Pop in kleding van het Harlinger stadsweeshuis


MaaikeW: ‘Op de website van het Hannemahuis vond ik niets over deze pop in kleding van het Harlinger stadsweeshuis, wel veel andere verhalen over het weeshuis waaruit duidelijk naar voren komt dat het leven in het stadsweeshuis niet gemakkelijk was en uiteraard geen luxe. Het maakt het voor mij aannemelijk dat deze pop niet bedoeld was om mee te spelen maar meer als voorbeeld hoe de weesmeisjes er uit hoorden te zien al verwacht ik daar geen kanten mutsje en zilveren sieraden bij. In dit weeshuis was de dracht zwart en wit van kleur. Gieneke Arnolli schrijft in een blog voor modemuze.nl over de weeshuispop dat oudere meisjes in het Burgerweeshuis van Leeuwarden een smal zilveren oorijzer kregen als bruidsschat, afscheid van het weeshuis.’

Op de tentoonstelling Max Liebermann – een zomers impressionist in het Gemeentemuseum Den Haag stond een vitrine met daarin drie poppen in weeshuiskleding.


De pop links draagt de kleding van het Burgerweeshuis Amsterdam en rechts is onbekend – midden 19e eeuw.


De pop links draagt de kleding van het weeshuis van Delft en rechts zien we de pop in de kleding van het Burgerweeshuis Amsterdam – midden 19e eeuw.

Een reactie op “Pop in kleding van het Harlinger stadsweeshuis

  1. Beste Berthi, wat leuk dat je aandacht besteed aan het Stads Weeshuis van Harlingen, mijn geboortestad.
    In 1805 was de kleding van de weeskinderen ook al een punt van discussie.
    De inwoners van de stad hadden namelijk geklaagd dat de weeskinderen in het Stads Weeshuis te kostbaar gekleed gingen. Men dacht waarschijnlijk dat de kledingstukken betaald werden uit de Weeshuisbeurs, wat zeker niet het geval was.
    Detail: op de bakenloodjes (loden betaalbewijs voor de jaarlijkse belasting tot het in stand houden van de bakens in het Amelander Zeegat) van Harlingen staan de letters A stadswapen K (Armen-Kamer). Dit belasting geld was bestemd voor het Armenhuis en het Weeshuis. Bron: http://www.loodjes.nl).
    In de notulen van 7 februari 1805 is het volgende vastgelegd:
    Geextraheerd uit de Notulen van het Gemeentebestuur der Stad Harlingen.
    Donderdag den 7 february 1805;
    Ten aanzien der Meijden word bepaald.
    Dat het huis geen hoedjes nog zonhoeden geeft, maar mogen op eigen kosten en onder goedkeuring van de voogdessen gedragen worden; doch de linten moeten in allen gevalle zwart zijn.
    Buiten en behalven de Mutsen die het huis geeft, moet ieder op eigen kosten alles en met approbatie van voogdessen kopen, wordende breede strooken en zogenaamde floddermutsen volstrekt verboden.
    De doeken welke al mede op eigen kosten moeten aangeschaft worden, zullen niet anders dan rode Rouaansche off Oostindische mogen zijn.
    De schortdoeken zullen zijn blaauw geruit, die voor de eerste maal door het huis zullen gegeeven, doch naderhand op eigen kosten moeten worden aangeschaft, en zich in allen gevalle tot aankoop bij de voogdessen moeten addresseeren.
    Kousen, schoenen en gespen vallen onder deselve bepaling en als van de jongers.
    Dit alles ziet op de kleding der Zondags, en wat hier bij niet opgenoemd is, blijft als vooren.

    Ik zal je het volledige verhaal per email toe sturen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *