Lustrum



Vandaag is het een bijzondere dag. Op deze zonnige dag vier ik mijn lustrum. Na lang wikken en wegen begon ik op 20 augustus 2005 met dit weblog. Wie had kunnen denken dat ik een lustrum zou halen? Ik niet, en al helemaal niet als je elke dag een log wilt schrijven. Toch is het me gelukt, mede door de lezers die elke dag enthousiast reageren en mij ook van tips voorzien. Zonder jullie was het mij nooit gelukt. Daarvoor héél, héél véél dank.

Zoals het gebruikelijk is bij een bijzonder feestje blik je even terug, maar belangrijker is het om een kijkje in de toekomst te nemen. Laat ik beginnen met enkele cijfers. In de afgelopen vijf jaar heb ik in totaal 1956 (toevallig mijn geboortejaar) berichten geplaatst en zijn er 42014 reacties geschreven. Het thema van mijn blog is handwerken/textiel in de breedste zin van het woord, maar af en toe vind ik het leuk om een ander onderwerp aan te snijden om te proberen dit blog interessant te houden.
Er zijn de afgelopen jaren mooie projecten van de grond gekomen (Abc…, Harten, Pronkjournaal, GAAA), met als klap op de vuurpijl de harten-expositie in Eindhoven. Een nieuw project dat nog niet zo lang loopt op mijn blog is Textielpost, maar dat tot nu toe al heel veel moois en verrassends heeft opgeleverd. En dit is pas het begin van Textielpost. Dus wie weet, wat er nog volgt.

Het allerbelangrijkste van dit weblog zijn de lezers want zonder jullie was het nooit zover gekomen. Heel veel lieve mensen heb ik leren kennen via de digitale weg en ook al mogen ontmoeten. Deze ontmoetingen waren altijd heel hartverwarmend. De ‘ontmoetingen’ via de mail wil ik ook zeker niet vergeten en hier noemen. Deze zijn mij eveneens zeer dierbaar en altijd tot veel steun. Daarbij een extra vermelding voor de lezers die een gastlog hebben verzorgd de afgelopen jaren. Niet te vergeten de tips die ik via de mail binnenkrijg en al die mooie foto´s van de lezers. Allemaal heel veel dank! Dan wil ik Eva Behrens noemen die ervoor zorgt dat ik geen fouten in de logs laat staan en Peter die altijd bereid is om foto´s te bewerken mocht dat nodig zijn. Het moet je inmiddels duidelijk zijn dat ik dit blog niet in mijn eentje maak. De kracht is de samenwerking met elkaar en ik hoop dit in de toekomst voort te kunnen zetten. Ik houd tenslotte van verhalen en deel die graag met anderen. Het plezier is dan vele malen groter dan wanneer ik als voor mijzelf zou houden.

Kom, we gaan een blik in de toekomst werpen voor zover mogelijk is. Als eerste noem ik het merklappenboek dat al erg lang op de stapel ligt en waarvan ik nu toch eindelijk hoop dat het medio 2011 gaat verschijnen. Vervolgens gaan we naar een datum die iets dichterbij ligt, namelijk 3 oktober. Op 1, 2 en 3 oktober staat Tilburg weer geheel in het teken van textiel. Een zeer gevarieerd programma is er wederom samengesteld waar ik dit jaar onderdeel van zal zijn. Op 3 oktober 2010 zal ik namelijk van 13.00 tot 16.00 uur live gaan bloggen vanuit de bibliotheek van het Audax Textielmuseum. Ik heb er veel zin in. Het lijkt me heerlijk om te mogen neuzen tussen al die bijzondere textielboeken en wellicht ook nog te mogen aanraken en misschien op de foto vast te leggen om mijn lezers een beetje van de sfeer van de bibliotheek mee te kunnen geven. Wie weet raak jij zo enthousiast zodat je zelf een bezoek aan de bibliotheek gaat brengen. Nog beter, misschien zie ik je op 3 oktober al in de bibliotheek van het Textielmuseum. Dan gaan we naar 2011. Daar staat nog een expositie van mangeldoeken gepland tijdens de Open Europese Quilt Kampioenschappen 2011. Ook hier heb ik veel zin in. Het afgelopen jaar heb ik voor de eerste keer kennis kunnen maken met de vele prachtige quilts die tentoongesteld worden in Veldhoven. Voor 2011 beloofd het wederom een mooi programma te worden. Zoals je leest, ziet mijn agenda er gevuld uit voor de komende tijd. O ja, dan moet ik natuurlijk niet het bloggen vergeten want dat moet doorgaan.

Vanmiddag (21-8) vond ik een envelop met allemaal kleurrijke vijfjes erop. De inhoud bleek nog feestelijker te zijn: een felicitatiekaart met een geborduurd embleem. Fennie B. zorgde voor deze verrassing. Bij de postzegel die op de envelop zit, hoort een verhaal. Fennie B.: ‘De postzegel op de envelop is van een serie die een vriendin van me voor mij heeft laten maken; een minifotootje van drie zaaddoosjes van het “onkruid”plantje dat Herderstasje heet. Jij zaait als het ware met je weblog en ik zaai met mijn lapjes, kaarten… en wat je met liefde doet werkt iets moois uit.’ De postzegel inspireerde Fennie B. tot een viervoudig ontwerp van zijde. Dit ontwerp kreeg de 1e prijs bij een wedstrijd die georganiseerd was door Quilt & Zo.

Textielpost – Amersfoort



Betty: ‘Niet uit Frankrijk, maar gewoon uit Amersfoort. Een schitterende tentoonstelling van kleur en draden. Allerlei wol, touw, zijde verwerkt tot kunst. Een aanrader!’

Tot 26 september 2010 is in het Mondriaanhuis te Amersfoort de expositie Herman Scholten – Ruimte voor textiel te zien. De tentoonstelling laat een compact overzicht van het werk van de textielkunstenaar Herman Scholten zien. De tentoonstelling is een eerbetoon aan deze vernieuwende wever. In zijn werk staan de ruimtelijke effecten centraal van het platte vlak dat een wand- of vloerkleed in wezen is: een derde dimensie wordt zichtbaar. In zijn artistieke opvattingen zijn niet alleen de expressieve kwaliteit van het weven en het materiaal van belang maar evenzeer de compositie en de voorstelling: Herman Scholten is ambachtsman en beeldend kunstenaar tegelijk; zijn kennis van materialen en technieken wordt verrijkt en gevoed door de inspiratie die hij vindt in de schilderkunst en de architectuur. Het werk van Herman Scholten is verwant aan geometrisch-abstract werkende kunstenaars, zoals Mondriaan en andere leden van De Stijl-groep.

Herman Scholten was vele jaren werkzaam als docent monumentale textielvormgeving en later coördinator aan de Rietveld Academie in Amsterdam. In die hoedanigheid is hij van bijzondere invloed en belang geweest voor een volgende generatie. Hij wordt beschouwd als de belangrijkste textielkunstenaar en vernieuwer van de moderne Nederlandse textielkunst.

Wasplaats in Nederland



We zagen al diverse wasplaatsen voorbij komen, zoals Hongarije, Guatemala, Jemen en China, maar Nederland ontbrak nog. Lies Huizer stuurde me een kaartje met daarop een Zeeuwse dame die laat zien hoe de was werd gedaan met een stamper in een teiltje. Dat is verleden tijd. Wij zijn tegenwoordig voorzien van een handige wasmachine die voor ons het zware werk doet.

Waarschijnlijk zal ik één van de laatsten zijn die nog een halfautomaat wasmachine in huis heeft staan. De centrifuge doet het inmiddels al niet meer, waardoor er naast de wasmachine een losse centrifuge staat. Zowel de wasmachine als centrifuge zijn al enige jaartjes oud. Met een beetje mazzel houden beiden het nog even vol.

Groeimeter merklappenboek III



Het is erg lang geleden dat ik een verslagje heb geschreven over de stand van zaken wat betreft het merklappenboek. Dus hoogste tijd voor een update.

De afgelopen maanden heb ik diverse lectuur betreffende het Burgerweeshuis van Amsterdam doorgenomen. Ik ben zeker interessante gegevens tegengekomen die mogelijk toegevoegd kunnen worden in het boek. Al schrijvende zal blijken of ik dit ook daadwerkelijk ga doen. Heel belangrijk is de informatie die Peter in het archief van Amsterdam heeft gevonden. Deze feiten zijn nieuw en interessant voor de lezer en mogen dus absoluut niet ontbreken in het boek.

De tip van Maaike om een inleiding te schrijven over het ontstaan van mijn liefde voor merklappen heb ik opgevolgd. De ruwe versie hiervan heb ik afgelopen week geschreven. Hoofdstuk 1 en 2 hebben al een titel, maar de inhoud hiervan zal ik als allerlaatste schrijven. Ik ga nu eerst een begin maken met de geschiedenis van de familiemerklappen.

Afbeelding: een ansichtkaart die gericht is aan Mejuffr. E. Schutte, Burger-Weeshuis, Amsterdam, St. Luciensteeg. Johan verstuurde deze kaart op 6 augustus 1902.
Wie is Johan? Een broer, een neef? Hier is misschien wel achter te komen door het archief te raadplegen. Peter heeft dit niet uitgezocht omdat deze kaart niet bij het boek hoort. Ooit is deze kaart op een boekenmarkt gekocht vanwege zijn zeldzame afbeelding van de burgerweesmeisjes. Is één van de drie jongedames mejuffr. E. Schutte? Misschien is er een foto gemaakt tijdens een uitstapje van de burgerweesmeisjes, waar later een briefkaart van gemaakt is. Op de achterkant staat een poststempel van Haarlem en Amsterdam.

Textielpost – Landskrona



MarianneS: ‘Hierbij een textielkaart, gekocht bij de Hemslöjd Vereniging van Skåne (zuidelijkste provincie van Zweden). Deze vereniging heeft een eigen winkeltje in de citadel van Landskrona. De vereniging gebruikt graag oude technieken en patronen, en wil er weer nieuwe toepassingen voor zoeken. Dit patroon van de papegaai, geweven in 1792 als gobelin weefsel (flamskvävning) is weer gebruikt als print. In de winkel kon je er bijvoorbeeld een leuk schort van kopen of een tas, waarop dit patroon geprint was. Veel groeten uit Zweden, 26-7-2010.’

Ann Hagemann en Helle Palmstierna (Lejondolken) hebben een unieke collectie van bedrukte stoffen in een modern jasje gestoken. Het zijn afbeeldingen van wandtapijten uit Skåne. In hun eerste collectie is gekozen voor de meest bekende of geliefde patronen. De wandtapijten zijn opnieuw vormgegeven door Lejondolken in een hedendaagse uitvoering. Zij zijn erg blij om op deze manier het traditionele erfgoed te kunnen verspreiden. Musea, kastelen, en antiquairs zijn zeer behulpzaam bij hun onderzoek. Met hun medewerking zijn ze erin geslaagd om het oude weefwerk uit Skåne te fotograferen. De stoffen van Lejondolken zijn met de hand gedrukt in Zweden op linnen en katoen van de beste kwaliteit. Ze zijn geschikt voor meubels, gordijnen, kussens, tafelkleden en andere interieurobjecten.



Föreningen Svensk Hemslöjd, zoals de officiële naam is, werd opgericht in 1899 op initiatief van Lilli Zickerman en prins Eugen als voorzitter.
De vereniging bestond uit de activiteiten van een winkel, textielkunstenaars en timmermannen die als model stonden voor de plaatselijke hemslöjdverenigingen die vanaf 1904 tot stand kwamen. De vereniging organiseerde opleidingen in zowel de ‘zachte’ als ‘harde’ kant van de hemslöjd (textiel, hout en metaal).
De vereniging heeft momenteel ongeveer 400 leden en is verbonden aan Svenska Hemslöjdsföreningarnas Riksförbund, afgekort SHR. Het is een non-profit organisatie die werkt aan het behoud, bevordering en ontwikkeling van het handwerk, zowel in de cultuur als het bedrijfsleven. De visie is om elke persoon in de gelegenheid te stellen om de schoonheid, bruikbaarheid en vreugde in het handwerk te ontdekken.

Het tijdschrift Hemslöjden is het grootste magazine in Zweden op het gebied van ambachten. Nummer 4 is net uit en daarin aandacht voor het borduurwerk uit Skåne en de kunstenaars Elsa Agélii en Judy Chicago.

Troostmeisjes



Wainem, 1925, Mojogedang – Midden-Java

Wainem werd weggehaald van huis en tot prostitutie gedwongen, eerst een jaar in Solo en vervolgens in Yogyakarta. Ze moest overdag in een loods met andere vrouwen matten vlechten en eten koken. Ze werden soms ter plekke verkracht, maar meestal door soldaten meegenomen naar hun kamer op het kazerneterrein. ‘Een Indonesische dokter onderzocht elke week of we zwanger waren, terwijl een Japanner toekeek. Ik ben toen nooit in verwachting geraakt.’ Na de oorlog liep ze samen met een groep vrouwen zo’n honderd kilometer naar huis. ‘Onze mensen hebben de Japanners verjaagd met bamboesperen. Ze pikten alles in: onze rijst, ons geld, ons goud. Als ‘s avonds het luchtalarm ging en wij ons verstopten, gingen de Japanners onze huizen in en haalden ze leeg.’ Ze wil liever niet meer herinnerd worden aan wat er in die loods gebeurde. ‘Dat is al zolang geleden. Mijn zoon, die toen nog niet geboren was, heeft nu al kleinkinderen.’

De capitulatie van Japan op 15 augustus 1945 maakte definitief een einde aan de Tweede Wereldoorlog. Dit jaar is dat 65 jaar geleden. Vanmiddag werd dat historische moment officieel herdacht bij het Indisch Monument in Den Haag in aanwezigheid van koningin Beatrix. Van deze plechtigheid werd een liveverslag uitgezonden. Zeer aangrijpend waren de woorden van Boudewijn de Groot. Hij werd op 20 mei 1944 geboren in een Japans interneringskamp in Djakarta. Zijn moeder overleed in juni 1945 in het Japanse interneringskamp Tjideng. Boudewijn heeft zijn moeder dus nooit gekend.

Na deze plechtigheid volgde de documentaire Omdat wij mooi waren, over de meisjes die werden vastgehouden in soldatenbordelen en seksuele diensten moesten verlenen aan de Japanse bezetters. Een indrukwekkende en aangrijpende documentaire over de troostmeisjes. Het leed is met geen woorden te beschrijven, nu nog worden ze nageroepen met de gruwelijke woorden afdankertje van de Jappen.

Fotograaf Jan Banning en journaliste Hilde Janssen trokken naar Indonesië om de ondertussen hoogbejaarde vrouwen te portretteren. Hilde Janssen tekende hun verhalen van gedwongen prostitutie op en Jan Banning gaf hen een gezicht, dat op een fototentoonstelling in de Kunsthal is te zien tot en met 29 augustus 2010.

Midden jaren negentig van de vorige eeuw heeft Japan de misbruikte vrouwen een compensatieregeling aangeboden. Jan Banning: ‘Dat geld is bij de Indonesische overheid beland, en die heeft dat geld gebruikt voor bejaardentehuizen en gezondheidscentra waar volgens mij geen kip zit. En de rest van dat geld is verdwenen.’ Dus werden de troostmeisjes door zowel de Japanse als de Indonesische overheid misbruikt.

Daniel Von Weinberger



Als kind was Daniel Von Weinberger al gefascineerd door de sieraden in de etalages van de juwelierszaken op de Meir in zijn geboortestad Antwerpen. Uit die tijd stamt niet alleen zijn voorliefde voor het ontwerpen van sieraden, maar ook zijn belangstelling voor een groot aantal andere disciplines zoals het theater (decors en kostuums), mode, beeldhouwen, design enz. ‘Kunst, toegepaste kunst, mode, modesieraden, design, het vormt allemaal één geheel’, aldus de kunstenaar.



Daniel Von Weinberger is schijnbaar een man vol tegenstrijdigheden: orthodox jood, vader van tien kinderen en tegelijkertijd een extravagant kunstenaar. En toch kan hij deze ogenschijnlijke tegenstellingen perfect met elkaar verzoenen; alles hangt volgens hem samen. Hij werd geboren in 1950 en studeerde edelsmeedkunst en theaterdecors en –kostuums aan de Koninklijke Academie van Schone Kunsten in Antwerpen. Hij leerde emailleertechnieken aan de Bazalel Academie in Jeruzalem en keerde vervolgens terug naar Antwerpen om er beeldhouwkunst te studeren. Na een jeugd vol protest en provocatie koos hij op de leeftijd van 30 jaar voor het orthodoxe joodse geloof. Hij laat zijn baard staan, draagt chassidische symbolen en gaat elke dag naar de synagoge. Maar zijn religie verhindert hem niet om open te staan voor de wereld en excentrieke, ja zelfs subversieve creaties te maken. Hij combineert allerlei soorten, contrasterende materialen: goud met afval, ivoor met plastic enz. De kunstenaar verzamelt de meest uiteenlopende voorwerpen (plastic speelgoed – zijn favoriete materiaal –, foto’s van beroemde mensen, …) die hij recycleert en met een grenzeloze fantasie verwerkt in sieraden die dienst kunnen doen als draagbare kunstvoorwerpen.



Tegenwoordig is Daniel Von Weinberger een internationaal bekende sieradendesigner. Hij geeft les aan de Academie van Berchem in juweelontwerpen en probeert zijn passie voor de kunst, maar ook voor het leven over te brengen op zijn studenten. Zijn levensmotto is: ‘Kunst is leven en leven is een kunst.’

De overzichtstentoonstelling Plastic is chic – te zien tot 26 september 2010 – in Grand-Hornu is zonder meer verrassend met creaties vol humor van deze bijzondere kunstenaar.

Het eerste sieraad heeft naam Golgotha gekregen, het tweede Biches en het laatste sieraad kreeg de titel Barbie.

Spakenburgse mutsjes



De zeer fijn gehaakte mutsjes zijn een in het oog springend onderdeel van de Spakenburgse dracht. Zoals het mutsje nu is, is het niet altijd geweest. We gaan terug in de tijd. De muts met oorijzer werd in de 17e en 18e eeuw algemeen gedragen. Aan het einde van de 17e eeuw kwam een nieuw type muts in de mode. Dit was de muts met de grote, rechtopstaande, kanten ‘kuif’, de Fontange. Ook bij de burgerkleding raakte deze muts in zwang, zij het dan in een iets aangepaste versie. Deze kornetmuts kom je in de 18e eeuw niet tegen in Bunschoten, wel zijn er andere namen waaronder de kornetmuts ook bekend was in die tijd: kuifmuts en karkasmuts.

De muts die in de 18e eeuw al tot de dracht hoorde, de trekmuts – in Bunschoten hul genoemd – heeft weinig veranderingen ondervonden. Al rond 1930 werd hij door de meeste jonge vrouwen niet meer gedragen. Na 1960 droeg een bruid die in dracht trouwde geen bovenmuts meer.

Aan het einde van de 19e eeuw werd door jonge vrouwen bij de daagse dracht de bovenmuts weggelaten. Dan was de tussenmuts, eigenlijk één van de ondermutsen, ook ongermus genoemd, zichtbaar. In die tijd werd deze ongermus nog gebreid. Hij bestond uit een bol en een pas. Het breipatroon bestond uit grote en kleine geometrische figuren. De ongermus is in de loop der jaren uitgegroeid tot een beeldbepalend element. Eerst werd hij nog gebreid, maar rond 1915 gaf men de voorkeur aan een gehaakte ongermus. Tot aan het eind van de twintiger jaren in de vorige eeuw bleef de muts bestaan uit een bol en een pas. Hierna liet men de bol en pas los. De muts werd opgebouwd uit zes kleine rozetvormige motieven. Als afwerking kreeg de muts een aantal rijen picotjes. In latere jaren kreeg deze rand de uitstraling van een los bandje, waar de motiefjes aangezet werden. Een extra rijtje picotjes maakte het geheel af. Rond 1945 werd het aantal rozetten teruggebracht tot vier. Men begon toen ook met het sterker stijven van de muts. Aan het begin van de zestiger jaren in de vorige eeuw kreeg de muts een voor- en achterkant, die één groot motief hadden, dat uit diverse kleinere was opgebouwd. De gehaakte ongermussen worden nu nog op deze manier gemaakt.

Bron: ‘… gereet en gekleet naar hun staat’, Historie en ontwikkeling van de klederdracht van Bunschoten, Spakenburg en Eemdijk. Fea Lamers-Nieuwenhuis, ISBN 90-71084-10-8, 1991.

Spakenburg is geliefd bij de Nederlanders en de buitenlanders. Ze komen er graag. Tijdens de zomermaanden worden er diverse activiteiten georganiseerd zoals de Spakenburgse Dagen en de eerste zaterdag in september de Visserijdag. Een bezoek aan één van de musea mag eigenlijk ook niet ontbreken aan een dagje Spakenburg.

Terug naar de gehaakte mutsjes. Weet je wat de Spakenburgse dames tegenwoordig doen met hun ‘oude’ mutsjes? Ze worden verknipt en maken er kaarten van, want met een muts van vorig jaar kun je echt niet gezien worden, schrijft Anneke Schoonenberg Kegel mij. Niet alleen Anneke was in Spakenburg, maar ook Els van Gans en Marian’ne m. Alle drie de dames stuurden mij een fraaie kaart met een detail van een verknipte muts en het mooie is dat deze kaarten allemaal in dezelfde week op mijn deurmat vielen. Toevallig…





Textielpost – Spakenburg



LiesbethJ: ‘Was vandaag (21-07-2010) in Spakenburg met m’n dochter. Ik wilde eigenlijk niet dat klederdrachten weer ‘n nieuwe hobby zou worden; ik vind al zo veel leuk! Toch heb ik er erg van genoten. Veel foto’s gemaakt! Morgen “Dag van de klederdracht in Schagen (NH)”; denk dat dat me te veel is. Binnenkort Brugge en Gent.
Ik geniet van je weblog, maar dat weet je!’

Spakenburg is een pittoresk plaatsje dat garant staat voor een leuk dagje uit en al helemaal als er die dag een historische optocht van klederdrachten uit Nederland is. Dit jaar werd voor de 40e keer op vier woensdagen (21 en 28 juli – 4 en 11 augustus) de Spakenburgse Dagen georganiseerd. LiesbethJ koos de eerste woensdag uit om af te reizen naar Spakenburg. Ze wilde de optocht van klederdrachten niet missen. Dat er nog veel gehandwerkt wordt in Spakenburg laat de ansichtkaart zien. Gezellig zitten de Spakenburgse dames bij elkaar, een kopje koffie erbij en een handwerkje op schoot. Naald, draad en schaar bij de hand want die zijn onmisbaar. Er is altijd wel een onderdeel van de dracht dat vervangen of hersteld moet worden. Tijdens het handwerken worden de laatste nieuwtjes uit Spakenburg doorgenomen…

LiesbethJ maakte veel foto’s in Spakenburg en de volgende twee foto’s koos ik uit. Op de eerste foto zie je drie meisjes die erg goed oppassen op hun zusjes/broertjes. Het was een warme dag en dan mag een ijsje niet ontbreken. Dit geeft toch echt het ultieme vakantiegevoel. Op de tweede foto komen de specifieke gehaakte mutsjes van de Spakenburgse dames goed uit. Morgen meer over deze mutsjes.





Ben je toch in Spakenburg en heb je nog de tijd, dan is het erg leuk om een bezoek te brengen aan Museum Spakenburg en het Klederdracht- en visserijmuseum Spakenburg.