Publicatie: Sits – katoen in bloei


Ter gelegenheid van de expositie Sits – katoen in bloei in het Fries Museum verschijnt er een fraaie publicatie onder dezelfde naam.


Vrouwenjak met verhoogde taille, na 1800. Katoen, geverfd in sitstechniek, India 1700-1750.

Sits is afgeleid van het Perzische woord ‘chitta’ dat bedrukt betekent. ‘Chit’ is het Indiase woord voor een drukblok. Voor de goedkopere sitsen werden drukblokken gebruikt om de contourlijnen van de motieven aan te brengen.
Sits is handgeschilderd of handbedrukt katoen uit India. Op de stoffen zijn patronen van bloemen, insecten en dieren te zien. Het eindresultaat is een soepele en kleurrijke stof die goed gewassen kon worden. Het patroon vervaagde niet snel.

De Portugezen namen de kleurrijke soepele stoffen in de 16e eeuw mee naar Lissabon en van hieruit werden ze verspreid over West-Europa, via havens en over het land via marskramers. Voordat de sitsen in Europa kwamen, bestond er in Azië al een ruilhandel in deze kleurrijke stoffen. De VOC nam de handel over en ruilde katoen uit India voor specerijen uit Indonesië of metaal uit Japan. Soms smokkelden Nederlandse compagniedienaren en kooplui de stoffen mee naar huis, waar ze zeer in de smaak vielen. Vandaar dat de VOC vanaf 1664 de opdracht gaf om sitsen mee te brengen voor de Nederlandse markt.


Jak met dubbele vestpandjes en rok met grote motieven gedragen circa 1765. Katoen geverfd in sitstechniek, India circa 1750.

Sits was gewild maar duur waardoor men in Europa al snel probeerde om deze kleurrijke stof met levendige patronen zelf te maken, maar goedkoper. Men bezat niet de vaardigheid om zelf met de hand te schilderen, vandaar dat er werd gekozen om drukblokken te gebruiken. In 1678 werd in Nederland de eerste katoendrukkerij opgericht in Amersfoort. Rond 1750 was de bloeitijd van deze ondernemingen, dan is men pas in staat om de kwaliteit van de Indiase sitsen te benaderen.

Sits komt in de mode en werd niet alleen voor de streekdrachten gebruikt. Ook paste men sits toe in het interieur. Grote beschilderde doeken werden gebruikt als wandbespanning, spreien en doorgestikte dekens. Adellijke Friese families lieten in de 18e eeuw grote spreien beschilderen met hun familiewapen. Sits werd samen met de ‘bontjes’ – eveneens uit India afkomstige katoen – het kenmerk van de Hindelooper dracht. Aan het einde van de 18e eeuw raakte sits uit de mode en werd alleen nog gedragen in de streekdrachten.


Hindelooper wentke uit de verzameling van J.H. Halbertsma. Katoen geverfd in sitstechniek, India 1725-1750.

Tot zover de introductie over sits. Maar er staat veel meer te lezen in Sits – katoen in bloei. De volgende onderwerpen komen nog aan bod: Sits en de mode: Hindelooper kleding en Een popje met een schort van sits, Amoureuze avonturen – een unieke Indiase sits: Een sitsen sprei op Woelwijk en Statussymbool van de adel: wapenspreien en als laatste Exotisch katoen in het Fries Museum: Het stopje in de zonhoed en De jongste aanwinst: een japonse rok. De vele grote afbeeldingen, aangevuld met kleine illustraties, ondersteunen de informatie. In totaal circa 60 afbeeldingen in kleur. Voor iedere textielliefhebber is deze uitgave naar mijn idee onmisbaar. Heb je interesse in textiel dan wil je dit boek graag in de boekenkast hebben staan zodat je op elk gewenst moment de mooie sitsen kunt bekijken en de geschiedenis kunt lezen. De expositie in het Fries Museum is tijdelijk, wat blijft is deze fraaie publicatie.


Pop met wollen jurk en sitsen schort en mutsje, 1742. Katoen geverfd in sitstechniek, India 1700-1740.

Sits – katoen in bloei, Gieneke Arnolli. Uitgever: WBooks, ISBN: 9789462581845, prijs € 22,50.

Foto’s: Fotostudio Noorderblik