isiShweshwe : A history of the indigenisation of blueprint in South Africa


Juliette Leeb-duToit heeft grondig onderzoek gedaan naar de geschiedenis van de blauwdruk of isishweshwe in Zuid-Afrika. Haar verhaal start begin achttiende eeuw en sluit af met hedendaags blauwdruk. Met voorbeelden uit diverse groepen in Zuid-Afrika illustreert het boek hoeveel Zuid-Afrikaanse culturele groepen zich nu associëren met isishweshwe, hoewel velen de rijke geschiedenis van de blauwdruk als een product van Europese en Amerikaanse bedrijven niet waarderen die op de een of andere manier in Afrika vertegenwoordigd zijn. Vlisco uit Helmond heeft hier ook een aandeel in. In 1995 bezocht de schrijfster Vlisco en sprak met de directeur Frans van Rood. Rond 1960 stopte Vlisco met het produceren van blauwdruk voor Zuid-Afrika, maar kwam in 1991 terug toen de handelsboycot eindigde die samenviel met de afschaffing van de apartheid.

Ben je geïnteresseerd in blauwdruk en de geschiedenis hiervan dan is dit boek absoluut een aanrader. Tot voor kort had ik geen idee dat blauwdruk zo veelvuldig vertegenwoordigd is in de kleding van de Zuid-Afrikaanse vrouw en man.

isiShweshwe : A history of the indigenisation of blueprint in South Africa, Juliette Leeb-du Toit. Uitgegeven door University of KwaZulu-Natall Press, 2017. ISBN: 9781869143145. Het boek is te bestellen bij Bol.com.





Mode in Zwart-Wit


Van 15 december 2018 tot en met 23 februari 2019 is Mode in Zwart-Wit te zien in Museum de Koperen Knop. Deze expositie laat de mode zien vanaf 1947 toen de New Look haar intrede deed en loopt door tot heden, met hedendaagse bekende ontwerpers. De expositie wordt opgebouwd in periodes van tien jaar. Zoals bijvoorbeeld de jaren tachtig met Dressed for Success.

Achtergrondverhalen en kleding vertellen het verhaal van 1947 tot heden. Met schitterende outfits van bekende ontwerpers en modehuizen, zoals: Frans Molenaar, Givenchy, Natan, Viktor en Rolf, Spijkers en Spijkers, Edgar Vos, Mart Visser en Jan Taminiau.

Bij de outfits zullen ook schoenen uit het Schoenenmuseum in Waalwijk, tassen uit het Tassenmuseum Hendrikje en hoeden van Capello uit Nijmegen te zien zijn. Daarnaast is een collage met de kapsels van 1947 tot heden, die zeker tot ieders verbeelding spreken. De expositie gaat ook wat dieper in op ‘de kleuren’ zwart en wit. Waarom deze – feitelijk geen kleuren zijnde – in het modebeeld zo beeldbepalend zijn. Als klapper worden aankomende ontwerpers gevraagd hun visie op de mode in zwart-wit van heden ten dage te tonen.


Hier zie je een foto waarop ik een jas draag (en nog steeds) in een vergelijkbaar patroon.

Femmes Fatales – Sterke vrouwen in de mode

Het is weer tijd voor de jaarlijkse modetentoonstelling in het Gemeentemuseum Den Haag; en deze keer is het wel een heel bijzondere expositie. Femmes Fatales – Sterke vrouwen in de mode is volledig gewijd aan vrouwelijke ontwerpers. Onder dezelfde naam verschijnt gelijktijdig een publicatie die uitgegeven wordt door Waanders & de Kunst.


Maria Grazia Chiuri voor Dior, Ready-to-wear Spring/Summer 2017.

In het najaar van 2016 presenteerde Maria Grazia Chiuri haar eerste collectie voor Maison Dior. Deze Dior-collectie was voor Madelief Hohé, conservator mode en kostuum Gemeentemuseum Den Haag, aanleiding om te gaan nadenken over een tentoonstelling die volledig gewijd zou zijn aan vrouwelijke modeontwerpers. Het leek er het juiste moment voor. Nog nooit stonden er zoveel vrouwelijke ontwerpers aan het hoofd van een modehuis. Deze vrouwelijke ontwerpers – van het midden van de 19e eeuw tot vandaag de dag – komen samen in het boek en de expositie Femmes Fatales – Sterke vrouwen in de mode.


Mary Katrantzou, Spring/Summer 2018.

Modejournalist Georgette Koning sprak met vrouwelijke modeontwerpers om antwoord te krijgen op vragen zoals: Wat betekent vrouw-zijn voor hun creaties? Wat is hun visie op mode? Ontwerpen zij anders voor vrouwen dan hun mannelijke collega’s? Daarnaast bestudeerde zij uitspraken van ontwerpers uit andere en eerdere interviews, of citaten en uitspraken in (auto)biografieën om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen.


Coco Chanel ca. 1960.

In het boek kun je 20 interviews lezen met vrouwelijke modeontwerpers, te beginnen met Coco Chanel en eindigend met Mary Katrantzou. Coco Chanel (1883-1971) zegt in Les éditions du Huitième jour: ‘Ik heb vrouwen een gevoel van vrijheid gegeven; ik heb ze hun lichaam teruggegeven, hun lichaam dat baadde in het zweet van de modieuze opschik, kant, corsetten, ondergoed, padding. De jurk hoort de vrouw niet te dragen, maar de vrouw de jurk.’ Chanel staat bekend als pionier op het gebied van comfortabele kleding. Jeanne Lanvin (1867-1946) brak in 1909 door met meisjesjurken ‘die een verademing waren vergeleken bij de stijve kindermode die het meest leek op gekrompen versies van volwassenenmode’. Elsa Schiaparelli (1890-1973) introduceerde onder andere de eerste jumpsuits, wrap-dresses, couture met ritsen. Voor de Britse Zandra Rhodes (1940) was Elsa Schiaparelli een grote inspiratie. Katharine Hamnett (1947) brak in 1983 door met T-shirts met slogans in zwarte blokletters en sinds eind jaren tachtig zet zij zich al in voor het opschonen van de mode-industrie. Ze produceert collecties van 100 procent organisch katoen.


Tess van Zalinge, Royal Delft Collection 2017.

In 2012 studeerde Tess van Zalinge (1989) af op het AMFI met een lingeriecollectie. Zij was een van de eerste die lingerie had gepakt, ondanks dat hier geen lessen in werden gegeven. Het borduuratelier geeft haar inspiratie, net als ambachtsvrouwen. Van Zalinge is met haar label twee jaar bezig en de rode draad in haar collecties is een mix van lingerie, ambacht en klederdracht. Sheila de Vries (1949) kennen we met name als de ontwerpster voor de kleding van prinses Beatrix en Iris van Herpen (1984) verovert de modewereld met haar vakmanschap en nieuwe technologie. Sinds 2010 verkent zij als eerste modeontwerpster de 3D-printtechnieken. Zo heeft elke modeontwerpster haar eigen stempel gedrukt op de mode die in beweging is en in ontwikkeling zal blijven. ‘Aan hen en alweer een nieuwe generatie om de koers te bepalen hoe deze reis verder gaat in creativiteit, vrijheid en gelijkheid,’ volgens Hohé. En heeft Georgette Koning antwoord gekregen op haar vragen? Dat kun je lezen in de publicatie Femmes Fatales – Sterke vrouwen in de mode.


Naaisters in het atelier van Worth, 1907.

Madelief Hohé neemt drie essays voor haar rekening:
We should all be feminists – Een inleiding.
A Woman’s Job? De kledingrevolutie – Hohé legt uit hoe het kwam dat de gilde voor vrouwelijke naaisters de mannelijke kleermakers grotendeels van de troon stootten wat betreft de productie en het ontwerp van kleding voor vrouwen en kinderen.
Femmes Fatales: Van pioniers tot Boss Ladies – Hohé belicht de vrouwelijke ontwerpers.


Achttiende-eeuwse japonnen voor vrouwen en een meisje en een mannenkostuum. Gemeentemuseum Den Haag.

Ik heb je een inkijk gegeven in het prachtige en informatieve boek Femmes Fatales – Sterke vrouwen in de mode. Door de interessante interviews, aangevuld met vele illustraties, leer je de ontwerper kennen en krijg je een goed beeld van de ontwikkeling in de mode. Madelief Hohé versterkt dit nog eens met haar essays. De fraai vormgegeven catalogus is een aanwinst voor iedereen die belangstelling heeft voor mode en -geschiedenis!


Femmes Fatales – Sterke vrouwen in de mode wordt uitgegeven door Waanders & de Kunst. De publicatie telt 200 pagina’s, de afmeting is 24 x 30 cm, het boek bevat 107 illustraties in kleur en 55 in zwart-wit en is een gebonden uitgave in het Nederlands en Engels. ISBN: 9789462622098. Prijs: € 24,95.

De foto’s zijn afkomstig uit de publicatie Femmes Fatales – Sterke vrouwen in de mode.

Mary Shelley


Slechts drie mensen in de bioscoopzaal voor de film Mary Shelley. Was de regen de oorzaak? Of was 12.00 uur te vroeg voor de zondag? Of is de belangstelling voor een kostuumdrama aan het afnemen? Ik heb in ieder geval genoten van deze prachtige film; het verhaal achter het verhaal Frankenstein, geschreven door Mary Shelley!

De trailer voor de film Mary Shelley kun je hier bekijken.

Chim (David Seymour) – legendarisch fotojournalist

Chim (David Seymour): ‘Ik ben een fotograaf en kan weinig met woorden. Ik spreek de taal van beelden. Ik kijk om me heen en probeer te vangen wat ik zie.’

In het Joods Historisch Museum in Amsterdam is tot en met 10 maart 2019 een indrukwekkende fototentoonstelling te zien van David Seymour (1911-1956), ook bekend onder de naam Chim.

David Seymour was een van de grootste documentaire fotografen van de 20ste eeuw en samen met zijn vrienden Robert Capa en Henri Cartier-Bresson in 1947 grondlegger van het fotobureau Magnum Photos. Zijn fotografie bestrijkt een periode van bijna 25 jaar, van de vroege jaren dertig tot zijn plotselinge dood in 1956, en toont de meest heftige gebeurtenissen van die tijd: de grote vooroorlogse politieke demonstraties en stakingen in Frankrijk, de Spaanse Burgeroorlog, en de opbouw van het verwoeste Europa na de Tweede Wereldoorlog. Met name zijn foto’s van door de oorlog getraumatiseerde kinderen trokken destijds de aandacht. De bescheiden Seymour bleef lang in de schaduw van zijn beroemde vrienden en geniet weinig bekendheid bij het grote publiek. Deze verrassende en indrukwekkende tentoonstelling zal hier zeer zeker verandering in brengen. De tentoonstelling is samengesteld door het International Center of Photography in New York.


Deze foto van de drie dames die een Bigouden muts dragen is te zien op de tentoonstelling. De opvallende hoge muts is al vaker het onderwerp geweest op dit blog. Voor meer informatie ga je naar dit bericht en klik vervolgens op de diverse links.


In Regards een fotoreportage van Chim.

Chim’s foto’s van Frankrijk en de Spaanse Burgeroorlog verschenen tussen 1934 en 1939 regelmatig op de voor- en achteromslag van het linkse weekblad Regards. Het blad koos voornamelijk portretten van boeren, arbeiders en soldaten die trots hun werk doen. Ze werden vaak aangekondigd met koppen als: ‘opzienbarende foto’s van Chim’ of ‘aangrijpende reportage van Chim’, waarmee zijn werk een status kreeg die daarvoor slechts voorbehouden was aan schrijvers.

Het strand bij Cabourg


Tineke: ‘Vorige week woensdag (14 november) brachten we een bezoek aan het Singer in Laren. We bekeken er de schilderijen van de Laatste impressionisten. Dit schilderij is alweer een redelijk late in die laatste impressionisten. Leuk was het voor ons dat er een redelijk aantal werken in Normandië en Bretagne waren geschilderd. Zo ook deze in Cabourg waar we een paar keer waren. Het strandleven in Frankrijk (en dan vooral in Picardie, Normandië en Bretagne) doet anders aan dan bij ons in Nederland. Het is wat nostalgischer. Er wordt minder aandacht besteed aan commercie, zoals patatzaken, strandtenten ed. Toen wij in Cabourg waren (ook al weer een aantal jaren geleden) zag het er rondom het strand vergelijkbaar uit met een ander strandgezicht van Prinet. Mooi, ook de nieuwe tuin bij Singer, aangelegd door Piet Oudolf.’

Afbeelding: Le Plage à Cabourg – Het strand bij Cabourg -, circa 1910 van René-Xavier Prinet (1861-1946)