Reismerklapje van Ine

Ine: ‘Bij al mijn uitstapjes gaat mijn “staptas” mee met daarin een niet al te dik boek en een borduurwerkje. Het leuke van borduren in de trein is, dat je altijd wel een reactie krijgt van iemand. En meestal zijn het hele leuke reacties. Vaak wel van “ik zou er het geduld niet voor hebben” of zoiets dergelijks. En altijd “o, dat heb ik vroeger ook moeten doen op school”. Het patroon is van Heron House Designs, een oudje uit 2000. Wat ik via marktplaats heb gevonden. Ik borduurde het met DMC 498 op aida 7 kruisjes/cm. Een stukje wat ik nog had liggen. Door de vele randjes is het makkelijk borduren ook al heb ik toch wel eens een stukje moeten terugwerken. Tussen Leiden en Utrecht zette ik de laatste kruisjes. Daarna, en ook door jullie reacties, heb ik nog iets toegevoegd. En wel alle plaatsen die ik bezocht met dit werkje “onder handen”. Natuurlijk heb ik niet helemaal het originele patroon gevolgd. De blaadjesrand aan weerszijden van de I heb ik veranderd, en ook gespiegeld. En de rand in spansteek werd een holbeinrandje want dat gaat wél op aida. Omdat dit lapje (op de plaatsnamen na) alleen in de trein is geborduurd heb ik ook het NS-logo een plaatsje gegeven. Tenslotte het jaartal en mijn (meisjes)naam. Nu moet ik nog op zoek naar een mooi achtergrond stofje en een leuke hanger.’

Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden

Ine: ‘Natuurlijk heb ik niet alleen het Wevershuis bezocht. Daarvoor is dit museum te klein, net als de tentoonstelling, om die hele reis vanuit Deurne te maken. Ik bracht eerst een bezoek aan het
Rijksmuseum voor Oudheden. Dit presenteert zich als het nationale centrum voor archeologie. Bij de Egyptenaren zag ik een rol linnen en vingerhoedjes (brons?), maar ook een kralenweefsel. “Koninklijke pruik, inleg werk voor een reliëffiguur vermoedelijk van Nefertiti”. En de vergulde helm die in de Helenaveense Peel is gevonden (gemeente Deurne). Dat laatste kwam ook doordat mijn vader na mijn vorige bezoek aan Leiden vroeg, waarom ik niet naar die helm was gaan kijken. Dat moest dus even hersteld worden.’





Ine vertelde in een reactie dat ze tijdens een uitstapje aan een reismerklapje werkt in de trein. Dat lapje is klaar en morgen komt dit borduurwerk aan bod.

voort… borduren

Vanmiddag om 15.00 uur werd de opening van de expositie voort… borduren in het Breda’s Museum geopend door wethouder Marja Heerkens. Oud en nieuw handwerk is er gecombineerd. Zo zien we diverse meters souvenir de ma jeunesse te pronk liggen, en handwerkattributen, verder fraai handwerk uit het buitenland en filmpjes geven uitleg over allerlei borduursteken. Voor het nieuwe handwerk werden de fraaie handwerktechnieken van de souvenir de ma jeunesse als uitgangspunt gekozen. Iedere vrouw kreeg een rechthoekig lapje van aidastof. Op de voorkant werd een jeugdherinnering geborduurd en op de achterkant hun eigen naam. Deze lapjes werden na het borduren dubbelgevouwen en als een slinger aan elkaar geregen. Elke cultuur heeft zijn eigen borduurwijze en herinneringen. In de aula van het museum staan speciaal op maat gemaakte stellages waar de geborduurde ‘vlaggetjes’ hangen te pronken. De ene persoon koos voor een traditioneel patroon, terwijl de ander op zoek ging naar een speelse manier om een jeugdherinnering te borduren. Juist de diversiteit zal iedereen aanspreken. De jongste deelnemer is Lukas van 10 jaar die op eenvoudige wijze een boot borduurde. Verder zie je sobere geborduurde lapjes naast zeer kleurrijke geborduurde lapjes. Astrid was één van de begeleidsters en heeft zelf drie bijdragen geleverd aan dit project. Twee ervan zijn op haar blog te zien. Ik legde Pinokkio vast op de foto.



Bloemen drogen aan de waslijn? Zou dit de jeugdherinnering zijn die bij dit ‘vlaggetje’ hoort?

Tijdens een opening van een expositie heb je vaak niet de tijd om alle handwerken uitvoerig te bekijken. Je wilt ook bijpraten met bekenden en nieuwe mensen. Toch heb ik geprobeerd om enkele foto’s te maken om je zo een indruk te geven van de tentoonstelling voort… borduren die tot en met 3 januari 2010 loopt.

Een detail uit de pronklap (1897-1898) van Catharina Perk (1881-1928), Zaandam. Ze was de dochter van een koopman uit de gegoede middenstand. Op 15-jarige leeftijd stuurden ze haar naar de Sancta Maria School. Deze school werd geleid door de Zusters van de Sociëteit van Jezus, Maria en Jozef. In haar pronklap heeft Catharina 65 technieken toegepast. Bovendien zijn in de lengte de drie delen verbonden door een breirol met 36 verschillende steken en een haakrol met 29 verschillende steken.

Cahier d’ouvrages, circa 1900. Dit handwerkalbum is gemaakt door E. van der Heijden. Zij was toen leerlinge in het pensionaat O.L.V. van Lourdes aan de Graaf van Solmsweg in Engelen, bij Den Bosch. Deze kostschool is in 1829 op initiatief van de lokale pastoor, de norbertijn Jacobus van Hooff, gebouwd. In 1953 werd het pensionaat gesloten.

Op de tentoonstelling liggen drie souvenirs van drie meisjes Takx uit verschillende perioden. Op een van de pronkrollen staat naast 1895 nog in letters Liefdegesticht, de naam van het gesticht voor behoeftige meisjes, dat in 1849 door de zusters Franciscanessen in de Nieuwstraat te Breda werd opgezet. In de jaren 1806-1849 was er het Rooms Katholiek weeshuis gevestigd. De naam Liefdegesticht bleef in gebruik tot 1916, toen ging de R.K. Huishoudschool De Nieuwstraat van start.

De oude souvenir de ma jeunesse zijn mooi, máár toch wil ik even benadrukken dat de eigentijdse pronkrollen die ik de afgelopen tijd heb gezien, zéér fraai zijn. De ‘pronkrolsters’ mogen terecht trots zijn op hun zelf samengestelde eigentijdse pronkrol!

De komende maanden vinden in het Breda’s Museum verschillende activiteiten plaats. Zaterdag 10 oktober zal Joke Visser van 13.00 tot 16.00 uur merk- en borduurlappen, en pronkrollen taxeren. Met veel plezier zal zij uitleg geven over de motieven en uit welke streek de merklap of pronkrol komt. Je betaalt alleen de entree voor het museum. Op 7 november organiseert Borduurblad een Samen-Borduren-dag. Aanmelden kan vanaf 6 oktober. Kijk voor informatie op samen borduren. Op zaterdag 21 november verzorgt
Femina Inpakatelier (Hava Akdag) van 14.00 tot 16.00 uur een demonstratie Turks naaldoya. De naaldoya is een naaldkant dat ontstaat door knoopjes en lusjes te maken in zijden garen. Daarbij worden alleen naald en draad gebruikt. Naaldoya staat in Turkije bekend als luxekant en is ook daar vrij zeldzaam en ingewikkeld om te doen. Het wordt vrijwel uitsluitend gebruikt voor de verfraaiing van sjaals die om het hoofd gedrapeerd worden en huishoudtextiel. De motieven worden helemaal van festonsteken geborduurd vrij uit de hand. De meeste worden vanuit het midden gewerkt, ieder motief – meestal een bloemetje – apart. Om deze demonstratie bij te wonen betaal je alleen de entree voor het museum.

De pronkrol van Anna

Aan de vooravond van de opening van de expositie voort… borduren in het Breda’s Museum vertelt Josefien het verhaal over de pronkrol van Anna.

Josefien: ‘Na de pronkjournaals van het afgelopen jaar vroeg ik mij af of ik deze log wel kon schrijven. Misschien moet ik er een waarschuwing in opnemen, bijvoorbeeld dat onderstaand verhaal voor de maaksters van pronkrollen schokkende beelden kan bevatten?

Mijn verhaal gaat namelijk over het volgende:
In het voorjaar van 2009, enkele maanden geleden dus, kreeg ik een intrigerend stuk handwerk in handen. Het was een prachtig stuk doorstopwerk, met 28 verschillende patroontjes, heel mooi uitgevoerd.

Daaraan vast zat een gehaakte rand en dat werd gevolgd door een stuk breiwerk, verdeeld in vier vlakjes, waarin maaswerk was uitgevoerd.

Daarna kwam weer een gehaakte rand. Het was voorzien van de naam Anna.

Het kostte niet heel veel studie om er achter te komen dat dit stuk een deel moest zijn van een groter geheel, ik veronderstelde te maken te hebben met een doorgeknipte handwerkrol. Navraag bij de eigenares bevestigde dat vermoeden en dus deed ik wat moeite – met veel plezier overigens – om het werk van ANNA nader te verkennen en iets meer over haar te weten te komen. En dat lukte, want de andere delen waren ook nog in het bezit van de familie en zij wisten ook iets te vertellen over de maakster.

Op onderstaande foto staat Anna, de jongste dochter van het gezin Gloudemans. Zij is het meest linkermeisje op de foto en ze is in het gezelschap van haar vader en zussen.

Vader Gloudemans deed in ieder geval zijn jongste dochter op een internaat bij de nonnen in Den Bosch (hoewel haar zussen daar mogelijk ook wel waren geweest…). Zoals wij intussen weten werd er op deze scholen intensief gehandwerkt en dat gold ook voor de opleiding van Anna. In de tijd dat zij op deze school zat maakte ze de handwerkrol. Zij begon de rol met nuttige handwerken: naden, verstellapjes, splitjes en nestelgaatjes.



En dan begint het eerste probleem te ontstaan want dan is de lap, tussen de gehaakte randen, doorgeknipt. Een deel van de lap is daarna een eigen leven gaan leiden en dat zou een letterlap kunnen zijn.
Er zijn namelijk twee letterlappen bekend van Anna, maar één ervan is echt te breed voor de rol en dat is deze:

Mijn vermoeden is dat – afgaand op de herinnering van de eigenaressen – op die plaats wel een letterlap zat, te weten deze:

Het stuk is gedateerd met het jaartal 1889 en weer voorzien van de naam ANNA. Het is heel mooi fijn borduurwerk op linnen met 27 draadjes in een cm, uit de rol geknipt om ingelijst te worden, de randen zijn er af.

Na de letterlap volgt dan een stuk met (sier)naden, borduurwerk en haakwerk.

Na fraaie tussenzetsels wordt het gevolgd door een deel met stopwerk.

Dat wordt gevolgd door een stuk heel fijn tule-borduurwerk. Weer van elkaar gescheiden door prachtige tussenzetsels, de meesten zijn naar mijn mening gehaakt.

Het slot ziet er zó uit:

Zoals je ziet is de lap daar ook weer doorgeknipt. Mijn veronderstelling is dat het deel met het mooie stopwerk en het breiwerk hier tussen hoorde te zitten. Dát handwerk is zeker afkomstig uit de lap want het kent dezelfde randafwerking.

De jaartallen puzzelen mij nog wel want tussen het jaartal op de letterlap en op het eindstuk liggen nogal wat jaren. Zolang zal zij er toch niet over gedaan hebben? Misschien zijn bij één van de twee de negen en de acht van plaats verwisseld??
Of misschien hoort het er toch niet in?
In de familie circuleert een verhaal dat Anna voor haar handwerk de eerste prijs kreeg en dat die prijs (onbekend wat het was, maar waarschijnlijk een oorkonde of zo….) aan haar werd uitgereikt door niemand minder dan Koningin Emma.
Met de datum van 1898 zou dat nét kunnen, want in september van dat jaar werd Koningin Wilhelmina ingehuldigd.

De handwerklap van Anna kwam door erfenis bij een nicht van haar terecht, die het zuinig bewaarde. Zij vond het heel mooi en stond het – volgens de familie – zelfs ooit een tijdje af voor een tentoonstelling in het Openluchtmuseum in Arnhem. Aan één van de delen hangt nog een kaartje dat afkomstig is uit die tijd. De nicht, die twee dochters had, vond dat allebei haar dochters recht hadden op het handwerk en knipte het om die reden in stukken. Beiden hebben hun delen goed bewaard.

Toen ik het verhaal hoorde en de delen van de handwerkrol zag vroeg ik mij af: als je de kans kreeg, en de vaardigheden had, zou je er dan naar moeten streven om van de lap weer één geheel te maken? Of is het juist ook een mooi voorbeeld van de verschuiving in de waardering van dit handwerk en zou je het dus zo moeten laten?

Ik ben benieuwd wat jullie ervan denken… ‘

de Knoop

In deze log en deze log lees je over het werk van Willy Schut. Vandaag wil ik nieuw werk van haar laten zien, het boekje de Knoop. Willy vertelt het verhaal over dit boekje: ‘Het is gewoon een gebruiksvoorwerp, wat mij eindeloos inspireert. Knoop-rits-klittenband-drukker. Wat doe je ermee. Waar dient het voor. Dan heb je ineens een zinnetje in je hoofd: “Helemaal in de knoop.” Dan volgt later iets over ritsers en knopenkoorts, waar ik dan weer een paar zinnetjes in “dichtvorm” van maak. Op een gegeven moment hoor je heel veel wat bij mij op knopen doet slaan. “Niet voor een gat te vangen” bijvoorbeeld, of “confectiekloon”, “Knoop in je zakdoek”. Nou en zo ontstaat dan ongeveer zo’n boekje. Alle bladzijden zijn even leuk. Ik ben er heel blij mee.’

Als je opmerkingen of vragen hebt aan Willy dan kun je ook via haar website reageren.

1953

Hilly: ‘Weet je wat me opvalt in blogland? Ik hoor nou niemand eens smeuïg vertellen over zijn/haar ultieme vakantieboek van afgelopen zomer en ik ben er zo nieuwsgierig naar…
Moet ik ’t zelf ook wel zeggen natuurlijk: Rik Launspach – 1953 (verfilmd als “De Storm”) en Tatiana de Rosnay – Haar naam was Sarah. En jullie?’

Toeval of niet, maar gelijktijdig kwam in mijn mailbox een berichtje van Mieke S. binnen, getiteld ‘Ik heb een boek gelezen’. De bespreking van haar boek, dat iedereen beslist moet lezen, houd je tegoed. Nu terug naar de reactie van Hilly. Het tweede boek dat Hilly noemt, ligt al een poosje op mijn stapel ongelezen boeken. De roman 1953 ‘stond’ op mijn lijstje. De film De Storm, gebaseerd op het verhaal 1953, wilde ik graag zien zodra deze in première zou gaan.

Vorige week kreeg ik ineens de ‘geest’ om 1953 van Rik Launspach te gaan lezen, voordat ik naar de bioscoop zou gaan. Eigenlijk geen tijd om te lezen, maar onder het mom dat ik nog geen vakantie had gehad, kocht ik het boek. Ik nam ‘vrij’ en na twee dagen belandde ik op pagina 476, het einde. Het is lang geleden dat ik een boek zo snel heb uitgelezen.

De roman 1953 is een prachtig debuut van Rik Launspach. Zeer beeldend en meeslepend geschreven. Zelf zit je als het ware midden in de watersnoodramp. Het liefste had ik het boek in één ruk uitgelezen. Eigenlijk wist ik bijzonder weinig van de watersnoodramp van 1953. Daarom alleen al goed om dit verhaal te lezen. Zo kwam ik erachter dat ingenieur Johan van Veen (Joost van Ven in het boek) deze ramp zag aankomen. Niemand nam hem serieus. De bekrompenheid van de ouders van Julia. Zij is zwanger en ongetrouwd. Hiermee maakt ze de familie te schande. Haar vader praat niet meer met haar. Tijdens de watersnoodramp verliest Julia haar ouders en zus. Haar baby, dan vijf weken oud, legt ze in een hutkoffer met een blauwgeblokt dekentje. Wat gaat er op zo’n rampzalig moment door je heen?

Citaat uit het boek: … Terwijl ze (Julia) de koffer naar het verlichte eilandje in het midden van de zolder sleepte, dacht ze niet aan haar vader en moeder die naar alle waarschijnlijkheid daarnet allebei verdronken waren. Of aan het huis dat onherstelbaar was verwoest. Of aan de wereld die aan het vergaan was. Ze dacht aan de kabeltrui die ze droeg. Wat een geluk dat ze die had afgemaakt. Anders had ze het nu wel erg koud gehad. …

Hoe het verder verloopt met Julia en haar baby verklap ik niet. Wel wil ik zeggen dat Rik Launspach voor een verrassende ontknoping zorgt.

Gisteravond zaten manlief en ik in de bioscoop voor de film ‘De Storm’. Ingrijpende beelden komen op je af. Sylvia Hoeks die de rol van Julia speelt, draagt de film. Jammer dat de personages af en toe moeilijk zijn te verstaan (of ligt dat aan mijn gehoor?). De verschillende soorten dialect die gesproken worden is een klein minpuntje. Verder is het een boeiende en interessante film. Wil je het boek lezen en de film zien? Dan raad ik je aan om eerst naar de bioscoop te gaan en daarna het boek te lezen.

Afgelopen donderdag ging de film ‘De Storm’ in première en heeft in het openingsweekeinde al 82.000 bezoekers getrokken. Dit is het hoogste bezoekersaantal dat een Nederlandse film dit jaar heeft getrokken. De Storm van regisseur Ben Sombogaart heeft hiermee de film ‘Alles is liefde’ verslagen die in 2007 in het openingsweekeinde ruim 81.000 bezoekers trok.

Kijk en luister hier naar het interview met Rik Launspach bij
Pauw & Witteman.

Winterstilte

Vier jonge dames zitten kaarsrecht op een stoel met een kluwen garen om hun polsen. Op dezelfde wijze trof je mij circa veertig jaar geleden ook regelmatig aan. De te klein geworden gebreide kleding werd uitgehaald, het garen gewassen om vervolgens weer opgewonden te worden tot een bol wol. Veel té lang duurde het voordat al het garen van de polsen was. Mijn kinderarmen begaven het al voordat de klus geklaard was, waardoor vaak voor het laatste gedeelte de kluwen garen om de rugleuning van de stoel werd gedaan.

De afbeelding komt uit de film Winterstilte. Een diepgelovige vrouw woont met haar vier ontluikende dochters in een ingesneeuwde berghut. Hun leven is sober, routineus en zwaar. Maar geheimzinnige, raadselachtige hertmannen brengen verandering in hun bestaan. In de film wordt nauwelijks gesproken. Winterstilte werd op het
Nederlands Film Festival bekroond met een Gouden Kalf voor het geluidsontwerp dat, aldus de jury, de verbeelding van de stilte tot een poëtische ervaring maakt.

Bekijk hier de trailer van Winterstilte.

D’GEKROONDE EL

Een mooie nazomerse dag hadden we zaterdag. Ideaal om naar buiten te gaan. Voor Thijmen ging dit niet op, hij zat in een veel te warme zaal in Amersfoort te schaken. Om enige verkoeling binnen te krijgen werd de deur opengezet. Pech en mazzel als je in buurt zat. Manlief en ik trokken erop uit om de stad Amersfoort te verkennen. Nog maar goed en wel in het centrum troffen we boven een winkel aan de Kamp de fraaie gevelsteen D’Gekroonde El aan. Dit zou wel eens het pand van een kleermaker geweest kunnen zijn. Het was oorsponkelijk een houten huis, en droeg de naam De Brabandse Elle. De lengtemaat el is afgeleid van de lengte van de onderarm. Het probleem was dat niet ieders arm even lang was. Zo werd er gemeten met ‘verschillende’ maten. De Brabantse el was iets langer dan de el in Amsterdam bijvoorbeeld. De bewoner had waarschijnlijk vanwege zijn beroep (kleermaker?) veel met deze maat te maken. Met de toevoeging Brabands werd wellicht een ‘gulheid’ gesuggereerd. De maat die wordt aangegeven door de maatstaf op de gevelsteen, is de exacte lengte van de el zoals die in 1725 werd vastgesteld: 69,4 cm. Het huis heeft tot 1758 aan Kamp 9 gestaan, en was daarmee het laatste houten huis van Amersfoort. Daarna is het opgebouwd in steen. De naam veranderde van De Brabandse Elle in D’Gekroonde El.

In deze log lees je over de gevelsteen Eens halve kous heet nu St. Jan.

Maarten & Reina van Bommel-van Dam

Museum van Bommel-van Dam is één van de musea in Nederland die is voortgekomen uit een particuliere collectie. Dit jaar is het veertig jaar geleden dat Maarten en Reina van Bommel-van Dam ruim 1000 kunstwerken aan de gemeente Venlo schenkt, op voorwaarde dat de gemeente hun verzameling in een museum onderbrengt en huisvesting realiseert voor de stichters. In 1969 werd de overeenstemming bereikt, maar de bouw van het museum met woning laat enige tijd op zich wachten. Pas op 16 oktober 1971 werd het eerste museum voor moderne kunst in Limburg geopend.

De woning van het echtpaar Van Bommel-van Dam stond in verbinding met het museum. Meneer en mevrouw wilde graag op elk gewenst moment het museum in kunnen lopen, zelfs ‘s nachts op sloffen als daar behoefte aan was. Vandaar dat de gang, grenzende aan de woning, de naam sloffengang kreeg.

Maarten en Reina kochten werk van grootheden als Armando, Edgar Fernhout en Jan Schoonhoven en aan de andere kant werk van betrekkelijk onbekende kunstenaars. Een verzameling die vooral ‘met het hart’ bijeen werd gebracht. Van de 1044 kunstwerken worden er nu zo’n 300 tentoongesteld in het museum.

Na een sluiting van ruim een week gingen de deuren van het museum vanmiddag weer open. De jubileumtentoonstelling Maarten & Reina van Bommel-van Dam werd geopend door minister Plasterk. Of Plasterk zelf ook een verzamelaar is, kwam niet aan de orde. Wel liet hij ontvallen dat zijn ouders verwoede verzamelaars waren, zijn vader ging voor de postzegels en zijn moeder voor de AH zegels! Minister Plasterk benadrukte dat het van belang is dat de jeugd naar de musea gaat. Maar goed dat Van Bommel-van Dam een projectruimte heeft ingericht waar kinderen figuurlijk bij Maarten & Reina op bezoek gaan en op speelse wijze kennismaken met ‘verzamelen’.

Er is al veel geschreven en gezegd over de hoed van Plasterk. De een vindt het charmant en de ander vindt het overdreven. Ronit Palache vertelt hier haar visie over de hoed van Plasterk. Wat maakt het eigenlijk uit wat wij ervan vinden? Zolang hijzelf er maar gelukkig mee is. Door alles wat er al over zijn hoed in de media is verschenen, let je onbewust toch op zijn hoed. Zo ook ik!

Na de opening nam ik ruimschoots de tijd voor een wandeling door de expositie. De kunstwerken zijn overzichtelijk tentoongesteld. Hier en daar treffen we de bewaarde correspondentie aan, foto’s, en krantenknipsels, waardoor je als het ware dichter bij het echtpaar Van Bommel-van Dam komt te staan. Het bankstel met de schemerlamp, en de stoelen zorgen voor de huiselijke sfeer. Het bureau van meneer vinden we eveneens terug in de expositieruimte. De documentaire die vooral ingaat op de stichters, is boeiend. Dit allemaal bij elkaar genomen, krijg je een goed beeld van de verzamelaars Maarten en Reina van Bommel-van Dam. Tot en met 25-1-2010 is de tentoonstelling te bezichtigen.

Vervolg Hongaars hemd

Naar aanleiding van deze log plaatste Hennie Stevan een reactie. Zij is in het bezit van een Hongaarse blouse die ze onlangs kocht op de verzamelaarsbeurs in Utrecht. Hennie: ‘Het viel me op dat er van die prachtige witwerktechnieken waren toegepast. De verkoopster vertelde me dat de blouse oorspronkelijk uit Hongarije kwam. Ze was nu haar verzameling aan het opruimen. De blouse is gemaakt van dik naturelkleurig katoen en is uit de 20e eeuw. Het witwerk is een samenvoeging van ajour, Engels en Frans borduurwerk, platsteken, geplooide linnen bandjes en geschulpte kantjes. De stiksels zijn machinaal. De knoopjes zijn leuk gekleurd. Het betreft hier waarschijnlijk een mannenblouse.’