Boekenweekgeschenk 2019

Gisteren ging ik samen met Jenny traditiegetrouw op reis met het Boekenweekgeschenk. Dit jaar werd het een lange treinreis naar Groningen om de expositie CHIHULY — Sensationele creaties van de wereldberoemde Amerikaanse kunstenaar Dale Chihuly in het Groninger Museum te zien. Het was de lange reis meer dan de moeite waard!




Chihuly ontwierp zijn Seaform-serie haast per toeval toen hij experimenteerde met een zogenaamde optic mold. Deze ijzeren mal bedrukt het glas met een geribbeld patroon, waardoor de voornamelijk doorzichtige vormen niet alleen een structuur krijgen maar ook steviger worden. De flinterdunne vormen doen denken aan schelpen en ander oceanisch leven, zonder daar direct aan te refereren.


In 1981 begon Chihuly aan zijn Macchia-series Chihuly heeft voor deze serie een techniek ontwikkeld waarbij er een laagje wit wordt toegevoegd tussen de kleuren aan de binnen- en buitenkant van het kunstwerk, zodat er een sterker contrast ontstaat. Het meest kenmerkend zijn de stukken gekleurd glas die tijdens het glasblazen met het oppervlak van de Macchia versmelten. Aan deze ‘spikkels’ dankt de serie zijn naam.


Op jonge leeftijd was Chihuly al een groot verzamelaar. Zijn interesse in de Amerikaans-Indiaanse dekens stamt uit zijn studietijd.


In 1975 begon Chihuly, geïnspireerd door Amerikaans-Indiaanse dekens, met zijn Cylinder-serie. Om de bijzondere weefpatronen ook in glas weer te geven, ontwikkelde hij een techniek die bekend staat als de ‘pick-up tekening’. Hierdoor konden de kunstenaar en zijn team de complexe patronen van gekleurde glasdraden samensmelten met het oppervlak van de vaas.





Mille Fiori (Italiaans voor ‘duizend bloemen’) geeft de kijker de kans een glimp op te vangen van een tuin van glas vol gewaagde en kleurrijke elementen die doen denken aan vormen uit de natuur. De kunstenaar heeft eens verteld dat hij zijn inspiratie voor deze ‘glastuinen’ vond in zijn herinneringen aan de indrukwekkende tuin van zijn moeder.


Deze ‘faxes’ worden bijna nooit tentoongesteld. Chihuly heeft wel duizenden brieven geschetst die vervolgens via een faxapparaat naar de ontvangers zijn verzonden. Via deze ‘faxes’ verspreidde Chihuly meestal zijn ideeën.


Peach Cylinders uit 2016.


Fire Orange Baskets. Chihuly’s vroege Baskets zijn ingetogen en neutraal van kleur. Zoals hij dat vaker doet, heeft de kunstenaar deze serie tijdens zijn carrière herzien door gewaagdere kleuren en een grotere schaal toe te passen. Chihuly maakt steeds ingewikkeldere composities door kleine Baskets in de grotere manden te plaatsen.


Chihuly vulde in Nuutajärvi, voor het eerst een paar boten met zijn glasstukken tijdens het ‘Chihuly Over Venice’- project in juni 1995. Na enkele dagen van glasblazen, maakte hij met zijn team tijdelijke installaties van de nieuw geblazen stukken rondom de Nuutajoki rivier die in de buurt van de fabriek stroomt. Chihuly besloot de glaswerken in de rivier te gooien om te zien hoe ze zouden reageren op het stromende water. Plaatselijke tieners in houten bootjes verzamelden de werken. Chihuly raakte geïnspireerd door dit schouwspel, waaruit de bootinstallaties met verschillende unieke vormen, voor zowel binnen als buiten, zijn ontstaan.

In de Fiori Boat zitten verschillende grillige fiori-elementen. De Float Boat is gevuld met grote en kleine felgekleurde Floats.


Bron tekst: Groninger Museum

Op dit blog kon je al eerder lezen over Chihuly en wel hier en hier.

Boekenweek 2019


Het zal je niet ontgaan zijn dat het Boekenweek is. Bij besteding van € 12,50 aan Nederlandstalige boeken krijg je het Boekenweekgeschenk cadeau. NS is hoofdsponsor van de Boekenweek. Op zondag 31 maart 2019 kun je daarom gratis reizen met de trein op vertoon van het Boekenweekgeschenk Jas van belofte. Geschenkauteur Jan Siebelink ontmoet lezers in de trein.

Deze week kocht ik het boek De eeuw van Gisèle, geschreven door Annet Mooij. Gisèle van Waterschoot van der Gracht (1912-2013), dochter van een Oostenrijkse barones en een Amsterdamse patriciër, woonde als kind op katholieke kostscholen en in een kasteel met zeventig kamers. Deze jeugd vormde de springplank voor een veelzijdige kunstenaarsloopbaan en een leven vol bijzondere vriendschappen en liefdes. Ze trouwde met oud-burgemeester Arnold d’Ailly en verbond haar lot aan de mysterieuze Duitse dichter Wolfgang Frommel en zijn schare jonge vrienden, die zij tijdens de bezetting onderdak verleende in haar kleine Amsterdamse bovenwoning. Na de oorlog ontstond hieruit Castrum Peregrini, een exclusief, met veel geheimzinnigheid omgeven uitgevershuis, Gisèles eigen Herengrachtfamilie.

In 2016 bezocht ik het huis van Gisèle aan de Herengracht in Amsterdam. Een dezer dagen zal ik hiervan foto’s plaatsen op dit blog.


De moeder de vrouw is het thema van de Boekenweek 2019, ontleend aan het gelijknamige gedicht van Martinus Nijhoff.

Kati Horna


Tot 30 juni 2019 wordt werk van de fotografe Kati Horna (Hongarije 1912 – Mexico 2000) tentoongesteld in het Cobra Museum in Amstelveen. Na grote overzichtstentoonstellingen in Mexico-Stad, Madrid en Parijs wordt haar werk nu voor het eerst in Nederland getoond onder de titel Kati Horna, compassie en engagement.


Kati Horna wordt in 1912 als Katalin Deutsch Blau geboren in het destijds politiek onrustige Boedapest. Het geweld, onrecht en de angst waar zij in haar jeugd mee geconfronteerd wordt, vormen haar als fotograaf. Haar verblijf in Berlijn in 1931 is eveneens bepalend. Niet alleen vanwege de dreiging van Hitlers bewind, maar ook door haar kennismaking met bekende fotografen uit de Hongaarse fotografie zoals Robert Capa (waarmee ze een levenslange vriendschap opbouwt), László Moholy-Nagy en Simon Guttman. Uiteindelijk wordt de dreiging van de opkomende nazi’s te groot, verlaat ze Berlijn en gaat ze terug naar Boedapest. Ze volgt een privéopleiding bij de destijds bekende fotograaf József Pécsi die haar laat experimenteren met collages en fotomontages.

In 1933 verhuist Kati Horna naar Parijs, in navolging van haar vriend Robert Capa. Hier ontwikkelt ze zich verder als fotograaf, en legt ze de straten en cafés van Parijs vast. Grote bekendheid als fotograaf verwerft Kati Horna echter pas een aantal jaar later door een propagandaopdracht van de Spaanse republikeinse overheid. Ze fotografeert tussen 1937 en 1939 de Spaanse Burgeroorlog. Als een van de weinige vrouwen aan het front brengt ze de republikeinse troepen in beeld die tegen de dictator Franco vechten. Vooral de gevolgen van de oorlog op het dagelijks leven, in het bijzonder dat van vrouwen en kinderen, wekken haar interesse. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog vlucht Kati Horna naar Mexico-Stad waar ze de rest van haar leven blijft wonen. Hier wordt ze een van de meest actieve fotografen van de stad met talrijke publicaties op haar naam in kranten en tijdschriften.

Kati Horna behoorde tot een generatie jonge fotografen die gedwongen werd Hongarije te ontvluchten door de opstanden in de jaren dertig van de vorige eeuw en de dreiging van de Nazi’s. Onder hen waren onder meer Eva Besnyö (Hongarije, 1910 – Nederland, 2003) en Ata Kandó (Hongarije, 1913 – Nederland 2017), die zich beiden later in Nederland vestigden. Van hen wordt in deze tentoonstelling werk getoond in aanvullende presentaties.


Kati Horna – Spaanse Burgeroorlog, Spanje 1937.


Kati Horna – Vrouw met mand, Spaanse Burgeroorlog, Teruel, Spanje 1937.

Tijdens de Spaanse Burgeroorlog werd hevig gevochten bij de stad Teruel. Nadat de stad korte tijd met succes was verdedigd door Republikeinen, viel ze in handen van de troepen van Franco. De slag bij Turuel betekende het militaire keerpunt in de Spaanse Burgeroorlog. De strijd eiste vele levens aan beide zijden en betekende een uitputting van hun middelen. Toen de Republikeinen eenmaal verslagen waren, begon een lange uittocht van een grote groep mensen. Kati Horna fotografeerde zowel de gevechten als de stroom mensen die de stad ontvluchtten.


Kati Horna – Spaanse Burgeroorlog, Almeria, Spanje 1937.

De foto’s maakte ik in het Cobra Museum van de originele foto’s van Kati Horna.

De opening van de fototentoonstelling Kati Horna kun je hier bekijken.

Uienvrouwtje


MaaikeW: ‘Dit beeldje staat in het Hannemahuis in Harlingen, het enige andere bekende exemplaar van het uienvrouwtje bevindt zich in de collectie van het Rijksmuseum. Niet eerder zag ik aardewerk met sitsstof beschilderd. Een andere textielkaart dan anders! Sits blijft tot de verbeelding spreken, ook in de tentoonstelling Rembrandt en Saskia in het Fries Museum is een bedje te zien, opgemaakt met lakens voorzien van initialen en een sitsdeken.’

De expositie Rembrandt en Saskia in het Fries museum was te zien tot en met 17 maart 2019.

Poppenhuis van Anna Maria Trip binnenkort te zien in Rijksmuseum Twenthe

Het poppenhuis van Anna Maria Trip (1712-1778) was te zien en te koop op de TEFAF Maastricht. Zou het poppenhuis naar het buitenland gaan of zou het toch in Nederland blijven? Er is goed nieuws: de Martens-Mulder Stichting, die zijn zilvercollectie in langdurig bruikleen heeft gegeven aan Rijksmuseum Twenthe, verwierf het poppenhuis tijdens de TEFAF Maastricht. Het museum is bijzonder gelukkig dat het poppenhuis binnenkort – mogelijk al vanaf eind april 2019 – in volle glorie getoond kan worden.

Met zijn zilveren garenwinder op de zolder, ivoren tafel in de salon, zilveren pannetjes in de keuken, zijden wandbespanningen en geschilderde ‘Perzische tapijten’ is het poppenhuis ongekend rijk en fijn uitgewerkt. Op een paar details na is het complete huisraad, met ruim honderd stuks zilveren poppegoet, origineel en in optimale conditie. Dat is vooral bijzonder omdat er echt met dit poppenhuis is gespeeld, zo blijkt uit brieven en anekdotes van de adellijke familie.

Hoe het poppenhuis al die tijd binnen de familie Van Swinderen bleef, is nauwkeurig beschreven in de publicatie van Endlich Antiquairs.


Garenwinder, 1754 gemaakt door zilversmid Arnoldus van Geffen.


Schooltas, eind 17de eeuw.


Klaptafel, Groningen midden 18de eeuw.

Foto’s: Jasmijn Tolk, John Endlich Antiquairs

Borre


In de Remonstrantse Kerk in Sommelsdijk waar ik vanmiddag een lezing gaf over de merk- en stoplappen uit het Burgerweeshuis Amsterdam viel mij direct de borre – Flakkees dialect voor de collectezak van de kerk – op. Twee stuks met een geborduurde G erop en twee zonder borduurwerk. Uiteraard wilde ik graag de betekenis hiervan weten. De uitleg bleek meer voor de hand te liggen dan ik dacht: deponeer je geld in de borre met de geborduurde G erop dan is dit geld bestemd voor de Gemeente – de kerkelijke gemeente -, doe je geld in de borre zonder borduurwerk dan is dit bestemd voor de diaconie.

Het woordenboek der Zeeuwse dialecten geeft voor borre de volgende omschrijving: ‘beurs:G. veroud., doch men hoort nog schertsend tot kinderen: Hei je kittig in de borre?: flink wat in de beurs, veel gekregen?; ook komter wat in de borre, als ze jarig zijn, of nieuwjaar komen wensen. Gewoon is het woord nog in de bet.: kerkezakje: Hie loapt mit de borre: hij is kerkmeester of diaken: Gdr.; Mdh. Zie: beuze.’

De herenkamer uit het miniatuurhuis van Daan Hensens


MaaikeW: ‘Het zal je vast niet verbazen als ik je vertel dat Silke dit miniatuurhuis wel kan waarderen in het Hannemahuis. Te zien zijn verschillende vertrekken die een beeld geven van de wooncultuur rond de Zuiderzee tussen 1650-1900. Naast deze herenkamer met linnenkast is er een keuken met een gevulde linnenkast te bewonderen, het ligt voor de hand om te denken dat het keukentextiel zou kunnen zijn maar het blijft gissen en bewonderen. Dit geldt ook voor het textiel in de bedstee, de volgende keer in het museum met de loep beter bekijken!’

Ik schreef al eerder over het miniatuurhuis van Daan Hensens in dit bericht.