Bright Star



Bright Star


Bright star, would I were stedfast as thou art–

Not in lone splendour hung aloft the night

And watching, with eternal lids apart,

Like nature’s patient, sleepless Eremite,

The moving waters at their priestlike task

Of pure ablution round earth’s human shores,

Or gazing on the new soft-fallen mask

Of snow upon the mountains and the moors–

No–yet still stedfast, still unchangeable,

Pillow’d upon my fair love’s ripening breast,

To feel for ever its soft fall and swell,

Awake for ever in a sweet unrest,

Still, still to hear her tender-taken breath,

And so live ever–or else swoon to death.


John Keats (1795-1821), voorjaar 1819

De film Bright Star dankt zijn titel aan bovenstaand gedicht van John Keats, dat Keats speciaal schreef voor Fanny Brawne, waarschijnlijk in het vroege voorjaar van 1819. In 1838, zeventien jaar na de dood van Keats, werd het gedicht voor het eerst gepubliceerd.

De naald die Fanny door de stof haalt om gelijke steken te naaien is de openingsscene van Bright Star. Een knap staaltje camerawerk. En hier blijft het niet bij. Deze film zit boordevol poëtische scenes. Neem bijvoorbeeld het moment waarop Fanny en John, allebei woonachtig in hetzelfde huis, hun bed tegen de muur schuiven en hun hand in dezelfde positie tegen de muur leggen. Denkbeeldig smelten hun handen samen.

Fanny is handig met naald en draad, zij ontwerpt en maakt haar kleding zelf. Zij is het buurmeisje van John Keats die op 23-jarige leeftijd bij zijn vriend Charles Brown intrekt in Hampstead. Fanny moet in eerste instantie niets hebben van poëzie en John Keats noemt haar een kattekop. Door haar liefde voor John wordt haar interesse voor poëzie gewekt. Ze gaat alles lezen wat los en vast zit. Ook het werk van John slaat ze niet over, ze gaat zelfs poëzielessen bij hem volgen. Van een huwelijk kan geen sprake zijn. John is arm, zijn dichtbundels verkopen slecht. John zal Fanny nooit kunnen onderhouden. Zijn vriend Charles Brown doet er nog een schepje bovenop, hij is jaloers.

Zowel de moeder van John als zijn broer Tom overlijden aan tuberculose. Voor de overleden Tom borduurt Fanny een fraai kussensloop. Met de gezondheid van John gaat het ook niet al te best. Ook hij wordt geconfronteerd met tuberculose. Op advies van zijn arts reist John naar Rome om te herstellen. Op 23 februari 1821 overlijdt John Keats en wordt begraven in Rome.

Bright Star is absoluut een aanrader. Het is de mooiste film die ik de laatste tijd heb gezien. Het is twee uur genieten van een zeer fraai kostuumdrama met mooie poëzie. Hulde aan de hoofdrolspelers Ben Whishaw als John Keats en Abbie Cornish als Fanny Brawne. Probeer deze film te gaan zien. Ik ging er speciaal voor naar Nijmegen.

De regie van Bright Star is in handen van de Nieuw-Zeelandse Jane Campion. Zij maakte haar doorbraak met The Piano in 1993, waar ze drie Oscars voor kreeg en als tweede vrouw in de geschiedenis werd genomineerd in de categorie beste regisseur. Hierna komen nog enkele films van haar hand die niet The Piano zullen evenaren. Zij neemt een pauze van zes jaar waarin ze veel borduurt en voor de pony van haar dochter zorgt. Anno 2009 verschijnt Bright Star die absoluut meerdere Oscars verdient.

Bekijk hier de trailer van Bright Star.

Boekhandel van de Moosdijk bestaat vijftig jaar

Vandaag viert Boekhandel van de Moosdijk het vijftigjarig bestaan. Willemien van de Moosdijk begon vijftig jaar geleden in het Brabantse Someren. Inmiddels is er een tweede vestiging in Nuenen. In Someren is er altijd veel aandacht voor het handwerken en textiel. ‘We hebben daar ruim 3000 titels over’, vertelt Karin Aarts, medeverantwoordelijk voor de dagelijkse leiding, in een interview voor Boekverkoper. ‘Patchwork en quilten is nog altijd hot, daarvan hebben we meer dan 1000 titels. Mensen zitten meer thuis, pakken weer een hobby op en komen vaak bij ons voor boeken.’

Zoals menig ander textiel- handwerkliefhebber bezoek ik van tijd tot tijd Boekhandel van de Moosdijk, ofwel in Someren of op een textieldag. Je komt ze overal tegen met hun nieuwste aanwinsten. Heerlijk om dan eerst een boek in te kunnen zien voordat je het werkelijk aanschaft. Uit mijn textiel/handwerkboekenkast haalde ik vier kruissteekboekjes tevoorschijn die ik jaren geleden kocht bij deze jubilerende boekhandel. Kreuzstichmuster Teil 1 dateert van 1987, Teil 2 van 1987, Teil 3 van 1989 en Teil 4 van 1996. Het merendeel van de patronen bestaat uit fraaie gestileerde hoek- en randmotieven, hoofdzakelijk in de kleur rood uitgevoerd. Voor zowel de merklapliefhebber als de pronkrolster een bron van inspiratie.

Minä Perhonen

Minä Perhonen staat voor kwaliteit en duurzaamheid. De ontwerper Akira Minagawa wil dat zijn kleren langer dan een seizoen meegaan. Het is zelfs mogelijk om je kleren na enkele jaren te laten repareren, mocht dat nodig zijn. Goedkoop is de kleding niet. De ontwerpen worden niet met inktjetprinters opgebracht, maar gezeefdrukt. Zijn rechtvallende jurken en jassen zijn sober waardoor de aandacht valt op de bijzondere stoffen en de handgetekende dessins, met soms poëtische voorstellingen.

Akira Minagawa (Tokyo 1967) start een modelabel in 1995. In 2000 opent hij een eerste modewinkel in Tokyo. In 2003 besluit hij de naam van zijn label te veranderen in Minä Perhonen. Minä Perhonen betekent ik, vlinder in het Fins. In een interview in het Eindhovens Dagblad vertelt Minagawa waarom hij voor een Finse naam koos: ‘Op 19-jarige leeftijd trok ik als rugzaktoerist door Finland. Ik had toen het gevoel heel sterk verbonden te zijn met de Finse vormgevers.’

Voor het Audax Textielmuseum was de grote aandacht van Minä Perhonen voor materiaal aanleiding om een expositie te maken. In vier zalen zijn zo’n vijftig kledingstukken en een veel groter aantal textielontwerpen te zien.

Kleding van Minä Perhonen is te koop bij Tamago in Amsterdam.

Minä Perhonen – Fashion & Design in het Audax Textielmuseum te Tilburg, is te zien tot en met 28 februari 2010.

Teylers Museum

Ik sta op de Nieuwe Gracht in Haarlem. Wat doe ik, ga ik rechtdoor naar het centrum of volg ik de bordjes Teylers Museum? Ik kies voor het laatste. Twee uurtjes heb ik de tijd om kennis te maken met het Teylers Museum.

Omdat ik een bordje mis, kom ik via een kleine omweg bij het Teylers Museum. Het is genoemd naar Pieter Teyler (1702-1778), een rijke bankier en koopman die zijn geld naliet ter bevordering van kunst en wetenschap. Jaarlijks weten veel bezoekers de weg te vinden naar het museum, en dat al 225 jaar lang.

Tot en met 17 januari 2010 zijn er werken van Anton Mauve (1838-1888) te zien, een van de groten van de Haagse School. Rond 1900 waren Mauves werken enorm gewild, zeker in Amerika. Vandaar dat ze al snel werden geëxporteerd. Deze werken zijn daarom vaak onbekend gebleven bij het publiek. Teylers Museum en Singer Laren zijn erin geslaagd om een aantal van deze ‘vergeten’ schilderijen, aquarellen en tekeningen bij musea en particulieren in de Verenigde Staten op te sporen. Meer dan 200 werken worden gepresenteerd.

Ook nu is Mauve nog geliefd bij de mensen als ik zie hoe druk het was op een gewone werkdag. Veel landschappen: bossen, weiden en heidevelden met schapen zag ik. En koeien. Met zijn familie maak ik kennis in een afgezonderd hoekje van de tentoonstellingszaal. Een mooi schilderij heeft de titel Rit langs het Scheveningse strand, 1876.

De paardenvijgen op de voorgrond zijn overgeschilderd geweest. Bij restauratie kwamen ze tevoorschijn. Eerdere bezitters van dit schilderij vonden het wellicht niet chic om de paardenvijgen te tonen.

Anton Mauve schreef tot twee maal toe zijn naam in het gastenboek van het museum, in 1857 en in 1862. Vermoedelijk is hij wel vaker in het Teylers Museum geweest. Het museum verzamelde toen ‘moderne’ schilderijen. Foto: Gastenboek uit de periode 1854-1871.

Vincent van Gogh was de beroemste leerling van Anton Mauve. In een aparte tentoonstellingszaal wordt hier aandacht aan besteed. Toen Van Gogh in 1881 contact zocht met Mauve had hij alleen figuurtekeningen gemaakt, lees ik op de expositie. Mauve zette hem echter aan het aquarelleren. Van Gogh schreef aan zijn broer Theo dat Mauve hem hierbij af en toe hielp. Gezien de vloeiende tekenstijl is het waarschijnlijk dat dit ook bij de aquarel Het Schevenings naaistertje, december 1881 gebeurde, volgens de kenners.

Pronkjournaal XX

FEEST! Het pronkjournaal viert vandaag haar eerste verjaardag en Elma trakteert op nieuwe ideetjes en patronen waar iedereen mee aan de slag kan.

Elma: ‘Op verzoek laten we hier een stukje breiwerk zien dat verwerkt is in de pronkrol van Wil. (Op de vrijdag in Roermond was dit daar te zien.) Het is gewerkt met perlégaren nr. 8 en breinaalden nr. 1,5. Het breiwerk wordt opgespannen voordat het in de rol wordt genaaid. Het kan dus als tussenstukje dienen maar ook als een heel vlak.

Ook is het een leuk werkje als afscheiding tussen twee lapjes. De randjes zijn geborduurd op aidaband in verschillende breedtes. Dit werkt lekker snel en geeft een heel mooi resultaat. Het is ook een goed idee voor de trein- en busborduursters onder ons.

Het aantal meters pronkrol groeit maar door. Steeds op zoek naar nieuwe stoffen en patronen. Dit keer is het een geruite Hardangerstof. Deze stof heeft een panamabinding met een ingeweven draad in blauw, rood of bruin. Het blokje tussen twee draden telt 19 draden, dat niet deelbaar is door twee of drie. Dus maar zelf iets bedacht. De lapjes van Gea, Jannie, Nel en Nieske zijn ingevuld met kleine rijg- of stiksteekjes in de kleur gekozen bij de voeringstof. Wie niet gebruikmaakt van de bestaande stof heeft de 20ste draad vervangen door een gekleurde draad. De stof en nog meer patronen zijn te bestellen bij: elma.hoog@gmail.com

Hierbij een voorbeeld hoe de steekjes worden gewerkt.’



De borduurcover van Libelle

Oktober is de woonmaand, zegt men. Heb je geen zin om je huis op te frissen, dan zorgen de bladen er wel voor dat je zin krijgt en aan de slag gaat. Libelle valt de laatste weken op door haar bijzondere covers. Deze week is de laatste en vierde Libelle-wooncover, en dit is wel dé cover van de afgelopen weken. Jurgen Bey borduurt de voor- en achterkant van Libelle. lheurebleue liet de voorkant van de ‘geborduurde’ Libelle al zien. Maar ja, we vallen ook voor de achterkant… net als Rob Scholte!?

Aan de achterkant van het borduurwerk zie je een wirwar aan draden en herken je de stoel met poes niet meer. Dit zal een bewuste keuze zijn. Al met al een zeer geslaagde en opvallende cover in de schappen van de winkel.

Van 27 november 2009 tot 14 februari 2010 wordt in de Kunsthal KAde in Amersfoort de tentoonstelling Studio Makkink & Bey gehouden.

De verbonden ringen van Hanneke

Afgelopen zaterdag zag ik Hanneke, samen met haar moeder, in Nijkerk. Enthousiast liet ze me haar borduurwerk van de verbonden ringen zien. Dit is het patroon dat Elma maakte aan de hand van de quilt die al jaren bij haar in de gang hangt.

Hanneke: ‘Eind september/begin oktober ben ik een weekje naar Mallorca geweest voor een training. Dit was het vierde jaar dat ik deze mooie plek op Mallorca bezocht. Vorig jaar heb ik daar heerlijk gewerkt aan een rood merklapje uit een borduurpakket. Dit jaar had ik alleen een omgezoomd lapje, vier kleuren borduurgaren en een printje van de patronen uit jouw weblog (Pronkjournaal XVI) meegenomen. En al snel werd de training steeds minder belangrijk, want zodra het licht goed was, dat wil zeggen de zon in mijn kamer scheen, moest er weer geborduurd worden. Eenmaal thuis ook nog veel avonduurtjes doorgewerkt. Het lapje is nog niet af, maar vordert gestaag.’

Gekantklost hekwerk

Demakersvan wonnen onlangs de Toon van Tuijl Designprijs voor een gekantklost hekwerk.

Vijf jaar geleden voltooide Jeroen en Joep Verhoeven, en Judith Graauw een studie aan de Design Academy in Eindhoven en startte ‘Demakersvan’. Afstudeerproject Lace Fence, een gekantklost hekwerk met molens en bloemen, doet het heel goed. Zo goed dat ze op zoek gingen naar manieren om het op grotere schaal te produceren. Demakersvan richtte een fabriek op in India voor de productie van Lace Fence. Momenteel zijn er 75 werknemers in dienst. De werknemers worden goed betaald, hebben pensioen en een zorgverzekering.

De jury is van mening dat Demakersvan van een heel functioneel basismateriaal een zeer bijzondere designvormgeving hebben weten te realiseren. Dit is echt design. Het bijzondere is dat de toepassing een sociale impact heeft. Hekken doen denken aan gevangenissen en afscheiding. Dit hekwerk geeft juist een transparantie en doorbloeding naar de buitenwereld.

Bron: Algemeen Dagblad

Activiteitendag in Nijkerk

Merkwaardig weer op een Merkwaardige dag. Normaal gesproken laat de zon zich van zijn beste kant zien, behalve vandaag. Het was de regen die deze dag beheerste, maar dit kon de pret niet drukken. Zoals altijd was het een gezellige dag met veel ontmoetingen en veel fraaie handwerken. Zo mocht ik onder andere enkele pareltjes bewonderen van Marcella en de fraaie Torchonlap van Saskia.

De vereniging Merkwaardig is druk met de voorbereidingen voor het Textielfestival dat van 24 tot en met 28 maart 2010 plaats vindt in Leiden. In de Pieterskerk presenteren de landelijke textielorganisaties voor de vierde keer top amateurkunst. In het kader van dit festival wordt een internationale textielwedstrijd gehouden met als thema Sporen. Merkwaardig mag een gedeelte van de Pieterskerk inrichten met nieuwe ingelijste merklappen. Het bestuur van Merkwaardig heeft als thema bedacht: Een merklap is een spoor van/naar het verleden. Het zou mooi zijn als veel leden van Merkwaardig een merklap maken met dit thema. Om een eenheid in de merklappen te krijgen gaan ze uit van een aantal kleuren van DMC: rood 3777, groen 500, blauw 930 en geel 783. Met deze kleuren heb je de mogelijkheid van uitloop, dat wil zeggen tinten die er op volgen naar de donkere of lichte kant. De afmeting mag je zelf bepalen. Ook de stofkeuze is geheel vrij. Ieder lid mag één werkstuk inleveren dat nog niet tentoongesteld is. Graag ontvangt de vereniging voor 15 januari 2010 de merklap. Dit kun je sturen naar: vakadviseur@merklap.nl of A. Wullink, Marledijk 31, 8198 KP Marle.

Foto: Loops, werk van Marianne Kemp. Deze afbeelding staat op de flyer van het Textielfestival 2010 te Leiden.