Het Laatste Avondmaal gemaakt van pluisjes uit de wasdroger


Laura Bell, een Amerikaanse kunstenares uit Michigan, werd geïnspireerd door een schilderij dat gemaakt was van pluisjes uit een wasdroger dat ze ongeveer tien jaar geleden zag in het Ripley’s Believe It or Not! Wisconsin Dells Odditorium. In 2009, met aanmoediging van haar man en een handvol pluisjes van haar wasdroger, begon ze aan Het Laatste Avondmaal van Leonardo da Vinci. Om voldoende pluisjes in de juiste kleur te krijgen kocht ze handdoeken in de goede kleur die de wasmachine in gingen en daarna in de wasdroger. De wasdroger heeft 800 uur gedraaid en Laura Bell werkte nog eens 200 uur aan het kunstwerk. De pluisjes zijn zo gebruikt zoals ze uit de wasdroger kwamen, ze zijn niet meer gekleurd of geverfd. Het meesterwerk heeft een afmeting van 4.20 x 1.20 m en is aangekocht door Ripley’s Believe It or Not!. Na de verkoop beloonde Laura Bell zichzelf met een nieuwe wasmachine en wasdroger.


Foto’s: Anthony Scipio

Reconstructing Klederdracht by Ricardo Ramos


Ricardo Ramos is een ontwerper die afkomstig is uit Barcelona en nu in Duitsland woont. Voor zijn nieuwe collectie liet hij zich inspireren door de Staphorster klederdracht. Enkele jaren geleden maakte hij kennis met de Staphorster dracht. ‘De kleurrijke bloemenpatronen op een zwarte achtergrond, het stipwerk en de manier waarop de kleding in elkaar is gezet. Prachtig!’


De ontwerper kocht op een kledingveiling bij de Museum Boerderij Staphorst een partij doeken, rokken, jasjes en mutsen. Deze kledingstukken vormen de basis voor zijn collectie, die aanstaande woensdag (19 januari) gepresenteerd wordt in Berlijn.

Ricardo Ramos vindt het heel bijzonder dat nog steeds vrouwen van Staphorst de dracht dagelijks dragen en daarmee hun dagelijkse werk doen. De ontwerper wil met zijn werk tradities levend houden. ‘Als modeontwerper probeer ik een kleine bijdrage te leveren aan het in stand houden van cultureel erfgoed.’


Bron: de Stentor
Foto’s: Andria Martins

Nieuwe volgorde alfabet…

Het artikel over de nieuwe volgorde van het alfabet, geschreven door Diederik Smit in Dagblad De Pers, heeft veel losgemaakt. Elma ging direct aan de slag om een nieuw schoolmerklapje op patroon te zetten en vervolgens pakte ik naald en draad om deze grap vast te leggen. Ik ben niet de enige die enthousiast was. Monique die we van deze tasjesketting kennen, maakte een mini schoolmerklapje met de ‘nieuwe volgorde van het alfabet’.


Monique: ‘Las net je log van 11 januari, ook ik ben gelijk aan het borduren gegaan. Was heerlijk om te doen. Dank aan Elma voor het patroon en Berthi jij voor je prachtige, interessante verhalen. Ik heb er even een “textielkaart” van gemaakt. De afmeting van het mini schoolmerklapje is 7.5 x 7.5 cm. Ik borduurde met één draadje DMC 498.’

Liza Bol die elk jaar een jaarlap borduurt was op het moment van het lezen van Pronkjournaal XXIV bezig om haar jaarlap van 2010 af te ronden. Ze had nog een klein leeg plekje op haar borduurlap waar het alfabet in kruisjes kon komen te staan.


Misschien herinner je deze grappige kaart van Liza.

Nu ben ik toch wel nieuwsgierig of er nog meer lezers zo enthousiast bezig zijn met dit alfabet of dat ze het misschien al geborduurd hebben.

Post uit Japan


De eerste maandag van het nieuwe jaar bracht de postbode een ontzettend leuke verrassing, namelijk een dikke envelop uit Japan van Miho Sakato. De inhoud bestond uit Japanse folders, kaarten en een boekje over de Nederlandse Pascale en haar familie. Het boekje is een project van Driehoek. Driehoek staat voor: Miho Sakato, Masami Kita-Geerlings en Naomi Wada.


Het boekje telt 160 pagina’s en is onderverdeeld in vijf hoofdstukken: Het tuinhuis – Pascale’s creatie – Lekker eten – Het buitenleven en Oma’s huis. Op een leuke manier wordt het typische Hollandse leven weergegeven in woord en beeld. Het zijn de eenvoudige dagelijkse dingen van het leven waar wij niet meer zo bij stil staan, daarom des te leuker om dit boekje door te bladeren en al die herkenbare typische Hollandse gewoontes voorbij te zien komen. Het is dus niet alleen voor Japan een alleraardigst boekje, maar ook zeker voor ons.

Misschien had je in Flow nummer 6-2010 al over dit boekje gelezen. Net als ik zijn zij zeer enthousiast. Het volgende schrijft de redactie van Flow:
‘Mocht je denken dat je een gewoon leven hebt, in een gewoon huis, met gewoon avondeten op het menu… Nee! In Japan smullen ze van “typical Dutch Life”. Onlangs maakte de Japanse journaliste Masami Kita een boekje over het huis en het leven van de Nederlandse Pascale en haar familie. We weten niet waarom, maar we bleven maar bladeren in dit leuke onleesbare boekje vol Japanse tekens en foto’s van boerenkool met worst, sinterklaasfeestjes en rommelige kinderkamers. Het boek heet Funfilled, homemaking life of Pascale from the Netherlands en is in Nederland alleen te koop bij de Japan Bookshop in Amstelveen of op de Japanse amazon.com.’


Kinderfeestje van Sara toen ze negen jaar werd. Leuk idee van Pascale om sokken aan de waslijn te hangen met daarop de tekst in letters van stof: Sara 9 jaar!.

Alfabet apart


Het meest ludieke nieuws van 2010 was toch wel de nieuwe volgorde van het alfabet. Zowel Elma als ik kunnen een grapje waarderen en Elma ging direct aan de slag om het ‘nieuwe’ rode schoolmerklapje op patroon te zetten. Omdat ik van handwerk/textiel met een verhaal houd, heb ik het rode schoollapje op 16-draads linnen geborduurd met Madeira zijde 514. Het merklapje is circa 12 x 12 cm.

Textielpost – Zuid-Afrika

In deze log laat Hilly ons textiel zien dat zij tegenkwam tijdens haar reis door Zuid-Afrika. Textielpost vond ze ook, waar ik erg blij mee ben.


Hilly: ‘We hebben genoten van onze tocht door Zuid-Afrika. Heel veel dieren gezien (met onder andere een “game-drive”), prachtige natuur en zo min mogelijk steden/toeristische plekken. Toch een textielkaart gevonden voor jou. Dus bij deze.’

Hoewel de oorsprong van de Zuid-Afrikaanse Ndebele in mysterie is gehuld, zijn ze aangewezen als een van de Nguni stammen. De Nguni stammen vertegenwoordigen bijna tweederde van Zuid-Afrika. Ze kunnen worden onderverdeeld in vier verschillende groepen: het Centraal Nguni (de Zulu-sprekende volkeren), de Zuidelijke Nguni (de Xhosa-sprekende volkeren), de Swazi mensen uit Swaziland en aangrenzende gebieden en de Ndebele bevolking van de noordelijke provincie en Mpumalanga.

De twee Ndebele groepen waren niet alleen geografisch, maar ook door verschillen in hun talen en culturen van elkaar gescheiden. De Ndebele van de noordelijke provincie bestaat hoofdzakelijk uit de BagaLanga en de BagaSeleka stammen, die in grote lijnen, de taal en de cultuur van hun Sotho buren heeft.

Van de geschiedenis van de Ndebele mensen is het volgende verhaal bekend. Hun eerste herkenbare leider was Mafana. Zijn opvolger was Mhlanga die een zoon had, genaamd Musi, die begin 1600 besloot om zich af te scheiden van zijn neven om zich te vestigen in de heuvels van Gauteng in de buurt waar de hoofdstad Pretoria is gelegen. Na de dood van de leider Musi, kregen zijn twee zonen ruzie over het hoofdschap en de stam werd verdeeld in twee groepen: de Manala en de Ndzundza. De Manala bleef in het noorden, terwijl de Ndzundza, ook wel bekend als de Zuid-Ndebele, naar het oosten en het zuiden reisde. Beide groepen bleven duidelijk Ndebele.

Ndebele-vrouwen zijn traditioneel versierd met een verscheidenheid aan sieraden en elk sieraad symboliseert de status in de maatschappij. Na het huwelijk worden de jurken steeds spectaculairder. In vroegere tijden, zou de Ndebele vrouw koper en messing ringen hebben gedragen om haar armen, benen en nek, als symbool van haar band en trouw aan haar man, nadat haar huis werd gebouwd. Hoe rijker de man, hoe meer ringen. De vrouw zou alleen na de dood van haar man de ringen verwijderen. Getrouwde vrouwen droegen ook een vijfvingerige schort (ijogolo) en een huwelijksdeken die versierd was met kralen. Ze droeg altijd een zekere vorm van hoofdbedekking als respect voor haar man. Deze varieerde van een eenvoudige kralen haarband tot een gebreide muts met kralen hoofdtooien (amacubi).

Jongens liepen vaak naakt rond, de meisjes droegen vanaf jonge leeftijd schorten of rokken van kralen die ze om konden wikkelen. Voor rituelen en ceremonies waren de Ndebele mannen versierd met sieraden die gemaakt werden door hun vrouwen.

Het kralenwerk is ingewikkeld en tijdrovend en vereist veel handigheid en een goed gezichtsvermogen. Tegenwoordig zijn veel projecten met betrekking op de productie van deze artikelen voor de verkoop aan het publiek.

Gepaerelde beuk

Sylvia van Dam Merrett: ‘Ik houd me bezig met onder andere reconstructies van oude Walcherse klederdrachten voor een groep die deze drachten showt. Momenteel ben ik verdiept in de zogenaamde gepaerelde beukjes. Henriette Beukers heeft hier een stuk over geschreven in haar handwerkencyclopedie met een beschrijving die niet helemaal juist was. Ze heeft dit jaren later verbeterd in een artikel in Handwerken zonder Grenzen, april 2004.
Ik heb pas drie beukjes nagemaakt. Datering is onzeker. Ik weet in ieder geval dat ze in 1890 werden gedragen omdat Museum De Schotse Huizen in Veere waar ik werkzaam ben twee gedateerde en gesigneerde exemplaren gekregen heeft, gemaakt door iemand die hiermee haar “Handwerk akte” behaalde.

Waar komt de gebruikte steek op de gepaerelde beuk vandaan? Een mogelijkheid zou zijn de geborduurde boorden en manchetten van mannenhemden. Op Walcheren zie ik die “smock”steek ook daar, en volgens de boeken worden deze hemden gedateerd 18e eeuw. De vraag is dan of dit elders in Nederland is gedaan? Op het eerste gezicht vind ik veel parallellen in Scandinavië, maar net niet deze steek!!! Ik snap dit niet, het kan niet zomaar uit de lucht zijn gevallen!!! Wie kan mij meer vertellen waar de borduursteek van de gepaerelde beuk vandaan komt?’


Replica gepaerelde beuk, gemaakt door Sylvia van Dam Merrett

Craigie Horsfield: Schering en inslag


Als je naar bovenstaande afbeelding kijkt, is de kans groot dat je denkt dat het hier om een foto gaat. In werkelijkheid is het een wandtapijt dat kunstenaar Craigie Horsfield heeft laten maken door Flanders Tapestries.

Craigie Horsfield fotografeert mensen, plaatsen en voorwerpen om hem heen; zijn vrouw, vrienden, fragmenten van interieurs en straatbeelden. De thema’s en de stijl zijn sober, klassiek en tijdloos. De textuur van de foto’s zijn sensueel en houtskoolzwart. Sinds drie jaar laat Craigie Horsfield een deel van zijn foto’s verwerken tot wandtapijten in het West-Vlaamse textielbedrijf Flanders Tapestries. Speciaal voor de tentoonstelling CRAIGIE HORSFIELD Schering en inslag/Confluence and consequence heeft Craigie Horsfield een aantal nieuwe tapijten gemaakt. Verschillende ervan zijn gebaseerd op foto’s die hij maakte in het Moscow Circus tijdens de Barcelona Conversation (1996), een sociaal project van Craigie Horsfield in Barcelona.

De expositie is te zien tot 16 januari 2011 in het Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen. Een interessant filmpje over de gigantische tapijten is hier te zien.

Cora uit Kapelle


In het kader van het Tegenlicht-vierluik over de toekomst van de regio organiseerde de VPRO Gids een fotowedstrijd getiteld De kracht van de regio. Dat leverde ruim 120 inzendingen uit alle windstreken op. De jury zag vooral heel veel landschappen voorbij trekken – modderige akkers, vergezichten met bomen of duintoppen en kavels bij ondergaande zon – voor veel regiobewoners blijkbaar het krachtigste symbool van de eigen streek. Hoe trots deze agrariërs ook op de foto staan, ze leggen het toch af tegen de biceps van Cora uit Kapelle, die in Walcherse klederdracht poseert. ‘Zeeland vergrijst’, schrijft Dennis Wisse uit Rotterdam. ‘Veel jongeren trekken naar de Randstad. Dit wordt door vele Zeeuwen als een probleem ervaren. Aan de andere kant zijn veel ouderen dolgelukkig in het mooie, rustige en veilige Zeeland.’ ‘Een origineel en krachtig beeld waar alles in zit’, oordeelde de jury over zijn winnende foto.

Rondleiding Hundertwasserhuis


Vorige week was ik vier dagen in Houthem te vinden waar Thijmen intensief bezig was met het schaken. Nu bleek de accommodatie voor de schakers op hetzelfde terrein te zijn waar het Hundertwasserhuis te vinden is. Een mooie gelegenheid om een rondleiding aan te vragen.

De Kindervallei beschikt over acht fraaie appartementen (voor vier of zes personen), waarvan vier met een plafondlift. Ze zijn speciaal ontworpen voor kinderen met een lichamelijke beperking en voorzien van één of twee slaapkamers, een eigen badkamer en ingerichte keuken. Naast de appartementen bevinden zich de gezamenlijke ruimtes zoals een woonkeuken, bibliotheek, internet/speelruimte, theater en snoezelruimte.

De zes gastenkamers (voor twee of drie personen) zijn voorzien van een woon- slaapkamer en badkamer. deze kamers zijn voornamelijk bestemd voor de ouders als hun kind in het ziekenhuis of Adelante kinderrevalidatie verblijft.









Twee keer eerder was ik in Houthem om het Hundertwasserhuis op de foto te zetten, toen alleen de buitenkant. Op 12 oktober 2007 maakte ik deze foto’s en op 4 juni 2009 deze foto’s.

Voor Hundertwasser in Wenen moet je naar deze log gaan en de foto’s van het kinderdagverblijf in Frankfurt am Main-Heddernheim zijn in deze log te vinden.