Featured

Welkom op mijn weblog

Een duik in het fotoalbum leverde deze foto van mij op. Het is een foto van een paar jaartjes geleden. Een lach kon er toen niet van af. Zelfs een koekjestrommel kon me niet verleiden om een glimlach tevoorschijn te toveren.

Maar ach, het is toch een aardige foto met een verhaaltje. En ja, van verhalen daar houd ik van!

Ik draag een gebreid wollen jurkje, blauw met witte stippen.

Merk- en stoplappen in het Zuiderzeemuseum


In het Zuiderzeemuseum zijn zo’n 80 merk- en stoplappen te bewonderen. Het handwerk is dusdanig tentoongesteld dat je alle motieven en borduursteken van dichtbij kunt bekijken. Er is een informatieblad samengesteld waarin je gegevens kunt vinden over de merk- en stoplap. Toch is het lastig zoeken in het informatieblad omdat er bij de tentoongestelde lappen geen nummers staan en in het informatieblad wel. Op deze manier blijf je bezig met het tellen van de lappen. Hopelijk wordt dit euvel opgelost.


Ik heb enkele merk- en stoplappen op de foto gezet waarbij ik de informatie geef zoals die beschreven staat in het informatieblad. Het is dus niet mijn tekst. Voor mij ontbreekt op dit moment de tijd om nader onderzoek te doen naar de lappen. We beginnen met de merklap van Maria Arens. Ik lees het volgende in het informatieblad: ‘Bovenaan de doek twee rijen letters. Op de bovenste rij: Maria Arens, oud 16 jaar, Anno 1842 CVC. De tweede rij een aantal niet te herleiden initialen. Verspreid over de doek nog meer namen waaronder leden van de familie Arens. De doek is geheel vol geborduurd met Rooms Katholieke symbolen. Op het onderste deel van de doek de berg Golgotha met daaronder namen (Bisscop,Janssen) en initialen, daarboven het kruis met INRI (Iesus Nazarenus, Rex Iedaeorum = Jezus van Nazareth, koning der Joden, en alle passiesymbolen die inde loop der tijd bedacht zijn. Rechts het wapen van Amsterdam met keizerskroon en beide schilddragers. In een grote krans met zes rozen de familienaam ARENS.’
De bovenste rij eindigt niet met de initialen CVC, maar met CVZ.


Ik lees: ‘Doek met Rooms Katholieke symbolen en het wapen van Amsterdam. Op de bovenste regel is geborduurd: ANNO NIET SONDER MOEYTE 1776. Daaronder links AP, rechts VR. In het midden een Jezuïetenkruis. Aan weerszijden een bloemenkrans met initialen MR en VK.’
Een kleine correctie van mijn kant: rechts VR moet zijn: rechts VK. In het midden een Jezuïetenkruis met aan weerszijden een bloemenkrans met initialen MR en VK. Ik zie geen Jezuïetenkuis in het midden van de lap. Wordt hier dan het IHS symbool bedoelt dat onder de bloemenkrans staat met daarin de initialen VK? De initialen MR in de bloemenkrans links moet MP zijn.


Ik lees: ‘Stoplap met 19 stoppen en 9 naaldkantvullingen en motieven. Tekst rondom het midden vierkant geborduurd: IOHANNA.PEITRONELLA.VAN.ROMOND.IN.INKHUIZEN.1790.DE 1 DECEMB. Verschillende technieken: stoppen, kruissteek, naaldkantsteek. Het vierkant is geheel ingezet.’


Deze merklap komt vast bekend voor. Het patroon van deze lap kun je hier vinden.


Er zijn prachtige merk- en stoplappen te zien op de tentoonstelling in het Zuiderzeemuseum, maar het lijkt me geen overbodige luxe om de teksten in het informatieblad eens goed onder de loep te nemen!

Blauwdruk uit Japan


Anneke Landeweer verzamelt onder andere blauwdrukken. Onlangs heeft zij een nieuwe blauwdruk kunnen toevoegen aan haar collectie. Anneke: ‘Onze jongste dochter Marijke is behoorlijk reislustig. Zij heeft met haar man drie weken door Japan getrokken. Daarbij bezochten ze onder andere een kersenbloesem festival, met allerlei leuke kraampjes waar hoofdzakelijk etenswaren werden verkocht. Maar ook Japanse blauwdrukken, ze hebben er eentje voor me meegenomen. De kleur blauw komt niet zo goed over op de foto. In werkelijkheid is het een prachtig diep indigo blauw. De druk komt uit de stad Hirosaki (Cherry Blossom Festival) en is gemaakt in prefecture Gifu. Als er lezers zijn die er meer over kunnen vertellen hoor ik het graag.’

Stoplap van Sophia van Wyck


In het Zuiderzeemuseum zag ik afgelopen zaterdag op de net geopende tentoonstelling Hand van de maakster de fraaie stoplap van Sophia van Wyck. Direct vielen mij de initialen ACR op. Zou het hier om Anna Catrina Raaphorst gaan die Linnen-Naaimatres is geweest in het Burgerweeshuis Amsterdam? Zeer nieuwsgierig geworden, pakte ik het informatieblad erbij dat bij de tentoonstelling hoort, om te lezen wat men schrijft over deze stoplap.


Dit is de informatie die ik lees over de stoplap van Sophia van Wyck. Maar ja, na mijn ervaring met het schrijven van mijn boek Merk- en stoplappen uit het Burgerweeshuis Amsterdam neem ik informatie niet zo maar voor waar aan. Werk aan de winkel dus! Ik moest op onderzoek uitgaan!

De volledige naam van de borduurster van de stoplap is Sophia van Assendelft van Wijck (ook wel Wyck of Wijk), geboren op 16 september 1810 in Amsterdam. Zij overleed op zondag 14 juli 1839 in Amsterdam op 28-jarige leeftijd. Sophia was dienstbode van beroep.

De ouders van Sophia waren:
– Cornelis Jacob van Assendelft van Wijck, geboren op zondag 28 maart 1779 in Haarlem. Hij overleed op woensdag 29 januari 1812 in Amsterdam, 32 jaar oud. (employé bij de Loge)
– Alida Ketel. Zij is gedoopt op zondag 27 augustus 1775 in Rotterdam en overleed op donderdag 31 augustus 1820 in Amsterdam, 45 jaar oud. Alida woonde toen in de Nieuwe Leliestraat en was winkelierster in boeken en papier. Haar zwager uit Haarlem, Anthonie van Arensbergen, deed aangifte van haar overlijden.
Op vrijdag 15 april 1803 in Amsterdam zijn Cornelis en Alida in ondertrouw gegaan.

Cornelis en Alida kregen zes kinderen, waarvan Sophia het vijfde kind was. Ze hadden een burger cedul (waarschijnlijk gekocht). De kinderen van Cornelis en Alida:
1 Maria Sophia van Assendelft van Wijck, geboren op vrijdag 30 september 1803 in Amsterdam. Zij is overleden op zaterdag 28 februari 1829 in Amsterdam, 25 jaar oud, (naaister). Zij trouwde, 24 jaar oud en ‘linnen naaivrouw diakonie weeshuis’, op woensdag 28 mei 1828 in Amsterdam met Hendrik Raman, 28 jaar oud. Hij is geboren op woensdag 30 oktober 1799 in Amsterdam, zoon van Willem Raman en Petronella van Oort. Hij is overleden op dinsdag 23 juni 1835 in Amsterdam, 35 jaar oud, (kunstlakker).
2 Johanna Catrina van Assendelft van Wijck, Zij is gedoopt op vrijdag 15 maart 1805 in Amsterdam. Zij is overleden op woensdag 18 december 1839 in Amsterdam, 34 jaar oud, (naaister). Zij trouwde op woensdag 16 mei 1832 in Amsterdam met Lambertus Ekhout, 34 jaar oud. Hij is geboren op zondag 27 augustus 1797 in Amsterdam, zoon van Jacob Ekhout en Catriena Segers. Hij is overleden op vrijdag 15 mei 1896 in Amsterdam, 98 jaar oud, (zaagmolenaarsknecht). Hij was weduwnaar van Margaretha Feurer.
3 Antonij van Assendelft van Wijck, geboren op woensdag 5 november 1806 in Amsterdam. Hij is begraven op zaterdag 16 mei 1807 te Amsterdam, 6 maanden oud.
4 Willem van Assendelft van Wijck, geboren op donderdag 17 maart 1808 in Amsterdam. Hij is overleden op zaterdag 5 mei 1849 in Amsterdam (Boomstraat), 41 jaar oud, (kleermaker).
5 Sophia van Assendelft van Wijck, geboren op zondag 16 september 1810 in Amsterdam. Zij is overleden op zondag 14 juli 1839 in Amsterdam, 28 jaar oud, (dienstbode).
6 Cornelia Jacoba van Assendelft van Wijck, geboren op maandag 2 maart 1812 in Amsterdam. Zij is overleden op dinsdag 9 augustus 1836 in Amsterdam, 24 jaar oud. Zij overleed in het Burgerweeshuis.

Via de boedelpapieren kom ik te weten dat de twee oudste kinderen – Maria Sophia (16 jaar) en Johanna Catrina (15 jaar) – werden opgenomen in het Diaconieweeshuis. De drie jongste kinderen – Willem, Sophia en Cornelia – werden ‘ingenomen’ in het Burgerweeshuis, waar Sophia op 15-jarige leeftijd in 1825 een fraaie stoplap maakte.


Na deze zoektocht kan ik dus met zekerheid zeggen dat Sophia de stoplap maakte in het Burgerweeshuis van Amsterdam en niet in Zuid-Holland zoals vermeld staat in het informatieblad van het Zuiderzeemuseum. We gaan eens verder kijken naar de initialen die Sophia borduurde op haar stoplap. ACR staat dus voor Anna Catrina Raaphorst, de Opper-Linnen-Naaimatres van het Burgerweeshuis. CB zou kunnen staan voor de hulp van Anna Catrina Raaphorst. CIVW is Cornelis Jacob van Wijck, de overleden vader van Sophia. AK staat voor Alida Ketel, de overleden moeder van Sophia. WVW is Willem van Wijck, de broer van Sophia. MVW staat voor Maria van Wijck, de oudste zus van Sophia. MK is Margaretha Ketel, tante van Sophia – zus van haar overleden moeder. AVA is Anthonie van Arensbergen, aangetrouwde oom, getrouwd met Margaretha Ketel. PDH en WM heb ik niet kunnen vinden.


Sophia van Assendelft van Wijck is op de meidag 1831 uit het Burgerweeshuis vertrokken. (Uit: Archief BWH Inventarisnummer 475: Staten van wezen… ’Meidag’ het BWH verlaten, 1793-1831). Haar broer Willem van Assendelft van Wijck bleef nog een jaar in het weeshuis.

Hoe Cornelis Jacob aan zijn dubbele naam is gekomen, lees ik hier. Cornelis Jacob werd op 2 april 1779 gedoopt te Haarlem. Zijn doopouders waren Ds. Adrianus van Assendelft, predikant te Leiden, en diens vrouw Sara Arooij, die een nicht was van zijn moeder. Vijf jaar later werd Cornelis Jacob door zijn peetouders benoemd tot hun erfgenaam en naast geldelijk gewin leverde dit hem ook een zéér fraaie dubbele naam op: VAN ASSENDELFT VAN WIJCK.

Wat een zoektocht al niet kan opleveren. In een korte tijd ben ik veel te weten gekomen over de maakster van deze fraaie stoplap: Sophia van Assendelft van Wijck. Hierdoor ga ik – hoe vreemd ook – toch anders naar dit fraaie handwerk kijken.

© Copyright Berthi Smith-Sanders

Tentoonstelling: Hand van de maakster


Bij de opening van de expositie Hand van de maakster kon ik niet aanwezig zijn, maar afgelopen zaterdag (23 mei) maakte ik tijd voor een reis naar Enkhuizen om deze speciale tentoonstelling te gaan bekijken. Er is heel veel moois te zien zoals circa 80 merk- en stoplappen, morgen meer hierover. Vandaag eerst enkele foto’s van tentoongestelde objecten in een aparte zaal.


Marker spreitje anno 1922.


Gebreide kindermutsjes uit Enkhuizen, 1800-1900.


Polsmofjes uit Hindeloopen, 1800-1850. De polsmofjes zijn gebreid van witte katoen. In het open motiefje zijn blauwe kraaltjes verwerkt. In het dichte stukje breiwerk vormen de ingebreide kraaltjes bloemen en bladranken. Aan de polsen zit een gehaakt randje. Het is een zeer fijn breiwerkje.


Gebreide mutsen en wanten met veelkleurige motieven werden op Marken Itse mutsen genoemd. Ze kwamen oorspronkelijk van een van de Shetlandeilanden. Marker vissers noemden dit eiland (H)itland. Deze vissers, aangemonsterd op Noordzeeloggers, visten ten noorden van Schotland en gingen in Lerwick aan wal. Daarvandaan namen zij wanten, kousen, en deze mutsen mee. In de 19e eeuw droegen alleen de mannen gebreide mutsen, en niet alleen in de winter, maar ook in de zomer.

De tentoonstelling Hand van de maakster is te zien tot en met zondag 25 oktober 2015 in het Zuiderzeemuseum.

Zijden Pracht – Kimono’s uit de Kubota collectie


Itchiku Kubota brak als kunstenaar met de traditionele kimono, het icoon van de Japanse kleding. In het begin van zijn carrière waren de individuele kimono’s ontworpen om te dragen. Het woord kimono betekent ook letterlijk ‘draagding’. Deze werken bestaan vooral uit modellen in de kosode-stijl, de kimono met korte mouwen die wordt gedragen door de gehuwde vrouw. Later verschijnen er kimono’s met lange mouwen. Deze boden hem de mogelijkheid de totale schildering beter uit te laten komen en de mouwen zo te integreren in het geheel. Dit type heet de furisode, de kimono voor meisjes en ongehuwde jonge vrouwen.

Kubota ontwikkelde een eigen visie op de kimono als kledingstuk. De traditionele kimono vond hij niet meer van deze tijd. Het vergt dagwerk om een vrouw te laten kleden, ze moet naar de kapper en ze kan zich nauwelijks bewegen. Dat past niet bij moderne vrouwen. Hij zei daarover: ‘Wil de Japanse kimono belangrijk blijven vandaag de dag, dan is een modernisering de eerste vereiste. We moeten verder gaan dan de onwrikbare traditie waarin de kimono wordt gezien als een uniform dat aan vaste regels moet voldoen. Deze starheid in het Japanse denken is een van de zaken die ik graag nieuwe adem in wil blazen.’

Hij zag zijn kimono’s graag gedragen worden en liet de strenge voorschriften los die bij de kimonodracht horen. Zijn modellen droegen hoge hakken en geen slippers (zori), moderne sieraden, opvallende make-up en waren modern gekapt. De kimono werd niet strak op zijn plaats gehouden door de traditionele ceintuur (obi), maar viel bevallig als een vorstelijk gewaad om het lichaam van de vrouw. Zijn kimono’s werden draagbare kunstwerken, waarbij de aandacht naar de rugzijde werd verlegd. Hij ontwierp ook kimono’s in opdracht, voor traditionele Japanse theatervormen als kabuki en voor dansvoorstellingen.


Vanaf 1983 werkte hij aan zijn series (Mount Fuji, Oceans, Symphony of Light) die als kunstgewaden worden beschouwd. Deze kimono’s waren niet bedoeld om te dragen, maar om te bekijken.


Nagori. Wind op de golven – 1980 – Tie-dye en inktschildering op crêpe zijde (chirimen).
Hier creëerde Kubota een meesterlijke asymmetrische balans door gebruik te maken van een diagonale stroming van water, lichtjes aangeroerd door de wind, dat de groepjes bloemen, zachtjes uit elkaar houdt. De tere, afgebonden en met inkt geschilderde bloemen doen denken aan Kubota’s geliefde tsujigahana. Het patroon op deze kimono in de furisode-stijl laat zien dat de decoratie op de lange mouwen een belangrijk onderdeel van het totale ontwerp uitmaakt, anders dan bij de kosode, de kimono met de korte mouw.


Gen. Florale elegantie – 1984 – Tie-dye en inktschildering op crêpe zijde (chirimen).
De onregelmatige banen die diagonaal over de kimono golven, geven het ontwerp een sterk gevoel van levendigheid. Elke bloem heeft zijn eigen elegantie die nog eens versterkt wordt door de tie-dye die als kleine juwelen schitteren.


Yu. De lente nadert de besneeuwde bergen uit de serie Symphony of Light – 1991- Tie-dye en inktschildering op crêpe zijde (chirimen) ingeweven met zilverdraad in de inslag.
Dit schilderachtige beeld van de bergen die opkomen uit de mist doet denken aan de klassieke Chinese landschapskunst. Meer dan de meeste andere kimono’s uit de collectie maakt deze kimono indruk door het uitvoerig gebruik van inktschilderingen en de nauwkeurig gekozen kleuren.

De tentoonstelling Zijden Pracht – Kimono’s uit de Kubota collectie is te zien tot en met 31 mei 2015 in het SieboldHuis in Leiden.

Bron tekst: SieboldHuis
Foto’s: Berthi Smith-Sanders

Een video over het levenswerk van Itchiku Kubota kun je hier bekijken.

Oldtimers samen met mode


Vorige maand brachten Matthijs en zijn vriendin een bezoek aan het Automuseum in Málaga. Zij waren zeer te spreken over de combinatie oldtimers met de mode.


Het Automuseum is gehuisvest in een oude tabaksfabriek uit 1923. De Portugese verzamelaar en directeur van het museum João Magalhães heeft zijn verzamelwoede overgenomen van zijn vader. Het oudste exemplaar in zijn collectie is een Amerikaans koetsmodel uit 1897 (Winner). Daarna worden de wagens steeds een stukje jonger. Stuk voor stuk hebben ze een opvallend design of een bijzonder verhaal. Van grote bolides waar staatshoofden graag in werden gezien, tot eenvoudige wagens.


De beroemde Campbell Soup Jurk.



Er zijn verschillende modieuze creaties te bewonderen van bekende namen uit de modewereld, waaronder Chanel en Dior.


Foto’s: Matthijs Smith

Au Bon Pays Bourbonnais


Tineke: ‘Zijn we op een regenachtige dag in Vichy (er wordt 8 mei 70 jaar bevrijding herdacht en alles is gesloten) komen we ineens een rokjeskaart tegen. De streek waar Vichy ligt is Bourbonnais en is onderdeel van de Auvergne. De ronde uitgedoofde vulkaankegels vallen duidelijk op. Of de klederdracht van het paartje klopt weet ik niet. De kleinere figuur heeft een draailier in z’n handen en die worden vlakbij gemaakt (in Jenzat). Wij waren in een gîte, omgebouwde pigeonnier (duiventil) met uitzicht ‘s avonds op de lichtjes van Clermont Ferrand. We zijn op doorreis naar onze eerste week (gîte eco) op een berghelling aan de Tarn. Van daaruit gaan we een dagje naar Albi. Ik lees dat de draailier de beroemdste volksdans uit de Auvergne, de bourrée, begeleidde.’