandert, ook het ritme, het tempo van de film.’

Na alle positieve reacties die ik gelezen had in de kranten, ging ik gisteravond naar het filmhuis voor Nothing Personal. Anne zet al haar spullen aan de straat in Amsterdam, inclusief haar trouwring. Ze vertrekt met een tentje en enkele bezittingen naar Ierland. Al rondzwervend stuit ze op een afgelegen huis waar de vijftiger Martin woont. Hij biedt haar kost en inwoning aan in ruil voor werkzaamheden in en om het huis. Anne gaat akkoord op één voorwaarde: dat zij geen persoonlijk contact hebben.
Lotte Verbeek speelt haar rol voortreffelijk, de natuuropnames zijn erg mooi en Stephen Rea mag er zijn. De rust straalt van de film en toch verveelt de film geen minuut. Ik heb genoten, maar deze film zal me uiteindelijk minder bijblijven dan Bright Star.

De trailer van Nothing Personal kun je hier bekijken.