Niki de Saint Phalle – aan zee

Na de prachtige en grote overzichtstentoonstelling van Niki de Saint Phalle (1930-2002) in Schunck (Heerlen) in 2011 is er nu wederom een expositie van deze kunstenares. Tot en met 1 maart 2020 kun je werk van Niki de Saint Phalle zien in Museum Beelden aan Zee, dat dit jaar 25 jaar bestaat. Het uitgangspunt voor deze expositie is het beeld Baigneurs ou Danseuse dat de oprichters – Theo en Lida Scholten – van het museum kochten, lang voordat er sprake was van een museum. Gelijktijdig verschijnt de uitgave Niki de Saint Phalle – aan zee, uitgegeven door Waanders & de Kunst.

In 2011 bezocht ik de tentoonstelling Niki de Saint Phalle Outside-in. In dit bericht kun je lezen over de beginperiode van haar kunstenaarsbestaan. Bekend werd Niki door haar Nana’s waar ik in dit bericht over schrijf.


Les Trois Graces, 1994, kunsthars en vinylverf op roestige metalen basis, 66 x 79 x 89 cm, Niki Charitable Art Foundation, Santee, California.

De biografie van Niki de Saint Phalle wordt in het boek Niki de Saint Phalle – aan zee beschreven door Joost Bergman. Er is ook aandacht voor de werken en tentoonstellingen van Niki de Saint Phalle. Niet alleen de Nana’s vormen een belangrijk onderdeel van haar werk, maar ook de Tarot Tuin. Al sinds haar bezoek in de jaren vijftig van de vorige eeuw aan Gaudi’s Park Guëll in Barcelona heeft ze het voornemen om ooit zelf een ‘tuin vol vreugde’ aan te leggen. Het verwezenlijken van deze droom komt dichterbij als ze in 1975 een stuk land in Toscane ter beschikking krijgt om een beeldenpark aan te leggen. Niki wil bewijzen dat een vrouw een dergelijk project zonder financiering van buitenaf kan realiseren. In 1979 wordt begonnen met de inrichting van de tuin. Om de tuin te kunnen financieren gaat ze in de jaren tachtig van de vorige eeuw over tot het maken van werken in oplage. Na bijna twintig jaar bouwen wordt in 1998 de tuin geopend voor het publiek.


Niki de Saint Phalle, 1972.

Xandra Schutte gaat in op ‘Niki de Saint Phalle en de bevrijding als vrouw’. ‘Ik kon me niet met Moeder, onze grootmoeders, onze tantes of de vriendinnen van mijn moeder identificeren’, schreef Niki de Saint Phalle in Mon Secret. ‘Hun territorium leek te beperkt voor mijn smaak… Ik wilde de wereld die aan mannen toebehoorde… Heel vroeg kreeg ik de boodschap dat mannen de macht hadden en ik wilde die. Ja, ik wilde hun vuur van ze stelen. Ik zou niet de grenzen accepteren die Moeder mij wilde opleggen omdat ik een vrouw was.’ Niki de Saint Phalle vlucht uit huis om op jonge leeftijd te trouwen, maar ze verlaat haar man en twee kinderen in 1960 om zich volledig te wijden aan de kunst. De volgende stap in haar bevrijding waren de shooting paintings: met zakjes verf behangen schilderijen en plastieken. Met een geweer schoot ze op haar eigen kunstwerken waarbij de zakjes verf uiteen spatte. Ze schoot als het ware de rollen die haar opgelegd waren – dochter, echtgenote en moeder – aan flarden. Halverwege de jaren zestig van de vorige eeuw begint Niki de Saint Phalle Nana’s te maken die tot op de dag van vandaag populair zijn. Haar eerste tentoonstelling met Nana’s noemde ze Nana Power; het zijn immers sterke vrouwen.


De sculptuur Blum Nana Jaune, Lange Voorhout, Den Haag, 1998.

Hoeveel aandacht heeft Niki de Saint Phalle tot nu toe gekregen in Nederland? Joost Bergman geeft hierop een antwoord. De belangrijkste tentoonstellingen en presentaties in Nederland komen aan bod.


Chien, 1992, beschilderd kunsthars, metalen basis, 49 x 75 x 22 cm, Editie 50 + 10 E.A., Particuliere collectie.

De publicatie Niki de Saint Phalle – aan zee is rijk geïllustreerd; de vrolijke en kleurrijke werken van de kunstenares komen goed tot hun recht en zijn vaak paginagroot afgebeeld. Het is niet alleen een heerlijk kijkboek waarbij de Nana’s de hoofdrol spelen, maar je kunt bovendien de levensweg van Niki de Saint Phalle volgen. Iedereen die van kleur en de Nana’s houdt, is Niki de Saint Phalle – aan zee een aanwinst!


Niki de Saint Phalle – aan zee wordt uitgegeven door Waanders & de Kunst, 23 x 27 cm, 144 pagina’s, 140 illustraties in kleur en 12 in zwart-wit, paperback, Nederlands/Engels. ISBN: 9789462622623. Prijs: € 22,50.

Dutch Design Week 2019


Simone Post kreeg de Young Designer Dutch Design Award 2019.

Na haar afstuderen aan Design Academy Eindhoven (cum laude) heeft textiel- en productontwerper Simone Post collectief Envisions mede opgericht. Na een paar jaar één van de kartrekkers van dit ontwerperscollectief te zijn geweest, richt ze zich sinds ruim een jaar weer meer op haar eigen studio. Esthetisch, verrassend en zichtbaar hergebruik van materialen staat in haar werk centraal. Ze gaat samenwerkingen aan met de industrie om tot in vorm en materiaalgebruik innovatieve ontwerpen te komen en biedt daarmee een nieuwe kijk op verspilling van materialen. Voor Adidas maakte ze kleden van gerecyclede sneakers, voor plastic recyclebedrijf ECO-oh! bood Post een perspectief op de toekomst van hun materialen in de vorm van een inspiratieboek. Voor Vlisco deed ze uitgebreid onderzoek naar nieuwe toepassingen voor hun afvaldoek wat resulteerde in een karpet. Stuk voor stuk ingrepen waarmee Post de bestaande waarde van materiaal dat anders als afval wordt gezien, zichtbaar maakt.

Waste No More


Waste No More van Eileen Fisher zag ik vandaag in de Kazerne tijdens de Dutch Design Week.

In 2009 startte het Amerikaanse modelabel Eileen Fisher een take-back programma – onderdeel van een circulair systeem ontworpen om de waarde van onze kleding te bewaren. Sindsdien verzamelden zij meer dan 1,2 miljoen kledingstukken, ongeacht hun staat en stadium. Onder leiding van creatief directeur Sigi Ahl transformeert de Waste No More studio de meest beschadigde kleding met een speciale vilttechniek – die geen water of kleuring behoeft – tot unieke kunstwerken, wandkleden, kussens en accessoires. Waste No More is een ambitieus experiment, geworteld in een diepgevoelde waardering voor de waarde van hernieuwbare materialen – met een ambachtelijke benadering tot vakmanschap en technologie.

Morgen is de laatste dag van de Dutch Design Week 2019.

Let’s Dance! – Dansmode: van tutu tot pattas

In het Kunstmuseum Den Haag – voorheen Gemeentemuseum Den Haag – is tot en met 12 januari 2020 de tentoonstelling Let’s Dance! – Dansmode: van tutu tot pattas te zien. Gelijktijdig verschijnt het bookazine Let’s Dance.

Ik sla de catalogus – in de vorm van een glossy – open en als eerste vallen de ‘dansende’ letters van de nummer 1 hit uit 1983 op. We hebben het hier over Let’s Dance van David Bowie, de bron van de titel van de expositie in het Kunstmuseum Den Haag. Uiteraard staat het bookazine bomvol met de meest fraaie danskostuums van een klassiek balletkostuum tot hiphop-outfits, maar daarnaast ontbreekt het niet aan informatie.


Koning Lodewijk XIV van Frankrijk als Apollo, God van de zon, in het Ballet Royal de la Nuit, 1653 © Hollandse Hoogte.

Madelief Hohé neemt ons mee naar het Franse hof waar in de 17e eeuw een balletcultuur ontstond met koning Lodewijk XIV als eerste ‘sterdanser’. Hij danste in een kostuum dat gebaseerd was op de mode uit die tijd en hij droeg gewone schoenen met hakken. Zelfs in de 18e eeuw werd er nog steeds gedanst in een aangepaste versie van het modekostuum, pas in de 19e eeuw bracht het romantische ballet vernieuwing. De tutu en de spitzen werden geïntroduceerd. De tutu is tot op de dag van vandaag aanwezig in het klassieke ballet, zelfs in de mode wordt de tutu steeds vaker gecombineerd met stoere kledingstukken en niet alleen voor de vrouwen. In de mannencollectie herfst/winter 2019 toonde Moschino ook een ontwerp voor een mannentutu in combinatie met een zwart leren jack. In de 20e eeuw kwamen populaire dansen, die een nieuwe mode veroorzaakten, zoals: de Charleston-jurk, rock-’n rollrokken, discomode en de hiphop-outfits.


Kostuums voor Het Nationale Ballet & Opera door David Laport, Young Patrons Gala, 2018.

Een interview met Alexandra Radius en Han Ebbelaar – hét danspaar van Nederland – mag niet ontbreken in de uitgave Let’s Dance. Het echtpaar vertelt over de kostuums die te zien zijn in de expositie, maar ook over de liefde voor dans. Over de relatie tussen mode en dans spreekt Georgette Koning met Maria Grazia Chiuri, creative director Dior. Iris van Herpen ‘kruipt in het hoofd van een choreograaf’. Modeontwerper David Laport kleedde vijf balletdansers en een sopraan in sculpturale tutu’s voor het International Young Patrons Gala 2018. ‘Het vertrekpunt van dit ballet was mijn afstudeerjurk met “opgeklapte” rok van geplisseerd nylon’. vertelt Laport. Dan Karaty, danser en choreograaf, – ook bekend van de talentenshows op tv – vertelt dat mode en styling een cruciale rol spelen in dans. ‘Verder zijn dansers trendsetters, niet alleen in hoe ze bewegen, maar ook in de muziek die ze beluisteren en zeker in wat ze dragen. Dans, muziek en mode zijn allemaal met elkaar verweven’, volgens Karaty.


Natalia Goncharova, Kostuum voor een pijlinktvis in Sadko, 1916, gedanst door les Ballets Russes. © Allard Pierson / De collecties van de Universiteit van Amsterdam.

Het beroemde balletgezelschap Ballets Russes uit Rusland danste tussen 1909 en 1929 in opvallende, kleurrijke en fantasievolle kostuums die vaak ontworpen waren door grote kunstenaars als Picasso. Zowel in de tentoonstelling Let’s Dance! als in het magazine kun je een aantal topstukken bewonderen.


Anna Pavlova in de rol van Stervende Zwaan, 1905 © Hollandse Hoogte.

Verder komen in het bookazine Sol León en Paul Lightfoot, de bevlogen huischoreografen van het Nederlands Dans Theater aan het woord, waarna tien pagina’s volgen met afbeeldingen van iconische danskleding met een modetwist want in de mode is deze iconische danskleding tot op de dag van vandaag van invloed. Een voorbeeld hiervan is het kostuum van Anna Pavlova – een tutu met echte veren – dat zij droeg in 1905 als Stervende Zwaan.


Balletkostuums ontworpen door Viktor & Rolf voor Dutch Doubles (2013) door Het Nationale Ballet, Amsterdam © Nationale Ballet, Erwin Olaf / Flatland Gallery, Amsterdam.

Danskostuums hebben veel te verduren en het kan ook niet anders dan dat deze op een gegeven moment rijp zijn voor de prullenbak. Bij Het Nationale Ballet geven ze kostuums soms een tweede leven door ze te verven of door een gedeelte te vernieuwen. Gelukkig verdwijnen niet alle kostuums, maar gaan er ook kledingstukken naar het museum waar ze geconserveerd worden en gebruikt worden voor een tentoonstelling. Soms moet er voor deze gelegenheid kleding gerestaureerd worden, zo ook voor Let’s Dance!. Hier vertelt textielrestaurator César Rodriguez Salinas over. Als laatste wil ik het artikel Couturiers aan zet – ontwerpen voor ballet van Madelief Hohé noemen. Zij gaat in op de samenwerking van beroemde couturiers met de danswereld.


Kleurrijk, vrolijk en informatief wil ik het bookazine Let’s Dance noemen. Het magazine geeft een goede kijk in de danswereld in combinatie met de modewereld. De paperback uitgave is rijk geïllustreerd: circa 150 illustraties, groot van formaat: 23 x 30 cm, heeft 144 pagina’s en wordt uitgegeven door Waanders & de Kunst. ISBN: 9789462622616. Prijs: € 10

Matrozenpakje


Het Nederlands Openluchtmuseum heeft voor Het object van de Maand voor oktober gekozen voor een oranje bevrijdingspak.

Heimelijk had Roos Jenniskens-Engels uit het Noord-Limburgse dorp Meterik gewerkt aan de matrozenpakjes met oranje stof, de verboden kleur van het Nederlandse koningshuis. Wanneer zouden haar jongens ze kunnen dragen? Misschien kwam die dag wel later dan ze hoopte, toen de Amerikanen in september in Maastricht stonden. Het zou nog ruim twee bange maanden duren voordat ze bij hun dorp aankwamen. De ‘bevrijdingspakjes’ werden gemaakt van dunne katoen, niet heel geschikt voor een late novemberdag. Maar misschien was dit wel het enige materiaal waar Roos aan kon komen in die tijd van grote schaarste. Alle textiel was toen al vier jaar op rantsoen en alleen te krijgen met textielbonnen. Toch lukte het haar om twee kostuums te maken, bestaande uit een oranje broek, een witte kiel met afneembare oranje matrozenkraag en oranje manchetten, en een oranje kwartiermuts.

Het pakje van haar zoon, die toen vier jaar was, is onlangs aan het Nederlands Openluchtmuseum geschonken. Op zijn muts heeft Roos met ecru garen de letters JJ geborduurd, de initialen van Jan Jenniskens.


Bron: Nederlands Openluchtmuseum

Ik schreef al eerder over matrozenpakjes, hier en hier kun je er over lezen.

Dakar Fashion Week


Diarra Ndiaye, Ndeye Fatou Mbaye en Mariza Sakho showen outfits van ontwerper Adama Paris in de wijk Medina van de Senegalese hoofdstad Dakar terwijl bewoners geïnteresseerd toekijken.

Dakar is een groeiende hub voor Frans-Afrikaanse mode en de thuishaven van Fashion Africa TV, de eerste zender die geheel in het teken staat van de mode op het continent. De jaarlijkse Dakar Fashion Week bevat een extravagente, vrij toegankelijke modeshow op straat waar duizenden mensen vanuit de hele hoofdstad op afkomen. Adama Paris, van het gelijknamige modehuis, is een van de sturende krachten achter de modeweek en vele andere mode-evenementen.

De foto is gemaakt door Finbarr O’Reilly (Canada/Verenigd Koninkrijk) en won hiermee de 1e prijs Portretten – World Press Photo 2019.

Fallera-jurk

Vrouwen en meisjes dragen fallera-jurken naar het Spaanse Fallas de Valencia-festival. De jurken, geïnspireerd op kleding die eeuwen geleden werd gedragen door vrouwen terwijl zij op de rijstvelden werkten, zijn in de loop der tijd uitgegroeid tot bijzondere creaties die wel meer dan 1000 euro kunnen kosten. Fallera-jurken, doorgaans gemaakt van kant en zijde, worden gedragen door iedereen die wil deelnemen aan een van Spanjes grootste straatfestivals. Als finishing touch dragen fallera’s hun traditionele haarstijl, versierd met bijzondere kammen en juwelen.

Luisa Dörr (Brazilië) maakte onderstaande foto’s en won hiermee de 3e prijs Portretten – World Press Photo 2019.


Tweelingzussen Claudia en Victoria zijn klaar voor de festiviteiten.


Aangezien fallera-jurken zo kostbaar zijn, heeft Maria Fernandez een tweedehands exemplaar gekocht en zelf aangepast.


Lola (10) werd geboren in Ethiopië en geadopteerd door een Valenciaanse familie. Ze kleedt zich al sinds haar tweede als fallera.
.

Van sloof tot eva, de schorten van Loes Schurer


Loes Schurer. Foto: Peter Sauermann.

In Museum Dokkum is tot en met 11 januari 2020 de expositie Van sloof tot eva, de schorten van Loes Schurer te zien. In de expositie is een deel van de bijna 2000 schorten tentoongesteld, die Loes Schurer-de Haan uit Dokkum in meer dan dertig jaar heeft verzameld.

Een schort heeft vele verschijningsvormen. Het is een praktisch kledingstuk dat over andere kleding heen gedragen wordt om deze kleding en de drager zelf te beschermen. Het kan een simpel stuk stof zijn. Maar kan ook een rijkversierd kledingstuk van fijne zijde, of een stijf gesteven deel van een verpleegstersuniform zijn.

De oudste is bijna tweehonderdvijftig jaar oud en de jongste is van zeer recente datum. De schorten variëren in groot of klein, wit, zwart of bontgekleurd, van schattig kinderschortje tot leren voorschoot. De verzameling is bijzonder divers, wat ook niet anders kan met bijna 2000 verschillende schorten.

De expositie is thematisch ingedeeld. Zo zijn er onder andere mannenschorten, kinderschorten en worden een paar heel bijzondere schorten uitgelicht.

Loes Schurer-de Haan is al sinds jaar en dag als vrijwilligster betrokken bij het museum en mede daarom droeg ze haar collectie over aan Museum Dokkum. In de expositie vertelt Loes zelf door middel van video over haar bijzondere verzameling, waarvan ongeveer 100 schorten in het museum tentoongesteld staan.

Een verhaal over de schort schreef ik al in 2007 dat je hier kunt lezen. Nog een leuk verhaal over de schort.