Staphorster klederdracht


Collectie Stegeman’s Textiel.

Op het eerste gezicht lijkt de zwart-witte stof een gewoon patroon, pas als je inzoomt zie je een soort tempeltje en Chinese mannetjes met een karretje. De paarse lijkt ook een gewoon bloemenstofje, maar dichterbij zie je een oosters paviljoen en poppetjes, vogels en een zeilboot. Dit zijn hele oude onderdoeken van de Staphorster klederdracht.

Staphorst is al regelmatig aan bod gekomen op dit blog. De berichten die ik geplaatst heb zijn gemakkelijk terug te vinden via de witte zoekbalk rechtsboven. Uit de vele verslagen geef ik twee links: De laatste kledingveiling van 2014 in Staphorst en Zonnige dag in Staphorst.

Birdcage – Tilleke Schwarz


Een groot detail uit dit werk van Tilleke is gebruikt als illustratie door Novo Amor. Volgende liedjes komen binnenkort uit met details uit andere borduurwerken van Tilleke.

Singer-songwriter Ali Lacey uit Wales – artiestennaam Novo Amor – heeft in Nederland onder andere in Paradiso en Vredenburg opgetreden. Hij wil zijn nieuwe vinylplaat illustreren met borduurwerk van Tilleke Schwarz. Recent heeft hij zijn eerste single gelanceerd op de bekende sociale media en de komende maanden volgt er meer en omstreeks november de vinylplaat. Te zijner tijd komt er ook merchandise (tasje, T-shirt etc.), waarschijnlijk in 2021 als zijn internationale optredens (USA, Azië etc.) weer door kunnen gaan. Wie weet loopt Tilleke volgend jaar in een T-shirt met haar werk erop. Men denkt er zelfs over om een borduurpatroontje te verstrekken zodat de fans dit op hun kleding kunnen borduren.

Hier kun je naar muziek van Novo Amor luisteren.

Herinnering aan Textielpost


MaaikeW: ‘Ik realiseerde me dat ik jou een herinnering aan textielpost nooit verteld heb, dus bij deze. Ik moest in blok 2 van dit studiejaar 2019-2020 stage lopen in groep 7. Uiteraard was de eerste les een kennismakingsles om mij zelf te introduceren bij 27 10/11-jarigen. Hiervoor nam ik een aantal voorwerpen mee zoals een gezinsfoto, een merklap en een aantal textielpostkaarten van jou: de kaart met Amalia erop, een sinterklaaskaart en een kaart met dames in klederdracht erop. Deze roerige groep wist direct wie het meisje op de kaart was en de sinterklaaskaart werd bewonderd terwijl ik ook de achterkant met sinterklaaspostzegel liet bewonderen. Wat klederdracht was, wisten ze, mijn eerste leerlingen uit mijn stagegroep. “Wat een bijzondere hobby heb jij!” Klonk het. Leuk hè!’

Maaike, erg leuk om zo’n fijne reactie van je leerlingen te krijgen!


MaaikeW: ‘In 2010 lanceerde je Textielpost op je weblog en wat had ik daar veel plezier in! Zo veel plezier dat ik nu 10 jaar later nog steeds textielpost stuur. Het is zo ontzettend leuk om een textielkaart van jou te ontvangen en zelf op zoek te gaan naar leuke kaarten. Daarna thuis, blijven de kaarten liggen totdat ze aan de beurt zijn: wat kan ik vinden aan informatie over het afgebeelde. Ik heb in deze jaren heel wat kennis opgedaan op deze manier, het brede zoeken naar textielkaarten was voor mij een hele fijne uitdaging. Je adres schrijf ik uit mijn hoofd op, dat mag duidelijk zijn. Ik denk dat we in deze 10 jaar hooguit een handvol “dubbele” textielkaarten hebben verstuurd, dat wil wat zeggen.’

Twee prachtige ‘borduur’kaarten van De Handwerk Boetiek.

Poesiealbum van Nelly

Josefien Sjoerds vertelt vandaag het levensverhaal van Nelly aan de hand van haar poesiealbum:


‘Dit bijzondere poëziealbumpje kwam een tijdje geleden op mijn bureau terecht. Het kwam uit een veilingverkoping van een kringloopwinkel. Het is klein (11 bij 15 cm) en dun en zelfgemaakt in oorlogstijd. Zoals vaker bij items uit die tijd zijn er kleine details die op vaderlandsliefde wijzen, maar die voor de onderdrukker, de Japanners in dit geval, verborgen moesten blijven want dat was verboden. Dit albumpje is bijvoorbeeld beplakt met een restje stof met rood, wit, blauw en oranje bloemetjes en de bladzijden zijn samengenaaid met oranje garen. Het meisje, dat dit maakte, had het geluk dat er nog papier te vinden was in haar omgeving, want ze zat in Indië in een interneringskamp. Ze heeft het goed moeten verstoppen want Japanners hielden er niet van als de kampbewoners konden beschikken over papier, pen en potloden. Omdat ik goed bekend ben met die Indisch-Nederlandse geschiedenis – en de archieven er over – hoopte ik te kunnen achterhalen van wie dit albumpje ooit geweest moest zijn. Er stond een naam in: Nelly Steneker.

Na zoek- en leeswerk heb ik de maakster gevonden en omdat ik alles uit openbare bronnen heb gehaald kan ik het volgens mij ook delen: Nelly moet zijn Petronella Philippine Steneker, geboren in 1933 en overleden op 74-jarige leeftijd, in 2007. Moeder was Margaretha Martha Elisabeth Heidema, geboren in Heinenoord op 22 september 1897 en overleden in 2011 te Ede, ze was toen 95 jaar. Vader Pieter Philippus Steneker, geboren in februari 1898, overleden in 1976 in Voorburg N.Br, was toen 78 jaar. Vader was ingenieur weg- en waterbouw. Het echtpaar trouwde in 1921 toen beiden 23 jaar waren, ze kregen tien kinderen, Nelly was de vijfde.

Ruim voor de Tweede Wereldoorlog is dit echtpaar naar Indië gegaan omdat vader daar ging werken. Alle kinderen zijn daar geboren. Ik mag er vanuit gaan dat ze er een goed leven hadden, tot de oorlog uitbrak. Vader werd zonder twijfel opgeroepen voor militaire dienst en krijgsgevangen gemaakt. Waarschijnlijk werd hij gedwongen te werken aan de beruchte Birma-spoorlijn waaraan destijds tienduizenden krijgsgevangenen zijn bezweken. Moeder en de kinderen werden ook geïnterneerd omdat ze Europeanen waren. In welke kampen ze precies hebben verbleven weet ik niet, maar waarschijnlijk zijn ze wel een paar keer gedwongen van locatie verhuisd, dat was gebruikelijk.

Uit het poëziealbum valt op te maken dat Nelly in 1944 in het interneringskamp Halmaheira zat. Dat was op Java, in het oosten van Semarang. Ze heeft voorin in het albumpje geschreven dat ze dit zelf heeft gemaakt terwijl ze in het kamp zat. Ze was toen dus een jaar of 11. Onderstaand zie je een tekening die gemaakt is in dit kamp, uit de collectie van het Museon, getekend door mevrouw Lameris.


Het ziet er op deze tekening best liefelijk uit, maar de tekenares heeft alle storende elementen weggelaten. Je moet je bovendien realiseren dat ze er met velen in gehuisvest waren. In dit dubbele huisje woonden 70 mensen, ze werden dag en nacht bewaakt, moesten hard werken en kregen nauwelijks eten. Het gaat op de tekening om gang II, met de huisnummers 20 en 22. Nelly verbleef in het volgende tweetal op no. 26, in een soortgelijk huisje dus. De omheining liep vlak achter de huisjes langs en was zo dicht dat er van de buitenwereld niets kon worden gezien. In dit kamp waren er ongeveer 100 huisjes en er woonden ruim 3000 mensen.

Het eerste versje in het album dateert van maart 1944 en de rest volgt snel in de navolgende dagen en maanden. De meeste versjes zijn geïllustreerd met tekeningetjes, maar bij sommigen zitten echte poëzieplaatjes. Het is natuurlijk niet uitgesloten dat die er later bij zijn geplakt.


Illustratie uit het album.

Vervolgens zijn er drie versjes van na de bevrijding, uit maart, april en juni 1946, maar die zijn geschreven in Nakhon Pathom, en dat is gelegen in Thailand, regio Bangkok. Het werd mij duidelijk dat de familie en lotgenoten daarheen moeten zijn getransporteerd en dat is de reden dat ik aanneem dat vader aan de Birma-spoorlijn heeft gewerkt. Zijn gezin werd waarschijnlijk daarheen gebracht met als doel: de gezinshereniging. Vaak moesten ze daar dan met elkaar nog vele maanden blijven.

In het album werden in juli 1946 twee versjes geschreven op het schip de Tabinta, dat repatrianten vanuit Bangkok naar Amsterdam bracht. De familie Steneker is aan boord, zo blijkt uit de passagierslijsten.


M.S. De Tabinta in de haven van Amsterdam.

Ze gaan in Nederland waarschijnlijk aanvankelijk naar familie, maar zo’n groot gezin kan ook bij familie verspreid door heel Nederland terecht zijn gekomen. Dat gebeurde toen veel. Nelly kwam misschien in Bennebroek, want er is een versje geschreven door een nichtje die het dateert met Bennebroek 29 augustus 1946. Wat er daarna met de familie gebeurt, is niet duidelijk noch openbaar, maar ik ga er vanuit dat vader weer gewoon aan het werk is gegaan. Wel is bekend dat ze in Souburg zijn gaan wonen.

Nelly emigreerde later naar Nieuw Zeeland, trouwde en werkte daar. Haar man overleed al in 1977, hij was toen 53. Ik denk dat ze geen kinderen kregen. Dat heb ik opgemaakt uit familieberichten in oude kranten. Het lijkt me niet onwaarschijnlijk dat Nelly later terug is gekomen naar Nederland en dat na haar overlijden in 2007 wat van haar spulletjes bij een kringloopwinkel zijn beland. In hoeverre ze contact heeft gehouden met de vriendinnen en lotgenoten van destijds die in het album schreven? Daar kan ik alleen maar naar raden… . Ik ben blij dat het mijn aandacht trok en dat ik het boekje weer een context kon geven. Ik weet zeker dat er instituten zijn in Nederland die het graag willen ontvangen en conserveren ter herinnering aan dit stuk Nederlandse oorlogsgeschiedenis waarvan wij nu het 75e jaar gedenken.’

Breigilden


Foto: Topfoto/Polfoto & Shutterstock.

In de middeleeuwen was breien een mannenberoep. Het werd streng gereguleerd door breigilden, waarvan de leden, net als kleermakers en smeden, veel aanzien genoten. Tijdens de Industriële Revolutie in de 19e eeuw namen machines een groot deel van het werk over en verloren mannen hun interesse voor het breien.

Blikjes


MaaikeW: ‘Dit kaartje vond ik in het Blikmuseum van Niezijl. Je ziet kinderen op het schoolplein. Op basis van de haardracht en de strakke coltruien denk ik dat de foto begin jaren tachtig is gemaakt. In het Blikmuseum staat ook het Ariadne blikje met borduurpatronen aan de buitenkant en ik zag een Volendammer blik met kruissteekontwerp erop. Daarnaast verscheidene blikken met foto’s van klederdracht erop. Ik had dat niet verwacht maar wel heel leuk om dat te zien dat je textiel overal tegenkomt. De Zeeuwse babbelaars blikjes van vroeger, maar ook verschillende cacao merk blikjes hebben/hadden klederdracht op het blik staan, een mooie vorm van bruikbare culturele overdracht. De koninklijke familie is goed vertegenwoordigd met de Wilhelmina pepermuntblikken, de Ruyter hagelslag en Verkade blikken, de kleding verandert mee met de tijd. p.s. De kleuterschool in Niezijl bestond vanaf 1978, schoolsluiting in 1996.’

Sluiting Klederdrachtmuseum


Mi na wan Dya Dya Uma of Ik ben een flinke vrouw. Mevrouw Wanda Denz heeft een angisa ontworpen die eerst geen naam had. Ter ere van het boek Angisa Tori heeft zij deze naam bedacht. De angisa wordt met twee doeken gebonden, de ene wordt in plooien gebonden en aan de voorkant van de hoofddoek geplaatst, waardoor deze op een kroon lijkt.

Op de website van het Klederdrachtmuseum staat het volgende te lezen:
Door de beperkte bezoekcapaciteit sinds de heropening vanwege de coronamaatregelen in de anderhalve meter samenleving en het wegvallen van de inkomsten, hebben wij helaas de beslissing moeten nemen om het Klederdrachtmuseum op de Herengracht te sluiten. Het was financieel niet meer haalbaar om de vaste doorlopende kosten te blijven betalen met het wegvallen van de entreegelden.

Stichting Het Klederdrachtmuseum is een niet gesubsidieerd museum en daardoor komt het niet in aanmerking voor de corona-steunmaatregelen voor culturele instellingen van de overheid. In vier jaar tijd is het bezoekersaantal gestegen naar 25.000 bezoekers per jaar, dit is lager dan de vereiste 40.000 bezoekers voor de coronasteun van het Mondriaanfonds en de 100.000 bezoekers voor de overheidssteun. In mei jongstleden heeft het museum nog een crowdfunding actie opgezet in samenwerking met het platform Voor de Kunst onder de titel Red het Klederdrachtmuseum. Maar liefst 259 donateurs hebben hiervoor een bijdrage gegeven. Het totaal opgehaalde bedrag was net voldoende om de huidige vaste kosten te betalen maar niet genoeg voor de periode daarna.

De collectie van het Klederdrachtmuseum is tijdelijk opgeslagen in het depot van het Zuiderzeemuseum. Wij zijn ontzettend blij met hun hulp en ondersteuning in deze bijzondere periode.

De directie en RvT van de Stichting Het Klederdrachtmuseum gaat zich nu beraden over een toekomst ‘na corona’ voor een andere locatie en mogelijk in een andere vorm met een bredere collectie en exposities van kostuums, mode en uniformen van vroeger en nu. Hiervoor gaat de stichting het komend jaar op zoek naar samenwerkingspartners met als doel terug te komen wanneer landelijk de bezoekersaantallen in de musea weer aantrekken. De stichting blijft bestaan als platform en vanuit daar worden nieuwe projecten opgestart.

Het Klederdrachtmuseum is in 2016 opgericht als privé initiatief van Jolanda van den Berg. Met hulp van vele vrijwilligers is het museum gegroeid tot een landelijk en internationaal herkenbaar instituut waarin de Nederlandse streekdracht steeds op een frisse en moderne wijze door middel van diverse exposities werd getoond. Dit museum is de enige plek in Nederland waarin dit textiele erfgoed van alle streken bij elkaar te bewonderen is.


Kosyu, de gastvrouw. Haar kleding wordt gevormd door zeventien hoofddoeken. Dit kostuum wordt alleen bij speciale gelegenheden gedragen. De rok bestaat uit tien in een punt gevouwen hoofddoeken die in de taille met een band worden vastgemaakt. Voor- en achterin de tailleband worden twee driekantige doeken ingestoken. Hieronder draagt de vrouw een empi (een hemdje) en een pangi (lendedoek). De blouse bestaat uit twee diagonaal gevouwen hoofddoeken over elke schouder. Angisa: driekantig gevouwen doek met de punt omhoog.


Koto van sits.

Meer foto’s van de expositie Kotomisi – De kracht van klederdracht kun je hier en hier zien.

Anna Torma


Abandoned.

Anna Torma is een Hongaars-Canadese textielkunstenaar. Ze is geboren in Tarnaörs, Hongarije, en emigreerde in 1988 naar Canada. Anna is gespecialiseerd in grote textielwerken en haar werk is gebaseerd op meerdere handwerktechnieken, waaronder: applicatie, vilten, foto-overdracht, collage, borduren en quilten. Inspiratie haalt ze uit meerdere bronnen, zoals: anatomische tekeningen, volkskunst en de tekeningen van haar kinderen.


Party with dionysos.


Detail: Party with dionysos.

Stad van zijde en fluweel


Krefeld heeft de bijnaam stad van zijde en fluweel. Krefeld is groot geworden dankzij textiel. Fluweel, zijde en brokaat waren internationale verkoopsuccessen. Keizers, koningen en kerkvorsten moesten volgens de dresscode gekleed gaan in kostbare stoffen uit Krefeld. Meister Ponzelar, het standbeeld van een zijdewever met een rol lakenstof op zijn schouder, herinnert nog aan de vele wevers die de stad telde. Er werd geweven in kleine wevershuisjes, die manufactuur en woonhuis tegelijk waren. Enkele daarvan bestaan nog steeds en vallen onder monumentenzorg. Textiel speelt nog steeds een rol in deze stad. Ieder jaar in september vindt in deze plaats de grootste straatmodeshow ter wereld plaats.

Het spreekt voor zich dat Krefeld een textielmuseum heeft.

Daan Hensens


MaaikeW: ‘Dit miniatuurhuis staat in Harlingen, in Museum Joure staat van de hand van Daan Hensens een minutieus nagebouwde klokkenwinkel en werkplaats waarvoor hij oud Hollandse en Friese klokken namaakte variërend van stoeltjesklokken tot staartklokken, compleet met bewegende slingers en weelderige ornamenten en werkende verlichting in de winkelinrichting. Aan het miniatuurhuis werkte hij elf jaar, aan de klokkenwinkel vijf jaar. Er is gebouwd met een schaal van 1 op 4 wat voor Hensens een hanteerbare maat is en die dichter bij de werkelijkheid komt dan de schaal 1 op 15 of 1 op 12 die doorgaans bij poppenhuizen worden gebruikt.’

Afbeelding: Miniatuurhuis gemaakt door Daan Hensens tussen 1990-2011. De verschillende vertrekken geven een beeld van de wooncultuur rond de Zuiderzee tussen 1650-1900.

In dit bericht zie je de de herenkamer uit het miniatuurhuis van Daan Hensens en hier zie je de Staphorster kamer.