Borduursteek van de gepaerelde beuk

In dit bericht vraagt Sylvia van Dam Merrett zich af waar de borduursteek van de gepaerelde beuk vandaan komt. Hierbij het antwoord van Marcella:

‘Behalve met Marken ben ik ook bezig met een erg uitgebreide lap in Fries witwerk. Daar kom ik dat steekje tegen op aftelbare stof in randjes en kleine randmotiefjes. Ook op Walcheren komt die steek zo voor op aftelbare stof en met parallelle steekjes die omwikkeld worden. Bij de beuk is gewerkt met heel dikke draden op niet-aftelbare stof, hetgeen de op de stof liggende “paereltjes” geeft. De steek is echter dezelfde, rechtopstaande steekjes die op een bepaalde manier omwikkeld worden.


Foto gemaakt door Marcella in het depot van het Fries Museum

Op oude witwerkklappen uit het depot van het Fries Museum die ik jaren geleden met Tineke Tinbergen mocht fotograferen heb ik veel voorbeelden met die “wikkelsteekjes” gezien.’


Dit is het witwerk waar Marcella mee bezig is. Zij borduurt met oud linnen (kantklos)garen op een lap fijn, antiek Iers linnen van ongeveer 22-24 draden per cm.

Leeuwarden en Spakenburg


Tineke: ‘We zijn een nachtje naar Friesland gegaan om de Sits tentoonstelling in Leeuwarden te bezoeken. O, wat is dat mooi. Prachtig zoals alle stoffen en voorwerpen geëxposeerd zijn. Ook 2 schitterende video’s gezien, de mooiste over het weef- en drukproces in India in de huidige tijd. Ik zou zo willen afreizen die kant op. Bijzonder vond ik het dat zoveel bewaard is gebleven. Ik begreep dat men half versleten kledingstukken vaak bewaarde omdat je er altijd nog een babymutsje of kinderjasje van kon naaien.’


Een nostalgische textielkaart met de afbeelding van kinderen in de dracht van Spakenburg. Elly Smith stuurde deze kaart vanuit Amerika.

Uit de mode – De inloopkast van het museum

In 2017 viert het Centraal Museum dat 100 jaar geleden in Utrecht de eerste betaalde modeconservator werd aangenomen – wereldwijd een bijzonder feit. Jonkvrouw Carla de Jonge begon haar carrière als archivaris van de museumcollectie, maar in korte tijd realiseerde ze een vaste kostuumopstelling en al gauw breidde ze de verzameling fors uit. De focus van het verzamelbeleid is de afgelopen eeuw behoorlijk veranderd: van het vergroten van de historische kostuumverzameling naar de nadruk op conceptuele en hedendaagse (inter)nationale mode. 

Uit de Mode toont de rijkheid en diversiteit van de collectie, maar vooral ook die van de mode zelf. Actualiteit en historie worden in dialoog met elkaar gepresenteerd in een thematisch vierluik: de maker, de drager, de restaurator en de visionair. In de vier grote tentoonstellingszalen voert steeds één van de invalshoeken de boventoon. Uit de Mode staat stil bij inspiratiebronnen van (hedendaagse) ontwerpers, argumenten om een kledingstuk te verwerven en wie wat heeft gedragen. Hoogtepunten zijn een ‘Live Science Programme’ waar live op zaal gerestaureerd wordt en een wisselpodium waar het publiek kennismaakt met de nieuwste lichting modetalenten.

De expositie Uit de mode is tot en met 22 oktober 2017 te zien in het Centraal Museum te Utrecht. Afgelopen vrijdag bezocht ik de tentoonstelling waar ik enkele foto’s maakte die niet van de beste kwaliteit zijn omdat het vrij donker was in de zalen en fotograferen met flits kan natuurlijk niet.


Redingote met onderjapon, 1835-1836, percale (zachte katoen), tule. Schenking 1904. Toen jonkvrouw Carla de Jonge in 1917 aantrad in het Centraal Museum, bestond de kostuumcollectie uit slechts een aantal losse kledingstukken én deze complete japon. De freule benadrukt in haar invloedrijke publicatie Een eeuw Nederlandsche mode (1941) de bijzondere afwerking van de japon: ‘Langs den geheelen rand der beide rokken en langs de dubbele pélérine of “palantine” zooals het in oude modeboeken heet, is de japon gegarneerd met tulle, waarop elkaar oversnijdende cirkels zijn geborduurd, een prachtig handwerk.’ De ballonachtige mouwen, ook gigots genoemd, zijn kenmerkend voor deze tijd. Bijzonder is dat bij overlevering de naam van de draagster is doorgegeven; vermoedelijk droeg de Utrechtse jonkvrouw Henriëtta van Dielen-Alewijn (1805-1870) deze japon toen zij in 1834 voor de tweede keer trouwde. Het trouwen in het wit is een verschijnsel dat in de 19e eeuw opkomt. Deze japon is hier een vroeg voorbeeld van. Een speciale bruidsjapon laten vervaardigen was een dure aangelegenheid, zoals ook de bijzondere afwerking van deze japon laat zien. Niet alle bruiden hulden zich daarom in het wit; soms droegen ze de mooiste japon die ze al bezaten. Het zou dan ook kunnen dat tussen de pareltjes in de museumcollectie nog bruidsjaponnen zitten, waarvan men geen weet heeft.


Japon, circa 1910, katoen batist, kloskant. Schenking 1937. Door de nauwe betrokkenheid van conservatrice Carla de Jonge bij de organisatie van de tentoonstelling Het Costuum onzer voorouders in 1936, zag de freule kans na afloop van de reeks de collectie van het museum aanzienlijk uit te breiden. Deze japon met Iers gehaakt kloskant, werd op verzoek van Carla de Jonge in januari 1937 geschonken. De japon spreekt tot op de dag van vandaag tot de verbeelding en toont op een prachtige manier de natuurlijke neiging van mode om in herhaling te vervallen. Net als ruim 100 jaar geleden is wit in de zomer van 2017 erg populair en sieren kantstoffen ook nu weer het modebeeld op de catwalk en in de winkels.

Jan Taminiau, japon Poetic Clash meets Nature Extends, 2012, denim, crêpe georgette, polyester, Swarovski-steentjes. Aankoop met steun van het Mondriaan Fonds 2012. Speciaal voor de tentoonstelling Blue Jeans (2012) in het Centraal Museum maakte de Nederlandse modeontwerper Jan Taminiau deze lange avondjapon van denim waar hij de twee verschillende collecties Poetic Clash en Nature Extends combineerde. De couture is te herkennen aan de geknipte ruitvormen en gerafelde randen, subtiel afgezet met Swarovski-steentjes. Andere details zijn de grootte van de wybertjes die bij de taille kleiner zijn om deze smaller te doen lijken en de overgang van kleuren in verwassen rood, wit en blauw.


Kinderjurk, 1890-1900, wol, zijde. Bruikleen 1977. Dit wollen winterjurkje met strikjes is gedragen door een jongetje. Vanaf de tweede helft van de 16e eeuw tot aan het einde van de 19e eeuw is het gebruikelijk om zowel jongens als meisjes in hun eerste levensjaren een jurkje aan te trekken. In 1889 wordt dit kledingstuk gedragen door Gerlacus Ribbius Peletier Jr. (1887-1969), zo blijkt uit twee bewaard gebleven foto’s uit dat jaar. Gerlach junior werd geboren als eerste kind en enige zoon van het echtpaar Gerlacus Peletier en Adriana Louise Wijbelingh. Gerlach junior zou de laatste naamdrager van de welvarende Utrechtse sigarenfamilie zijn.


Driedelig ensemble, 1862-1864, tafzijde, machinale kant. Schenking 1942. Decennialang werd dit ensemble met verschillende kledingstukken bewaard in de kasten van het voormalig ambachtshuis in het Zuid-Hollandse Heenvliet. Vele generaties waren de bewoners van dit huis de Heren van de Heerlijkheid Heenvliet, waarvan Cornelia Maria Lamaison (1845-1942) de laatste nazaat was. In de familie stond ze ook wel bekend als ‘tante Corretje’. Na Cornelia’s overlijden, schonken de erfgenamen de kledingstukken in 1942 aan het Centraal Museum. ‘Wij vinden in de kasten die wij openen zeer merkwaardige en mooie zaken en daar we weten dat u zich interesseert voor oude kleedingstukken, willen wij u Gaarnen eenige bijzondere mooie japonnen en hoeden zenden,’ schreven de erfgenamen aan Carla de Jonge. Vermoedelijk is het Cornelia Maria Lamaison zelf geweest die het driedelige ensemble, bestaande uit een bolero, rok en ceintuur heeft gedragen. De bolero refereert aan de Spaanse matadorjasjes die in de jaren 1860 in de mode kwamen.


Aico Dinkla, vogeltop en roze rok, 1999-2001, katoen, siliconenkit, Swarovski-steentjes, pailletten, jute. Aankoop 2014. Het signatuur van Aico Dinkla is origineel en herkenbaar, vooral door het gebruik van siliconenkit in vrijwel al zijn collecties. Achter elk kledingstuk gaan vele verhalen schuil. De ‘vogeltop’ is een jaren tachtig blouse, waarvan Aico Dinkla de coupe heeft aangepast. Op een later moment is de vogel van jute toegevoegd, die oorspronkelijk in 1974 door zijn Nederlandse ouders is gekocht in Bogota. De ketting met bloem van Swarovski-steentjes komt uit de verkleedkist van de oma van de ontwerper. Aico’s zusje Iefke vinden we subtiel terug op de button: zij is jarenlang de muze van de ontwerper geweest. In 2005 nam hij het radicale besluit om te stoppen met mode, waarna hij enkele jaren later zijn totale collectie verknipte en transformeerde in schilderijen.

Bron tekst: Centraal Museum

Liefdessloten in Amsterdam


In 2011 schreef ik voor de eerste keer over de liefdessloten. Het zijn hangsloten die door verliefde stelletjes aan het hekwerk van een brug worden gehangen. Het sleuteltje wordt vervolgens het water ingegooid. De liefde is voor eeuwig verzegeld. In 2016 liet ik foto’s zien van liefdessloten in Busan (Zuid-Korea). Ook Nederland raakt verknocht aan de liefdessloten zoals ik gisteren zag in Amsterdam.

Puck & Hans – Couture Locale


Op 9 juni is de expositie Puck & Hans – Couture Locale van start gegaan in het Amsterdam Museum. Maar wie zijn Puck en Hans eigenlijk?


Puck en Hans voor hun eerste winkel in Den Haag, 1967.

Puck Kroon (1941) maakte haar eigen kleding en Hans Kemmink (1947) was fotograaf. In 1967 openden ze hun eerste (paarse) winkel in Den Haag. Puck concentreerde zich op het ontwerpen van kleding en Hans deed het zakelijke deel; plus de inrichting van de etalages. In 1971 volgde een winkel in Rotterdam en in 1974 Amsterdam. Drie winkels waren ruim voldoende voor het soort kleding dat zij wilden maken. Ze ontwierpen niet voor de massa. Zij kenmerkten zich door een mix van exclusieve materialen, kwaliteit en speelsheid. In de jaren ’70, ’80 en ’90 van de vorige eeuw genoten zij grote bekendheid door in het oog springende creaties. Zowel bekende als minder bekende personen droegen een unieke Puck & Hans. In 1998 hield het modeduo het voor gezien en sloten de zaak. Alleen de goudkleurige letters Puck & Hans op de gevel aan het Rokin herinneren nog aan de winkel. Vijftig jaar na de opening van hun eerste winkel is er nu een expositie en een publicatie. De tentoonstelling ga ik binnenkort bezoeken, maar de publicatie heb ik al in bezit en die ga ik nu bekijken.


Leg of Mutton – rode wollen flanel jas met shocking pink top, Avenue 1975.

Na een korte inleiding door Annemarie den Dekker – hoofdconservator Amsterdam Museum – volgen vijftig pagina’s met afbeeldingen van ontwerpen van Puck & Hans. Hierna komt een interview van John de Greef – moderedacteur van Elsevier – met Puck & Hans. We maken nader kennis met het modeduo. Puck was al heel jong bezig met poppenkleertjes. Ze was zo serieus bezig om de gemaakte kleren op kleine schaal om te zetten in groot formaat dat haar moeder ondanks ‘Weinig geld een Pfaff naaimachine op afbetaling’ aanschafte. Puck volgde een opleiding tot coupeur en later volgde ze de avondopleiding aan de modeafdeling van de Rotterdamse Kunstacademie. Hans, autodidact en al jong als bruidsfotograaf en cineast-assistent aan het werk, was nauw betrokken bij het ontwerpen en bij het beoordelen van proefmodellen. Het selecteren en beoordelen van stoffen en het vinden van exclusief materiaal voor hun collecties stonden centraal voor beiden. Kwaliteit was belangrijk. Maar hoe het nu precies ging en gaat blijft gissen. Ze kunnen het zelf ook niet goed uitleggen. Behalve het harde werken zagen ze ook de bedreigende opkomst van nieuwe confectieketens van het kaliber H&M en Zara met goedkope mode. Het voeren van hun vrij luxe label en het bestieren van drie winkels was niet alleen dagen ‘Vol rozengeur en maneschijn’. Alleen al de angst niet genoeg voorraad te hebben. Dit was tevens de reden om ooit ook mode van andere ontwerpers, zoals Jean Paul Gaultier in te kopen voor de winkels. Dit betekende ook extra werk en extra druk. Puck meent achteraf dat ze op een bepaalde manier wel verslaafd waren aan hun winkels. Voor de coldturkeymethode, waarmee het duo uiteindelijk vrij abrupt koos voor het beëindigen van de Puck & Hans-collectie en voor het sluiten van hun winkels, werden ze gewaarschuwd. Iedereen dacht dat ze in een zwart gat zouden vallen. Niets was minder waar. Puck begon aan een studie kunstgeschiedenis en Hans ging zich richten op de fotografie.


Strike a pose – lang zijden Nehru jasje met zijden pantalon. Foto: Frans van der Heijden.

Na de kennismaking met Puck en Hans volgen achtendertig bladzijden met ontwerpen van hun hand die hun creativiteit laten zien. Er is een onderbreking van twee pagina’s waar de herinnering van een vriendschap in mode van Frans Ankoné staat te lezen. Leuke anekdotes worden door Frans aangehaald zoals een reis naar Parijs waar ze met de Citroën DS van Hans de stad doorkruisten onderweg naar een show en de weg kwijt raakten. Ze zagen een motorpolitie en stopten vlak voor zijn neus om de weg te vragen. De agent keek de auto in en kon zijn ogen niet geloven. Ze zaten met een man of tien op en onder elkaar in de Citroën. Hij lachte om dit vrolijke zooitje en sprak de woorden ‘Suivez Moi’.


Jurk van gerecyclede shawls, 1970.

De laatste twee pagina’s zijn gereserveerd voor een patroon waarmee je je eigen Puck & Hans-sjalenrok kunt maken. Een jurk van gerecyclede shawls dateert uit 1970.


We zijn aan het einde van de publicatie Puck & Hans – Couture Locale gekomen. Ik heb een goede indruk gekregen van het modeduo waar ik tot voor kort niet eerder van had gehoord. Het formaat 17 x 29,6 cm is enigszins afwijkend van de doorgaande publicaties, wat mij zeker aanspreekt. Door de enorme hoeveelheid illustraties – 120 in kleur en 60 in zwart-wit – krijg je een goed beeld van het creatieve werk van Puck & Hans. Deze luxe paperback is beslist een mooi naslagwerk voor iedereen die geïnteresseerd is in mode! De publicatie wordt uitgegeven door Waanders & De Kunst, ISBN 9789462621428, prijs € 19,95.

De foto’s zijn afkomstig uit de publicatie Puck & Hans – Couture Locale.

Op zondag 6 augustus 2017 signeren Puck en Hans het boek Puck & Hans – Couture Locale in Athenaeum Nieuwscentrum op ’t Spui (nummer 14) in Amsterdam. De signeersessie duurt van 15.30 tot 17.00 uur.

Mont Ventoux – floating pen


Tineke: ‘Op 30 mei 2017 beklommen we de Mont Ventoux. Ook al ben je niet op de fiets, toch een hele klim. In de ochtend nog weinig autoverkeer vanuit Malaucène. Wel volop fietsers die de uitputtende klim wagen. Veelal in felgekleurde bij de fietssport horende pakjes, soms gewoon in korte broek met shirt. Waar de één omhoog peddelt of het niets is, trapt de ander moedeloos langzaam voort. Dan komt de top in zicht. Nu alleen nog maar wit gesteente, geen boom en bijna geen plant. Papaver alpinum met zijn korte steeltjes houdt dapper stand met knalgele bloemen. Mont Ventoux, windberg, op de top waait het altijd. Behalve als je aan de luwe kant zit. Helemaal boven grote groepen wielrenners, ze willen allemaal op de foto. Onderweg staan al steeds commerciële fotografen die een actieshot schieten. Later beneden op te halen. En, in de mini-winkel (er tegenover marktkraam met al even felgekleurde snoepjes) vinden we een floating pen.’

Vergeet niet om de prachtige foto’s van de Mont Ventoux te bekijken op de blog van Tineke.


Tineke verzamelt al heel wat jaren floating pennen en hoe dit ooit begonnen is kun je lezen in dit bericht. Hierdoor werd mijn belangstelling voor de floating pen opnieuw aangewakkerd. Vanaf 2013 kom ik dus in souvenirwinkels waar mogelijk een floating pen te koop is. Daarbij zet ik de winkel waar de floating pen is gekocht op de foto. Inmiddels is een kleine collectie ontstaan en nu kan ik zelfs een floating pen van de Mont Ventoux toevoegen aan de verzameling die Tineke voor me meebracht! Heel speciaal om van deze wereldberoemde berg een floating pen te hebben!