Open Europese Quilt Kampioenschappen 2011


De mangeldoeken voor de expositie in Veldhoven liggen op de rol klaar, de mini-trekmangel staat gereed, de tekening voor de volgorde van de mangeldoeken heb ik uitgewerkt en mijn plek in Koningshof is bekend. Je zou zeggen dat de expositie morgen van start kan gaan. Maar wacht even, er zijn een aantal zaken die op het laatste moment nog gedaan moeten worden. Nieuwe visitekaartjes bijvoorbeeld, mangeldoeken moet ik uitzoeken voor de verkoop en voordat een mangeldoekenboekje de deur uitgaat wordt dit door mij eerst gecontroleerd of er niet iets mis mee is. De tijd tot volgende week woensdag zal ik goed benutten.

Maar liefst 20 mangeldoeken komen te hangen in Koningshof te Veldhoven tijdens de Open Europese Quilt Kampioenschappen van 5 tot en met 8 mei 2011. Dit is echt super want de mangeldoeken nemen aardig wat ruimte in beslag. Ik heb een dusdanige selectie gemaakt zodat de bezoeker een goed overzicht krijgt van de mangeldoeken uit verschillende periodes. Aan de hand van de mini-trekmangel zal ik het gebruik van de mangeldoek uitleggen en uiteraard zal ik vertellen over de motieven die afgebeeld staan op de mangeldoeken. Ik ben elke dag aanwezig!

Dit grandioze patchwork- en quiltevenement, waar circa 1200 quilts te zien zijn, wordt uitgebreid met breien, haken, borduren, weven, Redwork, Hardanger, punchen en vilten. Ook textiel en techniek verwerft een grote plaats binnen dit evenement. De Industrial Design afdeling van de Technische Universiteit Eindhoven zal aanwezig zijn met enkele presentaties. Verder zijn er diverse internationale gastcollecties, uitdagende workshops door diverse quilt experts en een keur aan stoffen, fournituren en alle quiltbenodigdheden die er te bedenken zijn.

De Open Europese Quilt Kampioenschappen in Koningshof in Veldhoven is van 5 tot en met 8 mei 2011. Dagelijks geopend van 10.00 tot 17.00 uur. Gratis parkeren. De toegangsprijs is € 14, dit is inclusief één catalogus en kortingsbonnen. Kom je met de trein dan staat er op het station in Eindhoven een snelbus die rechtstreeks naar Koningshof gaat.

Friese merklap 1786 – 2011

De kleurentabel voor de Friese merklap 1786 is nog niet opgedoken, vandaar dat ik zelf aan de slag ben gegaan. Ik kom uit op de volgende DMC-nummers: 3051 – 934 – 930 – 931 – 840 – 437 en 310. De nummers 437 en 310 zien we sporadisch terug op de lap. Alleen aan de nummers heb je niets, je wilt natuurlijk graag een idee hebben hoe deze kleurcombinatie uitvalt. Dus ging ik op zoek naar een stukje linnen. Op een proeflapje van 13-draads linnen borduurde ik met één DMC-draadje enkele motieven. Natuurlijk is het ook leuk om je eigen kleuren te kiezen en daarbij de intitialen van je familie te borduren zodat het je eigen familielap wordt. Voordat we ons met z’n allen gaan storten op de Friese merklap, moeten we wel het patroon hebben. Vooralsnog wacht ik op de toestemming om het patroon online te plaatsen. Eigenlijk loop ik een beetje vooruit op de feiten.


MaaikeW was nog oude Ariadne’s aan het doorspitten en stuitte op de volgende tekst uit een septembernummer zonder jaartalaanduiding:

‘De laatste jaren is de belangstelling voor oude merklappen sterk toegenomen. In 1971 publiceerden wij in Ariadne reeds twee mooie exemplaren. Uit de reacties op deze twee artikelen hebben we kunnen constateren hoeveel mensen, ook nu nog, deze oude borduursels willen nawerken. Dit is trouwens niet zo verwonderlijk, de motieven en voorstellingen zijn over het algemeen erg mooi, vooral van de heel oude lappen.

Zoals we al zeiden is de belangstelling voor merklappen op het moment groot. We kunnen wel zeggen dat dit voor een groot deel te danken is aan de werkzaamheden van het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem. Dit museum houdt zich bezig met alle soorten volkskunst uit Nederland. Een belangrijk onderdeel hiervan vormt de merklap.

Naast de grote verzameling merklappen, werkt mevrouw Meulenbelt, die deze afdeling behartigt, voor een uitgebreide studie over de merklap. Om dit goed te kunnen doen, organiseert zij samen met musea uit allerlei plaatsen in Nederland, tentoonstellingen. Op deze tentoonstellingen zijn merklappen uit die omgeving te zien. Door middel van krantenberichten e.d. wordt de bewoners van de streek gevraagd of zij in het bezit zijn van merklappen en of zij die eventueel voor de tentoonstelling in bruikleen willen geven. Al de merklappen worden gefotografeerd en allerlei gegevens genoteerd. Hierdoor probeert men een beeld te krijgen van bijvoorbeeld typische motieven in bepaalde streken, lettertypen, materialen enz. Dit onderzoek is al enige jaren aan de gang; er zijn o.a. tentoonstellingen geweest in Arnhem, Dordrecht, Leiden en Zaandijk. In september is er een in Zaltbommel, aan het eind van het jaar in Groningen en in het voorjaar van 1972 in Hoorn. Door deze oproepen in een bepaalde streek komen er steeds vele vergeten merklappen uit kisten en kasten, waaronder soms hele mooie exemplaren. Onze vraag in Ariadne is, bent ook u in het bezit van een merklap, zoudt u dan zo vriendelijk willen zijn, aan dit grote onderzoek mee te willen doen.’

Als ik deze tekst lees zal het hier gaan om het septembernummer van Ariadne uit 1971. De merklappenexpositie was in september 1971 in Zaltbommel, Groningen kwam net als Hoorn in 1972 aan de beurt. Het is duidelijk dat in de jaren zeventig van de vorige eeuw de merklap veel aandacht kreeg en de drijvende kracht hierachter was Alberta Meulenbelt. Inmiddels weten we ook dat alle gegevens over de merklappen uit de particuliere collectie in het archief van het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem wordt bewaard.

Ben je het spoor bijster wat de zoektocht naar de Friese merklap 1786 betreft, begin dan met het lezen bij het allereerste berichtje dat hier te vinden is. Hier vind je het tweede berichtje, het derde berichtje kom je hier tegen, voor het vierde berichtje moet je hier zijn, dan ga je naar het vijfde berichtje, automatisch volgt dan het zesde bericht en voor het zevende bericht moet je hier zijn.

In het juninummer 2011 van het magazine van Merkwaardig staat het verhaal over de zoektocht naar de Friese merklap 1786 ook te lezen en wie weet levert dit nog nieuws op van merklapliefhebbers.

Pasen 2011


Voor iedereen een Vrolijk Pasen. Dat zal wel lukken met deze zomerse temperaturen, denk ik. Nog niet eerder was het op eerste paasdag zo warm. De hoogst gemeten temperatuur bedroeg 27,8 graden Celsius. Het record dateert uit 1949 toen het in het paasweekend van 16, 17 en 18 april 24,5 graden Celsius was.

Zwolle en Schiedam

We blijven nog even bij de Red Hat Society in Zwolle. Saskia en Elisabeth dachten bij dit gedicht gelijk aan Annie M.G. Schmidt. Zij waren niet de enige want Alet Boukes, stadsdichter Zwolle 2009-2011, schreef een speciaal gedicht voor de Red Hatters met een knipoog naar Annie M.G. Schmidt.

RED HAT

Kijk, zei de kat Antonia, daar lopen rode hoeden,
daar lopen rode hoeden zij aan zij door onze straat.
O, lieve zusters kijk! Ik heb een donkerpaars vermoeden,
‘k vermoed dat ’t om een samenkomst van dolle dames gaat.

Juist, zeiden de gezusters Boer, uitzonderlijke typen.
Dat rode met dat donkerpaars, een soort van clubtenue?
Die club met rode hoeden lijkt ons wars van stereotypen,
en toch bekruipt ons een gevoel, een soort van déjà vu.

Dat donkerpaars en rood, het blijft een vreemde combinatie,
in onze jeugd zei men daarvan, het past niet, want het vloekt.
Toch loopt hier door de straat beslist de fine fleur der natie
en ’t schijnt dat het theater tot de nok is volgeboekt.

De club, zei trots de hoteljee, heet Red Hat, rode hoeden.

Ik zorg straks in de schouwburg voor het slanke middagmaal.
’t Zijn dames van meest vijftig plus, die ik, als heer, mag voeden.
Zo vul ik dan de magen van Maastricht tot Stadskanaal.

O, zeiden de gezusters Boer, wij horen tot de doelgroep.
Ook wij zijn vijftig plus en springen heel graag uit de band.
Niet altijd, maar zo af en toe, dan horen wij die lokroep
dan laait ineens een vuurtje op, een soort van binnenbrand.

Dan gaan wij los, dan doen wij gek, dan kennen wij geen gêne.
Dan fluiten wij naar kerels en dan tuffen wij op straat.
Dan dansen wij can-can, als in Parijs, met hoog die bène.
dan deert ons niets, dan lachen wij ronduit om roddelpraat.

Dan voelen wij ons als een tiener in de kringloopwinkel.
Dan drinken wij en zingen wij, hebben aan alles lak.
Dan stoten wij de glazen om, vanwege ’t glasgerinkel,
dan kleden wij ons koninklijk, maar drijven spot met kak.

Mij dunkt zei kat Antonia, u moet niet blijven staren.
Kleedt u zich om en spoedt u zich, Oh kijk, daar schrijdt de Queen
Gaat u vandaag eens lekker los, als in uw jonge jaren,
ik doe mijn rode riempje om, ik wil ‘t ook wel eens zien.

Hoera, riepen de zusters blij, wij gaan vandaag Red Hat
en u mag met ons mee, als aspirant lid van Red Cat.

©Alet Boukes, stadsdichter Zwolle 2009-2011


Het ene evenement is nog maar amper voorbij of we vallen al in de volgende activiteit. Vanmiddag vond de opening Molenuitkijkpunt bij Molen De Drie Koornbloemen plaats. De heer M. van Engelshoven-Huls, gedeputeerde Cultuur en Vrijetijd van de provincie Zuid-Holland, opende het uitkijkpunt. Na de opening kon je plaatsnemen op de bijzondere geborduurde zitzak, het verhaal over de molen beluisteren en je eigen
molenverhaal achterlaten. Tevens werd in Schiedam het themajaar Leve de Molens! geopend.

Lies Huizer was vanmiddag bij deze feestelijke opening en maakte enkele foto’s.



Wil je het borduurproject van de meel-zitzakken nog eens na lezen, kijk dan hier, hier, hier en hier.

Zwolle heeft HAT II


Zo’n 450 Red Hatters kwamen gisteren naar Zwolle voor de jaarlijkse conventie die dit jaar werd georganiseerd door Veerig Verder Zwolle. De dames hadden het advies gekregen om met de trein te reizen en zoals je op de foto ziet hadden ze daar gehoor aan gegeven. Vervolgens ging men te voet via de Sassenpoort naar het Odeon. Met uitzondering van Queen Mum Minke die de koets nam. Langs de route stonden leden van de St. Michaëlsgilde om de dames te wijzen op de historische plekjes van Zwolle.




De chauffeurs van de fietstaxi ontvingen de Red Hatters in gepaste kleding.


Via de Sassenpoort liepen de dames naar het Odeon.



De 600 jaar oude Sassenpoort is een begrip in Zwolle. Via deze enig overgebleven stadspoort komen velen de stad binnen. Onder de poort is vorige week vrijdag een gedenksteen onthuld met een paar regels uit het gedicht In mijn Sas van Alet Boukes. Sinds kort kan het gemotoriseerd verkeer geen gebruik meer maken van deze poort. Stadsdichter Alet Boukes schreef er een gedicht over: In mijn Sas!

In mijn Sas

Ik was mijn leven vaak niet zeker:
sta – in – de – weg, gesloopt die poort.
Maar steeds ging hij voorbij de beker,
‘t idee werd in de kiem gesmoord.

Nog sta ik hier, de tijd trotserend,
maar ook geschonden door de tijd.
Wijs stadsbestuur dat altijd lerend,
kwam met verfrissend, nieuw beleid.

Ik weet het zeker,’t vormt een mijlpaal,
dit kloek besluit tot ommekeer,
de stap terug noem ik vooruitgang
‘k verdroeg reeds lang geen auto’s meer.

Dit gedicht van Alet Boukes komt uit haar afscheidsbundel Zwolse tulpen. Haar termijn als stadsdichter zit erop. Ze blijft gedichten schrijven. Voor de Red Hat Society schreef ze een gedicht dat morgen te lezen staat op de site van Veerig Verder Zwolle.





Zwolle heeft HAT I


De Nederlandse klederdracht wordt minder, maar… we hebben er wel een soort nieuwe dracht bijgekregen en wel die van de dames van de Red Hat Society. Het kledingvoorschrift luidt: paarse kleding met een rode hoed.


De Red Hat Society is een organisatie van vrouwen vanaf 50 jaar en het was Sue Ellen Cooper die in 1998 voor de oprichting zorgde. Ze werd geïnspireerd door het gedicht Warning (1961) van de Engelse dichteres Jenny Joseph, dat zij met een rode hoed cadeau gaf aan een vriendin die 50 jaar werd.
Een vrije vertaling van het gedicht:

Wanneer ik oud ben ga ik paarse jurken kopen
En zal daar ook een rode hoed bij doen
Dat staat mij niet, maar ik zie mezelf al lopen
En ik verspil mijn staatspensioen
Aan drank en handschoenen met knopen

Op maffe muilen loop ik door de warenhuizen
En graai baldadig gratis monsters bij elkaar
Ik druk op bellen tot mijn oren suizen
Ik ratel met een stok langs stalen buizen
En als ik moe word zit ik op ’t trottoir

Geen regels kunnen mij nog overbluffen
Ik reken af met een beschaafde jeugd
Ik ga op sloffen door de plassen plenzen
Ik jat bloemen uit de tuin van vreemde mensen
Opvallen wordt voor mij een deugd
En ik ga ook proberen om te tuffen

Op 27 februari 2005 werd de eerste chapter (afdeling) van de Red Hat Society in Nederland opgericht in Voorschoten door Queen Mum Marlène. De oprichtster van de plaatselijke chapter wordt Queen genoemd, de leden heten Red Hatters. Nederlandse chapters zijn allemaal lid van de Amerikaanse organisatie. Wereldwijd heeft de Red Hat Society meer dan één miljoen leden. De vrouwenorganisatie noemt zich een desorganisatie, er zijn geen regels, behalve: je moet boven de 50 jaar zijn, niet zeuren, paarse kleding en een rode hoed dragen.


De jaarlijkse conventie is telkens in een andere plaats van Nederland. Dit jaar kwamen ruim 450 dames in paarse kleding én rode hoed naar Zwolle. In het Odeon was een vol programma samengesteld tot het einde van de middag. Hierna bleef er nog voldoende tijd over om de winkelstraten van Zwolle te verkennen. Mijn correspondent uit Zwolle was er vandaag bij en maakte diverse foto’s. Voor nu een bescheiden selectie, morgen meer.

De Digitale Handwerkjuf

Je wilt een bijzondere steek borduren en je vraagt je af hoe dat ook alweer moet. Waar is het stekenboek? Boekenkast wordt overhoop gehaald en na ‘uren’ zoeken is het bewuste stekenboek terecht. Dit kan veel eenvoudiger. Je roept de hulp in van De Digitale Handwerkjuf.


Wie en wat is De Digitale Handwerkjuf? De Digitale Handwerkjuf is ondergebracht in de Stichting De Digitale Handwerkjuf. Het bestuur ervan bestaat uit Sytske Stratenus, Ada van der Heide en Monique Veen. Hun doelstelling is het behoud van handwerktechnieken en de opzet te realiseren zonder winstoogmerk.

Het totale project Behoud Handwerktechnieken is – gezien de omvangrijkheid ervan – in twee delen gesplitst. Deel 1, bestaande uit een cassette met 3 dubbelgebrande dvd’s en een handzaam boekje waarin korte info, plus foto’s van de diverse technieken, behelst 16 borduursteken en 34 -technieken, is voltooid en op de markt gebracht. Deel 1 heeft men kunnen realiseren met steun van Tesselschade-Arbeid Adelt.

Deel 2 omvat de technieken die stoffen doen ontstaan (zoals breien, haken, weven, vlechten, kantklossen, knooptechnieken waaronder frivolité enzovoort) hoopt men binnen afzienbare tijd gereed te hebben. Dit deel brengen ze uit in eigen beheer.

Textielpost – Athene


Loukia: ‘This is a motif I’m going to teach during the workshops. Best wishes from Athens.’

Op de textielansichtkaart, met prachtige Griekse postzegels, zie je een detail van een kussen met bruiloft scènes uit Epirus. Het is zijdeborduurwerk uit de 18e eeuw. Het kussen bevindt zich in het Museum of Greek Folk Art. Als je naar Athene gaat moet je dit museum beslist niet voorbij lopen.

Misschien herken je de naam Loukia? In deze log lees je meer over haar. In de maand mei heeft zij een expositie in Antwerpen, Amsterdam en Rotterdam. Als Loukia in Nederland is zal zij elke dag een workshop geven over de Griekse borduurtechniek zoals zij op de textielansichtkaart schrijft. Mijn nieuwsgierigheid wordt steeds groter zodat ik nu ga kijken of ik in Rotterdam naar een workshop van Loukia kan gaan. Zo vaak krijg ik nu ook weer niet de kans om kennis te maken met de Griekse borduurtechniek. Overigens is er binnenkort meer te lezen over de expositie en workshops van Loukia op mijn blog.

Loukia zegt nog het volgende over het motief dat op de textielkaart staat afgebeeld: ‘The “wedding embroidery” from Epirus (nwest Greece) is very interesting in terms of cultural fusion because we meet the same designs/motifs in Turkish embroideries but arranged in a complete different composition.’