Het suikervogeltje – Pauline Vijverberg


In 1681 kwamen de zusjes Ariaan en Willemijn, elf en negen jaar oud, in het Burgerweeshuis van Rotterdam nadat hun moeder overleed tijdens de brand in huis. Hun vader was al eerder overleden.
Geleidelijk raakten de meisjes gewend aan het leven in het weeshuis en de beelden van vroeger vervaagden. Toen Ariaan en Willemijn zeven jaar in het weeshuis woonden, kwam de regent naar het weeshuis om een voorstel te bespreken met de oudere meisjes. Hij had een brief ontvangen van de VOC. Zij zochten vrouwen om met de boeren in de Kaap te trouwen. Ariaan had vrijwel direct interesse om de uitdaging aan te gaan. Ze had niets te verliezen. Willemijn dacht hier anders over, maar ging uiteindelijk overstag omdat ze Ariaan niet kon missen. Nog zes meisjes besloten de stap te wagen. Ze vertrokken op 20 maart 1688.

Tijdens de reis naar de Kaap was er weinig te doen op het VOC-schip, behalve eten en slapen. Na twee weken sprak Ariaan de chirurgijn aan, misschien zou ze hem kunnen helpen bij de zieken. Hij stemde ermee in, want het aantal zieken zou steeds meer toenemen. Rode loop en buikkrampen waren de hardnekkige kwalen. Oorzaak: het water. Later zou de meest gevreesde ziekte scheurbuik er nog bijkomen. Niemand had Ariaan gewaarschuwd voor dit leven op het water. Wekenlang omringd door water en voor haar leven afhankelijk van water.

Na maanden reizen konden ze eindelijk op 11 augustus 1688 aan land. Vele mannen stonden op de kade toe te kijken bij de schuit vol jonge meisjes uit Rotterdam. Gerrit van Deventer was één van de mannen. Voorlopig gingen de meisjes bij een gastgezin wonen. Ariaan en Willemijn werden bij een weduwe ondergebracht, met wie de meisjes op zoek zouden gaan naar een geschikte man. De weduwe organiseerde uitstapjes en bijeenkomsten bij haar thuis. Maar wat voor man wilden Ariaan en Willemijn eigenlijk? ‘Willemijn zei dat hij jong, maar wijs moest zijn, aantrekkelijk, maar niet te vol van zichzelf. Hij moest bovendien geld hebben, maar niet op z’n centen zitten en ze wilde het liefst een man met een huis dichtbij de stad. En geen analfabeet.’ En Ariaan dan? ‘Ik zoek eigenlijk werk. Kunt u mij aan de chirurgijn voorstellen?’

Het lukte Ariaan om tijdelijk als assistent van de chirurgijn te gaan werken. Haar leven veranderde toen ze de ware Jacob had gevonden. Ze ging bij haar man Gerrit wonen in zijn huis ‘Slot van die Paarl’, dat eenzaam in de vlakte lag bij de Paardeberg. Voor Ariaan brak een periode aan waarin ze haar man en het werk op de boerderij goed moest leren kennen. Dit bleek moeilijker dan zij had gedacht. De relatie met Gerrit verliep moeizaam, het werk op de boerderij was zwaar en ze miste haar zusje Willemijn. Maar Ariaan gaf niet op. Ze begon een kruidentuin met haar eigen handel. De tegenslagen die in de loop der jaren nog op haar pad kwamen wist ze goed te verwerken en het was de liefde voor haar man, het gezin, haar zusje en het land dat ervoor zorgde dat ze het redde. Ariaan was een sterke ambitieuze vrouw die iedereen gelijkwaardig en met respect behandelde.

Pauline heeft een prettige schrijfstijl waarbij ze de karakters goed uitwerkt zodat je met hen meeleeft. Hierdoor is een prachtig verhaal ontstaan met een stukje boeiende geschiedenis uit de 17e eeuw. De geschiedenis van Zuid-Afrika in de periode van 1687-1701 – tijdens het bestuur van vader en zoon Van der Stel – vormt de achtergrond van het verhaal. Begin je aan ‘Het suikervogeltje’ dan wil je dit boek het liefste in één ruk uitlezen. Als je van historische romans houdt, dan is dit boek absoluut een aanrader!

Het suikervogeltje – Pauline Vijverberg. ISBN: 978 90 5429 430 6. Uitgeverij Conserve, prijs € 19,99.