Constance van Douwe Egberts

Sinds een week hebben wij in ons stadje een Douwe Egberts cadeauwinkel. De winkel is gekoppeld aan een klein cafeetje waar Douwe Egberts koffie wordt geschonken. Nu weten de meesten onder ons hoe deze koffie smaakt, maar de bezoekers uit Duitsland zijn er nog niet vertrouwd mee. Is dit misschien de reden waarom men voor een lokatie in de ‘Duitse hoek’ heeft gekozen? Nu is het afwachten of de Duitse gasten overstag gaan, want net als wij zijn zij zeer gehecht aan hun eigen merk koffie.

Nu ik toch in de Douwe Egberts cadeauwinkel was voor de isoleerkan Parijs wilde ik graag het nieuwe servies Constance zien, waar Willy mij een poosje geleden attent op maakte. En hoe vind je het kantdessin? Zeer stijlvol, is mijn mening.

Nuttig of fraai…

Josefien vertelt: ‘Vandaag wil ik graag aandacht besteden aan een bijzonder lapje uit 1858. Eerlijk gezegd heb ik nooit ergens anders zo’n handwerkje gezien. Er is weinig op te zien, maar toch ben ik er enthousiast over. Helaas doen de foto’s heel veel afbreuk aan wat je in de realiteit ervaart, maar ik wil het desondanks graag laten zien.

Ik noem het geen merklap, want er is maar weinig op geborduurd, het is eerder een oefenlapje. Het lapje is eigenlijk vooral gevuld met knoopsgaten en nestel- of vetergaatjes en het is maar klein: ongeveer 18 bij 21 cm. Het past dus bijna op een half A4tje. Het is heel fijn linnen, de draadjes zijn zonder bril of vergrootglas bijna niet waarneembaar en dat ligt niet (alleen) aan mijn ogen. Hoewel het die indruk misschien niet maakt zijn alle gaatjes met een buitengewone precisie geborduurd. De samenstelling van het lapje is heel secuur gekozen.

In het midden is een achtpuntige ster geborduurd. Daaromheen zijn acht vetergaatjes gemaakt. Acht is het getal van de volmaaktheid en als je dit borduurwerk bekijkt dan mag het van mij dat predicaat ook wel hebben: de kruissteekjes zijn over twee draadjes geborduurd en zó fijn dat er ongeveer acht kruisjes gaan in een halve centimeter!

Onderop, rond de initialen WN en de datering 1858, is een boog van negen vetergaatjes gemaakt. De initialen zijn gekroond en worden omgeven door twee palmtakken. Kroon en palmtakken zijn allebei eeuwigheidsymbolen.

Bovenin is een borduurwerk van een gekroond hart dat met pijlen is doorboord: het symbool van de liefde.
Aan weerszijden van het hartje een blokje van vijf gaatjes.

Links en rechts naast de borduurwerkjes en de gaatjes is steeds één knoopsgat gemaakt. Daar tussenin zijn twee rijen van vijf knoopsgaten.

Als je de achterkant van de lap bekijkt zie je dat het rode borduurwerk daar niet te zien is.

Je kunt dus aannemen dat de maakster eerst het borduurwerk heeft gemaakt, toen de twee lagen van het handwerk aan elkaar heeft genaaid en vervolgens alle gaatjes en knoopsgaten heeft vervaardigd door beide lagen van de stof. Ze móet al van tevoren geweten hebben wat ze precies van plan was te gaan doen om later deze samenstelling te kunnen maken.

De buitenrand is afgewerkt door een zigzagsteek tussen twee naadjes van stiksteekjes, met de hand gemaakt uiteraard. Ook deze steekjes zijn zó fijn dat mijn naaimachine er jaloers op zou worden.

Als handwerk zal het in die tijd vooral bedoeld zijn geweest als een nuttige oefening. Maar door de opbouw van de lap krijg je vooral het gevoel dat de maakster dát niet voldoende vond: ze wilde er ook wat moois van maken en koos voor perfectie én voor een paar elementen met veel symboliek: liefde, volmaaktheid en eeuwigheid. Nu, ruim 150 jaar later, zie ik het nut er nog steeds wel van in, maar ik vind het ook gewoon heel fraai!’

Louis Braillejaar

Van Mien B ontving ik post met deze mooie postzegel op de envelop. Op dat moment realiseerde ik me niet dat op zaterdag 10 januari 2009 officieel het Louis Braillejaar 2009 van start was gegaan. Maar gelukkig maakte Lies mij daar attent op. Ter gelegenheid van de 200e geboortedag van Louis Braille geeft TNT de speciale postzegels Lees mee uit. Uniek aan deze postzegels is dat het leesbaar is voor ziende én blinde mensen. Op elke zegel staan drie woorden die elk uit vijf letters bestaat. Van ieder woord ontbreekt een paar letters die wel in braille staan. Als je de postzegel omdraait zie je de ontbrekende letters in spiegelschrift.

Prinses Laurentien, voorzitter van de Stichting Lezen & Schrijven, opende op 10 januari 2009 het Louis Braillejaar. In een interview voor Anders Bekeken, ledenorgaan van de Nederlandse Vereninging van Blinden en Slechtzienden, vertelt prinses Laurentien dat ze het een interessante gedachte vindt de problematiek van braillelezers te vergelijken met die van laaggeletterden. Als voorbeeld noemt zij de opschriften van medicijnen en voedingsproducten. ‘Als die niet in braille zijn weergegeven, verkeren braillelezers in dezelfde situatie als analfabeten: ze kunnen het niet lezen. Als gelijkheid de kern is van onze samenleving, mogen we niet voor lief nemen dat mensen zich schikken in dat lage gevoel van eigenwaarde. Door mensen te leren lezen en schrijven, stellen wij hen in staat zich te ontwikkelen tot mondige burgers die ertoe doen.’

Om deze log toch te eindigen met handwerk wil ik je wijzen op de schitterende gehaakte jurk die prinses Laurentien droeg op 10 januari 2009.

Phat Knits

In het interieur zien we steeds meer handwerktechnieken terugkomen. VanVilt heeft al diverse opdrachten van ontwerpers uitgevoerd in vilt. Anne-Claire Petit laat haar ontwerpen haken door vrouwen in Azië, die op deze manier een extra bijverdienste hebben. Wolkunst maakt kleden van wol voor op de grond, op bed, of tegen de wand. Yvonne de Josselin de Boer maakt geborduurde stoelen. Marijn heeft fraaie gebreide stoelzittingen. In 1996 produceerde Marcel Wanders de Knotted Chair, die nog steeds populair is. Mieke S en Betsy zijn een prachtige deken aan het breien, die zeker hun bank zal verfraaien.

En… Phat Knits van Bauke Knottnerus is een serie reuzengarens. Hiermee maakt Bauke Knottnerus interieurproducten. De doorsnee varieert van zes tot achttien centimeter. Lange rondgebreide slurven van katoen en dralon vult hij met verschillende soorten schuim. De flexibele slierten vormen de bouwstenen voor aangenaam zachte zitmeubels en tapijten. Een stoel uit één steek, een kleed uit acht steken, en een bank uit tien toeren; naarmate je doorbreit, ontstaan nieuwe vormen van steeds imposanter formaat.

Internationale Vrouwendag 2009

Zondag 8 maart is het Internationale Vrouwendag. Voor het vierde achtereenvolgende jaar wordt in Paradiso Women in Paradise georganiseerd. Op het programma zie ik Renske Versluijs staan die een breiworkshop zal geven. Renske is mode- en textielontwerper en in 2008 afgestudeerd aan de master fashion design van de HKU.

Internationale Vrouwendag werd voor het eerst uitgeroepen door Clara Zetkin op de internationale vrouwenconferentie in Kopenhagen in 1910, waaraan 100 mannen en vrouwen deelnamen uit 17 landen. Hoewel de aanleiding de massale staking was op 8 maart 1908 in de Verenigde Staten van vrouwen in de textiel- en kledingindustrie voor een achturige werkdag, betere arbeidsomstandigheden en kiesrecht, stond de strijd voor algemeen kiesrecht aanvankelijk centraal. De jaren daarop werden in een groeiend aantal landen op 8 maart demonstraties en vergaderingen gehouden. De Eerste Wereldoorlog maakte een einde aan dit gebruik.

Met de opleving van de feministische beweging in de jaren zestig kwam de belangstelling voor een internationale vrouwendag weer terug en sinds de jaren zeventig wordt er in veel landen aandacht aan besteed. In veel socialistische landen is op 8 maart een officiële feestdag en in 1978 werd de dag door de Verenigde Naties als feestdag erkend.

Tante Bet

Tante Bet, is een rubriek in Dagblad De Limburger waar plaats is voor een kritische noot, een toefje society-nieuws en een knipoog naar hotemetoten die zichzelf soms te serieus nemen.

Vandaag neemt Tante Bet onder andere het briefje reptiel ontsnap! onder de loep.

Tante Bet: ‘Mijn man was nog iets vreemds tegengekomen in de binnenstad. Allemaal mensen met een heel klein plastic kikkertje. En een briefje ‘reptiel ontsnapt’. Mijn man ging op onderzoek en kwam er al snel achter dat het reptiel het toegangskaartje was voor het Theater van het Venein van meneer Frans Pollux. Stond mijn man met zijn kikkertje. Dat blijkt nu geen reptiel maar een amfibie te zijn. Afwachten of je daar ook het theater mee binnenkomt. Wel is duidelijk geworden dat meneer Pollux beter is in het schrijven van liedjes dan het thuisbrengen van dieren.’

Rome

Rome is een prachtige stad, zegt men. Matthijs en zijn vriendin kunnen dit beamen. Vorige week waren zij in deze stad. Het bleek een ideale periode van het jaar te zijn om Rome te bezoeken. Niet te warm, niet te koud, en de stad was nog niet overladen met toeristen. Ideaal! Veel, heel veel hebben zij gezien. De ene indruk na de andere. Monument Vittorio Emanuel II vond Matthijs het meest indrukwekkend. De tijd was te kort om al het moois van Rome te zien. Ze gaan zeker nog eens terug.

Net als in Nederland heeft Italië gratis kranten: 24 Minuti, Leggo en DNews. Uit de laatste krant (25-2-2009) komt bovenstaande foto. Waar het artikel over gaat kan ik je niet vertellen, maar de foto spreekt me aan. Kijk eens hoe de was wordt opgehangen. Bij het raam linksonder zie je een soort katrol die je in beweging kunt brengen, als je uit het raam hangt, en waar je vervolgens de was aan de lijn kunt hangen en eraf halen. Het is te hopen dat de muren schoon zijn. Het zal zeker een kleurrijk beeld geven als iedereen op maandag (wasdag) de was buiten hangt. Toch ben ik blij dat ik mijn was niet op deze manier aan de lijn hoef te hangen. Ik kan prima uit de voeten met mijn wasrek dat zo ongeveer naast de wasmachine staat. O, ik hoor geen geluid meer. De wasmachine heeft zijn werk gedaan. Ik ga de was ophangen!

Merklap 1787

Vandaag een bijdrage van Josefien. Zij vertelt een interessant verhaal over een merklap uit 1787.

Josefien: ‘Dit grappige merklapje (± 20 x 30 cm) werd maanden geleden gevonden bij het opruimen van een woning, waarvan de bewoonster was overleden. Het zat opgevouwen onderin een naaimandje. Niemand wist iets van de herkomst van het lapje en de erfgenaam had er ook geen belangstelling voor. Het werd daarom van de hand gedaan en kwam bij mij terecht. Ik probeerde een beetje uit te vissen wat de geschiedenis van dit lapje zou kunnen zijn en ging er van uit dat de naam, die in het rood was geborduurd, de naam was van de maakster.

De naam is vrij slordig borduurwerk en het kostte me enige tijd om het te ontcijferen. Er staat, in 18e eeuws schrift: Antonia Visser, gevolgd door diverse initialen, i h v a g k v r v.

Antonia Visser dus, dat is helaas een vrij algemene naam. Het leek me ondoenlijk om er via genealogisch onderzoek achter te komen of er ergens in Nederland in 1787 een Antonia aan deze lap kon hebben geborduurd. Mijn onderzoek hield dan snel op. Maar door het bestuderen van de rode letters met een loep was het mij opgevallen dat er nóg een reeks letters op de lap stond, die bijna wegviel tegen de achtergrond, en geen alfabet leek te zijn. De letters staan ónder het rode en beige alfabet en zijn op de foto ook bijna niet waarneembaar.

Door het natekenen van alle kruisjes op ruitjespapier wist ik na verloop van tijd wat er stond:
Tonia Hendriksd Schilperoord 1787

Met die naam kon ik wel wat verder komen en speurwerk via internet leverde mij uiteindelijk het volgende op: Tonia Hendriksd(ochter) Schilperoord werd geboren in 1773 in Oud Beyerland. Zij maakte de merklap dus toen ze 14 jaar was. Tonia trouwde in 1796, op 23-jarige leeftijd, met Jacobus Jacobse Goudswaard en zij kregen maar liefst 11 kinderen. Hun oudste kind was dochter Adriaantje (Jacobsd Goudswaard). Zij werd geboren in 1797. Adriaantje trouwt in 1823 met Johannes Visser. In 1834 wordt hun dochter Antonia (Visser) geboren.

Deze kleindochter van Tonia Schilperoord heeft dus haar naam “Antonia Visser” later aan het handwerk van haar oma toegevoegd. De initialen achter haar naam zijn waarschijnlijk van andere familieleden; A G, bijvoorbeeld zijn de initialen van haar moeder.

De lap is van linnen, het borduurwerk van zijde. Aan de bovenrand, binnen de geborduurde omlijsting, is een 18e eeuws alfabet geborduurd in rood. De J ontbreekt. Na de Z volgt: ANNO 1787.

Daaronder volgt opnieuw een alfabet zonder J, nu in blokletters, maar er is niet genoeg ruimte voor het hele alfabet. In de volgende rij staat, nauwelijks zichtbaar, de naam van de maakster, met opnieuw de datering 1787.

Daaronder volgen links en rechts op de lap twee vogels in kooien, in het midden een pot met (vermoedelijk) anjelieren. Anjelieren werden vaak afgebeeld. Volgens de legende verscheen de anjelier op aarde toen Maria haar tranen op aarde liet vallen.

In de rij daaronder is de volgorde omgedraaid: nu staan er links en rechts twee bloeiende levensbomen op een driehoekige grondslag, in het midden een vogel in kooi. Naast de levensbomen staan twee maal twee potten met bloemen, terwijl de bomen bovenin worden geflankeerd door twee maal twee vogels.

Daaronder volgt in het midden weer een levensboom, met de datering 1787.

Links en rechts van de levensboom twee potten met planten. Op de rand van de pot staan twee maal twee vogels.

Rechts in de onderhoek is nog een soort kroontje geborduurd.

Links onderin werd ook een aanzet gegeven tot “iets”, dat later nooit werd afgemaakt.

Het is een bijzonder lapje. In totaal bevinden zich dus elf vogels op de merklap, waarvan drie in een kooi, drie levensbomen en zeven potten met bloeiende planten. De kleuren zijn: Blauw, groen, beige, bruin, rood. Het geheel is omlijst door een decoratieve rand. De keuze voor deze opvallende combinatie van patroontjes zal waarschijnlijk iets te maken hebben met de voorliefde van de maakster.

Mijn speurwerk naar gegevens over dit meisje-van-toen werd beloond doordat een man al het onderzoek naar zijn voorouders (zo helpt de ene hobbyist de andere… ) via internet toegankelijk had gemaakt. Ik vond dat ik hem eigenlijk wel moest laten weten hoe hij mij daarmee had geholpen, dus stuurde ik hem een bedankje waarbij ik deze beschrijving en foto’s voegde. Hijzelf, maar vooral ook zijn zus, waren er door ontroerd. Zij beleefden het als een groet uit het hiernamaals van één van hun voor-moeders!’