Borre


In de Remonstrantse Kerk in Sommelsdijk waar ik vanmiddag een lezing gaf over de merk- en stoplappen uit het Burgerweeshuis Amsterdam viel mij direct de borre – Flakkees dialect voor de collectezak van de kerk – op. Twee stuks met een geborduurde G erop en twee zonder borduurwerk. Uiteraard wilde ik graag de betekenis hiervan weten. De uitleg bleek meer voor de hand te liggen dan ik dacht: deponeer je geld in de borre met de geborduurde G erop dan is dit geld bestemd voor de Gemeente – de kerkelijke gemeente -, doe je geld in de borre zonder borduurwerk dan is dit bestemd voor de diaconie.

De herenkamer uit het miniatuurhuis van Daan Hensens


MaaikeW: ‘Het zal je vast niet verbazen als ik je vertel dat Silke dit miniatuurhuis wel kan waarderen in het Hannemahuis. Te zien zijn verschillende vertrekken die een beeld geven van de wooncultuur rond de Zuiderzee tussen 1650-1900. Naast deze herenkamer met linnenkast is er een keuken met een gevulde linnenkast te bewonderen, het ligt voor de hand om te denken dat het keukentextiel zou kunnen zijn maar het blijft gissen en bewonderen. Dit geldt ook voor het textiel in de bedstee, de volgende keer in het museum met de loep beter bekijken!’

Ik schreef al eerder over het miniatuurhuis van Daan Hensens in dit bericht.

Lezing over merk- en stoplappen in Sommelsdijk


Donderdagmiddag geef ik een lezing over de merk- en stoplappen uit het Burgerweeshuis Amsterdam in Sommelsdijk. Na de lezing gaan we naar Streekmuseum Goeree-Overflakkee waar ze speciaal voor deze gelegenheid de mooiste merk- en stoplappen uit het depot hebben gehaald. Heb je belangstelling, je kunt je nog aanmelden. Meer informatie is te vinden op de website KCE Goeree-Overflakkee.

Poppenhuis van Anna Maria Trip


Op de TEFAF Maastricht is het poppenhuis van Anna Maria Trip (1712-1778) te zien en te koop. Wat kost dit poppenhuis uit circa 1750-1760? Dick Endlich van Endlich antiquairs snapt goed dat iedereen dit graag wil weten, toch zegt hij niets over de waarde van dit 18e eeuwse poppenhuis. Twee jaar geleden had het familiebedrijf een soortgelijk poppenhuis op de Maastrichtse kunstbeurs in de aanbieding voor 1,75 miljoen euro. Dit poppenhuis staat nu in het Museum of Fine Arts Boston.

Anna Maria Trip was een Groningse telg uit een rijke Amsterdamse familie die zijn kapitaal verdiende in de wapenhandel. Verschillende van haar voorouders lieten hun portret door Rembrandt schilderen en in Amsterdam staat aan de Kloveniersburgwal nog altijd het Trippenhuis. Op haar achttiende trouwde ze met de 24 jaar oudere Groningse raadsheer Wicher van Swinderen. Nadat ze zeven kinderen op de wereld had gezet, moet ze omstreeks 1750 zijn begonnen met het inrichten van haar poppenhuis. Het poppenhuis is 168 x 85 x 58 cm groot en is waarschijnlijk door een Groningse timmerman gemaakt. Het miniatuurzilver kocht Anna Trip vooral in Amsterdam, onder andere bij de bekende zilversmid Arnoldus van Geffen.


De salon.


De keuken.


De kraamkamer.


De slaapkamer.

De aftiteling van de film ‘Dead in a Week’ in ‘kruissteek’


De boeken Het gedroomde Noorden en Ooit gelukkig zijn net verschenen met een ‘geborduurde cover’. Nu is er zelfs borduurwerk in kruissteek gemaakt voor de aftiteling van de film ‘Dead in a Week’, liet Elly Smith mij weten. Zij zag de film op haar computer en maakte foto’s van het borduurwerk.


Een recensie van deze film kun je hier lezen en hier kun je de trailer bekijken.

Groninger merklap 1846-1851

Josefien heeft het verhaal achter een bijzondere Groninger merklap uitzocht! Het is een prachtig artikel geworden met een indrukwekkende zoektocht!


Josefien: ‘In dit artikel wil ik aandacht besteden aan een – qua patroon vrij uitzonderlijke – Groninger merklap. Deze lap is nu een jaar of vijf à zes in mijn bezit en ik wilde de herkomst eens nader onderzoeken.

Zwarte merklappen zoals hierboven werden uitsluitend gemaakt in het noordoosten van de provincie Groningen, het gebied dat Oldambt wordt genoemd. De maakster van deze merklap is G.F. Kroon, G.F. staat voor Grietje Fokkes. Grietje werd geboren op 12 oktober 1831 in Veendam. Haar vader was Fokke Laurens Kroon en haar moeder heette Aaltje Meinders Smid. Haar vader was landbouwer en bijenhouder, later werd ook kastelein als zijn beroep vermeld.

De informatie die op de lap is te vinden: als de twee jaartallen op de lap, 1846 en 1851, verwijzen naar de data van het maken van de lap dan maakte ze de merklap dus toen ze tussen 15 en 20 jaar oud was. Het bevat twee alfabetten met achter het bovenste alfabet G.F. KROON. Onder deze twee alfabetten initialen met kroontjes in de vorm van scheepjes, links en rechts hiervan een gekroond jaar 1846. De reeks links FK (vader), AS (moeder), JS (tante Janna?), LK (broer Laurens), GK (zijzelf) en TK (zus Trijntje) is gelijk aan de initialen rechts. De initialen JS zouden van haar tante Janna Meinderts Smit kunnen zijn.

Haar moeder overleed toen Grietje nog geen vier jaar was, haar jongere zusje was het jaar daarvoor nog geboren. Haar moeder was toen dertig jaar. Grietje Kroon trouwde in 1856 (24 jaar) met Klaas Feiken (27 jaar) die toen landbouwer was. Zij krijgen onder andere dochter Albertje (Feiken) in 1862. Deze dochter Albertje trouwt in 1885 met Jan Kram, ook landbouwer, en samen krijgen ze op 29 mei 1886 een dochter die wordt vernoemd naar haar oma: Grietje.


Op de foto Albertje Feiken met haar man Jan Kram, omringd door hun kinderen Margaretha, Alida, Grietje, Helena en zoon Derk en hun partners. Grietje is de derde van links op de achterste rij, schuin achter haar moeder.

Oma Grietje Kroon (die in 1900 overlijdt) geeft de door haar gemaakte merklap door aan deze kleindochter omdat zij naar haar vernoemd is en ook dezelfde initialen (G.K.) heeft. Deze kleindochter trouwt met Frans Jonker, bewaart de lap goed en geeft hem later aan háár dochter. Deze dochter krijgt echter geen kinderen. Zij geeft de lap dan door aan haar nichtje, ook een kleindochter dus van Grietje Kram, die Grieteke werd genoemd. Ze vond dat het borduurwerk in de opvolging bij een naamgenoot terecht moest komen.

Maar deze Grieteke doet de lap uiteindelijk in 2013 van de hand omdat ie “toch maar in de kast ligt…”. Grieteke zei desgevraagd niet te weten wie de lap heeft gemaakt, het was haar niet opgevallen dat er G.F. Kroon op geborduurd staat en die naam zei haar ook niets. Op basis van mijn vragen komen er toch genoeg aanknopingspunten om de herkomst te kunnen reconstrueren en zij stuurt mij dan bovenstaande foto.

Naar aanleiding van deze zoektocht bladerde ik nog maar eens door het boek van Hennie en Sjoerd Stevan-Bathoorn over de bijzondere zwarte merklappen uit Oldambt. En tot mijn verrassing trof ik daar op bladzijde 58 deze foto aan:


Dit handwerk is gemaakt door Gepke Oortjes. De lap, nooit afgemaakt, is qua opzet met het grote zeilschip hetzelfde als die van Grietje Kroon, maar deze werd gemaakt in 1830, 16 jaar eerder dus. Uit het onderzoek van Hennie werd al duidelijk dat veel patronen in de Groninger families rond gingen en werden herhaald en dit is een bevestiging daarvan. Maar was er ergens een relatie tussen Gepke en Grietje??

Ik moest me dus ook verdiepen in de geschiedenis van Gepke:
Gepke begon op 13-jarige leeftijd in 1830 met het maken van de merklap. Zij gebruikte daarvoor ook het toentertijd kostbare zwarte garen. Zij borduurt na de alfabetten initialen van haar familieleden. Achter het derde alfabet staat EI.S, dat zijn de initialen van haar moeder. Maar rechts onder de alfabetten staan drie initialen IH FI en MT, voorzien van kroontjes. Het zijn de initialen van Gepke’s broertje Jan en haar oom en tante: Freerk Jans van der Sluis en Mettje Tonnis. Deze oom en tante bleken belangrijk te zijn voor haar want haar moeder Elsien Jans van der Sluis was op 26 februari 1822 overleden. Gepke was toen 5 jaar en haar broertje Jan 2 jaar. Waarschijnlijk zijn de kinderen toen, omdat vader zeeman was en niet voor hen kon zorgen, naar deze oom Freerk en tante Mettje gebracht, die zelf geen kinderen hadden. Er zullen goede contacten zijn geweest, want de buurman van dit echtpaar, Luitje Luitjes Kroon, was volgens de overlijdensacte degene die bij de burgerlijke stand aangifte deed van de dood van Gepke’s moeder. En daar komt dus in de geschiedenis van Gepke opeens de achternaam van Grietje (Kroon) tevoorschijn want deze buurman was toevallig een neef van de vader van Grietje… .

Buurman Luitje Kroon, die kleermaker was, was getrouwd met Aaltje Jans Joosten en zij stond bekend als naaister. In een huis waar beiden zich met het vervaardigen en repareren van kleding en linnengoed bezig hielden zal er genoeg naaimateriaal voor handen zijn geweest. Toen Gepke in 1830 haar merklap maakte zal ze dus vast les hebben gekregen van de buurvrouw, de naaister Aaltje. En het zal waarschijnlijk dezelfde vrouw zijn geweest die 16 jaar later, in 1846, Grietje Kroon het borduren leerde, want ook zij had al jong geen moeder meer en ze waren tenslotte familie. Aaltje zal daarbij gebruik hebben gemaakt van dezelfde voorbeelden.

Zo werd een raadsel opgelost, dankzij de hulp van Jan Pieter de Groot uit Hoogezand, die een uitgebreide database en website heeft over de geschiedenis van alle gezinnen in Groningen. Zonder zijn hulp was dit nooit gelukt. En omdat míjn ouders en grootouders ook allemaal uit Groningen komen heeft hij mijn eigen afkomst ook maar eens in kaart gebracht. Wat bleek? Jan Pieter en ik hebben ergens in onze voorouders dezelfde bloedverwanten… . Graven in de geschiedenis is zeker een “familietrekje…”.’