Moeder konijn draagt een schort


MaaikeW: ‘Op de tentoonstelling van de schorten van Loes Schurer zijn ook poppenschortjes te zien en dat was mijn persoonlijke favoriet, net als de geborduurde schortjes. In 2018 heeft Loes Schurer-de Haan besloten haar collectie schorten bestaande uit 2000 schorten, over te dragen aan Museum Dokkum. Uit deze collectie zijn 100 schorten uitgekozen voor een tentoonstelling, de medewerkers zelf zijn voor de tentoonstelling ook voorzien van een fraai schort. In de media is ruim aandacht besteed aan deze tentoonstelling, van artikelen in de Leeuwarder Courant tot het Friesch Dagblad en media op textielgebied. Op textielpostgebied vond ik drie kaartjes met schorten, op dit kaartje draagt moeder konijn (Beatrix Potter) een schort.’

Schorten, schorten en nog meer schorten


MaaikeW: ‘Deze fraaie textielkaart trof ik bij de tentoonstelling van de schorten van Loes Schurer, evenals het boekwerkje wat eerder van haar hand verscheen over schorten. Over de illustratrice (Madelon Arends) heb ik helaas niets kunnen vinden maar ik hoop dat ze doorborduurt op dit onderwerp in deze vorm want het resultaat mag er zijn. Het is een eigen uitgave van Museum Dokkum waarvan ik hoop dat er meerdere mogen volgen, bijvoorbeeld met een mooie merklap erop of een visserstrui en muts, ik verheug me erop.’

Werkschorten afgezet met blauwe biesjes


MaaikeW: ‘Op 1 november 2019 verscheen in het Friesch Dagblad een artikel over de tentoonstelling Van sloof tot eva, de schorten van Loes Schurer. Op de achtergrond van de foto die bij dit artikel hoort is een blauw-wit gestreept schort te zien zoals gedragen op de voorkant van deze textielkaart. Alle schorten zijn Loes Schurer-de Haan even lief vertelt ze in het interview. De werkschorten zoals gedragen door vrouwen rond 1920 in de steenfabriek van Harlingen werden met blauwe biesjes langs de hals verfraaid waardoor de eenvoud achterwege bleef. De schorten van Loes zijn nu tentoongesteld geweest in Breda, Antwerpen, Slagharen en Hogebeintum, en nu zijn ze nog even in Museum Dokkum te zien.’


Loes Schurer-de Haan bij enkele van haar schorten. Rechts op de achtergrond de blauw-wit gestreepte die ze ook zag op foto’s van vrouwen die in 1920 in de steenfabriek in Harlingen werkten. Foto: Marchje Andringa

Saint Catherine’s Day – Een dag voor ongetrouwde meisjes

Josefien Sjoerds laat ons vandaag (25 november) kennismaken met Saint Catherine’s Day, een dag voor ongetrouwde meisjes. Ze schrijft het volgende hierover:
Op een dag vond ik een aantal opmerkelijke (textiel)kaarten waarvan ik de betekenis niet kende. Dit was er één van:


De kaart is gedateerd 1913, de Franse postzegel zit aan de voorkant, er zit een klein mutsje opgeplakt en er staat geschreven: demoiselle, qui me recevra Bientot un époux trouvera – de juffrouw, die mij zal ontvangen, zal binnenkort een echtgenoot vinden.

Na enig zoekwerk bleken deze kaarten daarover – over het zoeken en vinden van een echtgenoot – te gaan, ze zijn voor St. Catherine’s-dag. Op 25 november werd of wordt er in Frankrijk speciale aandacht besteed aan vrouwen/meisjes die nog niet getrouwd zijn. Het is terug te voeren naar een verhaal uit de 4e eeuw, waarin een jong meisje, Cathérine, zou worden gedood door keizer Maxentius omdat ze zijn amoureuze avances jegens haar afwees. Voor straf wilde hij haar martelen in een vreselijk werktuig, maar het ding viel uit elkaar door Goddelijk ingrijpen. (Het is een veel langer en legendarisch verhaal, maar dat is makkelijk terug te vinden, voor wie geïnteresseerd is.) Uiteindelijk werd ze helaas toch onthoofd.


Tekst op deze kaart:

Entre bonnet ou Fleurs – Hâtez vous de choisir

D’un simple petit mot – Dépend votre avenir

Wat zoiets betekent als:

Tussen hoed of bloemen, haast je om te kiezen

Van een eenvoudig woordje hangt je toekomst af…


In de loop van de jaren erna werd Cathérine de patroonheilige van de ongehuwde vrouwen en van degene die werkzaam waren in de textiel- en hoedenindustrie. Wanneer precies de vorm van het vieren van St. Catherine’s-dag in Frankrijk is ontstaan is mij niet bekend. Het wordt overigens ook in andere landen gevierd, in allerlei variaties, maar voor zover ik weet niet in Nederland. Ongehuwde vrouwen vanaf 25 jaar krijgen op St. Catherine’s-dag gekleurde hoeden met linten, die door vrienden of collega’s voor hen zijn gemaakt. Ze worden geacht die de hele dag te dragen en de vrienden organiseren een feestje en/of een etentje. Tegenwoordig zijn er in die hoeden vaak elementen van hun persoonlijk leven terug te vinden: hun werk, hobby’s of afkomst. De kleuren zijn doorgaans groen en geel: groen staat voor wijsheid, geel voor hoop.


Optocht in Frankrijk op Saint Catherine’s Day.

Vrienden en vriendinnen stuurden hen vroeger dan ook nog de speciale kaarten, maar dat gebruik is, volgens mij, al enige tijd afgeschaft. De teksten zouden nu ook zéker niet meer kunnen.


Volgens deze kaart moet je op gaan letten als je 25 wordt, krijg je haast als je 30 bent en is het te laat voor je geworden als je 40 bent.

Op die dag zouden de vrouwen eigenlijk aandacht vragen voor hun vrijgezellen-status en ‘bidden’ om een partner. Ouderwets en achterhaald zou je denken, maar het wordt her en der nog steeds gevierd. Een meisje uit Frankrijk vertelde dat haar collega’s (in de textielbranche werkzaam) tot haar verrassing enthousiast werden toen ze er achter kwamen dat zij dat jaar ‘Catherinette’ zou zijn en die hebben er voor haar een groot feest van gemaakt. Dat vond ze achteraf toch wel leuk, hoewel ze de enige was van haar vriendenkring die het vierde, vertelde ze, zo algemeen is het dus echt niet meer. Tot op de dag van vandaag is er wel een uitdrukking in Frankrijk ‘Coiffer Saint Catherine’, wat betekent dat je ‘over zult blijven’, niet zult trouwen, je altijd St. Catherine’s hoed zult dragen. Wij kennen daarvoor natuurlijk de uitdrukking: een ‘oude vrijster’ worden.

Tot ik deze kaarten vond had ik er nog nooit van gehoord. De negen kaarten die ik vond dateren allemaal van 1913 en zijn gericht aan Jeanne Guillaume, die dat jaar dan 25 jaar werd. Geboren dus in 1888. Ze had in ieder geval een aantal bekenden die met haar meeleefden en de moeite namen haar een kaart te sturen: dus het zal vast wel goed gekomen zijn met haar… .

Hoge hakken


Sylvia Witteman: ‘… Hoge hakken zijn in feite niets anders dan die doodenge ingebonden Chinese voetjes. Hoe ‘eleganter’ (hoger en smaller) ze zijn, hoe meer ze je bewegingsvrijheid beperken. Ze doen pijn aan je voeten, je verzwikt je enkels, je krijgt kramp in je rug, je voeten raken langzaam maar zeker misvormd en als het een beetje tegenzit, breekt zo’n hak zomaar af, meestal onderweg naar iets belangrijks. Dan kom je voor de vernederende taak te staan om die andere hak eigenhandig ook maar af te breken, zodat je tenminste weer kunt lopen. ‘Ja, maar het stáát zo mooi’, lispelt menige man. ‘Het geeft een vrouw een betere houding, een elegante manier van lopen…’ Ja, je kont gaat ervan naar achteren staan, je borsten naar voren, en dat ‘elegante loopje’ is niets anders dan jezelf bij elke stap behoeden voor omvallen. Dat vinden veel mannen om atavistische redenen aantrekkelijk. Voor vrouwen dan, voor zichzelf zullen ze wel wijzer wezen. Ik draag al jaren geen hoge hakken meer. Het is heerlijk. Uren kan ik lopen. Het onbestemde gevoel van tekortschieten nam ik op de koop toe. Maar nu krijg ik, in Parijs nota bene, eindelijk gelijk.’

De volledige column van Sylvia Witteman kun je hier lezen.

Lotusschoentjes zijn al meerdere keren het onderwerp geweest op dit blog. Hier kun je erover lezen, en hier, hier, hier, hier, hier, hier, hier en hier.

Monet – Tuinen van verbeelding


Voor het eerst sinds 1986 wijdt een Nederlands museum een tentoonstelling aan een van de pioniers van de moderne kunst: Claude Monet (1840-1926). Kunstmuseum Den Haag geeft hiermee een vervolg aan het baanbrekende Monet-retrospectief dat hier in 1952 plaatsvond, en dat tot op de dag van vandaag de waardering voor Monets waterlelieschilderijen heeft beïnvloed.


In 1883 vestigt Monet zich in het Franse dorpje Giverny. De landschapsschilder verruilt daarmee zijn nomadenbestaan voor een teruggetrokken leven, waarbij hij zich volledig wijdt aan het schilderen van zijn tuin. Onverstoord en afgezonderd werkt hij jarenlang aan zijn laatste meesterwerk: een groot decoratief ensemble met als onderwerp de weerspiegelingen op zijn waterlelievijver. Monet beschouwt deze Grandes Décorations als zijn nalatenschap, die na zijn overlijden zou worden geïnstalleerd in Parijs. Tot die tijd had hij de werken nooit geëxposeerd of verkocht.

De openbaring van Monets artistieke erfenis levert weinig positieve reacties op. Decennialang gelden de waterlelies als een zwak onderdeel binnen Monets oeuvre; het werk van een oude en nagenoeg blinde man. In 1952 presenteert het huidige Kunstmuseum Den Haag de schilderijen uit Giverny voor het eerst als volwaardige kunstwerken. Mede dankzij deze tentoonstelling kentert het beeld. Inmiddels zijn de waterlelieschilderijen uitgegroeid tot Monets meest geliefde werk.


Waterlelies, circa 1914-1917. Olieverf op doek. Fine Arts Museums of San Francisco – aankoop door het museum, Mildred Anna William Collectie, 1973.

Monets panorama van waterlelies is nog altijd te bewonderen in het Musée de l’Orangerie in Parijs. De getoonde schilderijen in het museum maken deel uit van het experiment dat Monet in Giverny in zijn greep hield. Ter voorbereiding op de Grandes Décorations schilderde hij honderden werken die na zijn dood een kwarteeuw lang onaangeroerd in zijn atelier achterbleven. Dit geldt ook voor Blauweregen uit de collectie van Kunstmuseum Den Haag, dat in aanloop naar deze tentoonstelling intensief is onderzocht en gerestaureerd.


Blauweregen (studie), 1917-1920. Olieverf op doek. Musée d’Art et d’Histoire de Dreux.

Monet – Tuinen van verbeelding is te zien tot en met 2 februari 2020 in Kunstmuseum Den Haag. Deze expositie is mooi te combineren met Let’s Dance! – Dansmode van tutu tot pattas. Hier kun je nog meer foto’s bekijken van deze tentoonstelling die tot en met 12 januari 2020 te zien is.

Bron tekst: Kunstmuseum Den Haag