Helena Hermina Dop (1908-1997)

In dit bericht lees je over een geborduurde zakdoek die gemaakt is door Helena Hermina Dop (1908-1977). Erik Somers die samen met René Kok het boek De Jodenvervolging in foto’s: Nederland 1940-1945 samenstelde, plaatste een reactie bij het bericht. In het fotoboek is een foto van Helena Hermina Dop opgenomen. De foto is ook genomineerd voor De Tweede Wereldoorlog in 100 foto’s.


Directrice Helena Hermina Dop van het Vlissingsche Noodtehuis Zwaluwnest in Oud Gastel, poseert samen met de Joodse kinderen die zij in het tehuis liet onderduiken. Na de bevrijding van Zeeland, die gepaard ging met zware gevechten, zijn de kinderen via een speciaal kindertransport naar Vlissingen teruggebracht. Van januari tot augustus 1945 werden zij vervolgens ondergebracht in het kindertehuis in het Zeeuwse Yerseke. Het originele bijschrift onder de foto: ‘Ter herinnering aan je onderduiktijd van 29.5.’43 tot 1.11.’44 te Oud-Gastel in het Vlissingsch Kindertehuis bij Zuster Dop. Daar gebleven en met het kindertehuis naar Yerseke vertrokken op 16 januari ’45 tot 4 augustus ‘45’. Vervolgens volgen de namen van vier ‘onderduikertjes’ en hun geboortedata: Richard Bleekrode (geb. 29.8.’32) – Bennie van Wageningen (geb. 6.9.’36) – Kees Kolthoff (geb. 19.6.’37) – Agatha Bouché (geb. 11.3.’35).

In het Joods Historisch Museum bevindt zich een briefkaart en brief van J. de Paauw uit Amsterdam aan directrice Helena Dop van het kindertehuis te Yerseke, met vragen betreffende zijn zoon Sallie (Bennie van Wageningen), 1945, die je hier kunt lezen. Brieven van Nora van Bergen-Diamant aan directrice Helena Dop van het kindertehuis te Yerseke, met vragen betreffende haar dochtertje Chaja (Agatha Bouché), 1945, kun je hier lezen. Ook Mark Kolthoff en Henriette Kolthoff-Wolf schreven brieven aan directrice Helena Dop van het kindertehuis te Yerseke, met vragen betreffende hun zoontje Kees, 1945:

Brief 1 – de vader van Kees Kolthoff schrijft op 5 mei 1945 aan de directrice: “Wij zijn nu eindelijk ook vrij — en onze eerste beweging is u te schrijven en te vragen of Keesje nog leeft en waar hij zit…”. Moeder schrijft op de achterkant o.a.: “Nu zullen we gauw kennismaken. We proberen ook een telefoon te bemachtigen in deze chaos hier…. Voor ons is het feest nog niet groot, al kunnen we nu na 3 jaar van ons kamertje af. We zijn wat ongerust over Kees en ons dochtertje is twee jaar geleden opgepakt en heeft tot september op Westerbork gezeten en is vandaar naar Theresienstadt bij Praag gebracht. Daar is het nog niet afgelopen en we weten niet veel over de toestand van dat concentratiekamp…. We zullen nu ook allereerst proberen door middel van het Rode Kruis iets te weten te komen… Kunnen we intussen bij Kees komen, dan valt nog te bezien of het goed voor hem is meteen mee te gaan daar het ons aan alles, bedden, huis, papieren, school voor hem enz. zal ontbreken….” — — Brief 2 – Het echtpaar Kolthoff schrijft op 20 mei 1945 o.a: “We hebben u al eens gefeliciteerd met de bevrijding en hopen dat u die brief ontvangen heeft. Hierbij een briefje voor Kees waaruit u zult zien hoe de zaken hier staan. Na alle narigheid van de laatste jaren zijn we nu ook nog handig ons huis uitgezet – enfin, dat kan er nog wel bij… We hebben eerst kort geleden vernomen dat Hanneke begin september in Theresienstadt is aangekomen. De kleine meid heeft zich kranig gedragen… We hebben nu goede hoop dat ze de ellende heeft overleefd, maar durven nog niet blij zijn voor we haar zien… We nemen maar aan dat Kees leeft en het goed maakt, maar we zullen toch blij zijn als we iets van hem horen.” — — Brief 3 – vader Mark Kolthoff schrijft op 2 juli 1945 dat zijn gezin weer compleet is, in tegenstelling tot vele andere gezinnen. Hij bedankt directrice Dop voor alles wat zij heeft gedaan om zijn zoontje, Kees, gedurende de oorlog een schuilplaats te bieden in het kindertehuis. Ook schrijft hij over zijn dochter Hanneke, “die zich tussen haar 11de en 13de jaar viermaal uit een transport naar Auschwitz heeft vrijgevochten”. Ze wonen met z’n vieren op een heel klein kamertje, spullen die ze in bewaring hadden gegeven, zijn weg. En de drie jaren van onderduik “zijn ook niet in de koude kleren gaan zitten. Men slijt erg van zoiets, en elk stootje gooit ons uit ons moeizaam bewaarde evenwicht…”


“BERICHTEN OMTRENT GEWONDEN EN GEëVACUEERDEN.”. “De vrije Zeeuw”. Vlissingen, 1944/11/21


Etenstijd in het Kleuterhuis: zuster Dop voert een van haar jongste logeetjes, en een ander logeetje – een al wat ouder meisje – helpt haar daarbij met grote ernst en aandacht… De jongetjes op de voorgrond kijken lichtelijk verstoord naar de fotograaf, die hun maaltijd komt onderbreken!

Helena Hermina Dop had een jeugddroom: verpleegster worden en een kindertehuis stichten en dat ideaal heeft zij verwezenlijkt. Sinds 1950 had zij haar eigen kindertehuis en vanaf januari 1958 haar Kleuterhuis aan de Koudekerkseweg in Middelburg. In de Provinciale Zeeuwse Courant van zaterdag 18 oktober 1958 kun je hierover een artikel lezen.