Featured

Welkom op mijn weblog

Een duik in het fotoalbum leverde deze foto van mij op. Het is een foto van een paar jaartjes geleden. Een lach kon er toen niet van af. Zelfs een koekjestrommel kon me niet verleiden om een glimlach tevoorschijn te toveren.
Maar ach, het is toch een aardige foto met een verhaaltje. En ja, van verhalen daar houd ik van!

Ik draag een gebreid wollen jurkje, blauw met witte stippen.

Vijftien jaar bloggen


Vijftien jaar bloggen! Wie had dit verwacht toen ik op 20 augustus 2005 voorzichtig begon met dit blog. Ik niet! Toch is het zover gekomen en ik moet zeggen dat de tijd voorbij is gevlogen mede doordat er altijd veel te beleven viel in textiel- en handwerkland. Heel veel onderwerpen zijn aan bod gekomen met af en toe een uitstapje naar een ander thema. Voordat ik startte met dit blog moest ik toch wel even goed nadenken zoals te lezen is in dit bericht.

Dit is bericht 4628, en er zijn 61.844 reacties geplaatst die een mooie aanvulling geven op de berichten. Ze zijn onmisbaar. Hiervoor wil ik al mijn lezers hartelijk bedanken! Ook wil ik iedereen bedanken die op een andere wijze bijgedragen hebben om dit blog interessant te houden, zoals Elma die het pronkjournaal bedacht en hier veel patronen voor heeft gemaakt en Josefien die bijna vanaf het begin meelas en veel boeiende artikelen schreef voor dit blog. Dank aan alle lezers die meewerkten aan mijn projecten zoals het Abc… project, het Harten-project, het Inhuldigingsmerklap-project dat bedacht is door Elma, en niet te vergeten Textielpost. Twee projecten eindigden met een expositie: het Harten-project kreeg de tentoonstelling Hart & Dame in de Witte Dame in Eindhoven en het project Textielpost werd afgesloten met een expositie in Museum de Kantfabriek.
Patronen verschenen ook op dit blog. Het blauwe jurkje dat ik draag op bovenstaande foto is opnieuw gebreid door mijn moeder. Het patroon kun je hier vinden. Heb je trouwens enig idee wat al jaren en nu nog steeds het meest gelezen bericht is op mijn blog? Inderdaad, het bericht van 6 februari 2006 waar een sokkenpatroon beschreven staat.

Na vijftien jaar bloggen is er een mooi en groot archief opgebouwd waar Josefien een aardig woord voor bedacht: Textilipedia. Gelukkig gaat dit archief niet verloren, het kan altijd geraadpleegd worden voor informatie. De Koninklijke Bibliotheek archiveert mijn blog als ‘digitaal erfgoed’ voor de huidige en toekomstige generatie onderzoekers. Dit is de kers op de taart voor het vele werk van de afgelopen vijftien jaar!

Mijn kristallen jubileum wil ik graag vieren met een speciale aanbieding van mijn boek Merk- en stoplappen uit het Burgerweeshuis Amsterdam. Normaal kost het boek
€ 27,50 – exclusief verzendkosten, nu geef ik een jubileumkorting van € 15 zodat de prijs € 12,50 – exclusief verzendkosten wordt. Deze aanbieding geldt tot en met 31 december 2020 of zolang de voorraad strekt. Er zijn nog 34 exemplaren beschikbaar. Heb je belangstelling voor een exemplaar van mijn merklappenboek, stuur me dan een berichtje via het contactformulier dat je rechtsboven op dit blog kunt vinden.

De afgelopen vijftien jaar heb ik met veel plezier gewerkt aan dit blog. Ik heb veel lieve mensen leren kennen en er zijn mooie vriendschappen ontstaan. Maar ik wil graag minder tijd doorbrengen achter de computer en meer naar buiten gaan met de fotocamera zodat ik heb besloten om te stoppen met dit blog. Uiteraard blijft de belangstelling voor textiel en ik zal korte berichtjes hierover plaatsen op mijn Facebookpagina. Voor mijn straatfotografie kun je me volgen op Instagram.

Lieve mensen, dit was mijn allerlaatste bericht op mijn blog. Heel veel dank en we komen elkaar vast tegen: is het niet in levende lijve dan wel digitaal!

Verleden, heden en toekomst


Tineke: ‘Deze kaart ontvang je rond de 20e augustus, de dag waarop je na 15 jaar stopt met bloggen. Jammer, maar het is tijd voor je andere passie: straatfotografie. De inhoud van deze envelop bestaat uit 2 delen: een herinnering aan je blogtijd en een envelopje dat naar de toekomst verwijst. We gaan je vast nog tegenkomen.’

Op de voorkant van het blikje, dat een blikvanger is, zie je de Friese merklap 1786 die door de moeder van Tineke is geborduurd. Misschien herinner jij je nog de speurtocht naar de Friese merklap uit de Douwe Egberts reclame met Doutzen Kroes?


De achterkant van het doosje met afbeeldingen van mangeldoeken.


… en daar zit ze dan nog steeds op de schommel als klein meisje. Misschien wel mijn meest herkenbare foto van mijn blog. De blog met het meisje op de schommel zoals ik zo vaak hoor. Het kleine meisje wilde toen niet op de foto en dat is vandaag de dag nog steeds zo. Ze staat liever zelf achter de camera! Op de voorgrond ligt een rood bolletje merkgaren en op de binnenkant van de deksel zie je een afbeelding van een mangeldoek! Het blikje mag nu gesloten worden om de herinneringen aan mijn blog te bewaren en af en toe geopend worden om de gedachten aan mijn blog levend te houden! Diep ontroerd ben ik door dit cadeautje Tineke! Dank je wel!


Tineke kijkt vooruit. Zij weet dat ik graag meer tijd wil vrijmaken voor straatfotografie en dat heeft Tineke prachtig weergegeven door middel van een envelop die een verwijzing maakt naar de toekomst. Inmiddels ben ik te vinden op Instagram met mijn straatfotografie.

Tineke is vandaag jarig en via deze weg wil ik haar van harte feliciteren, een heel mooie dag wensen en een prachtig nieuw creatief jaar!

HOERA! Met een lintje!


AnnemieF: ‘HOERA! augustus 2005 – augustus 2020: Weblog. Textiel, steken, stoffen, linten, kant, borduren, musea bezoeken, klederdrachten, handwerkprojecten. En nog veel meer. Bedankt voor alle interessante info.’

Annemie, dank je wel voor deze leuke kaart met een LINTJE! Ontroerend om op deze manier een LINTJE van je te ontvangen! Dank je wel!

Breionderwijs in het Burgerweeshuis Amsterdam

Het is me uiteindelijk gelukt om het ontbrekende verhaal, over de gebreide kousen en een mannenslaapmuts, te schrijven dat ik graag aan mijn boek Merk- en stoplappen uit het Burgerweeshuis Amsterdam had willen toevoegen. Het artikel bevat een bijzonder verhaal: een moeder en een dochter die beiden als wees opgroeiden. Het levensverhaal van de moeder is zéér ontroerend en triest. Klik op onderstaande afbeelding om het artikel te kunnen lezen:

Burgerweeshuismerklap 1787

In mijn boek Merk- en stoplappen uit het Burgerweeshuis Amsterdam bespreek ik onder andere de merklap van Johanna Sikking 1799. Deze merklap behoort tot één van de oudst bekende en bewaard gebleven merklappen die gemaakt zijn in het Burgerweeshuis Amsterdam. Nadat mijn boek af was, kwam de burgerweeshuismerklap van Johanna Legrand 1793-1794 boven water. Deze merklap wordt bewaard in het depot van de Deventer Musea. Later ontdekte ik een nog oudere merklap die gemaakt is in het Burgerweeshuis Amsterdam. Het is de merklap van Maria Meerpoel 1786-1787. Deze merklap bevindt zich in een particuliere collectie op Schiermonnikoog.


Maria Meerpoel werd gedoopt op 11 juni 1773 in de Westerkerk in Amsterdam. Maria was de dochter van Hendrik Meerpoel en Jannetje Jochems(e) (Maria borduurde op haar merklap Jocgems), die beiden op 12 januari 1783 werden begraven op het Cathuysers Kerkhof. Maria werd wees en op 15 januari 1783 werd zij ingeschreven in het Kinderboek van het Burgerweeshuis Amsterdam. Zij was ‘ingekomen’ met 320 gulden en 17 stuivers, wat haar erfenis was. Opmerkelijk voor die tijd.

Op 13-jarige leeftijd in 1786 begon Maria aan haar merklap en in 1787 was deze klaar. De merklap maakte Maria onder leiding van de Opper-Linnen-Naaimatres Jacoba Hendrika Buijs (IHB) en de Onder-Linnen-Naaimatres Antje Troost (AT). Antje Troost was een voormalig weeskind uit het Aalmoezeniersweeshuis. Zij werd op 5 december 1749 ingeschreven in dit weeshuis en op dat moment was zij 6,5 jaar oud. Zou zij een goede opleiding hebben gekregen in het Aalmoezeniersweeshuis zodat zij later benoemd werd tot Onder-Linnen-Naaimatres in het Burgerweeshuis? Van 1769(?) tot 1790 vervulde Antje deze functie om vervolgens Opper-Linnen-Naaimatres te worden tot 1812.

De merklap van Maria Meerpoel 1787 is tot nu toe de oudst bekende en bewaard gebleven merklap die in het Burgerweeshuis Amsterdam is gemaakt. Hiervoor zullen zeker ook merklappen gemaakt zijn, maar of ze bewaard zijn gebleven is de vraag. Het zou mooi zijn als er nog eens oudere merklappen boven water komen.

‘Maria is den 3e May A (anno) 1795 met consent (toestemming) uit het weeshuys Vertrokken’, zoals te lezen staat in het Kinderboek van het Burgerweeshuis. Maria trouwde op 25 mei 1798 in Amsterdam met de turfmeter Willem Teens Lootsman, die op 6 maart 1768 op Schiermonnikoog was gedoopt. Maria stierf op 13 januari 1845 op Schiermonnikoog en Willem aldaar op 12 januari 1849.

Petronella Tim – Burgerweeshuis Amsterdam


In dit Burgerweeshuisboek dat bewaard wordt in het Stadsarchief Amsterdam staat te lezen dat Petronella Tim op 4 december 1796 werd gedoopt, 18 januari 1804 Ingekomen is en bij de kolom Uitgegaan staat niets vermeld. Hieruit kunnen we concluderen dat Petronella het weeshuis nooit heeft verlaten.

In het weeshuis groeiden ook kinderen op die om de een of andere reden niet zelfstandig in de maatschappij konden functioneren. Deze kinderen werden niet aan hun lot overgelaten. Ze mochten in het weeshuis blijven wonen en kregen taken die voor hen geschikt waren. De regenten en regentessen zorgden goed voor hun weeskinderen. Natuurlijk is het nooit leuk om wees te zijn, maar kwam je in dit weeshuis dan was je verzekerd van een goede verpleging (verzorging) en opleiding. Je moet dit ook in die tijd zien. Vele kinderen zullen het veel slechter hebben gehad dan deze kinderen in het Burgerweeshuis Amsterdam.

In mijn boek Merk- en stoplappen uit het Burgerweeshuis Amsterdam staat de mooie stoplap van Kaatje afgebeeld waar de initialen PT op geborduurd staan. Via het familieverhaal weet ik dat het hier om Pietje (Petronella) Tim gaat. Zij was de hulp van de Opper-Linnen-Naaimatres Anna Catrina Raaphorst. Toen ik het boek schreef wist ik nog niet waarom Pietje Tim het weeshuis nooit had verlaten. Later dook onderstaand document op.


We lezen: Tim Petronella – Gezond Bevonden – Is geheel doof – Den 16 Maart 1824 lidmaad geworden – overleden in het gesticht aan longontsteking den 2den Febr. 1880.
Pietje Tim was doof waardoor ze dus niet zelfstandig kon functioneren in de maatschappij en in het weeshuis bleef wonen tot aan haar overlijden.

Wollen-Matres


Maria Sophia Rebergen. Collectie De Ridder betreffende het Burgerweeshuis, Stadsarchief Amsterdam.

Het Groote-Meisjes-Huis van het Burgerweeshuis Amsterdam bestond uit drie ateliers die ‘winkels’ werden genoemd. Het zijn de stijfwinkel, de wollenwinkel en de brei- en linnenwinkel die elk onder toezicht stonden van vrouwelijke suppoosten (werkneemsters). Van 1835 tot 1853 was Maria Sophia Rebergen de Wollen-Matres van de wollenwinkel. Op merklappen die tijdens deze periode in het weeshuis zijn gemaakt zien we haar naam terugkomen in de vorm van de geborduurde initialen SRB: Sophia Rebergen. In mijn boek Merk- en stoplappen uit het Burgerweeshuis Amsterdam staat de instructie van Maria Sophia Rebergen – omschrijving van artikel 1 tot en met 15 – te lezen.

In dit bericht lees je over een rekening van de Opper-Linnen-Matres Anna Catrina Raaphorst die zij stuurde naar Mevrouw Fraser voor verrichte werkzaamheden door de linnenwinkel van het Burgerweeshuis Amsterdam.

Inkomsten linnenwinkel Burgerweeshuis Amsterdam

De weesmeisjes van het Burgerweeshuis Amsterdam kregen een goede opleiding, maar moesten ook opdrachten uitvoeren van burgers. Dames van de gegoede burgerij lieten hun linnenuitzet naaien en merken door de meisjes van de linnenwinkel in het weeshuis. Deze meisjes stonden in een hoog aanzien. De inkomsten door het naaiwerk waren bestemd voor het weeshuis en zeer welkom. In mijn boek Merk- en stoplappen uit het Burgerweeshuis Amsterdam staat een rekening afgebeeld voor Mevrouw Fraser.


De rekening voor Mevrouw Fraser voor verrichte werkzaamheden door de linnenwinkel wordt afgesloten met ‘Voldaan Den 7 Febr. 1815 A:C: Raaphorst Linne Moeder’.

Mevrouw Fraser bestelde (29 september 1814) onder andere: ’36 Ledikant Laekens – 26 Sloope met knoopgaaten – 6 kinder hempjes – 6 borsthempjes – 26 Hals Doeke.’


Maria Antoinette Charlotte Sanderson (1782-1859). Echtgenote van Johan Fraser, Charles Howard Hodges, 1835. Collectie: Rijksmuseum Amsterdam.

In 1814 was Maria Sanderson in verwachting van haar dochter Catharina Anna die op 11 januari 1815 werd geboren. Haar zwangerschap zal de reden zijn geweest om een bestelling te doen bij de linnenmoeder Anna Catrina Raaphorst van het Burgerweeshuis Amsterdam.


Johan Fraser (1780-1843), Charles Howard Hodges, 1835. Collectie: Rijksmuseum Amsterdam.

Vervolg kokeshi poppen


30 cm kokeshi uit 1972, maker: Ichiji Ouchi (1909-1985), stijl: Tsuchiyu.

De lichamen van de kokeshi uit Tsuchiyu zijn smal en cilindervormig, ze lopen soms uit bij de nek en aan de voet. De ovale hoofden, meestal breder dan de lichamen, worden bevestigd met stevige hamekomi-verbindingsstukken maar zijn draaibaar. Op de meeste hoofden worden zwarte cirkels (janome) aangebracht op de draaibank (net als bij mijn kokeshi). Het haar aan beide zijden van het hoofd is versierd met rode, krullende linten (kase). De pony heeft de vorm van een kam (kushigata), maar is soms ook gerond en piekerig in het midden van het voorhoofd. Bij de ogen zijn beide oogleden zichtbaar, ze staan soms wat scheef. De neus is prominent aanwezig en hangt (tare-bana), is lang (naga-bana) of rond van vorm (maru-bana). De patronen worden meestal gevormd door draaibanklijnen (rokurosen) die worden aangebracht rondom het lichaam.


18,5 cm kokeshi uit 1987, maker: Kiku Sato (1911-2000)-(echtgenote van Minosuke Sato 1905-1977), stijl: Hijiori.

De stijl Hijiori is ontwikkeld bij de warmwaterbronnen van Hijiori, in Okuro-mura, in de prefectuur Yamagata. De neuzen van deze kokeshi poppen zijn lang (naga-bana) en soms zeer gedetailleerd met bijvoorbeeld wijd uitgezette neusgaten. De ogen hebben twee oogleden: soms zijn de oogleden open gelaten in de hoeken; de wenkbrauwen zijn dik en gebogen. De lippen zijn vol en gerond, en rood ingekleurd. Ze hebben een dikke bos met zwart haar dat op het voorhoofd wordt gescheiden als een soort gordijntje en gebogen rond het gezicht, het hoofd versierd met rode dubbele strik waarvan de lussen groen ingekleurd werden. Rond de taille worden rode en paarse draaibanklijnen geschilderd als obi. Kenmerkend voor de stijl Hijiori is het gebruik van omhoog wijzende chrysantenbloemblaadjes die lijken mee te deinen met de wind.


21 cm kokeshi, maker: Ogura Kyutaro (1906-1998), stijl: Kijiyama.

De familie Ogura bedacht de stijl Kijiyama. Zij vestigden zich aan het einde van de 19e eeuw in Akita. De kokeshi uit Kijiyama worden gemaakt uit één stuk hout (deze techniek noemt men tsukuritsuke). De poppen hebben een duidelijk zichtbare, soms uitgerekte nek en een relatief klein hoofdje dat ovaal of rond van vorm is. Het lichaam is zuilvormig en heeft afhangende schouders. Een populair ontwerp van de familie Ogura is de kimono met schort (maedare mojo). De schort zie je aan de voorzijde van de kokeshi en is beschilderd met komvormige pruimenbloesems (umebachi), kersenbloesems, soms een kanji-patroon of chrysanten. De haardracht is kort zwart haar met een pony en wat plukjes haar aan de zijkant. De hoofden aan de achterzijde zijn vaak kaal. De meeste poppen hebben rode, strikvormige versieringen (kanaboko) (net als mijn kokeshi) bovenop hun hoofd. De neus is katachtig (neko-bana) of lang van vorm (naga-bana). Meestal bestaan de lippen uit een enkele, dunne, zwarte lijn met daaronder een kleine rode stip. De kokeshi uit Kijiyama worden meestal gesigneerd aan de achterzijde (net als mijn kokeshi) die meestal onbeschilderd blijft.


32 cm kokeshi uit 1966, maker: Watanabe Motomu (1898-1968), stijl: Yajiro.

De kokeshi uit Yajiro hebben grote hoofden, soms rond van vorm maar meestal vrij breed, en zijn aan het lichaam bevestigd met een verbindingsstuk (sashikomi). Plukjes haar aan de zijkant van het hoofd worden versierd met horizontale rode lijnen, waaiervormige bloemblaadjes of in elkaar gedraaide linten (niet bij mijn kokeshi). De ogen zijn smal, kijken recht vooruit en alleen het bovenste ooglid is zichtbaar (ook dit is anders bij mijn kokeshi), de neuzen kunnen allemaal verschillend zijn en de mondjes zijn erg klein. Bloemversieringen zijn op het lichaam aanwezig en alle poppen lopen aan de onderkant lichtjes uit. Deze brede basis zorgt voor stabiliteit.


8 cm sosaku kokeshi uit 1956, maker: Sanshiro Ishiyama (1909-1996). Hij maakte meestal kokeshi poppen in de Zao stijl.

Er zijn twee soorten kokeshi: dento en sosaku. De dento (traditionele) kokeshi hebben een ontwerp dat van generatie op generatie wordt doorgegeven en de sosaku kokeshi hebben een vrij ontwerp. Normaal gesproken was Sanshiro Ishiyama een maker van dento (de Zao stijl) kokeshi, maar deze kokeshi is een vrij ontwerp van hem uit 1956. Op het lichaam staat te lezen:
閑さや 岩にしみ入る 蝉の声
Shizukasa-ya Iwa-ni-shimiiru Semi-no Koe. Dit gedicht is gemaakt door de meest beroemde Haiku dichter van Japan Matsuo Basho.
石山三四郎 作
Sanshiro Ishiyama made. De naam van de maker van de kokeshi.


De woorden aan de onderkant van de kokeshi:
1956.10.20
山形県
山寺
東北林道?会
総会の折
October 20, 1956. Yamagata mountain temple. Tohokurindo?kai.
In the general assembly.


10 cm kokeshi in zithouding, maker: Takeo Takahashi (1916-2005).

Dit is een nemariko, kokeshi in een zithouding. Ze worden alleen gemaakt in Naruko en beschilderd met de traditionele patronen passend bij de stijl.


Twee ejiko kokeshi; links: 15 cm ejiko kokeshi, maker: Masanori Kishi (1931-2010) en rechts: 6,5 cm ejiko kokeshi uit 1979, maker: Yutaka Inage (1929-1985).

Op de foto zie je ejiko kokeshi soms ook izumeko (mandenkindje) genoemd. Tijdens de dagen dat alle handen van het gezin op bepaalde tijden van het jaar op de velden van de boerderij nodig waren, beschermde een gezin hun kindje door het in een quilt te wikkelen en de baby in een izumeko-mand aan de rand van het veld te plaatsen. In deze manden, ooit gebruikt om gekookte rijst in de Yamagata-regio op te slaan, was de baby veilig. Dit inspireerde om ejiko of izumeko te maken die symbool staan als vruchtbaarheidsbrengers voor tal van nakomelingen en een gelukkig gezinsleven. Niet alle soorten dento kokeshi zijn gemaakt als ejiko, maar wel veel.

Na het lezen van mijn twee berichten (hier mijn eerste bericht) over kokeshi begrijp je vast waarom ik val op deze poppen met karakter en hun verschillende gezichtsuitdrukkingen! Ze vertellen je een verhaal!

Bron tekst: Tōhoku Girls van Janet Bernard

Kokeshi poppen


Zoals je wellicht weet ben ik aan het ontzamelen. Mijn textielcollectie is in de loop der jaren veel te groot geworden zodat een aantal stuks naar een nieuwe liefhebber mogen. Uiteraard blijft er nog wel het een en ander aan historisch textiel voorlopig bij mij, maar het is goed om eens overzicht te creëren. Toch kruipt het bloed waar het niet gaan kan. Zo zijn er meerdere kokeshi poppen in huis geslopen. Waarom? Omdat ze een verhaal vertellen waar ik altijd voor ga en omdat ze een speciale uitstraling hebben. In hun eenvoud zijn de kokeshi poppen erg mooi!

Janet Bernard schrijft in haar boek Tōhoku Girls het volgende:
De houten kokeshi poppen komen oorspronkelijk uit de regio Tōhoku in het noordoosten van Japans grootste eiland Honshū. De regio Tōhoku staat bekend om zijn dichtbeboste bergen, vulkanen en warmwaterbronnen. Houtbewerkers maakten verschillende huishoudelijke artikelen zoals kommen en schalen van esdoorn of kornoeljehout. Van hetzelfde materiaal werden zo’n tweehonderd jaar geleden (circa 1830) de allereerste poppen gemaakt. Terwijl het ambacht zich ontwikkelde, verspreidde het zich door de gehele regio. Hoewel de handwerksmannen elkaar beïnvloedden, kwamen er al snel verschillende stijlen naar voren. Vandaag de dag zijn er elf. Iedere stijl kenmerkt zich door een bepaalde vorm, de manier waarop het hoofd is bevestigd, een eigen haarversiering, bepaalde kleuren, patronen op het lichaam en gezichtsuitdrukkingen.

De allereerste houten poppen werden gemaakt voor de Japanse kinderen. Toen steeds meer toeristen naar het gebied Tōhoku kwamen voor de warmwaterbronnen en daar een houten pop kochten, veranderden deze poppen van speelgoed in souvenirs. Tot 1940 gaf men de houten poppen verschillende namen die gebaseerd waren op het plaatselijke dialect zoals deko, kideko, kiboko, oboko, kogesu en vele anderen, waaronder ook kokeshi. Omdat dit nogal verwarrend was, besloot men tijdens een bijeenkomst van makers en verzamelaars één naam uit te kiezen: kokeshi. Deze naam wordt gevormd door lokale woorden. Ko betekent boom, en een deel van het werkwoord kezuru, wat betekent als het afschaven van hout, verraadde hoe de pop was gemaakt.

Traditionele kokeshi poppen zijn altijd meisjes, de poppen hebben geen armen of voeten, die moet je er zelf bij bedenken, gehuld in op het lichaam geschilderde kledij. De poppen hebben geen ledematen omdat ze zo eenvoudiger te maken waren op de draaibank. Aan de onderzijde of achterzijde van de pop staat het signatuur van de maker. Iedere kokeshi is voorzien van de patronen van de makersfamilie die van generatie op generatie werden doorgegeven. De kokeshi worden beschouwd als traditioneel Japanse volksambacht. De poppen zijn dus veel meer dan speelgoed alleen. Ze lijken zo bescheiden en kalm te zijn als hun makers die met liefde en hartstocht over hun creaties vertellen. Men zegt dat de eenvoud van de kokeshi een vredige, tevreden sfeer in huis creëert.

Er is slechts een klein aantal oude kokeshi bewaard gebleven, omdat de poppen, wanneer de kinderen eenmaal volwassen waren, werden verbrand, omdat ze hun doel hadden gediend. Deze traditie leeft nog steeds voort en kan men aanschouwen tijdens het jaarlijkse kokeshi-festival dat wordt gehouden in de shinto-tempel in Naruko Onsen. Tijdens deze viering worden oude en beschadigde poppen verzameld, gezegend door de priester en bedankt voor hun waardevolle gezelschap; daarna wordt een ceremonieel vreugdevuur ontstoken en keert de ziel van de poppen terug naar hun thuis in de bergen.


Het zijn te veel kokeshi poppen om ze allemaal te bespreken, maar in een volgend bericht zal ik er enkele beschrijven.