Decemberzegels 2012


Vorig jaar zagen we de prachtige ‘textiel’kerstpostzegels uit Finland en IJsland en de kerstpostzegels uit Zweden met het thema breien. Dit jaar hebben wij onze eigen ‘brei’kerstzegels, ontworpen door het creatieve team van Flow. De decemberzegels van 2011 zijn ook door hun ontworpen. Julius Vermeulen, adviseur visuele communicatie bij PostNL, zegt het volgende hierover: ‘Dit jaar hebben we Flow weer gevraagd. Nu zijn we gaan voortborduren op de rage van Arne & Carlos, met hun gebreide kerstballen met Noorse patronen. Dat past goed bij het decembergevoel dat we willen uitstralen met onze kerstzegels: vertrouwen, maar ook behaaglijkheid en warmte. De gevoelens die je ook hebt bij een gebreide trui met Scandinavische patronen. En je ziet dat breien terugkomt, het is authentiek en past dus helemaal in deze tijd.’

Het Flow-team heeft bekende kerstelementen toegevoegd aan traditionele breipatronen en gekozen voor frisse kleuren. Na deze ‘brei’postzegels kunnen we ons gaan verheugen op de mooie nieuwe serie van Mooi Nederland 2013 met als thema Streekdrachten. Studio Pot & van der Velden koos voor hoofdbedekkingen. Er verschijnen vijf postzegelvelletjes: Bunschoten-Spakenburg en Staphorst (28 januari), Marken en Walcheren (25 februari), Noordwest-Veluwe (20 mei) en een verzamelvel (20 mei). Elk postzegelvel bevat vijf identieke postzegels en telt vier staande postzegels: twee monochrome oudere foto’s en twee recentere foto’s in kleur. Gelukkig ligt mijn nieuwe agenda voor 2013 al klaar zodat ik gelijk deze data kan noteren, want deze postzegels wil ik absoluut niet missen!

GLOW 2012

Acht dagen vormde het centrum van Eindhoven het decor en podium van GLOW. Kunstenaars en designers uit binnen- en buitenland lieten lichtkunst- en designtoepassingen zien, die tot stand waren gekomen door het gebruik van nieuwe mediatechnologieën zoals computers, sensoren, animaties, maar ook door meer bekende projectietechnieken. Gisteren was de laatste dag en wij liepen een gedeelte van de fascinerende route. Loop je een stukje met me mee?


Het thema van GLOW voor dit jaar was ‘Façades & faces’. Het beeld van Eindhoven is dat van een moderne, postindustriële stad. Traditionele baksteenbouw uit het begin van de twintigste eeuw wordt afgewisseld met naoorlogse glazen kantoorgevels en recente, speelse architectuur. De diversiteit aan gevels bepaalt het aangezicht van de stad, maar kun je van de façades ook het verhaal van de stad en haar bewoners aflezen?


Wie vormt het gezicht van de stad? Volgens kunstenaar Jan Ising is dat niet een persoon, maar zijn het er velen. Juist de verscheidenheid van de bewoners van een stad en de variatie in architectuur en stedenbouw is volgens hem bepalend voor de identiteit van een plek.


Voor Faces of the Netherlands lieten enkele honderden inwoners uit Eindhoven en omgeving zich fotograferen. Op een opblaasbaar masker van ruim acht meter hoog werd hun beeltenis geprojecteerd, die te zien was op de Lichttoren. De gezichten zijn onderdeel van een vloeiende sequentie en transformeren geleidelijk tot hét gezicht van Nederland.


We gaan naar de woontoren De Admirant waarop Teresa Mar met Photon’s Dance een hommage bracht aan het licht. Licht kan worden opgevat als een stroom van massaloze deeltjes, zogenaamde fotonen. Tegelijkertijd manifesteert het zich als een golfbeweging.


We gaan verder en komen bij Bouquets dábat-jours – boeketten van lampenkappen van TILT. De kleurrijke boeketten zijn niet opgebouwd uit bloemen, maar uit traditionele schemerlampen. Hoewel opgeblazen tot enorme proporties blijven ze herinneren aan de huiselijkheid van de woonkamer.



De meest bijzondere projectie was Sleepless night in full light van Les Orpailleurs de Lumière op de Catharinakerk. Het muziekstuk ‘Nacht op de Kale Berg’ van Moessorgsky is geïnspireerd op een verhaal van Nickolai Gogol. Hij beschrijft een dorpje dat wordt bezocht door de duivel zodra de nacht valt. Nachtmerrie-achtige scenes volgen elkaar op tot de klok slaat en het weer licht wordt. De muziek van Moessorgsky is net als het verhaal spannend en verontrustend. Maar na het klinken van een klok gaat de muziek over in een kalm tempo en keert de rust weer.


In Sleepless night in full light is de duivel vervangen door een dirigent. Hij raakt bevangen door het ritme van de muziek en ziet visioenen: bewegende muzieknoten, orkestleden die veranderen in monsters, instrumenten die rondvliegen. De kerk lijkt behekst te zijn. Tot de klok slaat en de dirigent weer bij zinnen komt. De zon komt op en de kerk wordt gehuld in een magisch licht.
Neem absoluut even de tijd om deze projectie hier te bekijken en naar de muziek te luisteren. Zeer spectaculair en adembenemend mooi!

Vorig jaar trok GLOW 360.000 bezoekers, dit jaar kwamen zelfs 450.000 mensen naar de binnenstad van Eindhoven. Het is te begrijpen waarom Eindhoven zich kandidaat heeft gesteld voor de titel Culturele Hoofdstad van Europa 2018! Wil je de foto’s van GLOW 2011 nog eens bekijken, ga dan naar deze log.

Sinterklaas aangekomen in Roermond


Vanmiddag arriveerde Sinterklaas met zijn stoomboot aan de Roerkade in Roermond. De goedheiligman heeft zijn paard Amerigo, zijn Pieten en de cadeautjes voor de kinderen uiteraard meegenomen uit Spanje. De muziekpieten zijn ook van de partij om de komende weken de sinterklaasliedjes weer in het land te laten klinken.


Laten we hopen dat we de kans krijgen om mooie sinterklaasetalages te bewonderen. Heerlijk om met je neus tegen de ruiten van een etalage te staan. Mij lukte het vanmiddag al bij de Bijenkorfetalage in Eindhoven.

Wil je de betekenis van de kleding van Sint en Piet nog eens nalezen, ga dan naar deze log.

Friese merklap 1786 anno 2012 – Ria


Weer een schitterende Friese merklap 1786 anno 2012 klaar, en wel die van Ria. Wederom een heel eigen uitstraling door de gekozen kleuren. Ria: ‘Ik heb geborduurd volgens het patroon maar ik heb mijn eigen kleuren genomen. Al bordurende kwam ik tot de ontdekking dat de meisjes vroeger wel heel veel aan en af moesten hechten en ook geen draden weggooiden. Als je de anjers aan de rechterkant bekijkt dan zitten er in een bloem wel vijf verschillende kleuren in, in mijn geval beige, roze, lichtgroen, rood en bruin. De reden was waarschijnlijk dat het garen schaars was, dus als er nog een draadje over was, het maakte dan niet uit welke kleur het had, dan werd daarmee verder geborduurd. Ik vond dat heel bijzonder aan deze Friese merklap. Daarmee ben ik zelf ook aan de slag gegaan. Ik heb een patroon van een rand gekozen en heb iedere keer als de draad op was een andere kleur genomen. Heel leuk om met kleuren te ‘spelen’.’



In deze log vind je alle links naar de nieuwe Friese merklap 1786!

C. Buddingh’ (1918-1985)


Vandaag geen textielkaart op de deurmat, maar een kaartje, dat Licia Huizer stuurde, met werk van de Dordtse dichter C. Buddingh’. Met een brede glimlach pakte ik het kaartje op!

Cees Buddingh’ maakte vooral naam met zijn Gorgelrijmen (1953), verzamelde nonsens-poëzie. Hij schreef één misdaadroman: Vrijwel op slag (1953). Een van de voornaamste personages uit dit boek, Rokus Huet, heeft het consequent over ‘schaapspel’ als hij ‘schaakspel’ bedoelt en is gemodelleerd naar de bekende schaker en arbiter Constant Orbaan. Minder bekend is dat Cees Buddingh’ van 1971 tot en met 1974 ook werkzaam was als beeldend kunstenaar. Cees Buddingh’ gebruikte voor zijn objecten oude sigarenkistjes, die hij verfde en beplakte en waarin hij ‘waardeloze’ spullen, afgedankt speelgoed en reclamemateriaal verwerkte. Hij maakte ruim honderd van zulke kastjes en gaf ze poëtische titels als ‘Moord op de nieuwslezer’ of ‘Droom van een damschijf’ of ‘Wat zou u denken van remise?’. Deze kastjes zijn vanaf 25 november 2012 tot en met 24 maart 2013 te zien in het Dordrechts Museum.

Textielpost – Zweden en Frankrijk


Wijni: ‘Handwerk te kust en te keur hier in Zweden. Regen ook. Vandaag het Nordiska Museum ingevlucht vanwege het slechte weer. Een prachtig museum en dat maakte een hoop goed. Omdat een aantal dagen geleden Midsummernacht gevierd werd, vond ik dit wel een toepasselijke kaart.’

Afbeelding textielkaart: ‘La’, zijden band gedragen door jonge meisjes als een bruids hoofddeksel en bij andere feestelijke gelegenheden. De foto is gemaakt door Ralf Turander & Bokförlaget Cordia.


Wijni: ‘Nogmaals een kaart uit het Nordiska Museum in Stockholm. Inmiddels zijn we al in Dalarna en hebben het hele bewerkingsproces van het beroemde Dalarna paardje gadegeslagen. Ook hebben we het huis van Carl en Karin Larsson bewonderd. Een prachtig huis met mooie schilderingen, geborduurde lopers, kussens en weefwerk. Heel indrukwekkend. We trekken nog een dag of tien door Zweden en hopen nog heel veel moois te zien. Na de afgang van oranje kijken we weer uit naar de Olympische Spelen. Deze Zweedse postzegel is het begin ervan.’

Op de kaart staat een aquarel afgebeeld van Emelie van Walterstorff. Deze originele cataloguskaart bevindt zich in het Nordiska Museum.


De prachtige Zweedse postzegel ter gelegenheid van de Olympische Spelen in Londen dit jaar. Binnenkort komt er een uitgebreid logje over textielpostzegels!


Na Zweden maakte Wijni een uitstapje naar Frankrijk waar ze wederom een fraaie textielkaart vond. Wijni: ‘Op weg naar de Provence in Beaune het ziekenhuis uit 1443 bezocht. We kwamen daar een prachtig wandtapijt tegen. In werkelijkheid is het veel groter. Op de kaart alleen het middenstuk. Het tapijt is bedekt met bloemen, vogels en andere dieren.’

Op de kaart staat een detail afgebeeld van Légende de Saint-Eloi, début du XVIe siècle. De foto is gemaakt door P. Bacher.

‘Een kwestie van stand’

Hoorn is een bijzondere stad. Dat blijkt onder andere uit het borduurwerk dat daar gemaakt is. Een speciale collectie ‘fraaie handwerken’ is van 15 december 2012 tot en met 10 maart 2013 te zien in het Westfries Museum. Aan de hand van de borduur- en oefenlappen geeft het museum een inkijkje in het 18e eeuwse regentenmilieu waaruit de handwerken afkomstig zijn.


Centraal op de tentoonstelling staan 36 borduurwerken uit de periode 1750-1825 die allemaal in Hoorn zijn gemaakt. Het bijzondere aan de borduur- en oefenlappen is dat er op deze doeken motieven voorkomen die elders in Nederland niet op vergelijkbare doeken zijn aangetroffen. Ook zijn er door de maaksters verrassende steken gebruikt.


Op de doeken zijn ook initialen en een jaartal aangebracht. Na uitgebreid genealogisch onderzoek is aangetoond, dat de borduurwerken allemaal in Hoorn zijn gemaakt. We weten nu ook iets over de achtergrond van de maaksters. Het gaat om meisjes uit regentenfamilies en uit de hogere middenstand. Van sommige borduursters weten we welk beroep hun vader of hun toekomstige echtgenoot uitoefende. We weten soms in welke straat ze woonden en in een enkel geval wat de politieke voorkeur van de ouders was. Hierdoor kan een beeld geschetst worden van het leven in Hoorn in de periode 1750-1825.


De basis van de tentoonstelling is afkomstig uit de collectie van het Westfries Museum, aangevuld met doeken uit diverse musea in Nederland en daarbuiten en uit particulier bezit. Naast de genoemde doeken zijn ook kostuums, diverse documenten, Hoorns zilverwerk en porselein uit die tijd tentoongesteld, speciaal betrekking hebbend op de families, waarin de meisjes opgroeiden. Van een paar meisjes is hun portret bewaard gebleven. Heel bijzonder is ook een stukje haarwerk, dat ter nagedachtenis is gemaakt van het haar van een van de meisjes.

Studentenkamer


Amper een maand geleden ging Thijmen na een tip voor de eerste keer naar een kijkavond voor een studentenkamer in Eindhoven. Hoe groot is de kans dat hij dan toevallig de nieuwe bewoner mag worden? Zo’n dertien studenten maakten op de bewuste avond een kort praatje met de bewoners van het huis. Allemaal zaten ze smachtend te wachten op een studentenkamer in Eindhoven en laat Thijmen nu de grote bofkont zijn!


Het afgelopen weekend stond in het teken van poetsen en inrichten. De bekende Klippan bank staat er, het bureau, de koelkast, de tv, de boekenkast, de salontafel, de linnenkast en uit de nieuwe textielcollectie van IKEA werd het Lappljung Rand dekbedovertrek gekozen.


Tja, en iedereen heeft zo zijn eigen verzamelgebied. De vorige kamerbewoner hield van een biertje en vond het vervolgens leuk om de lege flesjes van een apart biermerk te bewaren!

Publicaties van Het Admiraliteitshuis


Onlangs zijn twee nieuwe publicaties van Het Admiraliteitshuis verschenen. Loes Schurer, verbonden aan dit museum, vertelt het volgende hierover: ‘Nieuws uit museum “Het Admiraliteitshuis” te Dokkum, betreffende de letter/merklap van Geeske Suidema, in 1761 geborduurd. Deze kleurige letter/merklap, waarvan het museum een telpatroon heeft samengesteld, zal bij veel leden van Merkwaardig bekend zijn. Naar aanleiding van een tentoonstelling in 1995, getiteld “Alleen voor meisjes?” werd een boekje samengesteld met gegevens over de letterlap en een verklaring van veel van de initialen. Ook staan er wetenswaardigheden in over het leven van Geeske. Door contact met een Rotterdamse familie en verder onderzoek door de directeur/conservator, drs. G.I.W. Dragt, kwamen er veel nieuwe gegevens uit verscheidene archieven, maar ook voorwerpen beschikbaar. Foto’s hiervan zijn gebruikt in het zojuist verschenen boek “Rondom de merklap (1761) van een Dokkumer dame in de dop Geeske Bekius-Suidema (1751-1832)”. In dit boek wordt het leven van Geeske aan de hand van documenten en de hierboven genoemde letterlap uitgebreid beschreven. Bijzonder zijn nu de afbeeldingen van Geeske en haar echtgenoot François Henricus Bekius. Van de originele pasteltekeningen is de huidige verblijfplaats onbekend. Het museum bezit wel een olieverf portret van een dochter, Attje Bekius. Geeske draagt een prachtige Duitse muts op de afbeelding, met een fichu van neteldoek, maar niet de doek met prachtig borduurwerk in Point de Saxe/Point de Dresden, die in de textielcollectie van het museum aanwezig is. Geeske heeft de doek met minuscule kruissteekjes gemerkt, G.S. Door deze uitgave blijkt hoe belangrijk het is gegevens van of over een merklap, middels een document, behorende bij zo’n lap te bewaren. Dus advies is deze gegevens op schrift te stellen en in een envelop bij de gemaakte en in het bezit zijnde letterlap(pen) te bewaren.’


Loes Schurer: ‘Tevens verscheen een nieuwe publicatie bij de expositie (tot 27 februari 2013) getiteld “Social Media in 19e-eeuws Dokkum Vijf vriendenalbums 1830-1850”, waarin kleine borduurwerkjes op onder andere papier of gaatjeskarton staan afgebeeld. Beide boeken zijn in het museum verkrijgbaar of te bestellen per telefoon 0519-293134 of via de website.’

Catalogus Fabulous Fifties – Fabulous Fashion

Bij de expositie Fabulous Fifties – Fabulous Fashion, die in het Gemeentemuseum Den Haag is te zien tot en met 3 februari 2013, verschijnt een prachtige, rijk geïllustreerde catalogus.


‘The Fifties had a special feeling of warmth…’ Een uitspraak van Audrey Hepburn zoals ik lees op de eerste pagina van de catalogus. Velen zullen achter deze woorden staan, want het is niet voor niets dat de laatste tijd de jaren vijftig van de vorige eeuw zo in de belangstelling staan. De jaren vijftig kenmerken zich door de naoorlogse wederopbouw, de toegenomen welvaart en vrije tijd, een televisie, wasmachine, meer auto’s, de eerste zelfbedieningswinkels. Een nieuw tijdperk brak aan.
Nadat Parijs haar toppositie als centrum van de mode door de oorlog had verloren aan de Verenigde Staten , deed zij haar uiterste best deze te heroveren. Dat lukte door de ‘New Look’ van Christian Dior, die vanaf 1947 de mode zou domineren. De wijde rokken zouden tot ver in de jaren vijftig populair blijven.


Christian Dior, New look: ensemble ‘Bar’ uit Ligne Corolle, 1947, gefotografeerd in 1955.

Na de ‘New Look’ volgden verschillende lijnen zoals in 1948 de Zigzag-lijn, de Tulp-lijn in 1953, de H-lijn in het najaar 1954, de A-lijn in het voorjaar 1955 en de Y-lijn in het najaar 1955, lees ik in de catalogus. De nieuwe mode werd veelvuldig nagemaakt, zelf of met hulp van thuisnaaisters.


A-lijn van Christian Dior, in: Vogue, maart 1955.

Katoen was een populair materiaal voor dagjurken, evenals de moderne kunststoffen. Om haar jurk te beschermen droeg de vrouw des huizes katoenen huishoudschortjes.


Patroon Butterick, schortjes.

In de jaren vijftig groeide steeds meer de belangstelling voor separates: afzonderlijke kledingstukken, die je onderling kon combineren. Losse rokken en truien, blouses en twinsets. Aandacht voor de accessoires ontbrak niet. De vrouw ging niet de deur uit zonder handschoenen en hoed.



Max Heymans, Hoed, foto Parijs, 1951.

Als we aan de mode van de jaren vijftig denken dan kunnen we niet om de rock-‘n-roll heen. Gekleurde jasjes, smalle stropdassen, smal toelopende broekspijpen en de vetkuif. Om de rokken wijd uit te laten staan, werden petticoats gedragen.


Avondjurk, circa 1958-1960, katoen.

De Hollywoodfilms hadden ook directe invloed op de mode. Audrey Hepburn zorgde ervoor dat de eenvoudige combinatie van een zwarte broek en zwarte trui in de mode raakte. Brigitte Bardot trouwde in 1959 in een roze met wit geruite jurk. Hiervan afgeleid is de term ‘BB-ruitje’. Marlon Brando werd in 1953 een stijlicoon voor de jeugd door zijn rol in The Wild One. Marlon Brando droeg een spijkerbroek met opgerolde broekspijpen, een wit T-shirt, een leren jack en pet. Ook populair was de kleedstijl van James Dean: jacks, spijkerbroeken en open overhemden in kakitinten.


Marlon Brando in The Wild One, 1953.

De vrije tijd nam toe in de jaren vijftig. De werkweek werd teruggebracht van zes naar vijf dagen. Men trok erop uit en het bermtoerisme nam toe. Tijdens deze weekenduitstapjes had men een andere garderobe nodig; de vrijetijdskleding was geboren. Gemakkelijke, praktische en luchtige kleding.


Links: Emilio Pucci, Après-ski tuniek, Florence 1953, katoen, handbeschilderd en -bedrukt; Emilio Pucci, Broek, Florence 1954, wol. Rechts: Charles Montaigne, Ensemble model ‘St. Tropez’, Parijs zomer 1960, katoen.

De jaren vijftig en zestig waren de laatste twee decennia waarin op grote schaal formeel werd uitgegaan. De avondjurken en cocktailjurken waren sprookjesachtig in de jaren vijftig. Het verschil tussen een korte avondjurk en een cocktailjurk was moeilijk te omschrijven. Een korte avondjurk was iets fraaier en meer gedecolleteerd, terwijl de cocktailjurk vaak mouwen had. Met cocktailjurk kon ook een geklede jurk worden bedoeld, geschikt om in uit te gaan tussen ongeveer vijf uur ’s middags en zeven uur ’s avonds.


Van links naar rechts: Dick Holthaus Cocktailjurk, Amsterdam circa 1958/1960, zijde. Jean-Pierre Cocktailjurk, Leiden, circa 1960, zijde. Dick Holthaus Cocktailjurk (pret-à-porter), Amsterdam circa 1960-1963, fibranne.

In de jaren vijftig werd nog veel kleding zelf gemaakt of uitbesteed aan een huisnaaister. Verschillende modebladen brachten knippatronen op de markt zoals Vogue en Burda. Hierbij waren patronen van Parijse couturiers. Om deze patronen te kunnen maken, was goede naai-ervaring nodig. Door Libelle en Margriet werden eenvoudiger patronen geleverd, of door de zelfmaak-modebladen Marion en Madeleine.


Links: Mevrouw C.J. Hubert van Blijenburgh, Namiddagjurk, gemaakt naar twee Vogue patronen, Nederland 1961, zijde (Metz & Co). Rechts: Mevrouw C.J. Hubert van Blijenburgh, Namiddagjurk, Nederland 1954, zijde (Metz & Co).

De mode van de jaren vijftig was vrolijk en hoopgevend. Opnieuw komt de jaren vijftig mode en sfeer in de belangstelling, maar anders. Een voorbeeld laat de cover van de eerste Nederlandse editie van Vogue zien.

Zoals je leest gebeurde er veel in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Bovenstaande tekst is daarbij slechts een fractie van de informatie die de prachtig, rijk geïllustreerde catalogus Fabulous Fifties – Fabulous Fashion biedt. Conservator Mode Madelief Hohé stelde de tentoonstelling samen en schreef de tekst voor de catalogus. Het is een heerlijk kijk- en bladerboek met duidelijke beschrijvingen. De catalogus is onder andere te koop in de museumwinkel van Gemeentemuseum Den Haag en kost € 20.
ISBN: 9-789040-007736.

Bron: Catalogus Fabulous Fifties – Fabulous Fashion