Naar Parijs in augustus


Zwarte zaterdag (30 juli 2011) in Frankrijk is geweest. Met enige rust kunnen we ons weer begeven op de Franse autowegen. Misschien heb je het plan om een bezoek te brengen aan Parijs nu ‘bijna’ alle Parijzenaren de stad gaan verlaten. Verblijf je in Parijs, dan is de kans groot dat je naar Montmartre gaat en vervolgens de kleurrijke vrouw van de foto tegenkomt.

Textielpost – Wales, Schotland en België

Textielpost is niet alleen ontzettend leuk, maar ook leerzaam. Zo kom ik tot de ontdekking dat het schaap regelmatig terugkeert op de kaart. Ook wel te begrijpen, want hij levert de o zo belangrijke wol in allerlei varianten waar wij onze warme truien, vesten, mutsen, sokken en shawls van breien. Vandaag hebben we bij textielpost een Welsh Mountain Ram, het ‘geruite’ Schotse schaap en wol in het MIAT in België.


Christien Sleeboom: ‘Komend naar Wales had ik visioenen van het zien van schaapscheerders (wel op tv van de Royal Welshshow), wolweverijen (niet in de buurt waar wij zitten) of wolwinkels (nog geen een gezien). Dus ik moet het doen met m’n meegebrachte breiwerk: baby surprise jacket van Elizabeth Zimmerman. Geen patroon, dus (wiskundig) gereconstrueerd. Slechts 1x uitgehaald. Op de wandelingen wel véél schapen gezien. Wales is prachtig. Bij gebrek aan andere kaarten: wéér een schaap. P.S. Heb mijn best op de postzegels gedaan.’

Het is een prachtig schaap en de postzegels zijn koninklijk, beter kan niet! O ja, erg leuk dat het poststempel van Wales zo goed is te lezen. De datum van het schrijven en het poststempel zijn hetzelfde! Aardige bijkomstigheid. Knap dat je zo’n ingewikkeld ontwerp zo kunt breien!


AdrieJ kwam deze ‘geruite’ Schotse schapen tegen!


Voor witte wol kan het Schotse schaap ook zorgen!


Anne, Jeanine en … (onleesbaar voor mij): ‘We hebben een groep gesticht “Merklapperij”. We komen samen in het Miatmuseum om merklappen te borduren in kruissteken.’

Vriendelijke groet uit lappenland


Vandaag een mooi artikel in Dagblad De Limburger over Textielpost. Het is ondergebracht in de rubriek kunst en geplaatst in de editie van regio Venlo. Binnenkort komt het ook te staan in de editie Midden-Limburg. Het verhaal is geschreven door Will Gerritsen, de foto is gemaakt door Stefan Koopmans.

Vriendelijke groet uit lappenland

„De plof op de deurmat, daar gaat het toch om.” Berthi Smith uit Venlo wil niets liever dan ‘textielkaarten’ uit de hele wereld ontvangen.

De blik van de krantenfotograaf landt op een ansichtkaart met gebronsde damesbillen in een tanga. Hela?! Berthi Smith geeft het grif toe. Het is de minst textielhoudende
textielkaart die ze afgelopen jaar heeft ontvangen. Lachend: „Uiteraard verstuurd door een man.” Dat krijg je als je de wereld oproept een ansichtkaart over „textiel in de meest brede zin des woords” op te sturen. Berthi Smith, roodgekleurd brilmontuur
met dito gekleurd stoffen halssieraad, is tuk op textiel. Haar huis bevat allerlei verzamelingen, van Friese merklappen, afgesabbelde teddyberen tot antieke lotusschoentjes uit de tijd dat Chinese vrouwenvoeten op weinig zachtzinnige wijze tot een kleutermaatje werden samengeperst. Ze schrijft boeken, geeft lezingen, richt exposities in. Laatst nog in Veldhoven, bij de open Europese quilt-kampioenschappen. En ze houdt al vele jaren met ijzeren discipline dagelijks een weblog bij. Toch aardig voor een apothekersassistente zonder textielopleiding, afgezien van het reguliere
schoolvak ‘nuttige handwerken’ dat ze ooit volgde. Op dat weblog (berthi.web-log.nl) en ook middels flyers deed ze vorig jaar onder de noemer Project Textielpost haar oproep. Stuur een kaartje met een afbeelding van textiel of handwerk. Haar belofte: dan
krijg je van mij een kaartje terug. Berthi Smith is namelijk ook helemaal weg van kaarten. In de serre staat een kaartenmolen, op de kop getikt in de kringloopwinkel van
Terre des Hommes, vol eigen verzendklare textielkaarten die ze overal vandaan heeft gesprokkeld. „Waarom sturen we toch geen ansichtkaarten meer?!”, verzucht ze. Sinds de oproep kleppert de brievenbus bijna dagelijks. Iemand van het postsorteercentrum sprak haar man op de schaakclub aan: hoe zat dat toch met die kaarten? Berthi Smith: „Wat is nog leuker dan een kaartje op je deurmat te vinden? Wie stuurt tegenwoordig, nu we
driemaal per jaar op vakantie gaan, nog een kaartje? Wie neemt er nog de tijd en moeite voor?” Haar verzenders wel: die moesten heel wat kaartenmolens ronddraaien voordat ze een op een ansichtkaart vereeuwigd spinnend Sardijns omaatje of een Estlands breipatroon voor handschoenen vonden. Smith kreeg textielpost van onbekende
mensen overal vandaan, uit India, Lapland, Dubai, Maleisië. Maar ook uit Spakenburg, Marken, Nijmegen. En een oer-Hollands klederdrachtkaartje uit Venlo. „Grapje. Vond ik
toevallig in een winkel en heb ik mezelf gestuurd. Ik reis niet, ben nogal honkvast.” De Venlose scant alle kaarten en zet die met de tekst van de verzender op haar blog. Waarop bezoekers weer en masse reageren. Kaart uit Athene. Reactie: „Misschien
vind je het nu ook leuk om de workshop Grieks borduren te volgen?” Kaart uit Nijmegen van een gebreide Kerstman: „Daar gaat mijn breihart sneller van kloppen.” Uiteindelijk wil Smith haar project creatief afsluiten. Hoé, wil ze niet zeggen. „Ik heb iets in mijn hoofd.” Zal wel iets te maken hebben met textiel in de meest brede zin des
woords.

Klik op de foto voor een vergroting. Het kan zijn dat je nog een keer moet klikken om een leesbare versie te krijgen.

Bandweberei Kafka


In deze log maak je kennis met de bandweverij in Wuppertal. Onlangs bracht Monique Derwig een bezoek aan het museum.



Monique Derwig: ‘Bandjes, bandjes en nog eens bandjes. Gisteren (9 juli 2011) waren we bij vrienden in Wuppertal en mijn vriendin Angelika verraste ons met een bezoek aan de Bandweberei und Museum Kafka. Wuppertal is van oudsher een textielstad en de bandweverij Kafka begon haar werk in de fabriek van Bernhard Mardey, die in 1898 haar werkzaamheden startte. De Jaquardweefstoelen ratelen sindsdien en maken de mooiste bandjes. In 1991 werd de fabriek overgenomen door Frau Kafka, een kunstenares, die met veel enthousiasme en energie de fabriek weer nieuw leven inblies. Zij ontwikkelde een geheel nieuwe collectie. Sinds vorig jaar is de zaak overgenomen door Christine Niehage. Op de vraag hoe ze hier toe gekomen is vertelde ze dat ze na haar opleiding als coupeuse, in de marketing ging werken bij Microsoft in München. Wat een overstap zul je denken, maar hier ligt de grondslag voor de overname van de bandweverij. Haar liefde voor stoffen en stofverwerking gecombineerd met 21 jaar marketingervaring bereidde haar zonder dat ze het wist voor op de overname. Net op het moment dat Microsoft ging inkrimpen werd de weverij ter overname aangeboden. Toeval??? Ik geniet als ik zo’n verhaal hoor want het leven schotelt je vaak van deze “toevalligheden” voor. Met hetzelfde enthousiasme waarop zij de rondleiding deed, luisterde ik naar haar verhaal en keek rond in de winkel. Wauw, wat kan een mens hebberig worden… . Het liefst had ik van alle bandjes een meter meegenomen, maar ik wist me te beheersen tot drie zakjes met restjes, wat monogrammen en een etiket voor de quilt die ik aan het maken ben voor het kindje van mijn nichtje. Iedere tweede zaterdag in de maand is hun fabriekswinkel open en kan men genieten van al die prachtige spullen. In de auto terug naar huis heb ik “gespeeld” met mijn bandjes schat. Wat kan een mens toch gauw tevreden zijn! De moeite waard om te bezoeken!’

Louboutin – fall 2011

Schoenenontwerper Christian Louboutin bedacht een sublieme campagne voor zijn najaarscollectie 2011. Hij liet zich inspireren door beroemde schilderijen en zijn modellen werden in dezelfde pose gefotografeerd door Peter Lippman. Het ziet er zeer indrukwekkend uit.


Whistler’s Mother van James McNeill Whistler uit 1871. Het schilderij bevindt zich in Musée d’Orsay.



Saint Dorothy van Francisco De Zurbaran.



Portrait of a Girl van Jean-Baptiste-Camille Corot.



Elizabeth of Austria van Francois Clouet. Het schilderij dateert van 1571 en bevindt zich in het Louvre.

Rijswijk Textiel Biënnale 2011

De tweede Rijswijk Textiel Biënnale ging enkele weken geleden van start. Tot 11 september 2011 heb je de kans om bijzonder werk van nationale en internationale kunstenaars te gaan bekijken in Museum Rijswijk.

Op zondag 11 september, de laatste dag, wordt van 13.00 tot 17.00 uur een grote textielmarkt georganiseerd op het voorplein van het museum en in de Oude Kerk tegenover het museum.

Bij de Rijswijk Textiel Biënnale verschijnt een prachtige rijk geïllustreerde catalogus in het Nederlands en Engels. Twintig informatieve teksten over de deelnemende kunstenaars en hun werken worden beschreven. Voor mij gaat een werk extra leven zodra ik meer weet over het achterliggende verhaal. Dus is deze publicatie een mooie aanwinst. Ik wil graag één kunstenaar en zijn/haar werk toelichten. Het is moeilijk om een keuze te maken, want alle deelnemers hebben hun eigen specialiteit. Na enkele uren genoten te hebben van de beelden en verhalen over de werken van de kunstenaars blijft het lastig om slechts één kunstenaar uit te lichten. Vooruit, dan doe ik er twee. Allereerst ga ik voor de metalen weefsels van de Taiwanese Wen-Ying Huang. Zij gebruikt voor haar jurkjes metaaldraad, die uitblinken in zacht glooiende verfijning. De kleine jurkjes zijn het evenbeeld van de jurkjes uit haar jeugd, zoals een schooluniform. Het schooluniform is bedoeld om onderscheid tussen kinderen te vermijden. Om jaren later een dergelijke dresscode te doorbreken, maakt Huang gebruik van ingeweven jeugdfoto’s en atypische materialen. Tegelijkertijd benadrukt ze het idee van een keurslijf door het materiaalgebruik: het jurkje wordt een harnasje van metaal- en teflondraden. Bovendien legt ze met haar objecten juist herinneringen vast uit de periode waarvoor ze qua vorm symbool staan.


We gaan naar het borduurwerk van Sue Stone. Zij vereeuwigt de activiteiten en het aanzien van één à twee generaties voor haar in boeiende taferelen van stof en draad. Ze vertaalt foto’s uit familiebezit en herinneringen in draadwerk.


Grote zus Jean en haar vriendinnen zijn in 1958 als groepje wat onwenning op de foto gegaan om in 2009 de Bathing Belles te worden. Het is een wonderlijke combinatie van tijdloosheid, gelijkvormigheid en een modebeeld. Eerst worden de figuren vrijstaand gestikt met een naaimachine en hierna op een achtergrond van gerecycled katoen aangebracht. Het werk wordt in lagen opgebouwd met het beperkte kleurenpalet van de jaren vijftig uit de vorige eeuw. Verschillende linnen en zijden kledingstofjes worden op hun plaats gefixeerd met katoenen garen. Ze heeft de mogelijkheden om met meerdere kleuren tegelijk in de naald te werken en creëert daarmee een verfijnde kleurenmix. Sue Stone gebruikt relatief eenvoudige machinale en handmatige borduurtechnieken, waarmee ze meesterlijk het gehele vlak dicht weet te stikken. De rijgsteek overheerst, afwisselend kort en lang, maar er is ook ruimte voor een aan het breien ontleende kantachtige steek (‘laced chevron stitch’) en zogenoemd ‘trapunto’, waarbij reliëf ontstaat (zoals gebruikt in quilts).

Openingstijden Museum Rijswijk alleen tijdens de textielbiënnale: dinsdag tot en met zondag van 12.00-17.00 uur.

De prijs van de catalogus Rijswijk Textiel Biënnale is € 19,50.
ISBN/EAN 978-90-801242-7-1

Knitting in Nature 2011


Knitting in Nature georganiseerd door Miriam Tegels zit er voor dit jaar alweer op. Het is prima verlopen, het weer werkte in het begin van de week nog mee zodat iedereen buiten kon breien en daarna was het goed vertoeven bij de houtkachel.


Miriam: ‘Een van de hoogtepunten voor mij tijdens de breivakantie was onder meer de drukbezochte Stitch & Bitch avond op woensdag bij Café Willems in Roermond. Op mijn uitnodiging naar S&B Venlo en S&B Kaarst kwamen in totaal meer dan dertig breisters naar Roermond. In een mengelmoes van Engels, Duits, Nederlands en Limburgs dialect hadden we een ontzettend gezellige en inspirerende avond.’


Miriam: ‘Een ander hoogtepunt was de workshop Freeform Intarsia door gastdocente Connie Lene Johnston. Haar New Zealand Cloak oogstte veel bewondering. In een toelichting vertelde ze over de totstandkoming van dit prachtige werkstuk dat ze in zes weken vervaardigde. Er zijn garens in verwerkt die met Nieuw-Zeelandse rode aarde zijn geverfd. Haar inspiratie vormde de oceaan, de kust en de overgang naar de bush. De ivoorkleurige kwastjes komen van de traditionele kleding van de Maori’s.’

Textielpost – Reis door Nederland


Ine: ‘Het museumweekend dus gebruikt voor een bezoek aan het Tropenmuseum. Was leuk, zeer de moeite waard. Helaas geen fototoestel mee. Ik kan je dus geen foto’s sturen.’

Afbeelding: Detail van ceremonieel weefsel, Iban, Sarawak.

Ine bezocht de expositie Rood in het Tropenmuseum die verlengd is tot en met 31 juli 2011. Je hebt dus nog één week de tijd om naar deze mooie tentoonstelling te gaan.


MiekeS: ‘Bij deze een textielkaart die aan al jouw eisen voldoet:
1. textiel
2. geen envelop
3. met postzegel
En je hoeft niet naar de maker te zoeken…’

Afbeelding: Merklap anno 1789, Streekmuseum “De Meestoof”.

Klopt helemaal, MiekeS! Een kaart zoals ik die graag wil ontvangen! Ach, wat heerlijk dat ik nu niet op zoek hoef te gaan naar de maker! Maar… alle gekheid op een stokje, het is een schitterende merklap. Erg goed van samenstelling en mooie kleuren gebruikt voor de motieven. Zou de borduurster twee jaar aan haar merklap hebben gewerkt? Ik zie twee data: 1789 en 1791. Het meest aannemelijke is dat Clasina Everts twee jaar aan haar merklap heeft gewerkt. Eef de Jonge die onderzoek heeft gedaan naar de Zeeuwse merklap en daar de publicatie Door mijn gedaen over schreef, voegt nog toe: ‘Toen ik in 1996 in Museum “De Meestoof” een tentoonstelling organiseerde over merklappen en in het bijzonder de Zeeuwse, kreeg ik van een mede-PROMMER (Provinciaal Overleg Museum Educatie) de lap van de Vlissingse Clasina Everts voor “De Meestoof”.
Hij wist me toen te vertellen dat Clasina Everts familie was van de uit Vlissingen afkomstige Admiraal Jan (Johan) Evertsen. Everts en Evertsen werden in die tijd door elkaar gebruikt/geschreven. Het is aan te nemen dat Clasina deze lap in 1789 begon en in 1791 afmaakte. Toen ik later het boekje “Door mijn gedaen” schreef, ontdekte ik dat op ongeveer 17 Walcherse doeken een bijzonder poortgebouw stond. Hetzelfde gebouw als op de lap van Clasina. Niet iedere borduurster zette de poortwachter op dezelfde plaats. Soms staat hij rechts en soms links. Het is een poortgebouw met drie torens waarop vlaggen wapperen. Een enigszins vergelijkbaar gebouw is te vinden op een Engelse sampler uit 1754, daar staat onder andere een kruis op en de psalmwoorden: Praise the Lord All ye heather, O praise him all ye Nations. Waaruit ik opmaak dat het gebouw hier als kerk bedoeld is. Het wapen van Vlissingen staat in de linker bovenhoek en het Zeeuwse wapen in de rechter bovenhoek.’


Lies Huizer: ‘Woensdag 8 juni een bezoekje aan museum “De Meestoof” in St. Annaland gebracht. Zeer veelzijdig opgezet over wonen – werken (de meekrap) en de streekdracht en natuurlijk niet te vergeten de Merk-Stop-School- en Pronklappen. Als je je museumjaarkaart laat zien, krijg je ook nog een Zeeuws leesplankje cadeau!
Dit is geen echte textielkaart, maar ik dacht aan de “opwaaiende zomerrokjes”.’

Via de ‘opwaaiende zomerrokjes’ komen we dan toch weer bij de textielkaart uit! Als ik tegenwoordig iets over Zeeland lees of hoor dan denk ik daarbij gelijk aan jou, Lies. Zeeland en Lies horen bij elkaar!


AnnekeL: ‘Textielkaart voor je gevonden uit Museum Betje Wolff in Middenbeemster (N-H). Leuke kleine tentoonstelling “Tot op de draad bekeken”. Leuke textiel en een paar merk/stoplappen. Vooral veel volkskunst. Hoop dat je er wat aan hebt, geniet altijd van je web-log. Groeten en succes in Veldhoven.’

Een mooie toepasselijke kaart om te ontvangen zo vlak voor mijn mangeldoekenexpositie in Veldhoven die alweer een aantal weken achter ons ligt.


Tineke Geurts, medewerker van Museum de Kantfabriek: ‘Geweldig leuk initiatief, Dat er nog veel mogen volgen.’

Tot 25 september 2011 is de tentoonstelling Het tafelkleed vertelt… te zien in Museum de Kantfabriek.


Elsbeth en Nancy: ‘Vandaag voor het eerst in het Textielmuseum in Tilburg. Erg de moeite waard. helaas missen we de nieuwe tentoonstelling die op 11 juni begint. The making of…: een overzicht van juweeltjes die afgelopen jaren in het textiellab zijn ontstaan. PS: de kaart van musée du quai Branly Parijs is nooit meer boven water gekomen, helaas!”

Afbeelding: Bollenvelden van Ria van Eyk, 1978.

Beide musea zijn de moeite waard voor een bezoek. Het Textielmuseum bezocht ik al diverse keren. De laatste keer was ik in dit museum voor het live bloggen en musée du quai Branly bezocht ik in 2008 voor de tentoonstelling Paracas, Long lost treasures of ancient Peru.


Elma: ‘Schaap tot lam: “Volgend jaar hoop ik weer op de WOLWIERDE FAIR in Niehove te zijn, maar dan als textielkaart met een mooie gebreide trui van mijn wol”.’

Dat gaat vast goed komen met de gebreide trui! De foto van de schapen is gemaakt door Ricarda Grothey.


Elma: ‘Een groet uit Haarlem. Uit de serie “Ot en Sien” van Jetses sokken stoppen. De kopjes zijn van Blau Saks servies.’

Op den Weefstoel


Op den Weefstoel

Zit ik op mijn stoeleke,

tiek-tak, tiek,

en speel ik met mijn spoeleke,

tiek-tak, tiek,

dan denk ik op mijn tjoeleke

en zing me zot en ziek;

tiek-tak, tiek-tak, tiek-tak, tiek.


Weef ik aan mijn webbeke,

tiek-tak, tiek,

ik doe ‘t al voor mijn kebbeke,

tiek-tak, tiek,

ze snatert als een snebbeke,

en bleust gelijk een kriek;

tiek-tak, tiek-tak, tiek-tak, tiek.


Lever ik mijn lappeke,

tiek-tak, tiek,

ik koop heur mantelkappeke,

tiek-tak, tiek,

we trippen van het trappeke,

en dansen op muziek;

tiek-tak, tiek-tak, tiek-tak, tiek.


Liedje van René de Clercq uit 1918

Postbezorging

Elke dag kijken we uit naar de postbode. De plof op de deurmat willen we niet graag missen. Natuurlijk ontvangen we het liefste gezellige post die ons een glimlach bezorgt. We gaan er bijna automatisch vanuit dat de verstuurde enveloppen, kaarten en pakketjes goed aankomen. Toch gaat het wel eens mis. Afgelopen woensdag stond onderstaand verhaal te lezen in de Volkskrant:


‘Het was een zware winter voor Op=op. Huisgenoot H., een vrouw van de wereld, stortte zich met het korten der dagen ineens op twee b’s: borduren en Bijbel. Zo had Op=op het zich een paar jaar geleden niet voorgesteld. Gelukkig was de Bijbel snel uit. Maar het borduren ging door tot aan het voorjaar. Tientallen, zo niet honderden uren gingen er in het handwerk zitten. De huisvlijt was het gevolg van een buik in Zweden. Hartsvriendin M. was zwanger en er moest een geboortelap komen. De buik werd dikker en dikker en de geboortelap groter en groter. Bomen, appels, Adam en Eva, de slang en het alfabet; pas in april was de doek klaar en ingelijst. “Lotta” stond er met gouden letters in het midden. Ze was inmiddels drie maanden oud. Dankzij PostNL is het daarmee helaas niet af. Het met “track & trace” verstuurde pakket is namelijk nooit
bij Lotta aangekomen. Vorige week viel er een brief van PostNL op de mat. “Uit mijn onderzoek blijkt dat het pakket verder niet meer is te traceren. Ik hoop u hiermee naar tevredenheid te hebben geholpen en geïnformeerd en sluit het onderzoek.” Was getekend Rinie Ruiter. Online is na te lezen hoe de geboortelap Lotta bijna bereikte: Op 9 april vertrekt het borduurwerk vanuit Amsterdam, via het sorteercentrum wordt het op 12 april naar Zweden verstuurd. Maar op 12 mei ging het pakket weer “retour afzender” naar Nederland. “We waren op vakantie, en toen ik naar het postkantoor ging om het pakket af te halen was het net een dag teruggestuurd”, vertelt M. vanuit Zweden. In Nederland komt het pakket niet meer boven water. Tot zo ver “track & trace”. Het is misgegaan vanaf sorteercentrum Dordrecht, zegt de woordvoerster van PostNL. “Daar was niet meer na te gaan naar wie het pakket terug moest. Mogelijk is het etiket eraf geraakt. Het zou daarom naar de landelijke afdeling onbestelbare postzendingen in Amsterdam moeten gaan. Daar is het echter nooit aangekomen.” H. heeft niets verkeerd gedaan, zegt de woordvoerster. “Voor iets dat eigenlijk alleen emotionele waarde heeft, voegt aangetekend versturen weinig toe. Het traject is hetzelfde als dat van post die met track & trace wordt verstuurd. Het is dan alleen verzekerd tegen schade en verlies, maar met geld is dit verlies niet te compenseren.” De brief van Ruiter was ook onhandig gesteld, zegt de woordvoerster. “Die legt niet uit wat er is gedaan om het pakket terug te vinden en dat het echt heel erg vervelend is. We bieden onze excuses aan.” Niet op=op, maar weg=weg dus? “Het zou niet reëel zijn als ik nu ga zeggen dat het borduurwerk terug komt, maar stiekem hoop ik het wel”, zegt de woordvoerster. H. houdt moed. “En anders moet ik deze winter maar een hernieuwde poging doen.” Op=op bidt dus dat het pakket nog wordt gevonden.’

Foto: Heleen de Jonge van Ellemeet
Bijdrage: Tjerk Gualthérie van Weezel


Ik bestel ef en toe boeken in het buitenland en tot afgelopen zaterdag altijd zonder problemen. In Zweden had ik het boek Scandinavian Folklore besteld. Zaterdag belde de pakketdienst van PostNL aan. Met enthousiasme nam ik het grote pakket in ontvangst en maakte het meteen open. Ai, waterschade, en niet zo’n beetje ook. Een behoorlijk aantal bladzijden zaten aan elkaar gekleefd. Het boek ligt nog steeds te drogen, maar heeft een behoorlijke schade opgelopen. Gelukkig geeft de internetboekhandel een goede service en ontvang ik een nieuw exemplaar. Ik mag aannemen dat de komende zending beter zal verlopen.


Op Kreta hebben ze niet zo veel last van regen. Een brievenbus is dan ook geen bittere noodzaak. Als ze thuis zijn staat de deur open en gooit de postbode de brieven zo naar binnen. Is de deur dicht, geen probleem, de post wordt voor de deur neergelegd. Je begrijpt dat ik met spanning zit te wachten op de textielpost uit Kreta!