Schrikkeldag


Februari gaat dit jaar een dagje langer door want het is een schrikkeljaar. Hoe zit dat? De aarde doet er net iets langer dan 365 dagen over om een rondje om de zon te draaien, namelijk 365.24219 dagen. Wat neerkomt op 5 uur, 8 minuten en 45 seconden extra wat we overhouden aan het eind van het jaar. Klinkt niet veel, maar na honderden jaren kan dat betekenen dat het bijvoorbeeld sneeuwt in juli, omdat de seizoenen niet meer kloppen met de kalender. Julius Caesar besloot daarom bij het instellen van zijn kalender een schrikkeljaar in te stellen, in het jaar 46 voor Christus. Elke vier jaar krijgen we een dag erbij in februari om dit verschil goed te maken. De berekeningen kloppen alleen niet helemaal, want er werd te veel gecompenseerd. In de 16e eeuw liep men hierdoor tien dagen voor. Bij het intreden van de Gregoriaanse kalender in 1582 ging men direct van 4 naar 15 oktober om het verschil goed te maken en kwam er een nieuwe regel bij. Eeuwjaren, oftewel jaren als 1800 en 1900 worden overgeslagen als schrikkeljaar. Uitzondering zijn eeuwjaren die door 400 gedeeld kunnen worden. Het jaar 2000 was dus wél een schrikkeljaar, het jaar 2100 niet. Klopt de rekensom nu dan wel? Net niet. Zo zal er ongeveer elke 3030 jaar een dag te veel zijn. Een oplossing is er nog niet.

Ben je vandaag jarig? Van harte gefeliciteerd! De kans hierop is niet al te groot, namelijk 1 op 1461. Een verSCHRIKKELlijk leuke DAG gewenst!

Bron: NU.nl

Friese merklap van Antje Jilderts van Egten uit 1746


De Friese merklap uit 1746 van Antje Jilderts van Egten in Ferwerd komt je vast bekend voor, hij staat namelijk in het boek Letter voor Letter – Gieneke Arnolli en Rosalie Sloof afgebeeld. Dat we de namen kennen achter de initialen op deze merklap is te danken aan genealogisch onderzoek van Martha Kist in 2000. Het was het uitgangspunt voor het onderzoek naar de Friese merklappen in het Fries Museum. Daarom ook is juist van deze merklap een patroon gemaakt die bijgevoegd is in het boek Letter voor Letter – Merklappen in de opvoeding van Friese meisjes.

Antje Jilderts van Egten uit Ferwerd was elf jaar in 1746, toen haar 21-jarige zus Klaaske ging trouwen met Jacob Jans (Verhoek) die wolkammer was. Ze borduurde de initialen I. hartje K.I.: Jacob houdt van Klaaske Jilderts. Klaaske werd het hoofd van de huishouding, gesymboliseerd door de linnenkast. Nog meer huisraad, een naaimand met naaikussen, een haardstel en een hangijzer, verwijst naar de nieuwe huishouding. Andere motieven verwijzen naar het huwelijk zoals de typerende kerk van Ferwerd met de steunberen. Vader Jildert van Egten was schoolmeester en organist van de kerk. De kerk stond op een hoge terp met een kerkhof en vanaf de toren had men een prachtig uitzicht over de Waddenzee en de schepen. Op de kerk zit een vrije vogel (Antje) terwijl linksonder een vogel in een kooitje is geborduurd, symbool voor een getrouwde vrouw (Klaaske). Het gekroonde, gevleugelde en doorboorde hart links is ook een symbool voor het huwelijk, evenals de huwelijkshandschoentjes daaronder. De driemaster is vermoedelijk de huwelijksboot. Van Antje zelf is geen huwelijk bekend in Friesland en deze letterlap is vererfd in de familie via haar zus Klaaske.

Jildert Clasen van Egten (29.1.1693 – 4.5.1748) en Romkje Tiallis (13.9.1696 – ?) waren de ouders van Antje Jilderts van Egten (12.9.1734 Ferwerd – ?). Antje had nog twee zussen: Sijke en Klaaske, en één broer: Klaas. Jildert, de vader van Antje, werd in 1712 schoolmeester in het dorp ‘Echten’ bij de Lemmer. Op 1 mei 1716 werd hij beroepen als schoolmeester te Wanswerd. Bij het ambt hoorde ook dat van koster en organist. Daarbij moest hij ‘s zomers (maart tot september) ook de klok luiden: ‘s morgens te 4 uur (zaterdagmorgen te 3 uur voor het afvaren van het schip), om 8 uur, om 2 uur en ‘s avonds om 6 uur. Hij trouwde op 19 november 1719 met Romkje Tialles.

Daarvoor was Jildert op 1 januari 1719 schoolmeester en organist in Ferwerd geworden. Wellicht kreeg hij al in Wanswerd de ‘bijnaam’ van Egten, hetgeen hij daarna als naam voerde. Zijn zoon Klaas (2.11.1731) leerde in de winter van 1747/1748 in Groningen van de heer Lustig het orgelspelen en muziek. Klaas werd in 1748 schoolmeester en organist te Ferwerd en volgde dus zijn vader op. Klaas trouwde in 1757 met Gelske Thyssens de Walle. Klaas overleed in 1769 en Gelske in 1771.

Je vraagt je wellicht af waarom ik al deze informatie geef. Het antwoord hierop is: mijn man is de laatste jaren druk bezig met zijn stamboomonderzoek en hierin duikt de naam Antje Jilderts van Egten op. We volgen zijn familielijn als volgt:

Peter Smith – Anna Helena Johanna van der Molen (zijn moeder) – Fedde Barend van der Molen (grootvader van Peter) – Fedde van der Molen (overgrootvader van Peter) – Johanna Jochems Krol (betovergrootmoeder van Peter) – Jochem Fopkes Krol (oudvader van Peter) – Romkje Klazes van Egten (Echten) (oudgrootmoeder van Peter) – Klaas Jilderts van Egten (Echten) (oudovergrootvader van Peter). De oudovergrootvader van Peter is de broer van Antje Jilderts van Egten. We zijn zeven generaties teruggegaan en zien dan Antje Jilderts van Egten in de stamboom.

Conclusie: de maakster van de Friese merklap uit 1746 is verre familie van Peter. Een wonderlijke ontdekking!

Helena Hermina Dop (1908-1997)

In dit bericht lees je over een geborduurde zakdoek die gemaakt is door Helena Hermina Dop (1908-1977). Erik Somers die samen met René Kok het boek De Jodenvervolging in foto’s: Nederland 1940-1945 samenstelde, plaatste een reactie bij het bericht. In het fotoboek is een foto van Helena Hermina Dop opgenomen. De foto is ook genomineerd voor De Tweede Wereldoorlog in 100 foto’s.


Directrice Helena Hermina Dop van het Vlissingsche Noodtehuis Zwaluwnest in Oud Gastel, poseert samen met de Joodse kinderen die zij in het tehuis liet onderduiken. Na de bevrijding van Zeeland, die gepaard ging met zware gevechten, zijn de kinderen via een speciaal kindertransport naar Vlissingen teruggebracht. Van januari tot augustus 1945 werden zij vervolgens ondergebracht in het kindertehuis in het Zeeuwse Yerseke. Het originele bijschrift onder de foto: ‘Ter herinnering aan je onderduiktijd van 29.5.’43 tot 1.11.’44 te Oud-Gastel in het Vlissingsch Kindertehuis bij Zuster Dop. Daar gebleven en met het kindertehuis naar Yerseke vertrokken op 16 januari ’45 tot 4 augustus ‘45’. Vervolgens volgen de namen van vier ‘onderduikertjes’ en hun geboortedata: Richard Bleekrode (geb. 29.8.’32) – Bennie van Wageningen (geb. 6.9.’36) – Kees Kolthoff (geb. 19.6.’37) – Agatha Bouché (geb. 11.3.’35).

In het Joods Historisch Museum bevindt zich een briefkaart en brief van J. de Paauw uit Amsterdam aan directrice Helena Dop van het kindertehuis te Yerseke, met vragen betreffende zijn zoon Sallie (Bennie van Wageningen), 1945, die je hier kunt lezen. Brieven van Nora van Bergen-Diamant aan directrice Helena Dop van het kindertehuis te Yerseke, met vragen betreffende haar dochtertje Chaja (Agatha Bouché), 1945, kun je hier lezen. Ook Mark Kolthoff en Henriette Kolthoff-Wolf schreven brieven aan directrice Helena Dop van het kindertehuis te Yerseke, met vragen betreffende hun zoontje Kees, 1945:

Brief 1 – de vader van Kees Kolthoff schrijft op 5 mei 1945 aan de directrice: “Wij zijn nu eindelijk ook vrij — en onze eerste beweging is u te schrijven en te vragen of Keesje nog leeft en waar hij zit…”. Moeder schrijft op de achterkant o.a.: “Nu zullen we gauw kennismaken. We proberen ook een telefoon te bemachtigen in deze chaos hier…. Voor ons is het feest nog niet groot, al kunnen we nu na 3 jaar van ons kamertje af. We zijn wat ongerust over Kees en ons dochtertje is twee jaar geleden opgepakt en heeft tot september op Westerbork gezeten en is vandaar naar Theresienstadt bij Praag gebracht. Daar is het nog niet afgelopen en we weten niet veel over de toestand van dat concentratiekamp…. We zullen nu ook allereerst proberen door middel van het Rode Kruis iets te weten te komen… Kunnen we intussen bij Kees komen, dan valt nog te bezien of het goed voor hem is meteen mee te gaan daar het ons aan alles, bedden, huis, papieren, school voor hem enz. zal ontbreken….” — — Brief 2 – Het echtpaar Kolthoff schrijft op 20 mei 1945 o.a: “We hebben u al eens gefeliciteerd met de bevrijding en hopen dat u die brief ontvangen heeft. Hierbij een briefje voor Kees waaruit u zult zien hoe de zaken hier staan. Na alle narigheid van de laatste jaren zijn we nu ook nog handig ons huis uitgezet – enfin, dat kan er nog wel bij… We hebben eerst kort geleden vernomen dat Hanneke begin september in Theresienstadt is aangekomen. De kleine meid heeft zich kranig gedragen… We hebben nu goede hoop dat ze de ellende heeft overleefd, maar durven nog niet blij zijn voor we haar zien… We nemen maar aan dat Kees leeft en het goed maakt, maar we zullen toch blij zijn als we iets van hem horen.” — — Brief 3 – vader Mark Kolthoff schrijft op 2 juli 1945 dat zijn gezin weer compleet is, in tegenstelling tot vele andere gezinnen. Hij bedankt directrice Dop voor alles wat zij heeft gedaan om zijn zoontje, Kees, gedurende de oorlog een schuilplaats te bieden in het kindertehuis. Ook schrijft hij over zijn dochter Hanneke, “die zich tussen haar 11de en 13de jaar viermaal uit een transport naar Auschwitz heeft vrijgevochten”. Ze wonen met z’n vieren op een heel klein kamertje, spullen die ze in bewaring hadden gegeven, zijn weg. En de drie jaren van onderduik “zijn ook niet in de koude kleren gaan zitten. Men slijt erg van zoiets, en elk stootje gooit ons uit ons moeizaam bewaarde evenwicht…”


“BERICHTEN OMTRENT GEWONDEN EN GEëVACUEERDEN.”. “De vrije Zeeuw”. Vlissingen, 1944/11/21


Etenstijd in het Kleuterhuis: zuster Dop voert een van haar jongste logeetjes, en een ander logeetje – een al wat ouder meisje – helpt haar daarbij met grote ernst en aandacht… De jongetjes op de voorgrond kijken lichtelijk verstoord naar de fotograaf, die hun maaltijd komt onderbreken!

Helena Hermina Dop had een jeugddroom: verpleegster worden en een kindertehuis stichten en dat ideaal heeft zij verwezenlijkt. Sinds 1950 had zij haar eigen kindertehuis en vanaf januari 1958 haar Kleuterhuis aan de Koudekerkseweg in Middelburg. In de Provinciale Zeeuwse Courant van zaterdag 18 oktober 1958 kun je hierover een artikel lezen.

Huishoudbeurs


Op weg naar de Huishoudbeurs met een lege boodschappentrolley.

Wat is de aantrekkingskracht van de Huishoudbeurs die dit jaar haar 75-jarig jubileum viert? Waarom bezoeken jaarlijks zo’n 200.000 mensen dit evenement? Is deze happening speciaal voor de iets ‘ouderen’ onder ons of weten de jongeren de weg eveneens te vinden naar de RAI in Amsterdam? Zien we op de beursvloer alleen vrouwen of ook mannen?


Tijd voor een koffie- en theepauze.

Al jaren staat een bezoek aan dit event op mijn lijstje om zelf eens de sfeer te proeven en antwoord op mijn vragen te krijgen. Eindelijk was het zover, afgelopen zaterdag nam ik de trein naar Amsterdam in de hoop op de eerste dag van de Huishoudbeurs enigszins de grote drukte voor te zijn. Helaas, het bleek valse hoop te zijn. Het was er retedruk waarbij je extra goed moest uitkijken voor alle boodschappentrolleys die voorbijkwamen. Bezoekers schijnen met gemiddeld zo’n zeven kilo aan gekochte en gekregen producten huiswaarts te keren. Overigens zag ik weinig stands waar gratis producten werden uitgedeeld. Ik ontving een gratis krant en tijdschrift, dat was het. Wat wel altijd is gebleven in het 75-jarig bestaan van de Huishoudbeurs, is de hal waar eten en drinken verkrijgbaar is en waar je kunt proeven. Veruit het populairst!


Proeven, proeven en nog meer proeven!


De boodschappentrolley is vol!


De rolkoffer is ook populair.


De bewaarservice voor de volle tassen, boodschappentrolleys en rolkoffers. Uiteraard tegen betaling.

In de loop der jaren is de Huishoudbeurs veranderd. In de beginperiode werd de beurs als hét podium gebruikt waar fabrikanten hun nieuwste apparaten demonstreerden. Tegenwoordig zijn er zoveel platforms waar ze hun nieuwste producten kunnen laten zien waardoor ze niet meer wachten op de Huishoudbeurs. Nu is de Huishoudbeurs meer een lifestyle event geworden. Zie je vervolgens veel nieuwe producten op de beurs? Mijn indruk is van niet. Het gaat voor de bezoekers – we hebben het vooral over moeders met dochters en vriendinnengroepjes – meer om een gezellig dagje uit. Mannen waren afgelopen zaterdag in de minderheid, maar wat me wel verraste was het aantal jonge knullen die ik zag rondlopen. Vaak met een vriendengroep op stap die de grootste lol hadden.


De vriendengroep heeft de grootste lol.


En ook zij vermaken zich uitstekend op de Huishoudbeurs!

Een stand die spellen en puzzels verkoopt, had ik niet direct verwacht op de Huishoudbeurs. Toch blijkt dit niet zo vreemd te zijn na het lezen van het artikel Puzzelen. Tot voor kort oubollig, nu hip: puzzelen. Ook twintigers en dertigers vermaken zich ermee. in NRC Handelsblad van afgelopen zaterdag. De grote belangstelling is ook terug te zien bij het Nederlands Kampioenschap legpuzzelen, dat dit jaar voor de vierde keer wordt gehouden. Bij de eerste editie probeerden nog driehonderd deelnemers het snelst een puzzel te leggen, komend jaar zijn dat er 2700, verspreid over vijftien voorrondes. ‘Drie jaar geleden was het breien, twee jaar geleden kleuren voor volwassenen en nu is puzzelen helemaal hip’, zegt organisator René van der Zwet.

Conclusie van mijn bezoek aan de Huishoudbeurs: in mijn ogen is het een groot uitgevallen markt waar je van moet houden. De doelgroep is groot zoals blijkt uit het aantal bezoekers, zowel jongeren als ouderen. De Huishoudbeurs zal dan ook niet gauw verdwijnen, maar voor mij was één bezoek meer dan genoeg.

Storm Ellen


MaaikeW: ‘Met storm Ellen op komst een toepasselijk kaartje. In 1928 vond Hans Haupt een kleine opvouwbare paraplu uit, Knirps genoemd. Tot dan toe was dit nog niet eerder uitgevonden wat leidde tot een ontketening in de paraplu-industrie. In 1938 werden de eerste heren- en damesparaplu’s op de markt gebracht. In 1965 volgt de automatische paraplu waarin Knirps veel tijd heeft gestoken en wat wederom een grote verandering in de paraplu-industrie teweegbrengt. Het Duomatic systeem wordt in 1997 van patent voorzien, het systeem opent en sluit de paraplu met een druk op de rode knop. In 2006 verschijnt de best verkochte paraplu wereldwijd voor het eerst op de markt: T2 Duomatic.’

Een prachtige afbeelding van Jack Tooten uit 1986 (Bruxelles sous la pluie) met een mooie geschiedenis van de paraplu van MaaikeW! Toch zullen we vandaag ook de allerbeste paraplu goed vast moeten houden zodat deze niet sneuvelt tijdens de hevige regenbuien die gepaard gaan met een stevige wind. De storm zorgde al voor het afblazen van diverse carnavalsoptochten.

Was er nou wel of niet sprake van storm Ellen. Het antwoord hierop is: nee! Het KNMI heeft afgesproken dat de namen alleen gebruikt worden als er in ons land code oranje geldt. Dat is niet gebeurd en daarom heet de storm van vandaag niet storm Ellen.

Nog twee textielexposities


Tot en met 12 september 2020 is de expositie De originele Randjes: schoollapjes van Randje per Week te zien in Historisch Museum de Bevelanden in Goes. Zes jaar lang, gedurende 51 weken per jaar, hebben Annelies van den Bergh en Simone de Jong eens per week een patroon online gezet van geborduurde randjes op schoollapjes en merklappen. Alle randjes zijn zorgvuldig door Simone de Jong van Atelier Soed Idee geselecteerd en komen van de verzameling schoollapjes van Annelies van den Bergh. In de tentoonstelling De originele Randjes zijn de originele schoollapjes en merklappen te zien die als voorbeeld hebben gediend voor Randje per Week.


In Museum Hoeksche Waard is tot 13 september 2020 een tentoonstelling over textiel met als thema De draad kwijt te zien. Textiel in de breedste zin van het woord. Alles wat met de textiele draad te maken heeft, komt aan bod in deze expositie. Van klederdracht tot ondergoed, van letterlap tot merklap, van vlaggen tot vaandels, van verstelwerk tot handwerk, van archeologisch textiel tot nieuw gemaakte mode.

Museum Hoeksche Waard heeft een uitgebreide textielcollectie. De oudste stoplap in de collectie is bijna 300 jaar oud. Naast veel kant, stoplappen en merklappen bevat de collectie ook schoolhandwerk, oranjetextiel en veel linnengoed en katoenen goed uit de eerste uitzet van vele jonge dames. Klederdracht en sieraden zijn een wezenlijk onderdeel van de folklore van de Hoeksche Waard. Het museum heeft onder meer een bijzonder kostbare collectie keuvels (kanten kappen/ krullenmutsen), kapothoedjes, schoudermanteltjes, rokken en jakjes.

20 jaar textielcollages


Onder het label ART2WEAR maakt Marijke van Welzen kunstzinnige kleding en accessoires. Textiel is haar passie. Het leent zich voor oneindig veel mogelijkheden tot expressie met het tactiele aspect, de flexibiliteit, het enorme scala aan kleuren en de visuele structuur. De basistechnieken heeft ze spelenderwijs van haar moeder geleerd. Als tiener maakte zij haar eigen kleding van oude gordijnen en tafellakens die haar oma geborduurd had. Grappig eigenlijk dat niemand het gek vond. Maar ja, het was begin jaren ’70…

Zij volgde de lerarenopleiding Textiele werkvormen met Engels als tweede vak. Daarnaast een particuliere modeopleiding. Zij heeft 40 jaar les gegeven in het VMBO.

Sinds 2000 maakt zij textielcollages, die meestal uitmonden in jassen. Uitgangspunten kunnen zijn: sprookjes en verhalen, een land. Soms is een bepaald lapje of een kleur de aanleiding. Marijke werkt graag rond een thema. Een nieuw werk begint met het verzamelen van materialen: allerlei lapjes, applicaties, sjablonen, stempels, kraaltjes, band, kant belanden op een grote stapel. Daarna werkt zij heel intuïtief. Met behulp van vele kleine lapjes en de gekleurde naaimachine draad ‘tekent’ zij als het ware de voorstelling. Het verhaal groeit als het ware onder haar handen, het werkt als een puzzel, soms zijn de juiste stukjes niet te vinden, dan weer gaat het vanzelf.

Met haar jassen en quilts heeft zij diverse prijzen gewonnen.

Zij werkt af en toe ook in opdracht. De kleding wordt voor iedere klant geheel op maat gemaakt, waarbij rekening wordt gehouden met wensen wat betreft kleur, vorm, motieven en dergelijke. Alle kledingstukken zijn unica.


Tot en met 19 april 2020 is de expositie 20 jaar textielcollages door Marijke van Welzen te zien in Museum Het Leids Wevershuis.

Voor diegenen die geïnteresseerd zijn in de door haar gebruikte technieken, geeft Marijke van Welzen workshops. Zo verzorgt zij een workshop tijdens het Textielfestival in Leiden. Kijk voor het meest recente aanbod op haar blog.