Kralenborduurwerk


Zoals veel vrouwen in haar dorp Laslovăţ (Roemenië) leerde Solovăstru Elena op jonge leeftijd borduren. Ze begon blouses voor zichzelf te maken en haar familieleden. De fraaiheid maakte indruk op andere lokale bewoners en de eerste bestellingen kwamen binnen. Nu is zij een van de weinige borduursters in haar dorp die nog steeds werkt om te voldoen aan de vraag naar unieke handgeborduurde blouses voor mannen en vrouwen.

Solovăstru Elena maakt een borduurwerk met kralen op een boerenblouse van een man. De geometrische ontwerpen op oude blouses lijken minder de voorkeur te hebben in vergelijking met de latere grafische ontwerpen. Bloemen, bergen, bomen verschijnen in ingewikkelde details.

Traditionele kleding is in de regio Bucovina niet uit de mode geraakt. De heropleving van sociale dorpsevenementen voedt de vraag naar unieke kostuums. In het dorp Laslovăţ concurreren vrouwen vaak met het prachtigste kralenborduurwerk op Roemeense boerenblouses.

Het maken van een blouse is tijdrovend. Het kan een aantal maanden duren voordat een blouse af is, het kralenborduurwerk wordt volledig met de hand gedaan.

Een mooi filmpje van het werk van Solovăstru Elena kun je hier bekijken.

Klederdracht Finnbygden


MaaikeW: ‘Dit textielkaartje is al goed gedocumenteerd gedrukt. De dame op de foto is Margit Lindh, zij draagt kleding uit Finnbygden. De dracht in een aantal plaatsen: Fryksdalsbygden i Vitsand , Lekvattnet en Ostmark is hetzelfde met variaties hier wordt een Vitsandsförkläde gedragen. Vitsand ligt vlakbij Stockholm. Deze textielkaart kwam ik bij de VVV van Torsby tegen, het is altijd leuk om te kijken of er een textielkaart te ontdekken is en bijzonder om er een te vinden!’

Canal Parade Amsterdam – Pride 2018 II


Het thema voor Pride Amsterdam 2018 is Heroes. Het gaat om mensen, al dan niet behorend tot de LHBTI-community, die zich op allerlei manieren inzetten voor mensenrechten in het algemeen en/of deze community in het bijzonder.


Sinds 1996 vindt jaarlijks op de eerste zaterdag van augustus de Canal Parade plaats. De officiële naam van het evenement was aanvankelijk Amsterdam Pride, vervolgens van 2007 tot en met 2016 Amsterdam Gay Pride en sinds 2017 heet het evenement Pride Amsterdam.


Hoogtepunt van Pride Amsterdam is de Canal Parade, een bonte stoet van boten die op de eerste zaterdag van augustus door de grachten vaart.



De boot van ‘Gaymeente Transterdam’ met burgemeester Femke Halsema.


Toeschouwers bij de Kortjewantsbrug.


Goede tijden, Slechte tijden boot.



Toeschouwer op de Scharrebiersluisbrug.





Als afsluiting van de dag een pizza eten bij restaurant Burrata in de Halvemaansteeg 11.

Chantillykant


MaaikeW: ‘Bij dit Chantillykant moest ik aan Máxima denken. In 2014 werd in het blog modekoningin Máxima geschreven dat zij vrij terughoudend is in het gebruik van bijzondere en ambachtelijke materialen voor haar kleding. Japonnen met kant worden af en toe gedragen, tops met pailletten en kralen duiken maar zelden op. Jan Taminiau gebruikt wel kant in zijn jurken waardoor Máxima het meer zou kunnen dragen.

Deze textielkaart met Chantillykant uit de collectie van Museum Pakhuis Koophandel in Leeuwarden sluit mooi aan op het bericht van gisteren over Kantevenementen.

Chantillykant is ontstaan in de Franse plaats Chantilly, die grote bekendheid verwierf toen zij in zwart zijden draad gewerkt werd. Madame de Maintenon (1635-1719) draagt op het schilderij van Louis Ferdinand Elle (Musée de Versailles) een coiffure van fijne zwarte kant. In de 18e eeuw werden over de witte kanten mutsen fichu’s van zwarte kant geplooid, die onder de kin vastgestrikt werden. Ook in de 19e eeuw droegen de dames veel zwarte kanten stroken op de japonnen. Kragen, waaiers, parasols, mitaines etc. werden uitgevoerd in Chantillykant. Door de Franse Revolutie ging de kantindustrie achteruit en werd deze omstreeks 1835 overgebracht naar Caen en Bayeux in Normandië waar de Chantillykant een verfijning kreeg die nog niet eerder was bereikt. Ook in Zuid-Oost België ontstond een bloeiende Chantilly industrie. In 1851 waren er in Geraardsbergen 49 kantscholen waar onderwijs werd gegeven in de Chantillykant zodat men van Geraardsbergse kant sprak. Er ontstond een grote export van deze Chantillykant naar Spanje en Zuid-Amerika.

In het bericht Liefde voor kant zie je een foto met twee schouderdoeken van Chantillykant.

Kantevenementen


Tot en met 11 augustus 2018 staat Zaandam in het teken van kant. Het evenement heeft de naam: ’18th OIDFA General Assembly & Lace Event – We love LACE’ of in het Frans: ’18ème OIDFA Assemblée Générale d´OIDFA et Manifestation de la dentelle – Nous Aimons la DENTELLE’. Het programma beslaat cursussen, excursies, de AC-vergaderingen, de Algemene Leden Vergadering, OIDFA diner, exposities en een kantmarkt met inloopworkshops. Meer informatie is te vinden op de website Oidfa 2018 Zaandam. Naar dit grote kantevenement komen zo’n 2500 bezoekers uit de hele wereld.


Na Zaandam kun je direct doorreizen naar Brugge waar van 13 tot en met 19 augustus 2018 het World Lace Congress wordt gehouden. Net als in Zaandam is hier een uitgebreid programma: workshops, tentoonstellingen, lezingen, kantmarkt en het congres. De kantliefhebbers kunnen hun hart ophalen aan de diversiteit van activiteiten die de komende dagen plaatsvinden in Zaandam en Brugge.

Een recht, een averecht – Maarten ‘t Hart

In de NRC vertellen auteurs wat zij van hun moeder hebben geleerd. Afgelopen donderdag deed Maarten ‘t Hart zijn verhaal.


Toen ik eenmaal kon lezen, deed ik ook weinig anders meer, maar voordat het zover was, smeekte ik mijn moeder: geef mij een cursus nuttig handwerken. Indertijd heb ik het zo vast niet geformuleerd, ik zal haar gevraagd hebben: wil je mij breien en naaien en haken en borduren leren. Na enige aarzeling gaf ze mij twee breipennen, een kluwen oude wol van een uitgehaalde trui en zette een breiwerkje voor me op.

Ik was een dankbare leerling, ik had het breien vrij snel onder de knie, haken ook, en borduren was een tijd lang een passie. Ook heeft zij mij geleerd hoe je sokken moet stoppen en knopen moet aanzetten. Maar er bleken grenzen. Zelf kon ze met haar pennen de meest ingewikkelde patronen tevoorschijn toveren, maar voor mij vond ze een recht, een averecht genoeg. Meer hoeft een jongen niet te weten, zei ze. Wel heeft ze me geleerd om met zes pennen een sok te breien, inclusief hiel en voet (echt moeilijk!) en de geheimen van meerderen en minderen werden mij ook geopenbaard, alsmede de wijze waarop je een steek die je had laten vallen, moest ophalen.

Maar toen ik, het breien en haken en borduren eenmaal onder de knie, ook wou leren naaien, en dan ’t liefst met de trapnaaimachine, zei ze dat ik dat, als later zou blijken dat ik kleermaker wou worden, altijd nog wel leren kon, maar dat ik van die trapnaaimachine af moest blijven. Ik zou daar begrip voor hebben kunnen opbrengen, ware het niet dat mijn zus al wel vrij vroeg onderricht kreeg in de bediening van de trapnaaimachine, en op dat punt ook een even benijdenswaardige als ongelofelijke vaardigheid heeft ontwikkeld. Die tovert, als je haar een lap geeft, uit zo’n prachtige Pfaff Expression in een ommezien een oogverblindende jurk tevoorschijn, terwijl ik met die geavanceerde machines nog steeds niet goed overweg kan. Ook heeft zij van mijn moeder geleerd hoe je met zo’n radeerwieltje een patroon kan uitraderen, en ik wou dat ook zo vreselijk graag onder de knie krijgen, maar nee hoor, geen sprake van, dat was niks voor jongens.

Helaas, dat is de prijs van de brute discriminatie, de ongelofelijke achterstelling waar je als jongen aan bloot wordt gesteld, want ik wou ook dolgraag leren koken, en ook op dat punt trok mijn moeder grenzen. Een ei leren bakken, nu vooruit, dat kon nog net, maar een taart in de oven – nee, hoe je dat moest doen, hoefde een jongen echt niet te weten.

Goed, ik heb de schade op dat punt ruimschoots ingehaald, en ik verwijt mijn moeder niets, want ze wist ook niet beter, maar het is natuurlijk vreemd, om niet te zeggen bar onrechtvaardig dat meisjes op de lagere school waar ik op heb gezeten al enkele uren per week nuttig handwerken kregen, terwijl wij, de jongens, dan in zo’n gore, naar zweetvoeten stinkende ruimte moesten bokspringen en touwklimmen.

Bron: NRC

Koninklijke Bibliotheek


Textielpost – Pistoia.

Afgelopen woensdag ontving ik van de Koninklijke Bibliotheek een e-mail met onder andere de volgende tekst:

‘Websites bevatten vaak waardevolle informatie die niet analoog verschijnt en die ten gevolge van de grote ‘omloopsnelheid’ het risico loopt voorgoed verloren te gaan. Dat websites als ‘digitaal erfgoed’ het behouden waard zijn, is internationaal erkend in het Unesco Charter on the Preservation of the Digital Heritage uit 2003. Het signaleert dat digitaal erfgoed verloren dreigt te gaan en dat het bewaren daarvan voor gebruik door de huidige en toekomstige generatie onderzoekers zeer urgent is.

Als nationale bibliotheek is de Koninklijke Bibliotheek wettelijk verantwoordelijk voor het verzamelen, beschrijven en bewaren van in Nederland verschenen publicaties, al of niet elektronisch. De KB ziet het als haar taak om ook websites duurzaam te bewaren en raadpleegbaar te houden voor toekomstige generaties en ze te behoeden voor verlies door bijvoorbeeld technologische veroudering. Om die reden archiveert de KB websites die als verzameling een representatief beeld geven van de Nederlandse cultuur, geschiedenis en samenleving op het internet.’


De Koninklijke Bibliotheek gaat vanaf 31 augustus 2018 websites archiveren en zowel mijn website als mijn weblog zijn uitgekozen om die te gaan archiveren en duurzaam op te slaan. Je begrijpt dat ik hier ontzettend blij mee ben want inmiddels staat mijn blog boordevol informatie en dat zal nu niet verloren gaan. Hier zit een zeer tevreden persoon!