Featured

Welkom op mijn weblog

Een duik in het fotoalbum leverde deze foto van mij op. Het is een foto van een paar jaartjes geleden. Een lach kon er toen niet van af. Zelfs een koekjestrommel kon me niet verleiden om een glimlach tevoorschijn te toveren.
Maar ach, het is toch een aardige foto met een verhaaltje. En ja, van verhalen daar houd ik van!

Ik draag een gebreid wollen jurkje, blauw met witte stippen.

The Art of Lace


Tineke: ‘Vandaag (16 januari) waren we naar The Art of Lace in Tilburg. Mooie tentoonstelling, kan natuurlijk qua omvang niet tippen Den Haag (hier en hier kun je foto’s bekijken van de expositie in Den Haag). Ik houd wel van die borduursels op kant en leuk dat je ook aan veel lapjes mocht voelen. Aanrader hoor!’


Tineke: ‘Kaart nr. 2 uit Tilburg. Deze laat de details zien van de kaart van gisteren. Zo leuk om verschillende soorten kant te mogen aanraken. Zo soepel ook. Dat is wat anders dan het nylonkant (maar dat is dan ook veel goedkoper).’

Textielcollectie Annemor Sundbø


Afgelopen dinsdag viel bovenstaande textielkaart op mijn deurmat; afzender Mieke Gorter. De afbeelding laat een gedeelte van de immens grote textielcollectie van Annemor Sundbø zien. In 2017 was ik bij een lezing van haar. Annemor is een enthousiaste vertelster, zij gaf een inkijkje in haar leven en liet je kennismaken met het Noorse breiwerk. Inmiddels heeft ze al diverse boeken op haar naam staan.

Geborduurde zakdoek


Een prachtig geborduurde zakdoek die mij meteen doet denken aan het artikel Boerenzakdoeken worden kunstwerken – borduurtrend in gevangenissen dat ik schreef voor Handwerken zonder Grenzen nummer 130; april-mei 2005. De afgebeelde zakdoek is in het bezit van Helmi Wakkie. Zij kan ons het volgende er over vertellen:

Al jaren woonde ik in de Transvaalbuurt in Amsterdam en bezocht altijd de toenmalige Koninginnedag. Aan de kade zat altijd een kennisje waarvan onze kinderen bij elkaar in de klas zaten en ik goed kende. Ik stond waarschijnlijk rond 2013 weer bij haar uitstalling en zag plotsklaps een borduursel ergens tussen wat troep in een mandje en zei: ‘Goh, Heleen wat is dat voor iets?’ Ze zei: ‘Je mag het wel hebben.’ Nou ik had inmiddels al door dat het om zo’n zakdoek ging die ooit in Goed Handwerk stond. Ik zei: ‘hoe kom jij er aan?’ En kreeg ik het volgende verhaal: ‘De peettante van Heleen Dop (de kennis die ik aansprak = van mijn leeftijd), Helena Hermina Dop 1909-1999, had in WO II gewerkt als handwerklerares in Oudenbosch in een kinderhuis, waaronder Joodse kinderen. Later heeft ze gewerkt voor Tesselschade Arbeid Adelt in Arnhem (wist Heleen niet zeker). Wanneer ze precies die zakdoek heeft versierd is mij onduidelijk.’


In de zakdoek zitten enkele gaatjes. Helmi heeft nu eindelijk een katoenen lap gekocht in precies dezelfde kleur en wil de zakdoek erop naaien, vervolgens opspannen op zuurvrij karton en laten inlijsten.

Koning laat stropdas afknippen


Koning Willem-Alexander zoekt altijd met zorg zijn stropdas uit, dus ook voor zijn bezoek aan de dak- en thuislozenopvang in Weert. Projectleider Jozé Moonen van de opvang opende het centrum jaren geleden door een stropdas door te knippen en vroeg daarom vandaag op haar laatste werkdag of ze de stropdas van de koning mocht doorknippen. ‘De koning twijfelde wel even toen ik het hem vroeg’, zegt ze. ‘Maar ik heb hem wel een nieuwe stropdas gegeven natuurlijk.’

Volgens wethouder Paul Sterk van Weert, ook aanwezig bij het bezoek van de koning, was het een spontane actie. ‘We zagen de koning wel even heel bedenkelijk kijken, want het was een heel mooie designer stropdas, passend bij zijn kostuum. Ik vroeg me af wat hij zou doen, maar toen zei hij “voor u doe ik dat”.’


Nadat zijn stropdas was afgeknipt kreeg de koning een nieuwe van projectleider Moonen. Aan het eind van het bezoek keek de koning nog even naar zijn nieuwe stropdas. Niet helemaal zijn smaak, gaf hij toe.

Bron: NOS

Meer informatie over de stropdassen van koning Willem-Alexander kun je in dit bericht vinden.

Nog een leuk weetje: Tijdens de Weiberfastnacht tijdens de carnavalsdagen in Duitsland is het afknippen van stropdassen gebruikelijk. Alle vrouwen mogen dan bij mannen de das afknippen en als trofee mee naar huis nemen. Men draagt op deze dagen oude of lelijke dassen en zeker geen Hermes. Ook in Limburg en Oost-Brabant komt dit gebruik voor. In Limburg zijn in verschillende plaatsen in de week vóór Carnaval de zogenaamde Oude Wijven-avonden. Tijdens ‘Oude Wijven’ zijn de kroegen en de straten bevolkt door verklede vrouwen. Mannen die zich op straat en in de cafés naar binnen wagen lopen gevaar vernederd en weggejaagd te worden. Tot de ingeburgerde traditie op deze dag behoort het afknippen van de stropdassen (soms ook de schoenveters) die de mannen dragen. Een bekende viering van ‘auw wieverbal’ vindt plaats in Valkenburg aan de Geul.

Schattige breier


Op het informatiescherm in de trein kun je niet alleen het verloop van je reis volgen, maar komen er ook leuke tips voorbij en de rubriek NS Hartkloppingen. Gisteren zag ik in een flits de hartklopping met de titel Schattige breier.

2 januari, wat een leuke verschijning was je! Ik zat rond 5’en na het werk in de trein van Leiden naar Rotterdam. Je stapte in bij Den Haag. Je mooie rode haar en leuke brilletje vingen mijn aandacht toen je langs liep en ergens anders ging zitten. Opeens stond je op en vond een andere plaats… naast mij! Natuurlijk zegt dat niks, maar mijn hart bonkte in mijn keel. Je greep naar je tas en ik dacht dat je een boek zou pakken, maar nee, je begon te breien! Mijn hart smolt bijna door mijn ribbenkast heen. Oh wat zou ik graag hallo tegen je willen zeggen. Wie weet…

Kerstboom eruit, tulpen erin


Zodra Kerstmis voorbij is, wil ik de lente in huis halen met tulpen zoals ik al eerder schreef in dit bericht. Zo gaat dit elk jaar en blijkbaar ben ik niet de enige. De vraag naar tulpen in huis komt namelijk steeds vroeger op gang. In Amsterdam is er morgen zelfs een vrolijk lentefeest. Kwekers leggen op de Dam een enorme tulpenpluktuin aan met 200.000 kleurrijke tulpen. Hiermee wordt het tulpenseizoen officieel afgetrapt. Het thema is World of Colours. Na de opening om 13.00 uur mag iedereen een bosje van 20 tulpen plukken. Op is op. De verwachting is dat de Dam om 16.00 uur leeggeplukt is.

Vindhek Vondelpark


Annemarieke Weber introduceerde in 2006 het Vindhek waar gevonden voorwerpen, vaak met veel persoonlijke waarde, wachten op de eigenaar. ‘Mensen die het Vindhek zien en gebruiken zijn bewust of onbewust bezig met Eerlijkheid, Respect en Vertrouwen. Deze drie universele, menselijke waarden vormen mijn concept. Als je een verloren voorwerp even opraapt, toon je respect voor de verliezer die je (meestal) niet eens kent. Hang je een gevonden voorwerp op in het Vindhek, dan laat je zien dat je eerlijk bent. En ook dat je erop vertrouwt dat alleen de verliezer het voorwerp uit het Vindhek meeneemt. En zelfs als een ander een persoonlijk bezit onterecht meeneemt, weet diegene ook wel wat eerlijk zijn betekent’, aldus Annemarieke Weber.

Versierde meelzakken in WO I


Annelien van Kempen: ‘In de Eerste Wereldoorlog versierden Belgische vrouwen en kunstenaars als dank voor voedselhulp meelzakken met borduurwerk, schilderingen en geklost kant. Versierde Meelzakken in WOI zijn oorlogssouvenirs die 100 jaar na dato nog altijd een mythische geschiedenis lijken te hebben. In mijn blogs doe ik verslag van mijn Zakkenreizen, over mijn zoektocht naar verborgen zakken in musea, archieven en particuliere collecties, onderzoek in archieven, ontmoetingen met verzamelaars en vertel verhalen over deze zakken vol herinneringen.’

Hoe kom je op het idee om versierde meelzakken in WO I te gaan bestuderen? In het VIFF Magazine geeft Annelien het volgende antwoord: ‘Zakken fascineren me al sinds mijn jeugd. … Specifiek de versierde meelzakken in de WO I intrigeren me, door mijn onbekendheid met de geschiedenis. Ik hoorde erover in januari 2018 in Leiden van de Amerikaanse Linzee Kull McCray. Zij was in Nederland voor de presentatie van haar nieuwe boek Feed Sacks bij de gelijknamige tentoonstelling in het Textile Research Centre. Er was één versierde meelzak uit WO I tentoongesteld. De geborduurde meelzak intrigeerde me. Ik wilde er meer over weten. Opmerkelijk genoeg kwam alle informatie in het Engels en uit de Verenigde Staten met het blije verhaal, dat het Belgische geschenken uit de Eerste Wereldoorlog waren, gemaakt uit dankbaarheid.
Ik vroeg me af of het echt zo was, dat vrouwen uit dankbaarheid zijn gaan borduren in tijd van oorlog en bezetting. Het ging over mijn buurland en ik was tegelijk benieuwd naar het Belgische perspectief over de versierde meelzakken uit WO I. Waarom wist ik niet dat alle zakken meel in de haven van Rotterdam aankwamen en er overgeslagen werden, in de stad nota bene waar ik studeerde en 10 jaar heb gewoond.’

We zijn twee jaar verder na de eerste kennismaking van Annelien met een geborduurde meelzak en staan er 22 verhalen te lezen op haar blog.

In 2011 was er het Borduurproject meel- zitzakken waar ik meerdere keren over heb geschreven. Je kunt het hier, hier, hier, hier, hier en hier lezen.

Geborduurd wapen van Woerden


De Vroedschapszaal met zijn eikenhouten betimmering uit 1610 en historische inrichting is het kroonjuweel van Stadsmuseum Woerden. De leden van de vroedschap kunnen zó in het 17e eeuwse meubilair aanschuiven om mee te praten over zaken van het stadsbestuur, om besluiten te nemen of bij de haard een glas te drinken. Op een aantal stoelen hangt een borduurwerk – het wapen van Woerden in kruissteek geborduurd – dat helaas dan weer niet 17e eeuws maar hedendaags is. Hier zie je een grote afbeelding van het historisch meubilair in de Vroedschapszaal.

In 2017 bezocht ik Stadsmuseum Woerden voor de tentoonstelling KunstStof 2017. Tot en met 15 maart 2020 is de expositie Vrouwen voor de lens, van zeldzaam tot selfie te zien.

Winterhulp speldjes



Tineke en Allex kwamen op internet bovenstaande WHW – Winterhilfswerk WO II – speldjes tegen. Op de eerste foto is in een metalen frame een weefwerk van het wapen van Saarland geplaatst zoals het toentertijd werd gebruikt. Linksboven zie je het wiel dat afkomstig is uit het wapen van Sankt Ingbert, rechts de roos van Sankt Johann, linksonder de zon met de wolken van Saarlouis en rechtsonder zie je de leeuw van Saarbrücken. Het tweede speldje laat een weefwerk van het wapen van Schleswig-Holstein zien. Links staan twee blauwe leeuwen afgebeeld op een gele (gouden) ondergrond. De leeuwen van Sleeswijk werden uit het wapen van Denemarken gehaald. Rechts zie je op een rode ondergrond het zilveren brandnetelblad van Holstein, een symbool van de graven van Schauenburg en Holstein.

Deze twee speldjes vormden de aanleiding om op zoek te gaan naar informatie over Winterhulp – WHN – in Nederland. Waren hier ook speldjes uitgegeven tijdens de WOII? Al snel vond ik aardig wat informatie over Winterhulp op internet en ja, hier zijn dus ook veel, heel veel WHN speldjes uitgegeven zoals te lezen staat op deze website.

Winterhulp Nederland werd opgericht op 22 oktober 1940 door rijkscommissaris Seyss-Inquart. De hulpverlening was op de winter gericht. Onder het nationaalsocialisme kon er volgens de leer geen armoede bestaan, alleen in tijden van winterkou zou extra liefdadigheid in de vorm van voedsel, kleding en dergelijke nodig zijn. Volgens artikel 2 van het oprichtingsdecreet was de doelstelling: ‘Het is de taak der Stichting om de in het bezette Nederlandsche gebied levende behoeftige Nederlandsche staatsburgers zonder aanzien des persoons hulp en ondersteuning te verschaffen’. De steun bestond uit waardebonnen en goederen als levensmiddelen, kleding et cetera. Aanvankelijk kregen Joden ook steun, maar die hulp stopte al snel.

De inkomsten van Winterhulp bestonden uit: collecten, loterijen, 5% uit de winst van bedrijven en een inhouding van 1% op lonen van werknemers. De collecten waren niet erg populair bij de Nederlanders, regelmatig werd er opgeroepen niets te geven aan de NSB’ers. ‘Nog geen knoop van mijn gulp voor de winterhulp’ werd er wel op posters van de winterhulp geklad. De loterijen waren daarentegen wel populair, omdat de goklust het nogal eens won van de principes. Om gulle gaven bij collectes te stimuleren ontvingen gevers speldjes. Deze speldjes werden in telkens andere series uitgegeven zoals: sprookjes, bloemen en verkeersborden waardoor ze populaire spaarobjecten werden. Het eerste speldje dat in Nederland werd uitgegeven, was een lichtgevend molentje. De ‘gewone’ bevolking wilde de speldjes helemaal niet en zei: ‘Alleen NSB’ers lopen met molentjes.’

De eerste straatcollecte werd gehouden op 29 en 30 november 1940. Tijdens deze collecte werd er fl. 521.000,- opgehaald. Dit was gelijk ook de hoogste opbrengst van alle gehouden straatcollectes. Deze straatcollecte stond in het teken van Brengt licht in het leven uwer landgenooten en een gift werd beloond met een speldje van een molen. Deze molenspeldjes waren bewerkt met fluoriserende verf en gaven ‘s nachts licht in het donker, waarmee werd ingespeeld op het verplicht verduisteren van de huizen om zo geen herkenningspunt te zijn voor de geallieerde bommenwerpers. Het was ‘s avonds aardedonker op straat en met zo’n speldje was je toch zichtbaar. Er is zelfs een liedje op gemaakt: ‘Luister lieve pop, doe een fosforspeldje op. Wanneer ik vanavond op je wacht, dan ben jij een baken in de nacht.’


Voor deze collecte werden er vier speldjes van molens uitgegeven. Het molenspeldje op de foto is vervaardigd door N.V. Philips te Eindhoven. Het gaat om een metalen speldje bestreken met lichtgevende verf. Naast dit Winterhulp speldje heeft Philips nog een eigen lichtgevend speldje vervaardigd onder de naam Phospo.

Hier zijn filmbeelden te zien van de activiteiten rond de eerste collecte Winterhulp Nederland. Op de Dam in Amsterdam rammelen dames in klederdracht met collectebussen. Een tram rijdt rond met wervende teksten en een afbeelding van een molen, het beeldmerk van WHN. Diverse collectanten werken op straat en bevestigen op revers de speldjes met de molen. Rijkscommissaris Seyss-Inquart en een Duitse officier doen ook mee.