Zeeverkenners


Op bovenstaande foto zie je de moeder van Peter – helemaal rechts in hurkzit naar links kijken – als zeeverkenner. De foto zal midden jaren dertig van de vorige eeuw zijn gemaakt toen zij ongeveer 16 jaar was. Dat haar keuze uitging naar de zeeverkenners en niet de padvinderij is te begrijpen. Zij hield van de zee, ze woonde in Den Haag maar was heel graag in Scheveningen. Het liefste had ze aan zee gewoond wat er nooit van gekomen is.

Het uniform dat de meisjes dragen is donkerblauw, met om hum middel een riem. Het embleem is een anker en om de das wordt het witte koord van het fluitje gewikkeld dat vervolgens weer onder de riem gaat. In hun hand houden de meisjes een matrozenpet vast. Op de kniekousen zien we een ruitpatroon. Bovenstaande foto is origineel in zwart-wit maar is bij My Heritage omgezet in kleur.

Het is onbekend waar de foto is gemaakt. Herkent iemand de achtergrond op de foto? De kerk? De spoorwegrails/station?

Mondkapjes

Er is veel te doen over mondkapjes: helpen ze wel of niet tegen het coronavirus. Uiteraard dragen de medici goedgekeurde mondkapjes als bescherming, maar hoe zit het met de rest van de bevolking? De deskundigen zeggen dat het dragen van een mondkapje geen nut heeft, toch worden er veel mondkapjes gemaakt door particulieren zoals bijvoorbeeld Janne Mooij. ‘Onze mondkapjes hebben geen keurmerk en we leveren ze niet steriel aan. Ze zijn gemaakt van 100% katoen en je kan ze zelf heet wassen en hergebruiken. Maar weet: ze zijn niet geschikt voor huisartsen en chirurgen. Wie er bij ons aankloppen? Dat zijn zorgmedewerkers van bejaardenhuizen, de gehandicaptenzorg, hospices en de daklozenopvang. Ook mensen thuis die bezorgd of ziek zijn vragen of ze via de post een mondkapje mogen ontvangen. Onze mailbox loopt over’, vertelt Janne.

In het tijdperk ‘voor Corona’ maakte Janne in haar atelier in Amsterdam kostuums, kleding en zelfs hoofdtooien voor voorstellingen, festivals en modeshows. Ze is een voorloper in duurzame mode. ‘Ik hergebruik veel en maak kleding van gekke materialen. Een jurk van oude sloffen voor een lingeriemerk en model Kim Feenstra liep vorige maand nog in een jurk van mij van hergebruikt isolatiemateriaal over de catwalk’.

De Volkskrant vandaag: ‘Donderdag 950 doden. Vrijdag 932 doden. Zaterdag 809 doden. Zondag 674 doden. Het worden er minder, maar het zijn er nog steeds onbevattelijk veel. In geen enkel land is het coronavirus inmiddels dodelijker dan in Spanje, wanneer je het afzet tegen het aantal inwoners. Meer dan 12 duizend doden werden er al geteld. Nergens raakten ook meer mensen besmet.’


Nonnen in Sevilla maken mondkapjes en beschermende jassen. Normaal produceren ze traditionele koekjes. Getty Images

Heel Nederland ruimt op en werkt in de tuin


Door de coronamaatregels zijn we aan huis gebonden. We hebben tijd om het huis op te ruimen of in de tuin te werken. Vervolgens gaan we met z’n allen massaal naar het milieustation om daar het afval in te leveren. Het huis opruimen heb ik een paar jaar geleden grondig gedaan, maar de tuin heeft elk voorjaar een grote schoonmaak nodig. Afgelopen week was het weer zover en het tuinafval was zoveel dat we noodgedwongen naar het milieustation moesten. Dat we niet de enigen waren, blijkt wel uit bovenstaande foto. Een lange rij auto’s zowel voor als achter ons. Uiteindelijk heeft het ons twee uur gekost.

Na twee maanden regen en zo’n vijf stormen is het prachtig lenteweer. We kunnen helaas niet op pad gaan, maar heb je een tuin of een balkon geniet dan buiten van de heerlijke voorjaarszon. Heb je geen van beiden, gooi dan een raam of een deur open en laat de zon en de warmte binnenkomen. Een mooi weekend en pas goed op!

iPad-oma

Een leuk ‘ikje’ – ik@nrc.nl – in NRC Handelsblad van Marianne Vaneker:

‘Zoals veel oma’s lees ik in deze bizarre tijden mijn kleindochter van vier voor via de iPad. Ze zit stralend te wachten op het verhaal van vandaag. Haar broertje en zusje zijn afgehaakt. Op mijn vraag of zij het voorlezen nog wel leuk vindt antwoordt ze: “Ik doe het voor jou oma, ik weet dat jij zo van voorlezen houdt.”‘

Mijn oudste kleindochter van ruim twee jaar komt elke dinsdag en ook ik lees haar dan minstens één verhaaltje voor, niet via de iPad maar uit een echt boek. Op dit moment zijn de avonturen van Dikkie Dik populair. Nu pakt ze zelf af en toe een boek en gaat ze mij voorlezen, ze probeert de lijn te volgen zoals ik dat doe wat best lastig blijkt voor een peuter van twee jaar maar erg leuk dat ze het probeert.

Wandtapijt van Deurne


Acht dames borduren elke dinsdagmiddag aan het wandtapijt. Foto: Hein van Bakel.

De Paramentengroep van de parochie werkt aan een groot wandtapijt. Acht dames borduren wekelijks aan taferelen die kenmerkend zijn voor de geschiedenis van Deurne, vanaf de ijstijd. Deadline: mei 2021. Dan opent de tentoonstelling in het kader van 1300 jaar Deurne.

Veertig taferelen worden verzameld op een wandtapijt van in totaal twintig meter lang en vijftig centimeter hoog. Eerst worden ze op ware grootte getekend op papier, waarna ze op een lichtbak worden overgetekend op doorzichtig papier en vervolgens op het stof. Pas dan kan er gestart worden met borduren. De juiste kleur garen zoeken is dan ook nog een van de uitdagingen die op het pad komt van de handwerksters. Evenals de goede steekrichting om de prenten zo realistisch mogelijk te weergeven. Lees hier verder.

De inspiratiebron voor het wandtapijt van Deurne is het Tapijt van Bayeux. Dit geldt ook voor het wandkleed De Flevowand en de langste merklap ter wereld: DOG: Door ons gedaan. Dan is er ook nog het Scottish Diaspora Tapestry waaraan vrijwilligers uit Veere hebben meegewerkt.

Kazuifel – Stola – Manipel in Indiase sits

Marlie Lamers bezocht het Nationaal Museum voor Oude Kunst in Lissabon. Dit is het belangrijkste kunstmuseum in Portugal en een belangrijk museum in Europa. In dit museum zag Marlie een kazuifel, een stola en een manipel van 18e eeuwse Indiase sits. Helaas kon Marlie slechts een paar dagen verblijven in Lissabon in verband met het coronavirus.


Kazuifel, stola en manipel in sits. India 18e eeuw.



Een bericht over liturgisch textiel kun je op dit blog hier lezen. Een bericht over Middeleeuwse borduurkunst kun je hier vinden.

Vondelingen. Het Aalmoezeniersweeshuis van Amsterdam 1780-1830

Het aantal vondelingen in Nederland bedroeg de afgelopen twintig jaar gelukkig slechts rond de één per jaar. Rond 1810 was dit heel anders, lees ik in de net verschenen publicatie Vondelingen van Nanda Geuzebroek. Er werden gemiddeld twee vondelingen per dag op de stoep gelegd in Amsterdam, en dan hebben we het nog niet eens over de andere plaatsen in Nederland. De hoge vondelingencijfers waren te wijten aan de slechte economische omstandigheden. De vondelingen werden ingeschreven in het Aalmoezeniersweeshuis, een min gaf hun voeding, verzorging en aandacht. Na vier jaar gingen de vondelingen naar het Kinderhuis en hierna volgde het Grootkinderhuis waar de jongens een ambacht leerden en de meisjes werden voorbereid op werk in de textielindustrie of als dienstbode.

De kinderen werden het liefst achtergelaten in de buurt van het Aalmoezeniersweeshuis. De meeste vondelingen droegen een briefje bij zich. Hartverscheurend zijn de teksten. ‘Niet uijt weelden maar uijt armoet’, schrijft de moeder van de negen maanden oude Jan van Putten. ‘Uit groote hongersnoot’ noteert de moeder van twee meisjes. ‘Uijtt armoet en gebrek’, laat de moeder van een vijfjarig meisje weten. Elbert de Bakker werd in 1787 achtergelaten op de stoep van de koekenbakker naast het weeshuis, aan wie het jongetje de achternaam zou danken. De moeder had ‘door kraam en ziekte soveel onkosten gehad dat het haar niet meer mogelijk is dit kind langer onderhouden, sijnde door de vader verlaaten’. Op het briefje van een jongetje die aangetroffen werd op de Prinsengracht staat te lezen: ‘niet uit geringe Liefde maar uit dodelijke armoede offere ik u dit mijn zuigeling op met hartgrievend hartenleed.’ De briefjes zijn grotendeels door alleenstaande moeders of op hun gezag geschreven.


De moeder van Jan van Putten legde haar zoontje te vondeling op 22 april 1785: ‘Niet uijt weelden maar uijt armoet’.


Briefje achtergelaten bij vondeling Anna Elisabet, 24 februari 1797. Het meisje kreeg de achternaam Hart.

Er zijn briefjes die ons vertellen dat de moeder in betere tijden haar kind hoopt op te komen halen. Vaak lukte dit niet. De moeder van Anna Hendrika van der Veen legde haar kind te vondeling met een kartonnetje waarop de gegevens van haar dochter staan. Onderaan had ze het woord ‘ongelukkig’ geschreven en doorgeknipt. Met haar helft van het kartonnetje als bewijsstuk hoopte ze Anna ooit te kunnen afhalen. Helaas gebeurde dit nooit.


De moeder van Anna Hendrika van der Veen knipte het briefje met ‘ongelukkig’ door en hield zelf de onderste helft, 25 januari 1796.

In het weeshuis kwamen ook vondelingen anoniem binnen. De regenten van het Aalmoezeniersweeshuis gaven de kinderen een naam. Pieter en Willem kwamen vaak voor. Anna, Johanna, Elisabeth en onder andere Jacoba waren geliefd als meisjesnaam. De achternaam is vaak een vernoeming naar de vindplaats. In de buurt van het weeshuis leverde dat familienamen op als Van der Trapp, allerlei varianten op Poort, Hoek en Prins, naar de Prinsengracht. De vindplaats de ververij gaven de achternamen als Van Verven, Verf of Verwer en veel meisjes kregen kleurennamen: Maria de Witt, Eva Groen, Fijtje Rood, Frederica Geel, Lidia Purper en Wijntje Blauw. Het ontbrak een regent wel eens aan inspiratie om een naam te verzinnen. De voorwerpen die in zijn kamer waren, konden als naam dienen, zoals: Johanna Blaauwpot, Jacoba Johanna Pot, Pieter Cornelis Boek, Jacob Leendert Kaars, Johannes Klok en Christoffel Stoel.


De inschrijving van het meisje Maria Secreet, neergelegd bij het openbaar toilet bij de Leidsepoort. De achternaam die ze kreeg van het Aalmoezeniersweeshuis verwijst naar de vindplaats, 9 juni 1787.

Nadat de vondeling een naam had gekregen en ingeschreven was in het innameboek van het Aalmoezeniersweeshuis ging het kind naar een min. Bij pasgeboren vondelingen was het geven van borstvoeding de belangrijkste taak: hiervoor was de ‘natte min’. Voor de verzorging van oudere kinderen tot vier jaar deden de regenten van het weeshuis een beroep op ‘droge minnen’. De vrouwen verdienden op deze manier wat geld voor hun eigen gezin.


Gerrit Lamberts, Looiersgracht hoek Prinsengracht, 1815. Op de Looiersgracht woonden in de gangen, stegen en dwarsstraten veel minnen zoals Angenietje Swarthof.

Zodra de vondeling vier jaar oud was, moest hij/zij naar het Kinderhuis in het Aalmoezeniersweeshuis. Vanaf dat moment was het leven voor de vondeling hetzelfde als van de weeskinderen. Dit leven verschilde niet zoveel met andere weeshuizen zoals bijvoorbeeld het Burgerweeshuis in Amsterdam. In mijn boek Merk- en stoplappen uit het Burgerweeshuis Amsterdam beschrijf ik uitgebreid het leven van de burgerweeskinderen. Op ongeveer tienjarige leeftijd volgde het Grootkinderhuis in het Aalmoezeniersweeshuis: de jongens gingen naar het Jongensgroothuis en de meisjes naar het Meisjesgroothuis. Hier werden de kinderen voorbereid op hun zelfstandigheid in de maatschappij. Net als in het Burgerweeshuis kregen de meisjes les in breien, naaien en verstellen. De meisjes tussen de zestien en achttien jaar moesten huishoudelijke taken verrichten, wat ook gold in het Burgerweeshuis.

Hadden de kinderen de leeftijd van rond de twintig jaar en een baan buiten het weeshuis gevonden dan was het tijd om op eigen benen te gaan staan. Net als in het Burgerweeshuis bestond het afscheid uit een feestmaaltijd en ontvingen de weeskinderen en vondelingen een uitzet. In 1814 waren er 71 (veertig meisjes en eenendertig jongens) vondelingen nog in leven van de 352 die opgenomen waren in 1792. De hoge kindersterfte was de belangrijkste oorzaak van het geringe aantal vondelingen dat de volwassen leeftijd bereikte.

Tussen 1795-1813 volgden plannen voor uitbesteding van de aalmoezenierskinderen. De aanleiding waren bezuinigingsmaatregelen van het nieuwe stadsbestuur en het chronisch plaatsgebrek voor weeskinderen en vondelingen. In 1796 werd een record bereikt van bijna drieduizend kinderen. Weeskinderen en vondelingen werden naar het platteland gestuurd, tussen 1811 en 1813 vertrokken 1243 kinderen naar het platteland. Vanaf de jaren twintig van de negentiende eeuw werden alle vondelingen en weeskinderen geplaatst in Veenhuizen, behalve die van het Burgerweeshuis.

Nadat alle aalmoezenierskinderen in Veenhuizen waren, verloor het weeshuis zijn bestaansrecht. In 1825 kwam het gebouw leeg te staan en in 1828 nam de Inrichting voor Stadsbestedelingen het werk van het Aalmoezeniershuis over.

Nanda Geuzebroek geeft in haar boek Vondelingen. Het Aalmoezeniersweeshuis 1780-1830 een goed beeld van het leven van een vondeling in het Aalmoezeniersweeshuis dat in grote lijnen overeenkwam met andere weeshuizen in Amsterdam. Het is een prettig leesbaar boek met veel illustraties in zowel kleur als zwart-wit. De erg kleine afbeeldingen van de innameboeken zijn een minpuntje. De tekst is nauwelijks zichtbaar en als er een fragment uit een innameboek iets vergroot wordt afgebeeld is de tekst nauwelijks te lezen. Gelijktijdig met de publicatie is er de expositie Vondelingen in het Stadsarchief Amsterdam die je nog niet kunt bezoeken in verband met de maatregelen rond het coronavirus.


Vondelingen. Het Aalmoezeniersweeshuis van Amsterdam 1780-1830, Nanda Geuzebroek. Redactie Maarten Hell, 199 bladzijden, geïllustreerd (kleur en zwart-wit), ISBN: 9789087048433. Uitgeverij Verloren, prijs € 25.

Op dit blog kon je eerder lezen over het Foundling Museum, en wel hier. Hier schrijf ik over het boek De schoentjes van een vondeling.

KLM – uniform stewardess

Op dit blog heb ik meerdere keren aandacht besteed aan de stewardess en KLM. Een terugblik: de stewardess, uniform stewardess, KLM 95 jaar, ‘breiwerk’ bij KLM en Cabin Crew – Fashion in the air.

Op 20 januari 2020 was ik op Schiphol en fotografeerde enkele stewardessen zodat je kunt zien wat het huidige uniform is voor de KLM-stewardess.



Op dit KLM-vliegtuig zie je rechts 100 staan in het kader van het 100-jarig bestaan van de vliegmaatschappij waar je in dit bericht over kunt lezen.