Wasdag op Marken


Tineke: ‘De dag van onze terugreis uit Enkhuizen was het zo heerlijk zonnig. We besloten er een rustig dagje van te maken. We reden naar Marken en wandelden naar de haven. Heerlijk koffie met taart op een terras in de zon en daarna lunch. Er was een plekje waar de was te drogen hing aan de typisch Markense dubbele waslijnen. Dat vind ik toch zo leuk, was ophangen zonder knijpers. Eigenlijk zouden andere waslijnen en droogmolens op Marken verboden moeten worden. Het hoort erbij, net als de groene en zwarte houten huizen.’

Wearable Art van Tiel Janssen


Recycled Fantasy


De Maastrichtse kunstenares Tiel Janssen maakt bijzondere kostuums en sieraden. Het is draagbare kunst, gemaakt van zelf ontwikkelde materialen. Ze brengt drie kenmerken tot uitdrukking: het lichaam als drager, niets is normaal en alles is bijzonder. In 2014 won ze een prijs bij het toonaangevende evenement World of Wearable Art – WOW in Wellington (Nieuw-Zeeland). Voor haar creatie Colorless Rhythm was een choreografie samengesteld met passende muziek in een spectaculair decor. Colorless Rhythm symboliseert een Braziliaanse dans, uitgedrukt in zwart en wit in combinatie met geometrische vormen. Op verzoek heeft Tiel Janssen Colorless Rhythm ter beschikking gesteld aan de WOW organisatie. Het kostuum is voorlopig te zien in Nieuw Zeeland. Met andere winnende ontwerpen is een reizende expositie samengesteld.
Voor het eerst wordt in Nederland in Museum de Kantfabriek een selectie van het werk van Tiel Janssen tentoongesteld. Tot en met 9 april 2017 kun je deze bijzondere ontwerpen bewonderen.


Tiel Janssen maakt haar kostuums op een paspop waarop ze met haar materialen begint te ontwerpen. Ze weet nooit van tevoren hoe de kostuums worden. Elk nieuw ontwerp is een gelegenheid om nieuwe materialen en bijzondere vormen te vinden. De onderliggende gedachten en gevoelens bepalen met het ontwikkeld materiaal al beeldhouwend het theatrale kostuum.


Construction


Re-bird


Verknipte Communicatie


Virtuele Driehoeken


Mozaïek

Ieder jaar ontwerpt en maakt Tiel Janssen een bijzonder kostuum. Een specifieke gelegenheid om haar kostuums te dragen laat zij niet aan zich voorbijgaan en dat zijn de drie dagen Carnaval in Maastricht. Meteen in het nieuwe jaar begint ze aan een nieuw kostuum waarvan de deadline Carnaval is. Tiel Janssen ontwerpt en maakt ook kostuums voor kunstmanifestaties en performances.

Publicatie: Sits – katoen in bloei


Ter gelegenheid van de expositie Sits – katoen in bloei in het Fries Museum verschijnt er een fraaie publicatie onder dezelfde naam.


Vrouwenjak met verhoogde taille, na 1800. Katoen, geverfd in sitstechniek, India 1700-1750.

Sits is afgeleid van het Perzische woord ‘chitta’ dat bedrukt betekent. ‘Chit’ is het Indiase woord voor een drukblok. Voor de goedkopere sitsen werden drukblokken gebruikt om de contourlijnen van de motieven aan te brengen.
Sits is handgeschilderd of handbedrukt katoen uit India. Op de stoffen zijn patronen van bloemen, insecten en dieren te zien. Het eindresultaat is een soepele en kleurrijke stof die goed gewassen kon worden. Het patroon vervaagde niet snel.

De Portugezen namen de kleurrijke soepele stoffen in de 16e eeuw mee naar Lissabon en van hieruit werden ze verspreid over West-Europa, via havens en over het land via marskramers. Voordat de sitsen in Europa kwamen, bestond er in Azië al een ruilhandel in deze kleurrijke stoffen. De VOC nam de handel over en ruilde katoen uit India voor specerijen uit Indonesië of metaal uit Japan. Soms smokkelden Nederlandse compagniedienaren en kooplui de stoffen mee naar huis, waar ze zeer in de smaak vielen. Vandaar dat de VOC vanaf 1664 de opdracht gaf om sitsen mee te brengen voor de Nederlandse markt.


Jak met dubbele vestpandjes en rok met grote motieven gedragen circa 1765. Katoen geverfd in sitstechniek, India circa 1750.

Sits was gewild maar duur waardoor men in Europa al snel probeerde om deze kleurrijke stof met levendige patronen zelf te maken, maar goedkoper. Men bezat niet de vaardigheid om zelf met de hand te schilderen, vandaar dat er werd gekozen om drukblokken te gebruiken. In 1678 werd in Nederland de eerste katoendrukkerij opgericht in Amersfoort. Rond 1750 was de bloeitijd van deze ondernemingen, dan is men pas in staat om de kwaliteit van de Indiase sitsen te benaderen.

Sits komt in de mode en werd niet alleen voor de streekdrachten gebruikt. Ook paste men sits toe in het interieur. Grote beschilderde doeken werden gebruikt als wandbespanning, spreien en doorgestikte dekens. Adellijke Friese families lieten in de 18e eeuw grote spreien beschilderen met hun familiewapen. Sits werd samen met de ‘bontjes’ – eveneens uit India afkomstige katoen – het kenmerk van de Hindelooper dracht. Aan het einde van de 18e eeuw raakte sits uit de mode en werd alleen nog gedragen in de streekdrachten.


Hindelooper wentke uit de verzameling van J.H. Halbertsma. Katoen geverfd in sitstechniek, India 1725-1750.

Tot zover de introductie over sits. Maar er staat veel meer te lezen in Sits – katoen in bloei. De volgende onderwerpen komen nog aan bod: Sits en de mode: Hindelooper kleding en Een popje met een schort van sits, Amoureuze avonturen – een unieke Indiase sits: Een sitsen sprei op Woelwijk en Statussymbool van de adel: wapenspreien en als laatste Exotisch katoen in het Fries Museum: Het stopje in de zonhoed en De jongste aanwinst: een japonse rok. De vele grote afbeeldingen, aangevuld met kleine illustraties, ondersteunen de informatie. In totaal circa 60 afbeeldingen in kleur. Voor iedere textielliefhebber is deze uitgave naar mijn idee onmisbaar. Heb je interesse in textiel dan wil je dit boek graag in de boekenkast hebben staan zodat je op elk gewenst moment de mooie sitsen kunt bekijken en de geschiedenis kunt lezen. De expositie in het Fries Museum is tijdelijk, wat blijft is deze fraaie publicatie.


Pop met wollen jurk en sitsen schort en mutsje, 1742. Katoen geverfd in sitstechniek, India 1700-1740.

Sits – katoen in bloei, Gieneke Arnolli. Uitgever: WBooks, ISBN: 9789462581845, prijs € 22,50.

Foto’s: Fotostudio Noorderblik

China’s Van Goghs

In het Chinese dorp Dafen wonen veel schilders die jaarlijks miljoenen kopieën van Westerse wereldberoemde meesterwerken schilderen, waaronder Van Gogh. De schilders leven en slapen op de vloeren van de kleine ateliers tussen waslijnen vol honderden kopieën. Het is hard werken om de grootschalige orders op tijd af te krijgen.


Xiaoyong Zhao runt samen met zijn vrouw, broer en zwager een klein atelier in Dafen waar ze kopieën schilderen van Van Gogh. Ze zijn nauwelijks van echt te onderscheiden. In twintig jaar reproduceerden ze ongeveer 100.000 Van Goghs. De droom van Xiaoyong Zhao is de schilderijen van Van Gogh in het echt te bewonderen. Zo’n reis is duur. Daar zullen eerst heel veel schilderijen voor gemaakt moeten worden.

De droom van Xiaoyong Zhao komt uit. Hij vertrekt naar Amsterdam om het Van Gogh Museum te bezoeken en de Amsterdamse kunsthandelaar die één van zijn beste klanten is. Het is een grote teleurstelling als zijn opdrachtgever geen galerie blijkt te hebben, maar een souvenirshop op het Museumplein. Xiaoyong Zhao vraagt zich af of hij wel voldoende betaald krijgt voor zijn olieverfschilderijen en vallen zijn kunstwerken wel onder ‘Kunst’?

De trailer van China’s Van Goghs kun je hier zien.

De eerstvolgende keer dat ik op het Museumplein in Amsterdam ben, moet ik de olieverfschilderijen van Xiaoyong Zhao zien! Ik zal met heel andere ogen naar zijn werk kijken nu ik de documentaire China’s Van Goghs heb gezien!

Het suikervogeltje – Pauline Vijverberg


In 1681 kwamen de zusjes Ariaan en Willemijn, elf en negen jaar oud, in het Burgerweeshuis van Rotterdam nadat hun moeder overleed tijdens de brand in huis. Hun vader was al eerder overleden.
Geleidelijk raakten de meisjes gewend aan het leven in het weeshuis en de beelden van vroeger vervaagden. Toen Ariaan en Willemijn zeven jaar in het weeshuis woonden, kwam de regent naar het weeshuis om een voorstel te bespreken met de oudere meisjes. Hij had een brief ontvangen van de VOC. Zij zochten vrouwen om met de boeren in de Kaap te trouwen. Ariaan had vrijwel direct interesse om de uitdaging aan te gaan. Ze had niets te verliezen. Willemijn dacht hier anders over, maar ging uiteindelijk overstag omdat ze Ariaan niet kon missen. Nog zes meisjes besloten de stap te wagen. Ze vertrokken op 20 maart 1688.

Tijdens de reis naar de Kaap was er weinig te doen op het VOC-schip, behalve eten en slapen. Na twee weken sprak Ariaan de chirurgijn aan, misschien zou ze hem kunnen helpen bij de zieken. Hij stemde ermee in, want het aantal zieken zou steeds meer toenemen. Rode loop en buikkrampen waren de hardnekkige kwalen. Oorzaak: het water. Later zou de meest gevreesde ziekte scheurbuik er nog bijkomen. Niemand had Ariaan gewaarschuwd voor dit leven op het water. Wekenlang omringd door water en voor haar leven afhankelijk van water.

Na maanden reizen konden ze eindelijk op 11 augustus 1688 aan land. Vele mannen stonden op de kade toe te kijken bij de schuit vol jonge meisjes uit Rotterdam. Gerrit van Deventer was één van de mannen. Voorlopig gingen de meisjes bij een gastgezin wonen. Ariaan en Willemijn werden bij een weduwe ondergebracht, met wie de meisjes op zoek zouden gaan naar een geschikte man. De weduwe organiseerde uitstapjes en bijeenkomsten bij haar thuis. Maar wat voor man wilden Ariaan en Willemijn eigenlijk? ‘Willemijn zei dat hij jong, maar wijs moest zijn, aantrekkelijk, maar niet te vol van zichzelf. Hij moest bovendien geld hebben, maar niet op z’n centen zitten en ze wilde het liefst een man met een huis dichtbij de stad. En geen analfabeet.’ En Ariaan dan? ‘Ik zoek eigenlijk werk. Kunt u mij aan de chirurgijn voorstellen?’

Het lukte Ariaan om tijdelijk als assistent van de chirurgijn te gaan werken. Haar leven veranderde toen ze de ware Jacob had gevonden. Ze ging bij haar man Gerrit wonen in zijn huis ‘Slot van die Paarl’, dat eenzaam in de vlakte lag bij de Paardeberg. Voor Ariaan brak een periode aan waarin ze haar man en het werk op de boerderij goed moest leren kennen. Dit bleek moeilijker dan zij had gedacht. De relatie met Gerrit verliep moeizaam, het werk op de boerderij was zwaar en ze miste haar zusje Willemijn. Maar Ariaan gaf niet op. Ze begon een kruidentuin met haar eigen handel. De tegenslagen die in de loop der jaren nog op haar pad kwamen wist ze goed te verwerken en het was de liefde voor haar man, het gezin, haar zusje en het land dat ervoor zorgde dat ze het redde. Ariaan was een sterke ambitieuze vrouw die iedereen gelijkwaardig en met respect behandelde.

Pauline heeft een prettige schrijfstijl waarbij ze de karakters goed uitwerkt zodat je met hen meeleeft. Hierdoor is een prachtig verhaal ontstaan met een stukje boeiende geschiedenis uit de 17e eeuw. De geschiedenis van Zuid-Afrika in de periode van 1687-1701 – tijdens het bestuur van vader en zoon Van der Stel – vormt de achtergrond van het verhaal. Begin je aan ‘Het suikervogeltje’ dan wil je dit boek het liefste in één ruk uitlezen. Als je van historische romans houdt, dan is dit boek absoluut een aanrader!

Het suikervogeltje – Pauline Vijverberg. ISBN: 978 90 5429 430 6. Uitgeverij Conserve, prijs € 19,99.

Sits – katoen in bloei


Gisteren werd onder grote belangstelling de expositie Sits – katoen in bloei geopend in het Fries Museum te Leeuwarden. Het is wederom een schitterende textieltentoonstelling. Er was te weinig tijd om alles goed te bekijken. Ik ga beslist een keer terug. Om je alvast een indruk te geven, maakte ik wel al enkele foto’s.




Jak met zigzagvormige vestpandjes met bloemmotieven met een kleurrijk geborduurde kroplap met fantasiebloemen geïnspireerd op sits. Daaronder een sitsen rok beschilderd met elkaar kruisende bamboestengels en gevarieerde bloemen. Jak: India, tweede kwart 18e eeuw, katoen, beschilderd en geverfd in sitstechniek. Kroplap: Europa, circa 1750-1820, borduurwerk op fijn linnen. Rok: India, tweede helft 18e eeuw, katoen, beschilderd en geverfd in sitstechniek.


Bedrukt katoenen kinderjurkje met geborduurde onderrok, versierd met verspringende plantjes. Jak: Europa, eerste helft 18e eeuw, bedrukt katoen. Onderrok: Europa, circa 1730, geborduurd katoen.


Vrouwenkostuum met grote Duitse muts, jak versierd met asymmetrische bladmotieven en gevarieerde bloemen op een rok beschilderd met rankende toefjes bloemen en een randmotief met bloeiende bomen, bloemvazen, jagers, druivenplukkers, honden, konijnen en vogels. Duitse muts: luifel van Valencienneskant, circa 1780-1790. Jak: India, derde kwart 18e eeuw, katoen, beschilderd en geverfd in sitstechniek. Rok: India, derde kwart 18e eeuw, katoen, beschilderd en geverfd in sitstechniek.


Kinderjakje beschilderd en geverfd in sitstechniek. Jakje: 1810-1820.