Featured

Welkom op mijn weblog

Een duik in het fotoalbum leverde deze foto van mij op. Het is een foto van een paar jaartjes geleden. Een lach kon er toen niet van af. Zelfs een koekjestrommel kon me niet verleiden om een glimlach tevoorschijn te toveren.

Maar ach, het is toch een aardige foto met een verhaaltje. En ja, van verhalen daar houd ik van!

Ik draag een gebreid wollen jurkje, blauw met witte stippen.

Dorsvloer vol confetti


Gisteravond was de voorpremière van de film Dorsvloer vol Confetti die gebaseerd is op het gelijknamige boek van Franca Treur. De slimme twaalfjarige Katelijne groeit als enige dochter op in een streng gereformeerd boerengezin in Zeeland. Zij wordt nauwelijks betrokken bij het boerenwerk, hoe graag ze ook zou willen, waardoor de gesprekken aan tafel met haar zes broers grotendeels aan haar voorbij gaan. Katelijne helpt met het huishouden, maar het liefste brengt ze haar tijd door met lezen. Verhalen en ook sprookjes die ze eigenlijk niet mag lezen omdat het leugens zijn. Lezen en leren is belangrijk voor Katelijne. Ze doet zo goed haar best dat de meester aan haar ouders komt vertellen dat Katelijne naar het VWO in Goes kan.

Tot aan de pauze is het een aaneenschakeling van beelden. Je vraagt je af, waar gaat dit heen. Spraakzaam is men niet in het gezin, maar wellicht hoort dit bij het strenge geloof. Na de pauze gaat het de betere kant op, maar om deze film vier sterren te geven, is iets te veel van het goede. Hendrikje Nieuwerf speelt de rol van Katelijne voortreffelijk. Zij is absoluut de grote troef van de film.

In de slaapkamer van Katelijne hangt een merklap die door Jeanny is geborduurd.

Hier kun je de trailer bekijken van de film Dorsvloer vol confetti.

Parachutes voor vrijheid


Vandaag is het zeventig jaar geleden (17 september 1944 – 17 september 2014) dat de bevrijding van Son en Breugel en Zuid-Nederland begon: Operatie Market Garden. Het begin van het einde van ruim vier jaar wrede overheersing. Moedige strijders van de 101st Airborne Division landden per parachute bij Sonniuswijk.


Ter gelegenheid van 70 jaar bevrijding is een bijzonder kunstproject tot stand gekomen: zeventien grote parachutes sieren de landingsbaan en het centrum van mijn geboortedorp Son. Zij vormen een eerbetoon en dank aan de bevrijders.

Prinsjesdag 2014 – Hoedjesparade

Prinsjesdag is de dag waarop de koning(in) naar het parlement komt om de Troonrede voor te lezen. Dat gebeurde voor het eerst op 2 mei 1814. De Troonrede werd aanvankelijk uitgesproken ter gelegenheid van de opening van de zitting (vergaderperiode) van de Staten-Generaal. Gewone zittingen begonnen in het najaar en daarnaast kende men buitengewone zittingen, die – bijvoorbeeld na verkiezingen – op een ander tijdstip begonnen. Na de Grondwetsherziening van 1983 begint op Prinsjesdag (de derde dinsdag in september) het nieuwe parlementaire jaar.


Tegenwoordig staat Prinsjesdag niet alleen in de belangstelling vanwege de Troonrede. De hoeden die door de dames worden gedragen, krijgen steeds meer aandacht in de media. Erica Terpstra speelde een grote rol bij het ontstaan van deze traditie. In 1977 mocht Erica Terpstra als pas gekozen Kamerlid van de VVD de Troonrede bijwonen. Ze besloot als een soort eerbetoon aan de koningin een hoed te dragen naar de ceremonie. Die bewuste Prinsjesdag droegen welgeteld drie vrouwen een hoed: de majesteit, iemand van het corps diplomatique en Erica Terpstra. Het vrouwelijke VVD-kamerlid was teleurgesteld, er waren maar liefst 21 vrouwen destijds in de Tweede Kamer gekozen, maar in de Ridderzaal gingen ze op in de grijze massa.

Na de Prinsjesdag van 1977 vroeg de oud-zwemkampioene zich hardop af: ‘Als je in Den Haag op Prinsjesdag geen hoed draagt, wanneer dan wél?’ Vele vrouwelijke parlementariërs namen deze vraag ter harte in de opvolgende jaren. In de Ridderzaal was er zodoende vanaf het einde van de jaren zeventig van de vorige eeuw geen sprake meer van een ‘grijze massa’ op de derde dinsdag van september.


Koningin Máxima droeg een zijden japon van ontwerper Valentino met een bijpassende hoed van Fabienne Delvigne.


Jet Bussemaker, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, droeg wel een extreem grote hoed. Veertien studenten van de mode opleidingen Summa Fashion in Eindhoven en SintLucas in Boxtel ontwierpen de outfit van schoenen tot hoed. De minister wilde daarmee een ode brengen aan ‘het Nederlandse vakmanschap’.


Edith Schippers, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, samen met haar dochter Eva. De bewindsvrouw droeg een mooie Borsalino.

Dit is een kleine greep uit de diversiteit hoeden die vanmiddag te zien waren. Sinds 1977 is er aardig wat veranderd, met dank aan Erica Terpstra.

Kunst in Hotel Spaander

De kunstenaars die Leendert Spaander onderdak aanbood, waren de eerste toeristen die Volendam aandeden. Dankzij Leendert en zijn artistieke gasten is eind 19e eeuw het toerisme begonnen in het voormalige Zuiderzeeplaatsje. Leendert was een ondernemende man. Regelmatig ging hij met zijn boot naar Engeland en Duitsland om zijn hotel en Volendam te promoten. Hij nodigde fotografen uit en hij liet ansichtkaarten maken van onder andere de haven en deelde deze uit.

De bekendheid van Volendam nam snel toe dankzij Leendert. Steeds meer nationale en internationale schilders kwamen naar het vissersdorpje. De schilderijen die over de hele wereld werden verspreid, leverde voor Volendam nog meer bekendheid en toerisme op. En daar plukt men vandaag de dag nog steeds de vruchten van.


In schetsen en waterwerftekeningen treft men vaak humor aan. De kunstenaars maakten grapten over zichzelf, maar ook over de gastheer. Op bovenstaande tekening lezen we: ‘the uncle from America’.

Hotel Spaander is wereldberoemd. In het gastenboek komen we namen tegen zoals: Koningin Emma, Wilhelmina, Beatrix, prins Hendrik, Elisabeth Taylor, Walt Disney, Muhammed Ali, Eleanor Roosevelt, keizer Wilhelm II en Pierre-Auguste Renoir.

Hotel Spaander


Volendam staat bekend om de vele toeristen die deze plaats bezoeken. Veelal gaan ze naar De Dijk waar ook Hotel Spaander is te vinden.


In 1876 trouwde Leendert Spaander met Aaltje Kout en in 1881 kochten ze een klein café aan de dijk in Volendam. In die tijd verbleven er al enige buitenlandse kunstschilders in het schilderachtige dorp. Leendert en Aaltje maakten van hun café een hotel om zo de schilders de gelegenheid te geven in het dorp te werken, maar ook om een ontmoetingsplaats te vormen voor kunstenaars uit de hele wereld.

Schilders van allerlei nationaliteiten kwamen naar het hotel. In door de Spaanders gebouwde ateliers werden schilderijen geproduceerd van het dorp en zijn bewoners, maar ook voor en van de familie Spaander. Leendert hing alles aan de wand: de werken die hij kreeg uit dankbaarheid en de schilderijen van armlastige artiesten die daarmee hun hotelrekening betaalden. Op deze manier ontstond een indrukwekkende verzameling schilderijen, die steeds verder wordt uitgebreid door de huidige eigenaars van het hotel (sinds 1963) de Volendamse familie Schilder (bijgenaamd Madoet).


Tijdens mijn bliksembezoek aan Volendam op 6 september wilde ik uiteraard graag eens een kijkje nemen in dit hotel. Buiten op het terras dronk ik eerst wat om daarna de schilderijen binnen te bewonderen waar het heerlijk rustig was zodat ik in de gelegenheid was om enkele sfeerfoto’s te maken.


Er is geen plekje meer vrij aan de wand.

Maison Chic


Stichting Teekens aan de Wand Valkenburg heeft tot doel het terugbrengen van oude muurreclames die op een gevel in Valkenburg rond 1910 in Jugendstil zijn geplaatst. De afmetingen van de reclames zijn ongeveer 3 m x 2,5 m groot en bestaan niet alleen uit tekst maar ook uit afbeeldingen. Bovenstaande fraaie muurschildering kwam ik tegen op de Koninginneweg 2. De Maastrichtse damesmodezaak richtte zich hier ook op de ‘beter gesitueerden’ die in kuuroord Valkenburg op vakantie waren.

Citaat van ‘de Letterkundige’: ‘Het mkaat niet uit in wkleevlogodre de lteters in een Wrood saatn, het eigne wat blegangyrk is, is dat de eretse en de ltaatse ltteer op de jiutse ptaals saatn’, aldus André Konings, schildervakman, en maker van bovenstaande muurschildering (2010).

World Press Photo 2014

Dit jaar werden er 98.671 foto’s ingestuurd door 5.703 fotografen van 130 verschillende nationaliteiten. Het zijn de beste persfoto’s van het afgelopen jaar, en achter iedere foto zit een ander verhaal. De winnaar van World Press Photo 2014 is de Amerikaanse fotograaf John Stanmeyer.


De winnende foto van John Stanmeyer. Op deze foto staat een groep Afrikaanse migranten in de nacht aan de kust van Djibouti-stad, een trekpleister voor migranten die vanuit Somalië, Ethiopië en Eritrea op weg zijn naar Europa. Ze houden hun telefoons in de lucht in een poging een goedkoop netwerk op te vangen, zodat ze hun familie over de grens kunnen bellen. De foto laat armoede en eenzaamheid zien. De straatarme Afrikaanse migranten op het strand hebben er alles voor over om met het signaal van een provider uit buurland Somalië voor een prikkie met hun familie te kunnen bellen. Daarnaast laat het een universeel verlangen van mensen zien om met hun naasten in contact te komen. Terechte winnaar!

Volgens de Britse fotograaf en juryvoorzitter van de prijs Gary Knight is het misschien wel het meest hoopvolle winnende beeld in de geschiedenis van World Press Photo. ‘Het is een foto van mensen die zich in een benarde situatie bevinden, maar de boodschap die eruit spreekt is positief. Ze zijn op zoek naar contact met de wereld.’


Afgelopen dinsdagmiddag werd om 15.00 uur de World Press Photo tentoonstelling geopend in de Hal van het Hoofdgebouw van de Technische Universiteit in Eindhoven. Carla Kogelman hield een kort praatje over haar fotoserie Ich Bin Waldviertel en wetenschapper Martijn Kleppe deed onderzoek naar icoonfoto’s en gaf uitleg. Een interessant verhaal waarbij ik te weten kwam dat er meerdere kenmerken zijn van icoonfoto’s, zoals: icoonfoto’s zijn symbolisch, veel icoonfoto’s worden omgezet in LEGO, van icoonfoto’s ontstaan veel variaties, veel icoonfoto’s zijn internationaal bekend en sommige heel erg nationaal bekend, en icoonfoto’s zijn uniek en algemeen. Martijn Kleppe heeft de game Mijn Icoonfoto’s gemaakt die je op zijn website Mijn Icoonfoto’s kunt spelen. Neem eens een kijkje.

Op de expositie zijn de beste persfoto’s te zien en toch zal iedereen een voorkeur hebben voor enkele foto’s. Voor mij is dat zonder meer de winnende foto van John Stanmeyer, maar daarnaast sprongen de foto’s van de Rena Effendi uit Azerbeidzjan voor mij eruit.


In Transylvanië en andere plattelandsgebieden van Roemenië beoefenen nog veel mensen kleinschalige landbouw op een manier die eeuwenlang onveranderd is gebleven. Hun boerderijen kennen het laagste rendement van Europa, maar zijn tegelijkertijd in hoge mate zelfvoorzienend. Geldgebrek en achterdocht tegen onbekende methodes leiden ertoe dat relatief weinig kunstmest en pesticiden worden gebruikt. De boerengezinnen vullen hun jaarinkomen van ongeveer € 4000 vaak met andere inkomstenbronnen aan. Velen trekken een deel van het jaar naar steden in het buitenland om werk te zoeken. Ook de toetreding van Roemenië tot de Europese Unie in 2007 vormt een bedreiging voor de traditionele bestaanswijze, aangezien de boeren niet kunnen concurreren met de Europese import. Door de geringe omvang van de boerderijen komen ze niet in aanmerking voor EU-subsidies.

Op de foto zie je de familie Borca uit het dorp Breb die de laatste hand leggen aan een van de omstreeks 40 hooibergen die ze ‘s zomers maken.


Maria Vraja en de zevenjarige Adriana Tantas pellen maïskolven.

De World Press Photo tentoonstelling is van 10 september tot en met 2 oktober 2014 te zien in de Hal van het Hoofdgebouw van de Technische Universiteit in Eindhoven. Openingstijden: maandag tot en met vrijdag: 9.00 tot 18.00 uur en zaterdag en zondag: 12.00 tot 17.00 uur. Entree: gratis.

Van 12 tot en met 21 september 2014 is de Fotoweek 2014. Kijk voor het programma op deze website.

Gevelstenen in Edam en Volendam


We blijven nog even in Edam en Volendam voor de gevelstenen. Allereerst zien we de Meyrmin van Edam. De Meermin van Edam is een sage over een zeemeermin, die gevangen zou zijn in het vroegere Purmermeer. Van het verhaal doen meerdere versies de ronde. De kern van deze verhalen is hetzelfde. Er leefde een zeemeermin in de vroegere Zuiderzee. Bij een overstroming werd zij meegevoerd naar het Purmermeer. Nadat de dijken weer gedicht waren kon zij de weg terug naar de zee niet meer vinden. Ze werd ontdekt door de bewoners van deze streek, die haar vingen en meevoerden naar Edam. Daar werd ze gewassen en ontdaan van het groene wier. Ook werd haar geleerd als een mens te leven. De verhalen over haar gingen rond en bewoners van Haarlem vonden haar zo interessant, dat ze haar meenamen naar Haarlem en haar leerden spinnen. Ondanks haar verlangen naar zee bleef zij op het land wonen en stierf na vele jaren in Haarlem, waar ze werd begraven op het kerkhof als een christenmens.


Een struisvogel met een hoefijzer in zijn snavel. Deze gevelsteen is te vinden aan de voorgevel van het monument aan de Jan Nieuwenhuizenplein 9 in Edam. In dit huis werd in 1784 de maatschappij tot Nut van het Algemeen opgericht.


De Volendammer man en vrouw houden het wapen van Edam en Volendam vast.

In deze log kun je lezen over het bijzondere snijraam De Linnenkist in Deventer.

Weeskinderen van Edam


De kleding van de weeskinderen in Edam hadden dezelfde kleuren als die van de weeskinderen in Amsterdam: half rood-half zwart. Deze antieke pop draagt de weeshuiskleding en staat in een vitrine in het Edams Museum.


De poort aan de achterkant van het voormalige weeshuis die uitkomt op de Kaasmarkt.


De weeskinderen houden het stadswapen met daarin de stier vast.


Gevelsteen met spelende kinderen aan de voorzijde van het voormalige weeshuis in de Grote Kerkstraat 23 te Edam. De gevelsteen is daar aangebracht tijdens de bouw van het weeshuis in 1561. De steen is voor die tijd zeer modern vormgegeven, namelijk volgens de laatste mode van de Renaissance. De steen lijkt dan ook op een Romeinse tempel waarin kinderen spelen.


Links van het midden zijn de weeskinderen met ballen op de grond aan het spelen. Dit spel noemen wij beugelen. Bij dit spel moest de zware houten bal door een ijzeren draaibare ring/beugel gespeeld worden. Links van deze jongens zijn meisjes op de stoep van het huis aan het bikkelen. Bikkelen is een spel met vier schapenkootjes (sprongbeen) en een balletje. Wat opvalt, is dat het eerste meisje op haar blote voeten speelt. Sommige jongens hebben petten op en broeken aan, anderen weer niet. Rechts van het midden zijn jongens aan het kolven. Kolven was in de 17e eeuw het nationale spel dat door iedereen, jong en oud, rijk of arm, werd gespeeld. Aan het einde van de 18e eeuw raakte het kolven in verval, maar in West-Friesland bleef dit spel tot ver in de 19e eeuw populair. Rechts achter de kolvende jongens is een jongen aan het hoepelen, maar dit is alleen van zeer dichtbij te zien. Boven in het midden zijn twee jongens waarschijnlijk aan het vechten, achter hen staat een jongen of een meisje te gebaren dat ze op moeten houden. Links van de vechtende jongens staat een jongen gebogen tegen een ander aan. Het is niet helemaal duidelijk wat dit voorstelt, het kan bok stavast zijn of handjeplak. Handjeplak vertoont gelijkenis met bok stavast, ook hier staat een kind voorovergebogen met het hoofd in de schoot van een kind waarbij het voorovergebogen kind een hand op de rug houdt. Achter hem staan enkele kinderen van wie er één een klap geeft op de op de rug gehouden hand van het voorovergebogen kind, die dan moet raden wie de klap heeft gegeven. Verder zien we een groot gebouw en vier huizen met een overhangend bladerdak. Een bijzondere 16e eeuwse gevelsteen die iets vertelt over het denken, leven en spelen in Edam.

Bron: Peter Sluisman
Foto’s: © Copyright Berthi Smith-Sanders