Afsluitdijk


Cornelis Lely (Amsterdam, 23 september 1854 – Den Haag, 22 januari 1929) was een Nederlandse ingenieur, waterbouwkundige, minister, gouverneur en politicus. De Zuiderzeewerken zijn grotendeels uitgevoerd volgens zijn plannen. Lely ontwierp in 1891 een eerste concept van zijn plan voor de afsluiting van de Zuiderzee, waarop deze binnenzee uiteindelijk in 1932 door de Afsluitdijk definitief werd afgesloten en het huidige IJsselmeer ontstond. Het standbeeld van Cornelis Lely is gemaakt door beeldhouwer Mari Andriessen en in 1954 onthuld door koningin Juliana.


Beeld van een steenzetter aan het werk, gemaakt door Ineke van Dijk in opdracht van de Nederlandse Vereniging Kust- en Oeverwerken, die het aanbood ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de Afsluitdijk. Het werd op 28 mei 1982 onthuld door koningin Beatrix. Een plaquette heeft de tekst: “de strijd tegen het water blijft
een strijd door en voor de mens” aangeboden door de ned. ver. kust_ en oeverwerken ontworpen door Ineke van Dijk onthuld door koningin Beatrix _ 28 mei 1982.


Uitzicht op het IJsselmeer. Het was mooi weer met nauwelijks wind terwijl ik dacht dat het altijd behoorlijk zou waaien op de Afsluitdijk. Dit prachtige en rustige weer had zijn keerzijde: namelijk de komst van de enorme hoeveelheid IJsselmeervliegjes zoals ze worden genoemd. Ik had er nog nooit van gehoord. De officiële naam is dansmuggen, ook wel vedermuggen genoemd. Ze steken niet, maar je krijgt er een enorme vlekkentroep van. Binnen een mum van tijd zit je onder deze muggen en de auto’s zien ‘zwart’ van deze IJsselmeervliegjes. Je loopt niet met plezier op de loopbrug die over de Afsluitdijk gaat en aan fietsen op de dijk wil je al helemaal niet denken.


Uitzicht op het IJsselmeer.


Het Vlietermonument bevindt zich bij de Vlieter, de plaats waar in 1932 de Afsluitdijk werd gesloten. Het is een monument in de vorm van een uitkijktoren, ontworpen door architect Willem Dudok. De toren is in 1933 gebouwd.


Het Vlietermonument gezien vanaf het IJsselmeer.


Via een wenteltrap in het Vlietermonument kun je naar boven gaan waar je een prachtig uitzicht hebt.


De Afsluitdijk die Noord-Holland met Friesland verbindt. Links zie je de Waddenzee en rechts het IJsselmeer.

Van Venhuizen naar Veenhuizen


Afgelopen dinsdagavond gaf ik voor de Vrouwen van Nu in Venhuizen een lezing over Merk- en stoplappen uit het Burgerweeshuis Amsterdam. Veel leden waren naar Dorpshuis ‘t Centrum gekomen om mijn verhaal te horen. Het werd een mooie avond waarbij de dames veel belangstelling hadden voor het handwerkonderwijs van de burgerweesmeisjes.

De volgende dag ging ik vanuit Enkhuizen naar Medemblik en via de Afsluitdijk naar Bolsward. Hierna volgden de plaatsen Hindeloopen, Stavoren, Drachten en Oosterwolde. Vandaag ging de reis vanuit Oosterwolde verder naar Veenhuizen om het Nationaal Gevangenismuseum te bezoeken.

Lion


Saroo gaat op vijfjarige leeftijd samen met zijn broer Guddu met de trein op zoek naar werk. Saroo wacht op het treinstation tot zijn broer terugkomt. Als dat te lang duurt gaat Saroo in een trein op zoek naar hem. Hij valt in slaap en uiteindelijk komt hij in Calcutta. Zonder te weten waar hij vandaan komt, zwerft Saroo wekenlang rond in de straten van Calcutta tot hij opgenomen wordt in een weeshuis en geadopteerd door een Australisch echtpaar.
Als hij bijna dertig is, gaat hij via Google Earth op zoek naar het treinstation waar hij als kind zijn familie kwijtraakte. Na lang zoeken denkt hij het treinstation gevonden te hebben. Saroo vertrekt naar India in de hoop zijn familie te vinden.

Lion vertelt het aangrijpende en waargebeurde verhaal van Saroo. Het is indrukwekkend en zeker een aanrader! De film is gebaseerd op het boek Mijn lange weg naar huis van Saroo Brierly.

Hier kun je de trailer van Lion bekijken.

Detail van sitsen palempore


MaaikeW’: ‘Met Silke heb ik de tentoonstelling Sits bezocht. Silke wilde wel mee vanwege de speurtocht maar die is pas later deze week beschikbaar waarop Silke direct rechtsomkeer wilde maken maar ik had al kaartjes gekocht. Haar eerste reactie toen de deur naar de tentoonstelling open ging was “wauw” en dat is mooi als je 7 bent. We hebben samen gekeken naar de enorme zonnehoeden, de poppen bewonderd en de kleertjescollectie maar ook de Hindelooperdracht. Het opbouwen van een sitspatroon op beeldscherm naar stof vond Silke heel leuk. En passant troffen we Hennie Stevan en mocht ik Silke vertellen over Hennie’s Groninger merklappenboeken die thuis in de kast staan en nadien Silke heb laten zien, ook de liefde voor de merklap moet bijgebracht worden.’

Verkade’s biscuits a present from Holland – 1953


MaaikeW: ‘Dit kaartje vond ik in het Fries Museum, op basis van de naam Reijn Dirksen ben ik op zoek gegaan en genoten van het ouvre van deze overleden ontwerper. Persoonlijk vind ik deze oude reclameontwerpen erg mooi, zeker in combinatie met de Zaanse klederdracht. Het is tijdloos terwijl het aan de andere kant ook een bepaald tijdsbeeld aangeeft. Reclame-uitingen met klederdracht blijken vaak voor te komen, bijv. van Philips, Bols, Sunlight zeep, Ouds, Van Nelle’s pakjes koffie, Edelweiss zeep, Droste. Kortom, als je weer zo’n oude reclamekaart van me krijgt met een of andere klederdracht, dan heb ik een identiek exemplaar zelf gehouden, te leuk gewoon dat ook zo de klederdracht is verbeeld.’

In dit bericht zie je reclame voor het Fries Museum en hier nog een keer het Fries Museum.

Marskramer Hendrick Busman (1607-1649)


Marskramer Hendrick Busman (1607-1649) kreeg op het kruispunt van de weg Geldern/Kleve in de Kevelaerer Heide bij het hagelkruis drie keer de opdracht om op die plek een kapelletje te bouwen. Hendrick Busman was arm, maar voerde deze opdracht toch uit en op 1 juni 1642 stond er een eenvoudige bidzuil op de plek waar hij de opdracht kreeg. Al gauw kwamen er pelgrims en werden genezingen gemeld. In 1647 erkende de kerk acht van deze genezingen als wonderbaarlijk. Dit was het begin van de bedevaartplaats Kevelaer.


Op 23 september 2014 bezocht ik Kevelaer, meer hierover in dit bericht en dit bericht.

Marskramerkist

De marskramer is een verkoper van kleine artikelen die hij in een rugkorf vervoert en waarmee hij het platteland en de steden afreist om zijn waar van huis tot huis te verkopen. Een marskramer werd in het Middelnederlands ook wel meersman genoemd en was dus een rondreizend koopman.

Andere benamingen voor het beroep marskramer zijn:
– Klontong (Indonesië): Klontong was in het vroegere Nederlands-Indië, maar voornamelijk op Java, de algemene aanduiding voor een Chinese marskramer in manufacturen, kleine huishoudelijke benodigdheden en snuisterijen waarmee hij vooral langs de deuren van de welgestelde, meest Nederlandse families kwam. Zijn naam dankte hij aan het gelijknamige ratelaartje dat hij ronddraaide en waarmee hij zijn komst aankondigde. Sommige klontongs bedienden zich van een trommeltje.
– Teut (Kempen): Een teut was een rondreizende handelaar of ambachtsman die vanuit zijn thuisbasis in Westfalen of de Kempen met zijn koopwaar op de rug naar Nederland, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg of zelfs Denemarken trok. De teuten vertrokken in de lente naar andere streken om daar rond te venten of er een winkel open te houden. In de winter keerden ze terug om hun tijd thuis door te brengen. Vergelijkbare handelaars worden in Duitsland (Westfalen) Tödden genoemd. In Noord-Nederland kent men ook de Rusluie uit Vriezenveen. Teuten onderscheidden zich van gewone marskramers door een strakke organisatiegraad in compagnieën met kenmerken van een gilde.
– Kiepkerel (Noord-Duitsland): Kiepkerels zijn Noord-Duitse marskramers die van de 17e eeuw tot begin 20e eeuw door Noord-Nederland trokken en hun koopwaar op hun rug in een mand (Nedersaksisch: kiep) vervoerden. Deze kiepkerels kwamen het meeste voor in de provincie Groningen. Toen bekend werd dat Nederlanders geïnteresseerd waren in Duitse koopwaar, begonnen sommige Duitse seizoenarbeiders (hannekemaaiers) om wat extra geld te verdienen deze waren mee te nemen in op de rug gedragen manden. Een deel van deze marskramers zijn voorgoed in Nederland gebleven, zoals de broers Clemens en August Brenninkmeijer, die de confectieketen C&A hebben opgericht, en de familie Sinkel, die met de Winkel van Sinkel is begonnen.
– Kisjes Kearl (Achterhoek)
– Kypmantsje (Friesland)


Op de expositie Steekspel in Museum De Koperen Knop zag ik voor het eerst een marskramerkist. Het is een Nederlands exemplaar en dateert uit 1870. In het midden van de kist zie je een borduurwerk van wol op stramien. Het borduurwerk loopt door op de achterkant van de draagkist en is daar beter gebleven dan aan de voorzijde van de kist.