Textielpost – Zwolle

Koninginnedag zit er bijna op. Het was een stralende dag. De koninklijke familie was dit jaar op bezoek in het witte stadje Thorn en Weert. Iedereen had zijn beste beentje voorgezet en men had er zin in. Vanwege Koninginnedag vandaag plaats ik een toepasselijke textielpost.


LiaS: ‘De zegel van Zwolle in de serie “Mooi Nederland” met “Blauwvinger” heb ik helaas niet meer. De laatste tijd zijn er diverse postzegels met kant of ander handwerken uitgekomen. De keuze was moeilijk. Toch maar een waaier (van de gelijknamige kantkring), passend bij het Drostenhuis waar ik mij zo thuis voel in ons Stedelijk Museum Zwolle.’

De merklap is in het bezit van Stedelijk Museum Zwolle. Marjan Brouwer, conservator van het Stedelijk Museum Zwolle, geeft de volgende info over de merklap (zijde op linnen) uit 1799:

‘Aan de bovenzijde “Vrede Best, Vrijheid en Gosdienst, Viva Oranje”. Van links naar rechts afgebeeld de Hollandse tuin met wat ik denk dat de vrijheidsmuts is op een stok, gedragen door een vrouwtje. Dan een schip, dat is Hollands glorie natuurlijk. Dan een Hollandse tuin met Nederlandse leeuw. Aan de onderzijde centraal een huisje met trapgevel en het jaartal 1799; rechts wijndragers. De zijkanten zijn niet afgewerkt.

Er is een politieke betekenis bij deze lap. Hij stamt uit de Franse Tijd. De Franse tijd in Nederland was de tijd van 1795 tot 1813. In dit tijdvak (ook wel de Frans-Bataafse tijd genoemd) was Nederland een vazalstaat van Frankrijk en (vanaf 1810) een onderdeel van Frankrijk.

De Franse tijd begon met de Bataafse Revolutie in 1795 waarbij Nederlandse patriotten, met steun van een Frans leger dat het land was binnengetrokken, de Bataafse Republiek uitriepen. Stadhouder Willem V ging naar Engeland in ballingschap. Na een grondwetswijziging in 1801 werd de Bataafse Republiek vervangen door het Bataafs Gemenebest.

De maker van deze lap behoorde dus bij het kamp van de tegenstanders van de patriotten en de bijbehorende Franse “overheersing”. Het was dus een aanhanger van Oranje die deze lap heeft gemaakt. De vrijheidssymboliek duidt erop dat de maker de Franse aanwezigheid beschouwde als een onvrijheid en de oude situatie met Oranje aan het roer van het land als vrijheid.

Hoe wij aan de lap zijn gekomen is onbekend, dat is wel jammer, hij schijnt al jaren in de collectie te zitten.’

Ik wil nog toevoegen dat linksboven de gekroonde Nederlandse maagd met de vrijheidshoed op een staf is geborduurd in de Hollandse tuin. De Nederlandse leeuw rechtsboven staat eveneens afgebeeld in de Hollandse tuin. Het gaat hier om een hagetuin met een gesloten hek. In het midden van deze twee motieven zie je een schip met vijf bemanningsleden en een hondje. Albarta Meulenbelt schrijft het volgende hierover in haar boek Merklapmotieven: ‘Het schip als symbool van de kerk is een vaartuig bemand met Christus en de vier evangelisten.’ Gieneke Arnolli en Rosalie Sloof schrijven in het boek Letter voor Letter het volgende: ‘Het motief van de driemaster met bemanning komt vanaf de 17e eeuw langs de hele waddenkust en in Noord-Holland voor. De bemanning draagt meestal een hoed, behalve op de merklappen uit Leeuwarden. De behouden vaart voor het huwelijk, het gezin of de pasgeborene was een alom gekoesterde wens. Dit motief had meer een algemeen symbolische betekenis, dan dat het een persoonlijke keuze was.’
Hieronder zien we twee keer het motief beschermengelen die een krans vasthouden. In de linker krans staan de initialen SH geborduurd, deze zijn van de borduurster. In de rechter krans staat een jaartal. Op de ansichtkaart is het moeilijk te zien, maar ik vermoed dat het gaat om 1786. Inmiddels een bekend jaartal bij ons. De Friese merklap die we zochten heeft hetzelfde jaar. Op deze merklap staat het jaartal vermoedelijk voor het geboortejaar van SH en 1799 geeft het jaar aan waarin de lap geborduurd is. SH zou dan op dertienjarige leeftijd deze lap gemaakt hebben. Gezien de hoge kwaliteit en moeilijkheidsgraad zou dit kunnen kloppen. Onderaan heeft SH een trapgevelhuis geborduurd. Dit zou haar woonhuis kunnen zijn. Links van het huis zie je een hert in een omheining en rechts zijn de verspieders van Kanaän, eveneens in een omheining geborduurd. De lap is opgevuld met diverse bloemmotieven en dieren waaronder een hondje en papegaaien. SH heeft de lap met een schitterende ingewikkelde rand afgemaakt. Ik heb de merklap niet in het echt gezien, maar het is duidelijk dat we hier te maken hebben met een zeer fraai geborduurde merklap en ook nog eens bijzonder interessant door het bijbehorende verhaal.

De trouwjurk van Catherine


Wat zag Catherine er prachtig uit! Ze deed me denken aan Grace Kelly. Catherine droeg een wit zijden jurk met handgemaakte kant en een sleep van 2,70 m. De kant werd ontworpen met behulp van de Carickmacross applicatietechniek, ontwikkeld in Ierland rond 1820. De rok was handgemaakt door the Royal School of Needlework in Hampton Court. Het ontwerp van de bruidsjurk was van Sarah Burton, creatief directeur van het huis van de vorig jaar overleden Alexander McQueen.

Kate droeg een diamanten tiara van Cartier – uitgeleend door koningin Elizabeth – en een lange sluier. Haar diamanten oorbellen van gestileerde eikenbladeren zijn een cadeau van de ouders Michael en Carole.

Het bruidsboeket bestond uit bloemen die symbool staan voor liefde (hyacint), trouw (hedera) en geluk (lelietje-van-dalen). Ook was er duizendschoon in verwerkt, Sweet William in het Engels geheten. Bovendien was er mirte (liefde) gebruikt van een plant die door koningin Victoria in 1845 is geplant en een plant die in 1947 in het bruidsboeket van Elizabeth werd gebruikt.


Laten we het kostuum van William niet vergeten. Hij droeg een knalrood uniform van de Ierse garde. Alleen Catherine kreeg een trouwring om haar vinger. William heeft er bewust voor gekozen om geen trouwring te gaan dragen.

Foto’s: Reuters

William en Kate


Het is zover. De grote dag is aangebroken voor Kate ofwel Waity Katie, zoals de Engelse kranten haar noemen. Acht jaar heeft ze gewacht, maar in oktober 2010 tijdens een vakantie in Kenia ging William op zijn knieën. Zo meteen om 12.00 uur Nederlandse tijd begint de huwelijksceremonie in Westminster Abbey en zal Kate haar jawoord geven aan haar prins die door de republikeinen William The Last wordt genoemd. Officieren in het leger noemen hem Billy The Fish en voor het grote publiek is hij gewoon Wills.

Al maanden zijn de Engelsen in de greep van het huwelijk van de eeuw en is er geen gebrek aan souvenirs. De populaire mokken, bordjes, lepeltjes en theedoeken
met de afbeelding van William en Kate kom je overal tegen. Dit is dan nog maar slechts een kleine greep uit het totale aanbod aan souvenirs. Donna Wilson bedacht iets anders. Zij liet in Schotland camelkleurige handschoenen breien in 100% lamswol met verlovingsring en namen. Fiona Goble koos ervoor om het koninklijke huwelijk te breien dat terug te vinden is in het boekje Knit Your Own Royal Wedding. Neem ook even de tijd om naar dit grappige filmpje te kijken.


Het is bijna tijd om plaats te nemen voor de buis want we willen met z’n allen toch heel graag weten hoe Kate eruit ziet op haar huwelijksdag. Het zal zeker beter zijn dan de pompeuze jurk van Diana, 30 jaar geleden. Iedereen veel kijkplezier. Naar verwachting zal het huwelijk alle kijkcijfers laten sneuvelen. Verwacht wordt dat wereldwijd ruim 2 miljard mensen naar de huwelijksceremonie kijken dat uitgezonden wordt in 126 landen en dan mag zo’n koninklijk huwelijk wat kosten. Er wordt gesproken over 60 miljoen euro.

Textielpost – India (Gujarat) I


Thera en Mieke: ‘Vanuit een schuddende bus in India! Deze kaart geeft een kijk in de pracht van de kleurrijke geborduurde textiel en de kleding van de Rabarivrouwen in Kutch. Je kijkt je ogen uit! (Sorry voor het slordige schrift > bus).’

Kutch is een district van Gujarat in het westen van India. Veel gemeenschappen en stammen in deze regio hebben hun eigen kenmerkende stijlen in textiel, borduurwerk en handwerk. Elke gemeenschap en tribale groep heeft zijn eigen lexicon van motieven en borduursteken. De vrouwen van de nomadenstam Rabari hebben felgekleurde, vaak rode, kleding aan en dragen sieraden om de hals, armen en benen die hun familiekapitaal vormen.

Afbeelding ansichtkaart: Janmashtami is de verjaardag van Krishna en de huwelijksdag van de Rabaries van Kutch.

Open Europese Quilt Kampioenschappen 2011


De mangeldoeken voor de expositie in Veldhoven liggen op de rol klaar, de mini-trekmangel staat gereed, de tekening voor de volgorde van de mangeldoeken heb ik uitgewerkt en mijn plek in Koningshof is bekend. Je zou zeggen dat de expositie morgen van start kan gaan. Maar wacht even, er zijn een aantal zaken die op het laatste moment nog gedaan moeten worden. Nieuwe visitekaartjes bijvoorbeeld, mangeldoeken moet ik uitzoeken voor de verkoop en voordat een mangeldoekenboekje de deur uitgaat wordt dit door mij eerst gecontroleerd of er niet iets mis mee is. De tijd tot volgende week woensdag zal ik goed benutten.

Maar liefst 20 mangeldoeken komen te hangen in Koningshof te Veldhoven tijdens de Open Europese Quilt Kampioenschappen van 5 tot en met 8 mei 2011. Dit is echt super want de mangeldoeken nemen aardig wat ruimte in beslag. Ik heb een dusdanige selectie gemaakt zodat de bezoeker een goed overzicht krijgt van de mangeldoeken uit verschillende periodes. Aan de hand van de mini-trekmangel zal ik het gebruik van de mangeldoek uitleggen en uiteraard zal ik vertellen over de motieven die afgebeeld staan op de mangeldoeken. Ik ben elke dag aanwezig!

Dit grandioze patchwork- en quiltevenement, waar circa 1200 quilts te zien zijn, wordt uitgebreid met breien, haken, borduren, weven, Redwork, Hardanger, punchen en vilten. Ook textiel en techniek verwerft een grote plaats binnen dit evenement. De Industrial Design afdeling van de Technische Universiteit Eindhoven zal aanwezig zijn met enkele presentaties. Verder zijn er diverse internationale gastcollecties, uitdagende workshops door diverse quilt experts en een keur aan stoffen, fournituren en alle quiltbenodigdheden die er te bedenken zijn.

De Open Europese Quilt Kampioenschappen in Koningshof in Veldhoven is van 5 tot en met 8 mei 2011. Dagelijks geopend van 10.00 tot 17.00 uur. Gratis parkeren. De toegangsprijs is € 14, dit is inclusief één catalogus en kortingsbonnen. Kom je met de trein dan staat er op het station in Eindhoven een snelbus die rechtstreeks naar Koningshof gaat.

Friese merklap 1786 – 2011

De kleurentabel voor de Friese merklap 1786 is nog niet opgedoken, vandaar dat ik zelf aan de slag ben gegaan. Ik kom uit op de volgende DMC-nummers: 3051 – 934 – 930 – 931 – 840 – 437 en 310. De nummers 437 en 310 zien we sporadisch terug op de lap. Alleen aan de nummers heb je niets, je wilt natuurlijk graag een idee hebben hoe deze kleurcombinatie uitvalt. Dus ging ik op zoek naar een stukje linnen. Op een proeflapje van 13-draads linnen borduurde ik met één DMC-draadje enkele motieven. Natuurlijk is het ook leuk om je eigen kleuren te kiezen en daarbij de intitialen van je familie te borduren zodat het je eigen familielap wordt. Voordat we ons met z’n allen gaan storten op de Friese merklap, moeten we wel het patroon hebben. Vooralsnog wacht ik op de toestemming om het patroon online te plaatsen. Eigenlijk loop ik een beetje vooruit op de feiten.


MaaikeW was nog oude Ariadne’s aan het doorspitten en stuitte op de volgende tekst uit een septembernummer zonder jaartalaanduiding:

‘De laatste jaren is de belangstelling voor oude merklappen sterk toegenomen. In 1971 publiceerden wij in Ariadne reeds twee mooie exemplaren. Uit de reacties op deze twee artikelen hebben we kunnen constateren hoeveel mensen, ook nu nog, deze oude borduursels willen nawerken. Dit is trouwens niet zo verwonderlijk, de motieven en voorstellingen zijn over het algemeen erg mooi, vooral van de heel oude lappen.

Zoals we al zeiden is de belangstelling voor merklappen op het moment groot. We kunnen wel zeggen dat dit voor een groot deel te danken is aan de werkzaamheden van het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem. Dit museum houdt zich bezig met alle soorten volkskunst uit Nederland. Een belangrijk onderdeel hiervan vormt de merklap.

Naast de grote verzameling merklappen, werkt mevrouw Meulenbelt, die deze afdeling behartigt, voor een uitgebreide studie over de merklap. Om dit goed te kunnen doen, organiseert zij samen met musea uit allerlei plaatsen in Nederland, tentoonstellingen. Op deze tentoonstellingen zijn merklappen uit die omgeving te zien. Door middel van krantenberichten e.d. wordt de bewoners van de streek gevraagd of zij in het bezit zijn van merklappen en of zij die eventueel voor de tentoonstelling in bruikleen willen geven. Al de merklappen worden gefotografeerd en allerlei gegevens genoteerd. Hierdoor probeert men een beeld te krijgen van bijvoorbeeld typische motieven in bepaalde streken, lettertypen, materialen enz. Dit onderzoek is al enige jaren aan de gang; er zijn o.a. tentoonstellingen geweest in Arnhem, Dordrecht, Leiden en Zaandijk. In september is er een in Zaltbommel, aan het eind van het jaar in Groningen en in het voorjaar van 1972 in Hoorn. Door deze oproepen in een bepaalde streek komen er steeds vele vergeten merklappen uit kisten en kasten, waaronder soms hele mooie exemplaren. Onze vraag in Ariadne is, bent ook u in het bezit van een merklap, zoudt u dan zo vriendelijk willen zijn, aan dit grote onderzoek mee te willen doen.’

Als ik deze tekst lees zal het hier gaan om het septembernummer van Ariadne uit 1971. De merklappenexpositie was in september 1971 in Zaltbommel, Groningen kwam net als Hoorn in 1972 aan de beurt. Het is duidelijk dat in de jaren zeventig van de vorige eeuw de merklap veel aandacht kreeg en de drijvende kracht hierachter was Alberta Meulenbelt. Inmiddels weten we ook dat alle gegevens over de merklappen uit de particuliere collectie in het archief van het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem wordt bewaard.

Ben je het spoor bijster wat de zoektocht naar de Friese merklap 1786 betreft, begin dan met het lezen bij het allereerste berichtje dat hier te vinden is. Hier vind je het tweede berichtje, het derde berichtje kom je hier tegen, voor het vierde berichtje moet je hier zijn, dan ga je naar het vijfde berichtje, automatisch volgt dan het zesde bericht en voor het zevende bericht moet je hier zijn.

In het juninummer 2011 van het magazine van Merkwaardig staat het verhaal over de zoektocht naar de Friese merklap 1786 ook te lezen en wie weet levert dit nog nieuws op van merklapliefhebbers.

Pasen 2011


Voor iedereen een Vrolijk Pasen. Dat zal wel lukken met deze zomerse temperaturen, denk ik. Nog niet eerder was het op eerste paasdag zo warm. De hoogst gemeten temperatuur bedroeg 27,8 graden Celsius. Het record dateert uit 1949 toen het in het paasweekend van 16, 17 en 18 april 24,5 graden Celsius was.

Zwolle en Schiedam

We blijven nog even bij de Red Hat Society in Zwolle. Saskia en Elisabeth dachten bij dit gedicht gelijk aan Annie M.G. Schmidt. Zij waren niet de enige want Alet Boukes, stadsdichter Zwolle 2009-2011, schreef een speciaal gedicht voor de Red Hatters met een knipoog naar Annie M.G. Schmidt.

RED HAT

Kijk, zei de kat Antonia, daar lopen rode hoeden,
daar lopen rode hoeden zij aan zij door onze straat.
O, lieve zusters kijk! Ik heb een donkerpaars vermoeden,
‘k vermoed dat ’t om een samenkomst van dolle dames gaat.

Juist, zeiden de gezusters Boer, uitzonderlijke typen.
Dat rode met dat donkerpaars, een soort van clubtenue?
Die club met rode hoeden lijkt ons wars van stereotypen,
en toch bekruipt ons een gevoel, een soort van déjà vu.

Dat donkerpaars en rood, het blijft een vreemde combinatie,
in onze jeugd zei men daarvan, het past niet, want het vloekt.
Toch loopt hier door de straat beslist de fine fleur der natie
en ’t schijnt dat het theater tot de nok is volgeboekt.

De club, zei trots de hoteljee, heet Red Hat, rode hoeden.

Ik zorg straks in de schouwburg voor het slanke middagmaal.
’t Zijn dames van meest vijftig plus, die ik, als heer, mag voeden.
Zo vul ik dan de magen van Maastricht tot Stadskanaal.

O, zeiden de gezusters Boer, wij horen tot de doelgroep.
Ook wij zijn vijftig plus en springen heel graag uit de band.
Niet altijd, maar zo af en toe, dan horen wij die lokroep
dan laait ineens een vuurtje op, een soort van binnenbrand.

Dan gaan wij los, dan doen wij gek, dan kennen wij geen gêne.
Dan fluiten wij naar kerels en dan tuffen wij op straat.
Dan dansen wij can-can, als in Parijs, met hoog die bène.
dan deert ons niets, dan lachen wij ronduit om roddelpraat.

Dan voelen wij ons als een tiener in de kringloopwinkel.
Dan drinken wij en zingen wij, hebben aan alles lak.
Dan stoten wij de glazen om, vanwege ’t glasgerinkel,
dan kleden wij ons koninklijk, maar drijven spot met kak.

Mij dunkt zei kat Antonia, u moet niet blijven staren.
Kleedt u zich om en spoedt u zich, Oh kijk, daar schrijdt de Queen
Gaat u vandaag eens lekker los, als in uw jonge jaren,
ik doe mijn rode riempje om, ik wil ‘t ook wel eens zien.

Hoera, riepen de zusters blij, wij gaan vandaag Red Hat
en u mag met ons mee, als aspirant lid van Red Cat.

©Alet Boukes, stadsdichter Zwolle 2009-2011


Het ene evenement is nog maar amper voorbij of we vallen al in de volgende activiteit. Vanmiddag vond de opening Molenuitkijkpunt bij Molen De Drie Koornbloemen plaats. De heer M. van Engelshoven-Huls, gedeputeerde Cultuur en Vrijetijd van de provincie Zuid-Holland, opende het uitkijkpunt. Na de opening kon je plaatsnemen op de bijzondere geborduurde zitzak, het verhaal over de molen beluisteren en je eigen
molenverhaal achterlaten. Tevens werd in Schiedam het themajaar Leve de Molens! geopend.

Lies Huizer was vanmiddag bij deze feestelijke opening en maakte enkele foto’s.



Wil je het borduurproject van de meel-zitzakken nog eens na lezen, kijk dan hier, hier, hier en hier.

Zwolle heeft HAT II


Zo’n 450 Red Hatters kwamen gisteren naar Zwolle voor de jaarlijkse conventie die dit jaar werd georganiseerd door Veerig Verder Zwolle. De dames hadden het advies gekregen om met de trein te reizen en zoals je op de foto ziet hadden ze daar gehoor aan gegeven. Vervolgens ging men te voet via de Sassenpoort naar het Odeon. Met uitzondering van Queen Mum Minke die de koets nam. Langs de route stonden leden van de St. Michaëlsgilde om de dames te wijzen op de historische plekjes van Zwolle.




De chauffeurs van de fietstaxi ontvingen de Red Hatters in gepaste kleding.


Via de Sassenpoort liepen de dames naar het Odeon.



De 600 jaar oude Sassenpoort is een begrip in Zwolle. Via deze enig overgebleven stadspoort komen velen de stad binnen. Onder de poort is vorige week vrijdag een gedenksteen onthuld met een paar regels uit het gedicht In mijn Sas van Alet Boukes. Sinds kort kan het gemotoriseerd verkeer geen gebruik meer maken van deze poort. Stadsdichter Alet Boukes schreef er een gedicht over: In mijn Sas!

In mijn Sas

Ik was mijn leven vaak niet zeker:
sta – in – de – weg, gesloopt die poort.
Maar steeds ging hij voorbij de beker,
‘t idee werd in de kiem gesmoord.

Nog sta ik hier, de tijd trotserend,
maar ook geschonden door de tijd.
Wijs stadsbestuur dat altijd lerend,
kwam met verfrissend, nieuw beleid.

Ik weet het zeker,’t vormt een mijlpaal,
dit kloek besluit tot ommekeer,
de stap terug noem ik vooruitgang
‘k verdroeg reeds lang geen auto’s meer.

Dit gedicht van Alet Boukes komt uit haar afscheidsbundel Zwolse tulpen. Haar termijn als stadsdichter zit erop. Ze blijft gedichten schrijven. Voor de Red Hat Society schreef ze een gedicht dat morgen te lezen staat op de site van Veerig Verder Zwolle.